Filosofie van de Communicatie
Hoorcollege 1 – Normatieve ethiek
Toetsing:
● Midterm: PC/online examen, 50%
● Schrijfopdracht: 50%
Takken van de ethiek
● Niet-normatieve ethiek
○ Descriptieve ethiek
○ Meta-ethiek: vanwaar universeel ethisch aanvoelen
● Normatieve ethiek
○ Algemene normatieve ethiek: morele theorieën (HC.1)
○ Toegepaste ethiek
- Bioethiek, media-ethiek, business ethics
- Media ethiek (HC.2)
Meta-ethiek
● Thomas Hobbes (1588-1679)
○ Egoïstische voorzichtigheid
○ Belang van het (sociaal) contract
○ Focus op menselijke rationaliteit
● Frans de Waal (1948)
○ Biologische basis van eerlijkheid en altruïsme
○ Aandacht voor continuïteit ethische gevoeligheid dieren → mensen
5 morele theorieën
1. Utilitarisme (ook gekend als het consequentialisme)
Gaat over gevolgen van acties en over welke gevolgen “het best” zijn voor een “zo groot
mogelijk aantal” (mensen?...)
● Maar: wat is ‘goed’?
● Jeremy Bentham (1748-1832):
○ Hedonisme: plezier/pijn kwantitatief
● John Stuart Mill (1806-1873)
○ Ook kwalitatieve verschillen in plezier/pijn
● Preferentie-utilitarisme
1
, ○ Weg van nadruk op plezier/pijn naar 'bevrediging van voorkeuren’
● Handelingsutilitarisme vs regelutilitarisme
○ Handelingsutilitarisme: elke handeling op zich beschouwd
○ Regelutilitarisme: alleen handelingen die veralgemeend kunnen worden in regels (=
een stap richting deontologie)
Voordelen:
- Ethisch progressief (dieren, vrouwen)
- Gebaseerd op (modern) gezond verstand
- Interessant voor beleid
Nadelen:
- Opofferen van minderheden
- Speculatief (welke gevolgen zullen er zijn?)
- Gedane beloftes
- Geen plaats voor belang van persoonlijke relaties
- Supererogatorische conclusies
- Peter Singer: altijd eerst gelijkheid dan pas winkelen → vrede, armoede altijd grootste
goed (al het geld naar goede doelen)
2. Deontologische ethiek (ook gekend als het plichtenleer)
Is het ethisch voldoende om de beste uitkomst na te streven?
Is het ethisch nodig om de beste uitkomst na te streven?
● Deon: plicht, logos: studie → plichtenleer
● Sommige daden zijn slecht, ongeacht de goede gevolgen
● Sommige daden zijn goed, ongeacht de slecht gevolgen
● Intenties zijn belangrijk (‘uit plicht’)
Bedenker van deontologie: Immanuel Kant (1724-1804)
● Verlichtingsfilosoof
○ Rede, autonomie en vrijheid
○ Universele ethiek gebaseerd op…
- rationeel uitoefenen
- van menselijke keuzevrijheid
- met respect voor andermans autonomie
● Vrije wil en autonomie (“zichzelf de wet stellen”)
○ Praktische rede
○ Goede wil → intentie belangrijker dan uitkomst
Plichten: wat we moeten doen
2
, ● Twee vormen van ‘moeten”:
○ Hypothetische imperatief:
■ Als je X wil, moet je Y doen
- Als je wil eten, moet je eten kopen.
- Als je de lotto wilt winnen, moet je een lot kopen.
- Als je een goede wetenschapper wil worden, moet je hard leren.
○ Categorische imperatief:
■ Je moet Y doen./Je mag Y niet doen.
- Je mag niet moorden.
- Je mag niet stelen.
- Je mag niet liegen.
■ Eerste formulering:
“Handel steeds volgens een dergelijke gedragsregel waarvan je tevens
kunt willen dat die een universele wet wordt”
- Voorbeeld: valse belofte
- Ik vraag aan mijn vriend om mij geld te lenen, hoewel ik weet
dat ik het geld niet kan terugbetalen
- Je kan een belofte maken, maar kan je willen dat deze belofte
een universele wet wordt?
■ Tweede formulering:
“Handel steeds zo dat je het menszijn, zowel in je eigen persoon als in
die van elk ander, nooit louter als middel, maar steeds tegelijk als doel
beschouwt.”
- Voorbeeld: valse belofte
- Ik vraag aan mijn vriend om mij geld te lenen, hoewel ik weet
dat ik het geld niet kan terugbetalen
- Gebruik ik mijn vriend als een doel op zich of louter als middel
om mijn doel te bereiken?
Voordelen:
- Respect en autonomie
- Goede intenties
- Je plicht doen
- Voorspelbaarheid in relaties
- Afdwingbaarheid
Nadelen:
- Wat met conflicterende plichten?
- Wat met de rol van emoties? → Korsgaard
- Wat met daden met slechte gevolgen?
