Inleiding belastingrecht
Les 1: 30-1-2023
Belangrijke punten HC1:
Analytische inkomstenbelasting: Box 1 heeft niks met box 2 te maken. Het wordt
afzonderlijk van elke box uitgerekend. Je mag de boxen niet verrekenen met elkaar.
Je mag binnen de box wel verrekenen met elkaar.
o Als u verstand heeft van het belastingrecht, dan kun je kijken of je iets uit box
3 kan halen om in box 2 te zetten.
Synthetische inkomensbelasting: Alle belasting op 1 stapel, over deze stapel
betaal je belasting. is niet in Nederland
Week 1:
Samenvatting artikel: Een vlaktaks komt vanzelf – Stevens
Een vlaktaks is een belastingtarief, zonder aftrekposten. In het belastingstelsel van
Nederland wemelt het van bepalingen die niet met een verdeling van belasting te maken
hebben, maar met een milieudoelstelling, bevorderen van maatschappelijk-cultureel-ethische
beleggingen, spaarzin, remmen drank- en tabaksgebruik, stimuleren arbeidsparticipatie,
maar hebben niks met draagkracht te maken.
In de 20e eeuw lag het primaat van de belastingheffing nog bij de sociale rechtvaardigheid en
het draagkrachtbeginsel, en in de 21e eeuw het zwaartepunt bij ecologische en
duurzaamheidscriteria.
Hoofdstuk 1+2 Inleiding Belastingheffingen
Hoofdstuk 1: De fiscale geschiedenis van Nederland in vogelvlucht
1.0 Inleiding
Belastingen in juridische zin zijn alle betalingen die de overheid op grond van een
publiekrechtelijke regeling, uitsluitend of mede ter verwerving van inkomsten door de in die
regeling aangewezen lichamen, en anders dan op grond van een privaatrechtelijke
overeenkomst, dwangmatig en overeenkomstig algemene regelen vordert. – een bijdrage
aan de overheid waartegenover geen bepaalde tegenprestatie wordt geleverd.
1.1.1 Belastingheffing vroeger
In de oudheid waren belastingen buitengewone heffingen die in de tijden van ‘nood’, zoals
oorlogsvoering of het bouwen van kastelen, werden opgelegd aan de boeren, burgers en
buitenlui. Een van de belastingen was grondbelasting, een directe belasting. De keizer hield
toen ook al een beetje rekening met het draagkrachtbeginsel, aangezien vruchtbare akkers
,zwaarder belast werden. Maar in de Romeinse Tijd werd belasting veelal voldaan door
betaling in Natura, bijvoorbeeld met een rund.
In de middeleeuwen waren de geestelijken en adel volledig vrijgesteld van belastingheffing
(privileges), en deden vooral de burgers, boeren en lijfeigenaren betalen. Maar deze
belastingheffing was vooral regionaal en lokaal geregeld, in de vorm van accijnzen. Accijnzen
zorgen in de 21e eeuw voor ontmoediging van het kopen van producten, maar toen was dit
alleen bedoeld voor inkomen te verschaffen voor de Overheid, op de meest gekochte
producten.
Toen Frankrijk met Napoleon Nederland inviel, kreeg Nederland voor het eerst een nationaal
belastingstelsel met een centraal ambtelijk apparaat voor het innen van belastingen. Een
belangrijk onderdeel van de Franse belastingheffing van Gogel, was streven naar een
eerlijke verdeling van inkomen.
Directe belastingen zijn belastingen op inkomen, winst en vermogen. Deze belasting draagt
u zelf af aan de belastingdienst. - inkomensbelasting
Indirecte belastingen zijn belastingen die worden afgedragen door iemand anders aan de
belastingdienst. Deze is verwerkt in de prijs van goederen en diensten. – accijns
De benadering van de historici Pierson was dat de inkomensbelasting niet moest worden
geheven over de inkomsten maar over het vermogen van de desbetreffende persoon.
Maar later kwam daar een synthetische inkomstenbelasting voor in de plaats. Hierbij wordt
het inkomen uit diverse inkomensbronnen bij elkaar opgeteld, en daarna belast naar een
uniform tarief.
