Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Leer en onderwijsproblemen college technisch lezen deel 2 Questions and Complete Solutions Graded A+

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
13
Cijfer
A+
Geüpload op
24-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Leer en onderwijsproblemen college technisch lezen deel 2 Questions and Complete Solutions Graded A+ Leesproblemen (Struiksma e.a. (2012): hoe manifesteren leesproblemen zich? - Answer: 1. onvoldoende beheersing van deelvaardigheden. 2. Hardnekkig spellen of raden 3. Te weinig gebruikmaken van de context. 4. Onvoldoende leestempo 1. Onvoldoende beheersing van deelvaardigheden (dit is pas een probleem vanaf groep 4!) - Answer: Is eigenlijk meteen de ernstigste. De deelvaardigheden waar het hierom gaat is: klank-teken koppeling en auditieve synthese. Om deze deelvaardigheden te kennen, heb je andere vaardigheden nodig (temporele orde waarneming, auditieve discriminatie, visuele discriminatie, visuele analyse, zijn er leesproblemen dan kijk je naar deze vaardigheden, begrippen - Lagere deelvaardigheid: Temporele orde waarneming: - Answer: volgorde van letters in woorden - Lagere deelvaardigheid: Auditieve discriminatie: - Answer: verschil tussen klanken kunnen horen - Lagere deelvaardigheid: Visuele discriminatie: - Answer: verschil tussen klanken kunnen zien - Lagere deelvaardigheid: Visuele analyse: - Answer: woorden moet je uit elkaar kunnen halen - Lagere deelvaaridgheid: Begrippen: - Answer: en je moet begrippen kennen Als deze problemen voorkomen, ga je kijken naar de zwart omcirkelde vaardigheden hoe dat zit en daar hebben ze allemaal toetsjes voor gemaakt. Zwart omcirkelde vaardigheden worden ook wel de lagere deelvaardigheden genoemd en de twee rood omcirkelde cruciale vaardigheden Wat zijn twee cruciale vaardigheden voor technisch lezen? - Answer: auditieve synthese en klank teken koppeling 2.Hardnekkig spellen of raden - Answer: Je probeert wel tot een bepaalde verkorting te komen. En een aantal woorden lees je al via route 3 (vorige college), maar als het in een bepaalde zin komt, gaat dit nog te traag en is het nog niet goed geautomatiseerd. Je kan dan dus nog niet goed lezen. Kinderen kiezen dan of voor de veilige weg: hardop spellen of een andere optie is dat ze voortdurend route 3 kiezen en gaan raden. Ze denken dan dat ze weten wat er staat, ze zien een woordje staan en denken: oh die heb ik al gelezen! Ze gaan dan van dit woord uit en raden dus dat dat woord er staat, terwijl er een ander woord staat. Hardnekkige raders en hardop spellers hebben wel dezelfde bron: - Answer: ze kennen bepaalde woorden nog niet. Ze lossen het probleem anders op, maar het is hetzelfde. - Let op: het is niet altijd zo dat hardop spellen of raden een leesprobleem is. Als je iemand een moeilijke tekst voorschotelt, gaat iedereen op een gegeven moment hardop spellen of raden. Bekijk het dus altijd in de context van het kind en de tekst. Je moet dus altijd kijken naar de leerlingkenmerken en de tekstkenmerken: Leerling: - Answer: • Letterkennis • Visuele synthese • Auditief geheugen • Woordenschat Tekst: - Answer: • Moeilijkheidsgraad woorden • Moeilijkheidsgraad tekst • Frequentie woorden • Aanbiedingsvorm 3. Te weinig of teveel gebruik maken van de context - Answer: Kinderen kunnen soms te veel gebruik maken van de context. Ze gaan dan bepaalde woorden al invullen/raden, terwijl deze betekenis niet bij het woord/de zin past. Andere kinderen maken juist te weinig gebruik van de context, waardoor ze woordje voor woordje gaan lezen, alsof het van onder naar boven staat geschreven en het allemaal losse woorden zijn. # 4. Onvoldoende leestempo #(tijdconsumerend lezen) Ze gaan wel verkorten naar route 2 en sommige woorden kunnen ze wel direct herkennen, maar het tempo van het lezen van de tekst is laag. Het automatiseren komt dus nog weinig op gang. Kinderen die beginnen aan een tekst en halverwege de zin teruggaan naar de tekst en dan nog een keer lezen tot driekwart etc. Hoeveel zorgen moet je je maken als deze typen fouten voorkomen? - Answer: - Onvoldoende beheersing deelvaardigheden (letterkennis, visuele synthese) dat is de meest ernstige. Als het na groep 4 nog steeds voorkomt dan moet je je zorgen maken. De andere twee leesproblemen zijn wat makkelijker te behandelen: - Niet