- Hoe inclusief of exclusief is het idee van ‘rationele persoon’? → Mills/Regan
3
Hoorcollege 1 – Normatieve ethiek
Toetsing:
● Midterm: PC/online examen, 50%
● Schrijfopdracht: 50%
Takken van de ethiek
● Niet-normatieve ethiek
○ Descriptieve ethiek
○ Meta-ethiek: vanwaar universeel ethisch aanvoelen
● Normatieve ethiek
○ Algemene normatieve ethiek: morele theorieën (HC.1)
○ Toegepaste ethiek
- Bioethiek, media-ethiek, business ethics
- Media ethiek (HC.2)
Meta-ethiek
● Thomas Hobbes (1588-1679)
○ Egoïstische voorzichtigheid
○ Belang van het (sociaal) contract
○ Focus op menselijke rationaliteit
● Frans de Waal (1948)
○ Biologische basis van eerlijkheid en altruïsme
○ Aandacht voor continuïteit ethische gevoeligheid dieren → mensen
5 morele theorieën
1. Utilitarisme (ook gekend als het consequentialisme)
Gaat over gevolgen van acties en over welke gevolgen “het best” zijn voor een “zo groot
mogelijk aantal” (mensen?...)
● Maar: wat is ‘goed’?
● Jeremy Bentham (1748-1832):
○ Hedonisme: plezier/pijn kwantitatief
● John Stuart Mill (1806-1873)
○ Ook kwalitatieve verschillen in plezier/pijn
● Preferentie-utilitarisme
1
, ○ Weg van nadruk op plezier/pijn naar 'bevrediging van voorkeuren’
● Handelingsutilitarisme vs regelutilitarisme
○ Handelingsutilitarisme: elke handeling op zich beschouwd
○ Regelutilitarisme: alleen handelingen die veralgemeend kunnen worden in regels (=
een stap richting deontologie)
Voordelen:
- Ethisch progressief (dieren, vrouwen)
- Gebaseerd op (modern) gezond verstand
- Interessant voor beleid
Nadelen:
- Opofferen van minderheden
- Speculatief (welke gevolgen zullen er zijn?)
- Gedane beloftes
- Geen plaats voor belang van persoonlijke relaties
- Supererogatorische conclusies
- Peter Singer: altijd eerst gelijkheid dan pas winkelen → vrede, armoede altijd grootste
goed (al het geld naar goede doelen)
2. Deontologische ethiek (ook gekend als het plichtenleer)
Is het ethisch voldoende om de beste uitkomst na te streven?
Is het ethisch nodig om de beste uitkomst na te streven?
● Deon: plicht, logos: studie → plichtenleer
● Sommige daden zijn slecht, ongeacht de goede gevolgen
● Sommige daden zijn goed, ongeacht de slecht gevolgen
● Intenties zijn belangrijk (‘uit plicht’)
Bedenker van deontologie: Immanuel Kant (1724-1804)
● Verlichtingsfilosoof
○ Rede, autonomie en vrijheid
○ Universele ethiek gebaseerd op…
- rationeel uitoefenen
- van menselijke keuzevrijheid
- met respect voor andermans autonomie
● Vrije wil en autonomie (“zichzelf de wet stellen”)
○ Praktische rede
○ Goede wil → intentie belangrijker dan uitkomst
Plichten: wat we moeten doen
2
, ● Twee vormen van ‘moeten”:
○ Hypothetische imperatief:
■ Als je X wil, moet je Y doen
- Als je wil eten, moet je eten kopen.
- Als je de lotto wilt winnen, moet je een lot kopen.
- Als je een goede wetenschapper wil worden, moet je hard leren.
○ Categorische imperatief:
■ Je moet Y doen./Je mag Y niet doen.
- Je mag niet moorden.
- Je mag niet stelen.
- Je mag niet liegen.
■ Eerste formulering:
“Handel steeds volgens een dergelijke gedragsregel waarvan je tevens
kunt willen dat die een universele wet wordt”
- Voorbeeld: valse belofte
- Ik vraag aan mijn vriend om mij geld te lenen, hoewel ik weet
dat ik het geld niet kan terugbetalen
- Je kan een belofte maken, maar kan je willen dat deze belofte
een universele wet wordt?
■ Tweede formulering:
“Handel steeds zo dat je het menszijn, zowel in je eigen persoon als in
die van elk ander, nooit louter als middel, maar steeds tegelijk als doel
beschouwt.”
- Voorbeeld: valse belofte
- Ik vraag aan mijn vriend om mij geld te lenen, hoewel ik weet
dat ik het geld niet kan terugbetalen
- Gebruik ik mijn vriend als een doel op zich of louter als middel
om mijn doel te bereiken?
Voordelen:
- Respect en autonomie
- Goede intenties
- Je plicht doen
- Voorspelbaarheid in relaties
- Afdwingbaarheid
Nadelen:
- Wat met conflicterende plichten?
- Wat met de rol van emoties? → Korsgaard
- Wat met daden met slechte gevolgen?
- Hoe inclusief of exclusief is het idee van ‘rationele persoon’? → Mills/Regan
3