Maar de meeste regels die nu nog steeds gelden, komen uit de oorlogsperiode met
Duitsland. Bijvoorbeeld de bronnentheorie: een voordeel kan alleen als inkomen belast
worden als het afkomstig is uit een permanente bron.
Hoofdstuk 2: Algemene aspecten
2.1 Soorten belastingen
De verschillende belastingen in Nederland:
Soort belasting Subject en object van
heffing
Inkomstenbelasting Mensen over hun inkomen
Loonbelasting – voorheffing op de te betalen Mensen over hun loon
inkomstenbelasting;
Vennootschapsbelasting Lichamen over hun winst
Omzetbelasting Ondernemers over de
toegevoegde waarde in hun
omzet
Onroerendezaakbelasting Mensen en lichamen over
een eigen pand
Erfbelasting Mensen en lichamen over
een ontvangen erfenis
Schenkbelasting Mensen en lichamen over
een ontvangen schenking
Kansspelbelasting Mensen en lichamen over
een gewonnen prijs uit een
kansspel
, Motorrijtuigenbelasting Mensen en lichamen over
auto- en motorbezit
Overdrachtsbelasting Mensen en lichamen over de
verkrijging van een
onroerende zaak
De belastingen zijn gebaseerd op rechtvaardigingsgronden; draagkrachtbeginsel en
profijtbeginsel. Draagkrachtbeginsel bij loon- en inkomstenbelasting; omdat een persoon
inkomen geniet, kan hij bijdragen aan de collectieve lastendruk. Profijtbeginsel is de
gedachte dat je belasting moet betalen omdat je gebaat bent bij activiteiten van de overheid.
(bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting).
2.2 Welke functies hebben belastingen?
De belangrijkste inkomensbron voor de schatkist van de overheid is de belastingopbrengst,
dit noemt men de budgettaire functie van belastingen. Daarnaast worden ze ook ingezet
als middel om een bepaald sociaal of economisch doel te bereiken. Dit noemt met de
instrumentele functie, de principiële grens van de instrumentele functie ligt in het gegeven
dat het recht intrinsieke waarde behelst, zoals het gelijkheidsbeginsel, die niet inwisselbaar
zijn. Als dit wel het geval is, dan moet er voldoende rechtvaardigheid zijn; door middel van
voordelen voor alle belastingbetalers. Er moet wel worden gekeken bij instrumentele
maatregelen of het gedrag van de burger makkelijk te beïnvloeden is, door middel van de
effectiviteit en de doelmatigheid van de maatregel. Ook heeft de fiscale wetgeving een
waarborgfunctie, de waarde van de staat zijn daarbij aan de orde (rechtsgelijkheid en
rechtszekerheid).
2.3 Draagkrachtbeginsel
Het draagkrachtbeginsel zegt dat belastingheffing dwingend afhangt van iemand
mogelijkheid om belasting te betalen. De draagkracht, wordt meestal bepaald door de
vermogensvermeerdering inclusief een onbeperkte verliescompensatie.
Het draagkrachtbeginsel brengt ook met zich meer dat het eerste deel van het inkomen
onbelast zou moeten blijven, omdat je pas belasting kan betalen nadat je voor jezelf kan
zorgen. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met individuele omstandigheden,
zoals alimentatie.
2.4 Draagkrachtbeginsel en Wet IB 2001
De wet IB neemt het inkomen als maatstaf van heffing. Maar dit stelt niet dat dit naar
draagkracht is, want welk deel van je inkomen kan je afstaan en zijn er persoonlijke
omstandigheden aanwezig?
De Wet IB onderscheid drie verschillende soorten inkomens (art. 2.3 Wet IB 2001).
1. Box 1: Inkomen uit werk en woning – behaald uit een onderneming, een
dienstbetrekking en de koopwoning. (belast worden de werkelijke inkomsten, behalve
bij eigen woning)
2. Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang – inkomen behaald met een belang van
minimaal 5% in een bv. Of nv. (belast zijn de werkelijke inkomsten).
3. Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen (vermogensrendementsheffing) – inkomen
dat iemand behaald met zijn vermogen, zoals spaarrekeningen, effecten, en/of
onroerende zaken. (wordt niet belast met het werkelijke inkomsten, maar met een
forfaitair – dit wordt vastgesteld na het kalenderjaar voor een zo realistisch mogelijk
rendement – 2023 is het 6.17%).