flexibele toepassen van de decodeerstrategieën (raden/spellen): je kan hen teksten geven met allemaal verschillende lettertypes door elkaar heen. Ze worden gedwongen om dan meer tijd te nemen en dan kunnen ze de woorden vaak wel correct lezen. - Onvoldoende integratie deelvaardigheden (laag tempo/geen 'fluency'): veel lezen Prevalentie leesproblemen: - Answer: De cijfers lopen uiteen, elke bron gebruikt weer andere getallen. - Eind groep 3: 17% leesproblemen. In groep 3 dus nog wel veel leerlingen die problemen hebben met lezen / eind groep 4: 10% leesproblemen. In groep 4 is dit gezakt naar 10%, door veel oefenen en lezen. Deze cijfers mag je wel als vuistregel nemen. - Aan het eind van groep 8 is 15% niet in staat om vlot, nauwkeurig en met begrip een tekst op AVI-E5 niveau te lezen (Vernooy, zd) - Een kwart van de leerlingen die naar het VMBO gaat, is een zwakke lezer (Vernooy, zd) - Edventure (2015): • Leesproblemen: 10% • Vermoeden dyslexie: 5% • Behandeling dyslexie: 3.5% Schattingen tussen 5 en 10% Dyslexie of geen dyslexie? - Answer: Het is lastig om te kijken, wanneer spreken we over leesproblemen en wanneer over dyslexie. Definities dyslexie: - Answer: - Beschrijvende definitie Stichting Dyslexie Nederland (SDN): "Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/ of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau." Deze definitie zegt niks over verklaringen of wat dan ook. Komen we zo op terug! - Verklarende definitie: • Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDDB) • International Dyslexia Association (IDA) Deze definities lijken heel sterk op elkaar. In artikel van De Jong (DLO) worden deze definities omschreven. De vraag is nu: beschrijvend of verklarend? - Answer: Hier zijn de wetenschappers het nog niet over eens. Er blijft veel discussie over bestaan. - Je kunt eigenlijk niet schrijven over een verklarende definitie omdat er nog geen consensus is over de oorzaken van dyslexie. Er wordt heel veel onderzoek naar gedaan, maar hoe meer onderzoek er wordt gedaan, hoe meer discussie er ook ontstaat - Vele, verschillende cognitieve defecten, die bij kinderen worden geobserveerd, kunnen niet vanuit één theoretisch kader verklaard worden: dyslexie multifactorieel verklaard (meerdere factoren bepalen dyslexie) - Niet alle bekende verklaringsgronden komen bij alle dyslectische kinderen voor. Daarom houden we het bij een beschrijvende definitie We gaan dyslexie op 3 niveaus bekijken, volgens De Jong (2014), het verklaringsmodel: - Answer: 1. Biologisch 2. Cognitief 3. Gedrag a Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling - Answer: (PDDB) b International Dyslexia Association - Answer: (IDA) De definitie van de IDA volgen we, benoemd door De Jong (2014): - Answer: 1. Dyslexie is een specifieke leerstoornis van neurobiologische oorsprong. 2. De stoornis wordt gekenmerkt door moeilijkheden met accurate en/of vlotte woordherkenning en door geringe spelling- en decodeervaardigheden. 3. Deze moeilijkheden zijn doorgaans het gevolg van een stoornis in de fonologische component van taal 4. en zijn veelal onverwacht in het licht van (a) andere cognitieve vaardigheden en (b ) aanbod van effectieve instructie in de klas . 5. Secundaire consequenties omvatten problemen met begrijpend lezen en een geringere leeservaring, die de ontwikkeling van de woordenschat en kennis van de wereld kunnen belemmeren. Specifieke leerstoornis (/dyslexie) - Answer: - Het is een op zichzelf staand probleem, welke zich manifesteert in het lezen. - Een specifieke leerstoornis onderscheid zich van een algemene leerstoornis, door dat de specifieke leerstoornis (in dit verhaal het lezen) kwalitatief anders verloopt dan de rest van de lees- en spellingontwikkeling. Hierin maak je dus onderscheid tussen kinderen met dyslexie en taalachterstand. Kinderen met taalachterstand, volgen wel dezelfde stappen als de rest, maar heb je vaak meer tijd nodig. Met dyslexie volg je andere stappen. Het proces loopt anders en je hebt dus ook een andere interventie nodig - De specifieke leerstoornis is NIET het gevolg van de omgeving (school, gezin, buurt, cultuur) of probleem van het kind (intelligentie, gedrag, waarneming). Dus deze factoren hebben geen invloed op het probleem. Het ligt er bijvoorbeeld niet aan dat er geen goed onderwijs wordt gegeven of dat er thuis niet genoeg