Samenvatting hoorcolleges buiten Europese geschiedenis
China/Japan
China
- 500vc, Confucius. Dacht na over tijd, formuleerde hoe beter kan: hoe
werd China een stabiel land.
o Loyaliteit, familie, politieke machthebber.
o Doe een ander niet wat je zelf niet wil.
o Je bent minder belangrijk dan jouw familie, land, jezelf
wegcijferen voor grote plaatje.
o Basis Chinese overheid.
1368-1644: Ming Dynastie
- Verdrijven Mongoolse dynastie, Yuan.
- Geavanceerde landbouweconomie, genoeg eten.
- Gecentraliseerde bureaucratie, keizer+ambtenaren.
- Handelsposten Azië, Afrika en Midden-Oosten.
China meritocratisch bestuur, ambtenaren examens. Geleerde elite.
Opkomst Qing
- 16e eeuw: Mantsjoe vormt staat, naar Chinees voorbeeld (huwelijks
politiek etc.)
- Gaat minder met Ming dynastie, Qing wil China overnemen.
- Meerjaren plan: China veroveren, eerst Korea, Mongolië: omsingelen.
Qing dynastie
- 1644-1689. Manchu veroveren China -> Qing dynastie.
- Grondgebied/inwoneraantal verdubbeld, goede periode China.
- Chinezen moeten gewoonten Manchu overnemen: haardracht,
streng nageleefd.
Hoogtepunt macht/welvaart onder Qing
- 17e en 18e eeuw: stabiele/effectieve overheid: interne rust,
welvaart/vooruitgang, bevolking verdubbelde.
- Etnische Manchu aan top, ‘Han-Chinezen’ als ambtenaren.
Chinese keizerrijk
- Keizer
o Absoluut vorst, zoon van god, hemels mandaat.
o Hemels mandaat kan beide kanten op, gebruiken als
legitimiteit, maar volk ook om af te zetten.
- Tribuut staten
o Erkennen Chinese keizer als superieur.
o Veiligheidsgaranties/handelsmogelijkheden met China.
o Relatief autonoom. Tribuut geven aan keizer.
- Bureaucratie, ministeries
o Benoeming via staatsexamens.
o Hoogste posities voor Manchu.
- Provinciaal bestuur
o Benoeming via staatsexamens.
,Europese handel
- 16e en 17e eeuw: zijde/porselein.
- 18e eeuw: thee, 70% naar GB.
- China bepaald voorwaarden: 1759: Europeanen mogen alleen
handelen in Guangzhou (havenstad). Mocht niet verder komen. Kon
vanwege machtsverhouding
Britten en China
- Thee handel betaald met Engels zilver.
- 1793: Mac Cartney missie: gesprek met keizer, ander betaalmiddel
dan zilver?
- Keizer stemt niet in: hebben alles al, willen geen barbaarse spullen.
- Ontmoeting creëert omslagpunt in Britse houding: GB agressiever,
China een verouderd leger.
Opium handel
- Illegaal in China: GB handelt toch.
- Verovering van India: opium komt natuurlijk voor.
- Britse opiumhandel ontwricht Chinese samenleving.
o Grote verslavingsproblematiek, leger/overheid.
- 1839: Lin Sexu krijgt opdracht om opiumhandel te stoppen
o Treed hard op tegen handelaren.
o Britten weggejaagd uit Guangzhou, vestigen handel in Hong
Kong.
- 1840: discussie in GB, verdeeldheid over opiumhandel.
- GB stuurt strafexpeditie naar China: 1e opiumoorlog.
o Verdrag van Nanking: Britten willen havens, extra
territorialiteit, Hong Kong is Brits, niks over opium(ze voeren
toch wel handel).
o Eeuw van vernedering.
Japan
- Schaduw China.
- Keizer. 500 nc, 1e historische keizer.
- Confucianisme.
- 3000vc, neolithische cultuur.
- Shintoïsme: unieke Japanse religie. Aanbidden natuurgeesten,
zonder regels.
Sengoku periode
- 14e-16e eeuw: langdurige burgeroorlog.
o Politieke macht naar Shogun ten koste van keizer.
o Westerse invloed: christendom, buskruit.