Les 1: 30-1-2023
Belangrijke punten HC1:
Analytische inkomstenbelasting: Box 1 heeft niks met box 2 te maken. Het wordt
afzonderlijk van elke box uitgerekend. Je mag de boxen niet verrekenen met elkaar.
Je mag binnen de box wel verrekenen met elkaar.
o Als u verstand heeft van het belastingrecht, dan kun je kijken of je iets uit box
3 kan halen om in box 2 te zetten.
Synthetische inkomensbelasting: Alle belasting op 1 stapel, over deze stapel
betaal je belasting. is niet in Nederland
Week 1:
Samenvatting artikel: Een vlaktaks komt vanzelf – Stevens
Een vlaktaks is een belastingtarief, zonder aftrekposten. In het belastingstelsel van
Nederland wemelt het van bepalingen die niet met een verdeling van belasting te maken
hebben, maar met een milieudoelstelling, bevorderen van maatschappelijk-cultureel-ethische
beleggingen, spaarzin, remmen drank- en tabaksgebruik, stimuleren arbeidsparticipatie,
maar hebben niks met draagkracht te maken.
In de 20e eeuw lag het primaat van de belastingheffing nog bij de sociale rechtvaardigheid en
het draagkrachtbeginsel, en in de 21e eeuw het zwaartepunt bij ecologische en
duurzaamheidscriteria.
Hoofdstuk 1+2 Inleiding Belastingheffingen
Hoofdstuk 1: De fiscale geschiedenis van Nederland in vogelvlucht
1.0 Inleiding
Belastingen in juridische zin zijn alle betalingen die de overheid op grond van een
publiekrechtelijke regeling, uitsluitend of mede ter verwerving van inkomsten door de in die
regeling aangewezen lichamen, en anders dan op grond van een privaatrechtelijke
overeenkomst, dwangmatig en overeenkomstig algemene regelen vordert. – een bijdrage
aan de overheid waartegenover geen bepaalde tegenprestatie wordt geleverd.
1.1.1 Belastingheffing vroeger
In de oudheid waren belastingen buitengewone heffingen die in de tijden van ‘nood’, zoals
oorlogsvoering of het bouwen van kastelen, werden opgelegd aan de boeren, burgers en
buitenlui. Een van de belastingen was grondbelasting, een directe belasting. De keizer hield
toen ook al een beetje rekening met het draagkrachtbeginsel, aangezien vruchtbare akkers
,zwaarder belast werden. Maar in de Romeinse Tijd werd belasting veelal voldaan door
betaling in Natura, bijvoorbeeld met een rund.
In de middeleeuwen waren de geestelijken en adel volledig vrijgesteld van belastingheffing
(privileges), en deden vooral de burgers, boeren en lijfeigenaren betalen. Maar deze
belastingheffing was vooral regionaal en lokaal geregeld, in de vorm van accijnzen. Accijnzen
zorgen in de 21e eeuw voor ontmoediging van het kopen van producten, maar toen was dit
alleen bedoeld voor inkomen te verschaffen voor de Overheid, op de meest gekochte
producten.
Toen Frankrijk met Napoleon Nederland inviel, kreeg Nederland voor het eerst een nationaal
belastingstelsel met een centraal ambtelijk apparaat voor het innen van belastingen. Een
belangrijk onderdeel van de Franse belastingheffing van Gogel, was streven naar een
eerlijke verdeling van inkomen.
Directe belastingen zijn belastingen op inkomen, winst en vermogen. Deze belasting draagt
u zelf af aan de belastingdienst. - inkomensbelasting
Indirecte belastingen zijn belastingen die worden afgedragen door iemand anders aan de
belastingdienst. Deze is verwerkt in de prijs van goederen en diensten. – accijns
De benadering van de historici Pierson was dat de inkomensbelasting niet moest worden
geheven over de inkomsten maar over het vermogen van de desbetreffende persoon.
Maar later kwam daar een synthetische inkomstenbelasting voor in de plaats. Hierbij wordt
het inkomen uit diverse inkomensbronnen bij elkaar opgeteld, en daarna belast naar een
uniform tarief.
Maar de meeste regels die nu nog steeds gelden, komen uit de oorlogsperiode met
Duitsland. Bijvoorbeeld de bronnentheorie: een voordeel kan alleen als inkomen belast
worden als het afkomstig is uit een permanente bron.