is voorgelezen. -functionele verschillen ( in hersen activiteit) je kijkt dus waar de activatie plaatsvindt. Dit kan door middel van een PET/MRI scan. Neurobiologische oorsprong - Answer: Het heeft te maken met het brein. Je kan op twee manieren naar het brein kijken: - Anatomische verschillen (hoe het gevormd / opgebouwd is) De Planum Temporale (PT) : hiervan weten we dat dit een rol speelt bij dyslexie. De bovenvlak van de temporaalkwab is 'normaal' links groter dan rechts. Ons lezen zit vooral in het linkerdeel. Bij kinderen met dyslexie is het deel aan de rechterkant ongeveer even groot. Er is dus geen sprake van a-symmetrie, zoals het moet zijn, maar van symmetrie. Maar: 1. Grote variatie in grootte en vorm van individuele breinen: dus wat is nou normaal en wat is afwijkend? 2. Vraagt om eenduidigheid in afgrenzing van gebieden 3. Diagnostische criteria 'dyslexie' niet eenduidig/uniform 4. Relatie tussen anatomische afwijking en stoornis/afwijking, wat is nou oorzaak en wat is gevolg? Dit is lastig/onduidelijk met breinonderzoek. We maken het nog iets complexer, door te kijken: hoe ontwikkelt een brein zich? - Answer: Door genen! Welke je krijgt van je ouders. We weten nu dat genen invloed heeft op dyslexie: - Een kind met één ouder met dyslexie: 40-50% - Bij twee dyslectische ouders: 80% En die genen bepalen ook hoe ons brein eruit ziet en hoe deze werkt. Genen sturen migratie van cellen en groei van uitlopers van neuronen. Daarnaast zijn er vier genen geïdentificeerd met dyslexie. Biologische verklaring: - Answer: draait dus om genen en structuur/functie van de hersenen. Goed om te weten, maar als orthopedagoog houden wij ons vooral bezig met de cognitie en gedrag: Accurate en/of vlotte woordherkenning en geringe spelling- en/of decodeervaardigheden: - Answer: - Accuraat: veel fouten - Vlot: te langzaam tempo - Woordherkenning: woordniveau Wanneer spreken we over achterstand? Afgezet tegen de norm: 10% Als we dan kijken naar het stukje gedrag van het verklaringsmodel, spreken we dus over: - Answer: moeilijkheden met accurate en/of vlotte woordherkenning en geringe spelling- en decodeervaardigheden. Dit kunnen we snel ontdekken aan de hand van verschillende testjes. ] De fonologische component van taal Problemen op drie variabelen: - Answer: a) Problemen met fonemische analyse b) Problemen met snel benoemen c) (klank-teken koppeling) 1. Problemen met fonemische analyse/fonologisch tekort - Answer: - De verbinding tussen letters (grafemen) en klanken (fonemen) is zwak en te weinig gespecificeerd. De verbinding tussen klanken en letters is onvoldoende geautomatiseerd in ons geheugen. Dus de verbinding tussen het fonologische (klanken) en orthografische (letters) is niet goed. Hier draait het fonologisch tekort om. - Er worden onvoldoende of incorrecte klankcodes in het geheugen opgeslagen - Alternatieven/strategie • Raden: route via semantische code (risico: fouten) • Spellen: moeite met inslijpen visuele woordpatronen (letter-voor-letter-verklanken) (risico: langzaam tempo) Hoe meet je het fonologisch tekort? / Diagnostiek: - Answer: fonemische analyse en pseudo-woorden - Fonemische analyse: - Answer: De fonemische analyse test (FAT-R): kijkt naar foneem weglating en foneem verwisseling (zie college 1). - Pseudo-woorden: - Answer: Zijn woorden die geen betekenis hebben, maar qua klankstructuur identiek zijn aan wel bestaande woorden. Dus het bevatten bestaande grafeemclusters en lettergrepen. Hieronder zie je aan de linkerkant (EMT) de bestaande woorden en aan de rechterkant de pseudowoorden. Dit noemen we de klepel. Maar hoe gaat dit nou? 1. Discrepantie tussen Een minuut test en Klepel: - Answer: - EMT voldoende en klepel onvoldoende & groot verschil: Zwakke fonologische route / een fonologisch tekort: adequate lexicale route. Ze kunnen goed gebruik maken van de context en hun lexicon. Dit maakt dat ze wel goed kunnen lezen door middel van gebruik van de lexicon, ook al kunnen ze moeilijk decoderen. 2. OMDIS (Omgekeerde discrepantie) - EMT onvoldoende en klepel voldoende & groot verschil: Dit gebeurd niet veel. Er is dan geen fonologisch tekort, maar dit betekend dat er problemen zijn met woordenschat/lexicon. 