- 1560-1631: 3 ‘grote verenigers’
o Nieuwe periode (Edo) stabiliteit, centraal bestuur.
3 grote verenigers
- Oda Nobunaga.
o Oude orde vernietigd met militaire verovering.
, o Oorlog voeren, uitbreiding, onderdrukking.
o Wordt verraden, zelfopoffering/zelfmoord.
- Toyotomi Hideyoshi.
o Verovering voltooid.
o Feodaal systeem van verouderde landheren.
o Autonomie <-> erkenning. Bescherming <-> rust, geen
oorlog.
o Draait door in zijn macht: gekozen door god. Wil China en
Korea.
- Tokugawa Leyasu.
o Shogun voor Japan, 1603, leider Japan.
o Tokugawa dynastie.
Tokugawa staat
- Keizer.
o Cultureel, religieus leider.
o Geen macht in praktijk.
o Poëzie, mode.
o Kyoto.
- Shogun en Bakufu (regering).
o Militair dictator.
o Vertrouwelingen en familie in regering.
o Edo (Tokyo).
- Daimyo.
o Regeren over feodaal domein (Han).
o Shogun grijpt in bij overtreding.
o Bestuursfuncties in Bakufu.
o Om het jaar in Edo wonen bij Shogun.
o Sankin-Kotai.
- Samoerai.
o Strijdersklasse.
o Wordt het door zoon of adoptie.
o Militaire adel.
o Bureaucraten en rolmodellen.
o Alleen in hoofdsteden van domeinen.
o Vechten en lezen (Confucius).
o Kirisute Gomen: mogen moordstraf uitspreken/uitvoeren.
Sakoku
- Tokugawa Leygasu legt basis voor: Sakoku: afgesloten land, geen
westerse/christelijke invloeden.
- Vanaf 1633.
o Christendom verboden.
o Geen buitenlanders toegestaan. Geen Buitenlandse handel.
o Japanners mogen land niet verlaten. Overtreding: doodstraf
o 2 uitzonderingen: China, Nederlandse Republiek.
Dejima Nagasaki
, - VOC handelspost op Deijma, afgesloten van buitenwereld.
- Belangrijkste invoer.
o Chinese handelswaar, Militaire grondstoffen,
Kennis/inlichtingen.
- Jaarlijkse hofreis naar Edo, verplicht. Shogun wil Intel.
- Wisseling van Nederlanders.
Sakoku onder druk
- 1e opium oorlog zet ook Japan onder druk.
- 1844, waarschuwing van koning Willem II: het westen komt.
- Japan negeert de brief.
- 1853: Amerikaanse commodore Matthew Perry betreedt baai van
Edo.
- Japan wil 2 maanden uitstel. 1854, Perry terug.
- Japan wordt opengebroken, 2 havens open voor de VS en 1
ambassadeur.
- 1855; verdrag van vriendschap en handel: afgedwongen door VS:
extra territorialiteit, bewegingsvrijheid.
- Heel Europa doet mee met de VS.
Verdrag van Nanjing
- 1841, eind 1e opium oorlog.
- Chinese herstelbetaling.
- 5 verdragshavens, ‘koloniën’ van GB in China, waar ze vrij kunnen
handelen.
- Hong Kong Brits.
- Extraterritorialiteit voor Britten in China.
- ‘Most-favoured nation’ clause, alles wat China aan andere landen
geeft, moet ook naar GB gaan.
2e opium oorlog
- 1858-1860, GB en FR vallen China aan.
- Oorzaak: spanning tussen China en GB/FR.
- Veroveren Beijing.
- Verdrag van Tianjin.
o Meer verdragshavens.
o Bewegingsvrijheid voor alle buitenlanders.
- China: semi-koloniale status.
Eeuw van vernedering
- Westerse aanwezigheid vergroot spanningen, ontwricht
samenleving, kweekt antiwesterse houding.
- Christelijk missiewerk veroorzaakt geweldscyclus, leidt tot strengere
verdragen.
- Chinezen hebben grote afkeer buitenlanders met privileges.
- Onbegrip, miscommunicatie leidt tot samenzweringstheorie.