Hoofdstuk 2: Algemene aspecten
2.1 Soorten belastingen
De verschillende belastingen in Nederland:
Soort belasting Subject en object van
heffing
Inkomstenbelasting Mensen over hun inkomen
Loonbelasting – voorheffing op de te betalen Mensen over hun loon
inkomstenbelasting;
Vennootschapsbelasting Lichamen over hun winst
Omzetbelasting Ondernemers over de
toegevoegde waarde in hun
omzet
Onroerendezaakbelasting Mensen en lichamen over
een eigen pand
Erfbelasting Mensen en lichamen over
een ontvangen erfenis
Schenkbelasting Mensen en lichamen over
een ontvangen schenking
Kansspelbelasting Mensen en lichamen over
een gewonnen prijs uit een
kansspel
, Motorrijtuigenbelasting Mensen en lichamen over
auto- en motorbezit
Overdrachtsbelasting Mensen en lichamen over de
verkrijging van een
onroerende zaak
De belastingen zijn gebaseerd op rechtvaardigingsgronden; draagkrachtbeginsel en
profijtbeginsel. Draagkrachtbeginsel bij loon- en inkomstenbelasting; omdat een persoon
inkomen geniet, kan hij bijdragen aan de collectieve lastendruk. Profijtbeginsel is de
gedachte dat je belasting moet betalen omdat je gebaat bent bij activiteiten van de overheid.
(bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting).
2.2 Welke functies hebben belastingen?
De belangrijkste inkomensbron voor de schatkist van de overheid is de belastingopbrengst,
dit noemt men de budgettaire functie van belastingen. Daarnaast worden ze ook ingezet
als middel om een bepaald sociaal of economisch doel te bereiken. Dit noemt met de
instrumentele functie, de principiële grens van de instrumentele functie ligt in het gegeven
dat het recht intrinsieke waarde behelst, zoals het gelijkheidsbeginsel, die niet inwisselbaar
zijn. Als dit wel het geval is, dan moet er voldoende rechtvaardigheid zijn; door middel van
voordelen voor alle belastingbetalers. Er moet wel worden gekeken bij instrumentele
maatregelen of het gedrag van de burger makkelijk te beïnvloeden is, door middel van de
effectiviteit en de doelmatigheid van de maatregel. Ook heeft de fiscale wetgeving een
waarborgfunctie, de waarde van de staat zijn daarbij aan de orde (rechtsgelijkheid en
rechtszekerheid).
2.3 Draagkrachtbeginsel
Het draagkrachtbeginsel zegt dat belastingheffing dwingend afhangt van iemand
mogelijkheid om belasting te betalen. De draagkracht, wordt meestal bepaald door de
vermogensvermeerdering inclusief een onbeperkte verliescompensatie.
Het draagkrachtbeginsel brengt ook met zich meer dat het eerste deel van het inkomen
onbelast zou moeten blijven, omdat je pas belasting kan betalen nadat je voor jezelf kan
zorgen. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met individuele omstandigheden,
zoals alimentatie.
2.4 Draagkrachtbeginsel en Wet IB 2001
De wet IB neemt het inkomen als maatstaf van heffing. Maar dit stelt niet dat dit naar
draagkracht is, want welk deel van je inkomen kan je afstaan en zijn er persoonlijke
omstandigheden aanwezig?
De Wet IB onderscheid drie verschillende soorten inkomens (art. 2.3 Wet IB 2001).
1. Box 1: Inkomen uit werk en woning – behaald uit een onderneming, een
dienstbetrekking en de koopwoning. (belast worden de werkelijke inkomsten, behalve
bij eigen woning)
2. Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang – inkomen behaald met een belang van
minimaal 5% in een bv. Of nv. (belast zijn de werkelijke inkomsten).
3. Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen (vermogensrendementsheffing) – inkomen
dat iemand behaald met zijn vermogen, zoals spaarrekeningen, effecten, en/of
onroerende zaken. (wordt niet belast met het werkelijke inkomsten, maar met een
forfaitair – dit wordt vastgesteld na het kalenderjaar voor een zo realistisch mogelijk
rendement – 2023 is het 6.17%).