3. NONDIS (geen discrepantie) - Beiden voldoende: prima! - Beiden onvoldoende: geen compensatie mogelijkheid via lexicon, maar dus ook een fonologisch tekort. Eigenlijk een dubbele beperking. Hypothese fonologisch tekort: - Answer: - De fonologische verwerking is bron van leesprobleem (phonological dyslexia) - De verwerking via de lexicale route is de bron van leesproblemen (lexicale stoornis/surface dyslexia) - Beide routes lopen verstoord (dubbele stoornis) Conclusie fonologisch tekort: - Answer: - Gebrekkige kwaliteit (zwak of te weinig gespecificeerd) van fonologische representatie in lange termijn geheugen: - Gevolg: zwakke ontwikkeling van fonologisch / fonemisch bewustzijn: abstraheren van klanken - Kan (mogelijk) worden gecompenseerd door adequate lexicale route - Fonologisch tekort blijkt name tijdens de eerste fase van het leren lezen (Landerl & Wimmer, 2000) - Fonologisch tekorten treden het minst op in transparante talen (Holopainen, 2002). 2. Tekorten in het snel benoemen - Answer: In vorige college is dit ook al besproken: CBCL gebruik je hiervoor! - Problemen met toegankelijkheid van kennis - Meer effect bij hardop lezen, dan op stil lezen (van den Boer, 2014) - Manifesteert zich meer, naarmate de leesontwikkeling vordert GS - Answer: geen stoornis ESB - Answer: Enkele Stoornis benoemsnelheid ESF - Answer: Enkele Stoornis Fonemische vaardigheid DS - Answer: Dubbele stoornis 'double deficit'. Dyslexie typerend profiel (DTP): - Answer: 1. Fonologisch tekort: accuratesse en snelheid 2. Tekorten in benoemsnelheid: cijfers benoemen en letters benoemen 3. Tekorten in klank-teken koppeling: accuratesse en snelheid De vraag is, is het dyslexie typerend profiel een typerend profiel voor dyslexie? Of hebben ze nog andere kenmerken? - Answer: Overige cognitieve verklaringen: fonologisch geheugen/phonological memory en visuele-aandachtspanne. - Fonologisch geheugen/phonological memory: - Answer: Ben ik in staat om een aantal klanken na elkaar te onthouden en in dezelfde volgorde weer te geven? Het is dus het geheugen voor klanken. Het speelt dus een rol en een zwak auditief geheugen is een versterkende factor, maar niet kenmerkend voor dyslectici. Het is geen unieke factor. Het komt dus wel vaak voor bij dyslexie. - Visuele-aandachtspanne (VAS) (De Jong, 2014): - Answer: Niet alleen kijken naar het is een auditief probleem, maar dat het ook te maken heeft met het zien, het visuele. Het zou kunnen zijn dat de aandachtspanne, het stuk wat je in één keer kunt waarnemen bij kinderen met dyslexie anders is dan normaal. Is jouw aandachtsspanne bijvoorbeeld niet reikend over een heel woord, maar in stukjes. Dat betekend dat je het woord opdeelt en de verwerking van het woord verstoord loopt. VAS (visuele-aandachtspanne - Answer: is bepalend voor zowel hardop als stil lezen (Van den Boer, 2014). Hieruit kan je stellen dat VAS en fonologisch bewustzijn in dezelfde mate gerelateerd zijn aan hardop en stil lezen. - Het is een belangrijke vaardigheid en maakt onderscheid tussen wel of geen leesproblemen. - Het heeft een gemeenschappelijke variantie met rapid naming Het zou een bijdrage kunnen leveren aan diagnostisch instrumentarium als component van Dyslexie Typerend Profiel (DTP). Onverwachtheid bij leesproblemen - Answer: - Het leesprobleem is dus onverwacht in vergelijking tot andere cognitieve vaardigheden (bijvoorbeeld intelligentie). Normaliteitscriterium: - Answer: veronderstelt normale begaafdheid Discrepantiecriterium: - Answer: deze theorie is niet houdbaar, want: • Er is geen relatie tussen intelligentie/IQ als oorzaak van dyslexie • Verschillen in intelligentie hebben geen invloed op effecten van dyslexiebehandeling • Intelligentie verklaart 16-25% van leesprestaties De theorie is dus niet houdbaar, maar er wordt in de praktijk wel uitgegaan van een soort ondergrens: - Answer: IQ lager dan 70. Maar naast dat het onverwacht is in intelligentie, kan je ook kijken naar onverwachtheid m.b.t. instructie en oefeningen etc. Dus dat er wel genoeg aandacht aan het probleem/lezen is besteed, maar alsnog onverwachts het kind dyslexie heeft. Je gaat als orthopedagoog dan aan de leraar vragen wat er allemaal is gedaan en zij hebben er alles aan gedaan, dan kan je stellen dat ondanks al het onderwijs, extra tijd etc. het kind alsnog niet goed kan lezen. Onverwachts dus. Als je deze theorie wilt aanhouden, zitten er wel een paar voorwaardes aan vast: - Het vraagt om een uitgebreid leerlingvolgsysteem (RtI) - Meer