C1/13 Sang (bloed) – humaan - May Grünwald Giemsa
Bloeduitstrijkje waarbij we een kleuring hebben
gebruikt die een onderscheid maakt tussen rode bloedcellen en witte bloedcellen. Rode bloedcellen
,zijn duidelijke biconcave schijfjes en in grote aantallen aanwezig. Ze zijn ongeveer 7 micrometer
groot en kernloos. De witte bloedcellen daarentegen bevatten wel allemaal een kern.
Witte bloedcellen kunnen we opdelen in granulocyten en agranulocyten. Granulocyten hebben
grana/korrels in hun cytoplasma.
Granulocyten
1. Neutrofielen
Als je een telling zou doen zou je heel erg veel neutrofielen terug vinden. Ze maken 60-70% van alle
witte bloedcellen uit. Hun cytoplasma is vrij neutraal van kleur, doordat ze grana hebben in hun
cytoplasma met stoffen die zowel zure als basische eigenschappen hebben die gaan binden aan
basische en zure stoffen respectievelijk. Zo krijg je een neutrale kleur.
Kenmerken:
- Neutraal cytoplasma
- Kern is opgedeeld in 2-5 segmentjes
2. Eosinofielen
Komen ook vaak voor. Heeft ook een kern in verschillende segmenten maar als je kijkt naar
cytoplasma zit het vol korrels waarvan de kleur een beetje gelijkaardig is aan de kleur van de rode
bloedcellen. De kleurstof die het meest wordt opgenomen is namelijk eosine, vandaar ook
eosinofiele granulocyt. Vormt ongeveer 4% van de bloedcellen en komt dus minder frequent voor.
Beter zoeken op preparaten.
Kenmerken:
- Donker cytoplasma vol met grana
- Kern in verschillende segmenten
3. Basofielen
Komt heel erg weinig voor, nog niet teruggevonden in een van de preparaten. Niet naar op zoek
gaan. Basofiel wil zeggen dat er een paarse korrel aanwezig zou zijn in cytoplasma.
Agranulocyten
De agranulocyten bestaan uit een kern met een bepaalde vorm en noemen we daarom ook wel de
mononucleaire agranulocyten noemen. Onderverdelen in lymfocyten en
1. Lymfocyten
Zullen ongeveer 20% van populatie witte bloedcellen uitmaken.
Kenmerken:
- Zeer duidelijke kern
- Weinig cytoplasma
- Je ziet een paarse stip als kern
2. Monocyten
Gaan ongeveer 5% van populatie witte bloedcellen uitmaken.
Kenmerken:
- Niervormige tot hoefijzervormige kern
- Beetje blauw-paars gekleurd cytoplasma
- Geen grana of korrels
Naast witte bloedcellen/leukocyten en rode bloedcellen/erythrocyten hebben we ook nog de
bloedplaatjes/thrombocyten. Deze zijn heel erg klein, paarse stipjes. Worden gevormd doordat je in
het beenmerg megakaryocyten hebt waar brokjes cytoplasma van afbrokkelt. In principe zou je nog
hyalomeer en granulomeer kunnen terugvinden in de bloedplaatjes maar deze kan je niet
terugvinden in onze preparaatjes.
, Foto’s preparatenbespreking
Links: overgrote roze deel zijn rode bloedcellen. Waar de muisknop op staat is een eosinofiele
granulocyt en de rest van de paarse cellen die je ziet (behalve de paarse stip) zijn neutrofiele
granulocyten.
Rechts: Bij de zwarte pijlen zie je lymfocyten, en bij de groene pijl zie je een monocyt. In de blauwe
cirkels zie je voorbeelden van bloedplaatjes.
Foto’s zelf bekijken preparaat
Links: Overzicht preparaat
C2/4 Medulla ossium rubra (rood beenmerg) – rund - AZAN