Interne conflicten
- Politieke aandacht naar binnen.
China/Japan
China
- 500vc, Confucius. Dacht na over tijd, formuleerde hoe beter kan: hoe
werd China een stabiel land.
o Loyaliteit, familie, politieke machthebber.
o Doe een ander niet wat je zelf niet wil.
o Je bent minder belangrijk dan jouw familie, land, jezelf
wegcijferen voor grote plaatje.
o Basis Chinese overheid.
1368-1644: Ming Dynastie
- Verdrijven Mongoolse dynastie, Yuan.
- Geavanceerde landbouweconomie, genoeg eten.
- Gecentraliseerde bureaucratie, keizer+ambtenaren.
- Handelsposten Azië, Afrika en Midden-Oosten.
China meritocratisch bestuur, ambtenaren examens. Geleerde elite.
Opkomst Qing
- 16e eeuw: Mantsjoe vormt staat, naar Chinees voorbeeld (huwelijks
politiek etc.)
- Gaat minder met Ming dynastie, Qing wil China overnemen.
- Meerjaren plan: China veroveren, eerst Korea, Mongolië: omsingelen.
Qing dynastie
- 1644-1689. Manchu veroveren China -> Qing dynastie.
- Grondgebied/inwoneraantal verdubbeld, goede periode China.
- Chinezen moeten gewoonten Manchu overnemen: haardracht,
streng nageleefd.
Hoogtepunt macht/welvaart onder Qing
- 17e en 18e eeuw: stabiele/effectieve overheid: interne rust,
welvaart/vooruitgang, bevolking verdubbelde.
- Etnische Manchu aan top, ‘Han-Chinezen’ als ambtenaren.
Chinese keizerrijk
- Keizer
o Absoluut vorst, zoon van god, hemels mandaat.
o Hemels mandaat kan beide kanten op, gebruiken als
legitimiteit, maar volk ook om af te zetten.
- Tribuut staten
o Erkennen Chinese keizer als superieur.
o Veiligheidsgaranties/handelsmogelijkheden met China.
o Relatief autonoom. Tribuut geven aan keizer.
- Bureaucratie, ministeries
o Benoeming via staatsexamens.
o Hoogste posities voor Manchu.
- Provinciaal bestuur
o Benoeming via staatsexamens.
,Europese handel
- 16e en 17e eeuw: zijde/porselein.
- 18e eeuw: thee, 70% naar GB.
- China bepaald voorwaarden: 1759: Europeanen mogen alleen
handelen in Guangzhou (havenstad). Mocht niet verder komen. Kon
vanwege machtsverhouding
Britten en China
- Thee handel betaald met Engels zilver.
- 1793: Mac Cartney missie: gesprek met keizer, ander betaalmiddel
dan zilver?
- Keizer stemt niet in: hebben alles al, willen geen barbaarse spullen.
- Ontmoeting creëert omslagpunt in Britse houding: GB agressiever,
China een verouderd leger.
Opium handel
- Illegaal in China: GB handelt toch.
- Verovering van India: opium komt natuurlijk voor.
- Britse opiumhandel ontwricht Chinese samenleving.
o Grote verslavingsproblematiek, leger/overheid.
- 1839: Lin Sexu krijgt opdracht om opiumhandel te stoppen
o Treed hard op tegen handelaren.
o Britten weggejaagd uit Guangzhou, vestigen handel in Hong
Kong.
- 1840: discussie in GB, verdeeldheid over opiumhandel.
- GB stuurt strafexpeditie naar China: 1e opiumoorlog.
o Verdrag van Nanking: Britten willen havens, extra
territorialiteit, Hong Kong is Brits, niks over opium(ze voeren
toch wel handel).
o Eeuw van vernedering.
Japan
- Schaduw China.
- Keizer. 500 nc, 1e historische keizer.
- Confucianisme.
- 3000vc, neolithische cultuur.
- Shintoïsme: unieke Japanse religie. Aanbidden natuurgeesten,
zonder regels.
Sengoku periode
- 14e-16e eeuw: langdurige burgeroorlog.
o Politieke macht naar Shogun ten koste van keizer.
o Westerse invloed: christendom, buskruit.