dan twee metingen per jaar - Methode gebonden toetsen - Kwaliteit van het onderwijs: kijken naar het primaire proces (regulier aanbod), zorgsysteem en interventies Consequenties van leesproblemen: - Answer: Mattheus effect, motivatieproblemen,je voelt als kind een achterstand - Mattheus effect: - Answer: degene die heeft, zal gegeven worden. Op het moment dat je kunt lezen, ben je in staat om leeskilometers te maken. Dan leer je beter lezen. Kan je beter lezen, krijg je interesse in boeken en ga je weer meer lezen. In tegenstelling tot leesproblemen: je gaat minder lezen, minder oefenen en de achterstand wordt groter. Tot nu toe hebben we gesproken over EED: enkelvoudige dyslexie. Maar is dit het? Of kunnen we ook spreken over co-morbiditeit? - Answer: - We hebben een aantal vormen die samen komen met ADHD of SLI (spraakproblemen). Maar ook dyscalculie en DCD (developmental coördination disorder). Relevantie: - Verloop ene stoornis kan invloed zijn op de ontwikkeling van de andere stoornis en andersom. - Answer: Er kan iets gemeenschappelijks zitten in de problemen, die elkaars problemen kunnen verklaren. Een gemeenschappelijke factor die dus beide problemen kunnen verklaren. Hier wordt nu onderzoek naar gedaan. Maar dit geeft in ieder geval al de complexiteit van co-morbiditeit aan. - Inzicht in neurobiologische achtergronden (gedeelde risicofactoren?) - Answer: En zonder co-morbiditeit is er sprake van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) Van der Leij, 2016; dyslexie: - Answer: Hardnekkige stoornis in het leren lezen en/of spellen die primair te herleiden is tot kenmerken van het individu. Wanneer mag je denken aan dyslexie? - Answer: - Ernstige achterstand E-scores (10%) op (woord)lezen óf D-scores op (woord) lezen én E-scores op spellen - Hardnekkigheid ('resistentie') Minimaal drie meetmomenten achtereen E-scores op lezen en/of spellen ondanks systematisch uitgevoerde extra hulp (min. half jaar). - Groot verschil tussen scores op lezen (en/of spellen) en scores op andere vakken (rekenen, zaakvakken, woordenschat) - Zwakke scores (10%) op fonemisch bewustzijn en/of benoemsnelheid en/of klanktekenkoppeling - Leesproblemen niet het gevolg van: problemen met zien en/of horen, zwakbegaafdheid (IQ70) SLI (taalstoornis) Slecht leesonderwijs Hoe plegen we nou de diagnostiek in het onderwijs? - Answer: Het gaat om 4 niveaus van zorg : in de klas, niveau 2 in de klas alleen intensiever, niveau 3 binnen de school en met specifieke interventies, niveau 4 als het nog niet lukt met intensieve behandeling dan over naar externe behandeling. Niveau 1: in de klas - Answer: - Stap 1 en 2: goed (lees)onderwijs • Doelgericht / opbrengst gericht werken • Effectief methodegebruik • Voldoende leertijd (420 min per week) • Omgaan met verschillen: directe instructie en convergentie differentiatie • Aandacht voor leesmotivatie - Stap 3: gebruik LVS, leerlingvolgsysteem • Criteriumtoetsen (DTLAS) • Methode gebonden toetsen (kernen VLL) • Methode onafhankelijke toetsen (CITO) • Dekkende toetskalender (minimaal 2 keer per jaar) • Sleutelvaardigheden/deelvaardigheden Niveau 2: - Answer: in de klas, alleen intensiever! Uitbreiding instructie- en oefentijd (small-group intervention) Niveau 3: - Answer: binnen de school en je maakt gebruik van specifieke interventies (individual intervention) Niveau 4 - Answer: : als het nog niet lukt binnen de school met alle mogelijkheden, ga je over naar externe behandeling Als we kijken naar niveau 2 tot 4 dan ga je - Answer: vaak kijken naar de RTI (respons to instruction) je gaat kijken hoe iemand op de behandeling reageert en daar wordt de interventie op afgestemd., voorwaarde is wel dat er continue gemonitord wordt op voortgangl Bij Je hebt verschillende soorten diagnoses voor leesproblemen:# onderkennende en verklarende diagnose, indicerende diagnose. › Onderkennende diagnose: - Answer: Vaststellen achterstand Vaststellen didactische resistentie › Verklarende diagnose - DTP - Answer: Fonemisch bewustzijn (accuratesse / tempo) Klank - teken koppeling (accuratesse / tempo) Benoemsnelheid (cijfers / letters) › Indicerende diagnose (Loykens e.a., 2010; De Jong & Koomen, 2011) - Answer: Automatiseren van kennis en procedures (intensiteit) Afstemming Leren gebruiken van compensaties Emotionele weerbaarheid Therapeutische relatie

Meer zien Lees minder
Instelling
Leer-en Onderwijsproblemen - Leer-en Onderwijsprob
Vak
Leer-en onderwijsproblemen - leer-en onderwijsprob

Voorbeeld van de inhoud

Leer en onderwijsproblemen college
technisch lezen deel 2 Questions and
Complete Solutions Graded A+
Leesproblemen (Struiksma e.a. (2012): hoe manifesteren leesproblemen zich? - Answer: 1. onvoldoende
beheersing van deelvaardigheden.

2. Hardnekkig spellen of raden

3. Te weinig gebruikmaken van de context.

4. Onvoldoende leestempo



1. Onvoldoende beheersing van deelvaardigheden (dit is pas een probleem vanaf groep 4!) - Answer: Is
eigenlijk meteen de ernstigste. De deelvaardigheden waar het hierom gaat is: klank-teken koppeling en
auditieve synthese. Om deze deelvaardigheden te kennen, heb je andere vaardigheden nodig
(temporele orde waarneming, auditieve discriminatie, visuele discriminatie, visuele analyse, zijn er
leesproblemen dan kijk je naar deze vaardigheden, begrippen



- Lagere deelvaardigheid: Temporele orde waarneming: - Answer: volgorde van letters in woorden



- Lagere deelvaardigheid: Auditieve discriminatie: - Answer: verschil tussen klanken kunnen horen