- 1560-1631: 3 ‘grote verenigers’
o Nieuwe periode (Edo) stabiliteit, centraal bestuur.
3 grote verenigers
- Oda Nobunaga.
o Oude orde vernietigd met militaire verovering.
, o Oorlog voeren, uitbreiding, onderdrukking.
o Wordt verraden, zelfopoffering/zelfmoord.
- Toyotomi Hideyoshi.
o Verovering voltooid.
o Feodaal systeem van verouderde landheren.
o Autonomie <-> erkenning. Bescherming <-> rust, geen
oorlog.
o Draait door in zijn macht: gekozen door god. Wil China en
Korea.
- Tokugawa Leyasu.
o Shogun voor Japan, 1603, leider Japan.
o Tokugawa dynastie.
Tokugawa staat
- Keizer.
o Cultureel, religieus leider.
o Geen macht in praktijk.
o Poëzie, mode.
o Kyoto.
- Shogun en Bakufu (regering).
o Militair dictator.
o Vertrouwelingen en familie in regering.
o Edo (Tokyo).
- Daimyo.
o Regeren over feodaal domein (Han).
o Shogun grijpt in bij overtreding.
o Bestuursfuncties in Bakufu.
o Om het jaar in Edo wonen bij Shogun.
o Sankin-Kotai.
- Samoerai.
o Strijdersklasse.
o Wordt het door zoon of adoptie.
o Militaire adel.
o Bureaucraten en rolmodellen.
o Alleen in hoofdsteden van domeinen.
o Vechten en lezen (Confucius).
o Kirisute Gomen: mogen moordstraf uitspreken/uitvoeren.
Sakoku
- Tokugawa Leygasu legt basis voor: Sakoku: afgesloten land, geen
westerse/christelijke invloeden.
- Vanaf 1633.
o Christendom verboden.
o Geen buitenlanders toegestaan. Geen Buitenlandse handel.
o Japanners mogen land niet verlaten. Overtreding: doodstraf
o 2 uitzonderingen: China, Nederlandse Republiek.
Dejima Nagasaki
, - VOC handelspost op Deijma, afgesloten van buitenwereld.
- Belangrijkste invoer.
o Chinese handelswaar, Militaire grondstoffen,
Kennis/inlichtingen.
- Jaarlijkse hofreis naar Edo, verplicht. Shogun wil Intel.
- Wisseling van Nederlanders.
Sakoku onder druk
- 1e opium oorlog zet ook Japan onder druk.
- 1844, waarschuwing van koning Willem II: het westen komt.
- Japan negeert de brief.
- 1853: Amerikaanse commodore Matthew Perry betreedt baai van
Edo.
- Japan wil 2 maanden uitstel. 1854, Perry terug.
- Japan wordt opengebroken, 2 havens open voor de VS en 1
ambassadeur.
- 1855; verdrag van vriendschap en handel: afgedwongen door VS:
extra territorialiteit, bewegingsvrijheid.
- Heel Europa doet mee met de VS.
Verdrag van Nanjing
- 1841, eind 1e opium oorlog.
- Chinese herstelbetaling.
- 5 verdragshavens, ‘koloniën’ van GB in China, waar ze vrij kunnen
handelen.
- Hong Kong Brits.
- Extraterritorialiteit voor Britten in China.
- ‘Most-favoured nation’ clause, alles wat China aan andere landen
geeft, moet ook naar GB gaan.
2e opium oorlog
- 1858-1860, GB en FR vallen China aan.
- Oorzaak: spanning tussen China en GB/FR.
- Veroveren Beijing.
- Verdrag van Tianjin.
o Meer verdragshavens.
o Bewegingsvrijheid voor alle buitenlanders.
- China: semi-koloniale status.
Eeuw van vernedering
- Westerse aanwezigheid vergroot spanningen, ontwricht
samenleving, kweekt antiwesterse houding.
- Christelijk missiewerk veroorzaakt geweldscyclus, leidt tot strengere
verdragen.
- Chinezen hebben grote afkeer buitenlanders met privileges.
- Onbegrip, miscommunicatie leidt tot samenzweringstheorie.
Interne conflicten
- Politieke aandacht naar binnen.