- Lagere deelvaardigheid: Visuele discriminatie: - Answer: verschil tussen klanken kunnen zien



- Lagere deelvaardigheid: Visuele analyse: - Answer: woorden moet je uit elkaar kunnen halen



- Lagere deelvaaridgheid: Begrippen: - Answer: en je moet begrippen kennen



Als deze problemen voorkomen, ga je kijken naar de zwart omcirkelde vaardigheden hoe dat zit en daar
hebben ze allemaal toetsjes voor gemaakt. Zwart omcirkelde vaardigheden worden ook wel de lagere
deelvaardigheden genoemd en de twee rood omcirkelde cruciale vaardigheden

, Wat zijn twee cruciale vaardigheden voor technisch lezen? - Answer: auditieve synthese en klank teken
koppeling



2.Hardnekkig spellen of raden - Answer: Je probeert wel tot een bepaalde verkorting te komen. En een
aantal woorden lees je al via route 3 (vorige college), maar als het in een bepaalde zin komt, gaat dit nog
te traag en is het nog niet goed geautomatiseerd. Je kan dan dus nog niet goed lezen.

Kinderen kiezen dan of voor de veilige weg: hardop spellen of een andere optie is dat ze voortdurend
route 3 kiezen en gaan raden. Ze denken dan dat ze weten wat er staat, ze zien een woordje staan en
denken: oh die heb ik al gelezen! Ze gaan dan van dit woord uit en raden dus dat dat woord er staat,
terwijl er een ander woord staat.



Hardnekkige raders en hardop spellers hebben wel dezelfde bron: - Answer: ze kennen bepaalde
woorden nog niet. Ze lossen het probleem anders op, maar het is hetzelfde.

- Let op: het is niet altijd zo dat hardop spellen of raden een leesprobleem is. Als je iemand een moeilijke
tekst voorschotelt, gaat iedereen op een gegeven moment hardop spellen of raden. Bekijk het dus altijd
in de context van het kind en de tekst. Je moet dus altijd kijken naar de leerlingkenmerken en de
tekstkenmerken:



Leerling: - Answer: • Letterkennis

• Visuele synthese

• Auditief geheugen

• Woordenschat



Tekst: - Answer: • Moeilijkheidsgraad woorden

• Moeilijkheidsgraad tekst

• Frequentie woorden

• Aanbiedingsvorm



3. Te weinig of teveel gebruik maken van de context - Answer: Kinderen kunnen soms te veel gebruik
maken van de context. Ze gaan dan bepaalde woorden al invullen/raden, terwijl deze betekenis niet bij
het woord/de zin past. Andere kinderen maken juist te weinig gebruik van de context, waardoor ze
woordje voor woordje gaan lezen, alsof het van onder naar boven staat geschreven en het allemaal
losse woorden zijn. #

4. Onvoldoende leestempo #(tijdconsumerend lezen)

Geschreven voor

Instelling
Leer-en onderwijsproblemen - leer-en onderwijsprob
Vak
Leer-en onderwijsproblemen - leer-en onderwijsprob

Documentinformatie

Geüpload op
24 maart 2025
Aantal pagina's
13
Geschreven in
2024/2025
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

$14.99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
YourExamplug Grand Canyon University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
197
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
26
Documenten
16618
Laatst verkocht
2 dagen geleden
Your Exm Plug

Assignments, Case Studies, Research, Essay writing service, Questions and Answers, Discussions etc. for students who want to see results twice as fast. I have done papers of various topics and complexities. I am punctual and always submit work on-deadline. I write engaging and informative content on all subjects. Send me your research papers, case studies, psychology papers, etc, and I’ll do them to the best of my abilities. Writing is my passion when it comes to academic work. I’ve got a good sense of structure and enjoy finding interesting ways to deliver information in any given paper. I love impressing clients with my work, and I am very punctual about deadlines. Send me your assignment and I’ll take it to the next level. I strive for my content to be of the highest quality. Your wishes come first— send me your requirements and I’ll make a piece of work with fresh ideas, consistent structure, and following the academic formatting rules. For every student you refer to me with an order that is completed and paid transparently, I will do one assignment for you, free of charge!!!!!!!!!!!!

Lees meer Lees minder
4.2

69 beoordelingen

5
39
4
16
3
7
2
4
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen