Hoorcolleges nieuwe 2
Thema 1: staatsvorming
Hc 1
Ontstaan lage landen; Bourgondië
- Dynastieke politiek, samenklontering erfenissen
- Karel de stoute > Maria van Bourgondië + Maximiliaan van Oostenrijk >
Philips de Schone > Karel V
Karel V; staatsvorming/centralisatie
- Bourgondische Nederlanden > wereldrijk
- 1543; totalitaire eenheid, afscheiding HRR
- 1531; collaterale raden; raad van state, geheime raad, financiële raad
- 1549; alles een ondeelbaar geheel, blijft ook een geheel
Willem van Oranje VS Filips II
- Gevolg mislukte eenheid van Karel V
- Willem; verdedigen adellijke privileges. Filips II centralisatie
- Begin van de opstand; watergeuzen veroverden Nederlanden terug
Pacificatie van Gent, 1576
- Willem van Oranje > stadhouder voor Spanje, nu leider opstand
- Afgevaardigden van opstandige gewesten tekenen met Holland/Zeeland
- Kerkelijke/wereldlijke instanties krijgen privileges terug
- Opstandelingen recht op amnestie regeling
- Plakkaten tegen ketters weg
- Spaanse troepen weg
- Staten generaal mag uit zichzelf bij elkaar komen
- Tijdelijke religie vrede
Breuk tussen Noord en Zuid, 1579-1585
- 6 januari 1579; Artesië + Henegouwen verenigen in katholieke Unie van
Atrecht
- 23 januari 1579; Unie van Utrecht (geen godsdienstvrijheid in
Holland/Zeeland)
- Mei 1579; mislukte vredesbesprekingen
- 1585; Parma verovert Brussel/Antwerpen, protestanten vluchten naar
Nederland
- Zuid; adel/vorst, Noord; kooplieden/regenten
Plakkaat van verlatinge, 1581
- Onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden
- Autoriteiten in opstand tegen koning
- Vorst/volk hebben ongeschreven contract
- Calvijn; vorst die het verkeerde geloof oplegt mag worden afgezet
Van Oldenbarnevelt; hervormen staatsbestel republiek
- Staten-Generaal; machtigste orgaan, regering
- Raadspensionaris; leidt de staten vergaderingen, vredes
onderhandelingen, hoogste ambtenaar
- Stadhouder; legeraanvoerder, verantwoording schuldig aan staten
- Gewesten; vrijwel autonoom
, 1648; Vrede van Munster
- Eind 30 jarige oorlog; conflict tussen protestanten en katholieken
- Eind 80 jarige oorlog; Spanje en Republiek, Spanje erkent Republiek als
vrije staat, los van elkaar
De ‘ware vrijheid’
- Johan de Witt, raadspensionaris, regent, republikein
- Amsterdam; centrum wereldhandel, hoogtepunt Gouden Eeuw
- Hollands belang voorop
- Staat hield toezicht op publieke kerk, belasting, leger
- Mercantilistisch, steun eigen industrie
- Zwak centraal gezag, regenten in gewesten bepaalden in overleg met
staten eigen koers
Rampjaar; 1672
- Frankrijk, Engeland, Munster, Keulen verklaarden de oorlog aan de
Republiek
- Slechte grondtroepen
- Bevolking wil weer een oranje stadhouder; stadhouder Willem III
Willem III
- 1678; Vrede van Nijmegen, Republiek krijgt gebieden terug
- Vergroot defensie; Franse dreiging
- 1685; Engeland; Jacobus II, katholiek
- 1688; Willem III valt Engeland binnen
- Glorious revolution
- Laat patronage gestel binnen een decentrale structuur voortbestaan
2e stadhouderloze tijdperk, 1702-1747
- 1702; Willem III dood, geen kinderen
- Staten van Holland geen nieuwe stadhouder
- Grote schulden door oorlog Frankrijk
- Slechte economische positie > onvermogen om een binnenlandse
markteconomie op te zetten
Willem V; laatste stadhouder
- 1767; trouwen met Wilhelmina van Pruissen
- 1780; 4e Engelse oorlog; nederlaag Republiek
- Economische achteruitgang, werkloosheid
- Prinsgezinden; maatschappelijke toplaag met traditionele aanhang in
brede volksklasse
- Groeiend verzet tegen stadhouder
Patriotten
- Oppositionele regenten/burgers uit middenklasse
- Franse verlichtingsideeen, Amerikaanse revolutie
- Eisen meer democratisch regeringssysteem
- 1781; het pamflet ‘aan het volk van Nederland’, baron van der Cappellen
tot den Pol
- Patriotten VS prinsgezinden
Ideologie van patriotten
- Heroveren van de vrijheid
- Herleving, voortzetting, voltooiing opstand
, - Idealisering, politisering van het volk tegen regenten
- Geloofsvrijheid; onder invloed Verlichting
Einde Republiek
- 1795; Franse revolutionaire legers bezetten de Republiek
- Stadhouder Willem V vlucht
- Bataafse Republiek uitgeroepen
- 31 januari 1795; Verklaring van de rechten van de mens en burger
- Burger; ideologische representant van nationale eenheidsstaat
Bataafse revolutie 1795 tot 1806
- de patriotten kondigde de scheiding van kerk en staat af
- alle burgers zijn gelijk
- gekozen volksvertegenwoordiging
- 1797; het eerste ontwerp van de grondwet wordt verworpen
- 1798; radicale unitariërs zijn voorstanders van een centraal bestuur en
maken een grondwet
- Juli 1798; grondwet treedt inwerking na tweede staatsgreep van meer
gematigde patriotten, moderaten
Koninkrijk Holland 1806 tot 1810 Lodewijk Napoleon
- 1806; Lodewijk Napoleon wordt koning van Holland
- moderne invulling monarchie
- betrokken bij bevolking
- Rijksmuseum
- 1810; ‘vrijwillig’ vertrek Lodewijk Napoleon
koning Willem I
- benoemd naar het congres van Wenen, 1815
- staats centralisatie, eenheidsstaat
- de Nederlanden omvormen tot een economisch, politiek, cultureel sterke
natie
- autocraat; dan vrijwel alle politieke beslissingen zelf
- uitbreiding, verbetering van Infrastructuur
- mercantilistische politiek via oprichting nationale maatschappijen
- veel oppositie tegen protectionistische maatregelen door de oude
regentenstand
koning Willem II
- 1884; revolutiejaar
- macht van de koning ging over naar een ministeriële verantwoordelijkheid
- Grondwetswijzigingen
Thorbecke
- gemoderniseerd en gedemocratiseerd
- macht van de parlementaire volksvertegenwoordiging werd uitgebreid
- burgerschap versterken door vrijheid van vergadering en onderwijs
- democratisering
- macht bij de burgers
hc 2; constitutionalisme in Engeland
constitutionalisme; politiek systeem gebaseerd op constitutie of wetten
Absolutisme; onbeperkte alleen heerschappij
, verlicht absolutisme; rekening houden met volk
parlementarisme; gekozen Parlement heeft wetgevende macht
Leviathan, Hobbes, 1651
- sociaal contract; burgers geven macht weg tegenover rechten. De heerser
mag blijven zolang hij de rechten nakomt
- burgerij in stad wil meer invloed, lage adel; economische vooruitgang,
voelden beiden niet gerepresenteerd in Parlement
- macht koning beperkt door adel middels Parlement
- Natuurstaat; chaos, ieder voor zich, tegen allen
- Alleen te bestrijden door;
o sociaal contract
o macht overdragen aan absolute soeverein, leviathan beschermd
burgers
o macht moet representatief zijn
Engeland 1066-1485
- Willem de veroveraar
- nieuwe dynastie
- beperkt macht kerk en adel
- laat onderzoeken hoeveel rijkdom er is, domes day book
- Proces van centralisatie
- Opvolgers;
o Hendrik I 1068-1135, Henrik II 1133-1189
o ontstaan common law, 12e eeuw
o jan Zonder land 1166-1216
adel tegen alle macht koning
Magna carta, 1215
beperkt koninklijke macht, uitvoerende macht koning
aan vaste regels gebonden
de tudors, 1485-1603
- 5 vorsten
- Hendrik VII, r. 1485-1509
- Hendrik VIII r. 1509-1547
- Eduard VI r. 1547 1553
- Maria I r. 1553-1558
- Elizabeth I r. 1558-1603
- begin staatsmonopolie op legitiem geweld, gezag
- kroon; minder afhankelijk van hoge adel, royal council
- oprichting koninklijke rechtbank; star chamber, Op basis van Romeins
recht
algemene ontwikkeling tijdens de tudors
- economische depressie Late middeleeuwen > economische groei,
expansie
- economische groei > politieke positie van stedelijke bourgeoisie,
platteland adel versterkt
- kroon minder afhankelijk hoge adel
- macht verspreid over meerdere groeperingen, ten koste van hoge adel
Hendrik VII
- anglicaanse kerk, hoofd kerk, is de kerk
Thema 1: staatsvorming
Hc 1
Ontstaan lage landen; Bourgondië
- Dynastieke politiek, samenklontering erfenissen
- Karel de stoute > Maria van Bourgondië + Maximiliaan van Oostenrijk >
Philips de Schone > Karel V
Karel V; staatsvorming/centralisatie
- Bourgondische Nederlanden > wereldrijk
- 1543; totalitaire eenheid, afscheiding HRR
- 1531; collaterale raden; raad van state, geheime raad, financiële raad
- 1549; alles een ondeelbaar geheel, blijft ook een geheel
Willem van Oranje VS Filips II
- Gevolg mislukte eenheid van Karel V
- Willem; verdedigen adellijke privileges. Filips II centralisatie
- Begin van de opstand; watergeuzen veroverden Nederlanden terug
Pacificatie van Gent, 1576
- Willem van Oranje > stadhouder voor Spanje, nu leider opstand
- Afgevaardigden van opstandige gewesten tekenen met Holland/Zeeland
- Kerkelijke/wereldlijke instanties krijgen privileges terug
- Opstandelingen recht op amnestie regeling
- Plakkaten tegen ketters weg
- Spaanse troepen weg
- Staten generaal mag uit zichzelf bij elkaar komen
- Tijdelijke religie vrede
Breuk tussen Noord en Zuid, 1579-1585
- 6 januari 1579; Artesië + Henegouwen verenigen in katholieke Unie van
Atrecht
- 23 januari 1579; Unie van Utrecht (geen godsdienstvrijheid in
Holland/Zeeland)
- Mei 1579; mislukte vredesbesprekingen
- 1585; Parma verovert Brussel/Antwerpen, protestanten vluchten naar
Nederland
- Zuid; adel/vorst, Noord; kooplieden/regenten
Plakkaat van verlatinge, 1581
- Onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden
- Autoriteiten in opstand tegen koning
- Vorst/volk hebben ongeschreven contract
- Calvijn; vorst die het verkeerde geloof oplegt mag worden afgezet
Van Oldenbarnevelt; hervormen staatsbestel republiek
- Staten-Generaal; machtigste orgaan, regering
- Raadspensionaris; leidt de staten vergaderingen, vredes
onderhandelingen, hoogste ambtenaar
- Stadhouder; legeraanvoerder, verantwoording schuldig aan staten
- Gewesten; vrijwel autonoom
, 1648; Vrede van Munster
- Eind 30 jarige oorlog; conflict tussen protestanten en katholieken
- Eind 80 jarige oorlog; Spanje en Republiek, Spanje erkent Republiek als
vrije staat, los van elkaar
De ‘ware vrijheid’
- Johan de Witt, raadspensionaris, regent, republikein
- Amsterdam; centrum wereldhandel, hoogtepunt Gouden Eeuw
- Hollands belang voorop
- Staat hield toezicht op publieke kerk, belasting, leger
- Mercantilistisch, steun eigen industrie
- Zwak centraal gezag, regenten in gewesten bepaalden in overleg met
staten eigen koers
Rampjaar; 1672
- Frankrijk, Engeland, Munster, Keulen verklaarden de oorlog aan de
Republiek
- Slechte grondtroepen
- Bevolking wil weer een oranje stadhouder; stadhouder Willem III
Willem III
- 1678; Vrede van Nijmegen, Republiek krijgt gebieden terug
- Vergroot defensie; Franse dreiging
- 1685; Engeland; Jacobus II, katholiek
- 1688; Willem III valt Engeland binnen
- Glorious revolution
- Laat patronage gestel binnen een decentrale structuur voortbestaan
2e stadhouderloze tijdperk, 1702-1747
- 1702; Willem III dood, geen kinderen
- Staten van Holland geen nieuwe stadhouder
- Grote schulden door oorlog Frankrijk
- Slechte economische positie > onvermogen om een binnenlandse
markteconomie op te zetten
Willem V; laatste stadhouder
- 1767; trouwen met Wilhelmina van Pruissen
- 1780; 4e Engelse oorlog; nederlaag Republiek
- Economische achteruitgang, werkloosheid
- Prinsgezinden; maatschappelijke toplaag met traditionele aanhang in
brede volksklasse
- Groeiend verzet tegen stadhouder
Patriotten
- Oppositionele regenten/burgers uit middenklasse
- Franse verlichtingsideeen, Amerikaanse revolutie
- Eisen meer democratisch regeringssysteem
- 1781; het pamflet ‘aan het volk van Nederland’, baron van der Cappellen
tot den Pol
- Patriotten VS prinsgezinden
Ideologie van patriotten
- Heroveren van de vrijheid
- Herleving, voortzetting, voltooiing opstand
, - Idealisering, politisering van het volk tegen regenten
- Geloofsvrijheid; onder invloed Verlichting
Einde Republiek
- 1795; Franse revolutionaire legers bezetten de Republiek
- Stadhouder Willem V vlucht
- Bataafse Republiek uitgeroepen
- 31 januari 1795; Verklaring van de rechten van de mens en burger
- Burger; ideologische representant van nationale eenheidsstaat
Bataafse revolutie 1795 tot 1806
- de patriotten kondigde de scheiding van kerk en staat af
- alle burgers zijn gelijk
- gekozen volksvertegenwoordiging
- 1797; het eerste ontwerp van de grondwet wordt verworpen
- 1798; radicale unitariërs zijn voorstanders van een centraal bestuur en
maken een grondwet
- Juli 1798; grondwet treedt inwerking na tweede staatsgreep van meer
gematigde patriotten, moderaten
Koninkrijk Holland 1806 tot 1810 Lodewijk Napoleon
- 1806; Lodewijk Napoleon wordt koning van Holland
- moderne invulling monarchie
- betrokken bij bevolking
- Rijksmuseum
- 1810; ‘vrijwillig’ vertrek Lodewijk Napoleon
koning Willem I
- benoemd naar het congres van Wenen, 1815
- staats centralisatie, eenheidsstaat
- de Nederlanden omvormen tot een economisch, politiek, cultureel sterke
natie
- autocraat; dan vrijwel alle politieke beslissingen zelf
- uitbreiding, verbetering van Infrastructuur
- mercantilistische politiek via oprichting nationale maatschappijen
- veel oppositie tegen protectionistische maatregelen door de oude
regentenstand
koning Willem II
- 1884; revolutiejaar
- macht van de koning ging over naar een ministeriële verantwoordelijkheid
- Grondwetswijzigingen
Thorbecke
- gemoderniseerd en gedemocratiseerd
- macht van de parlementaire volksvertegenwoordiging werd uitgebreid
- burgerschap versterken door vrijheid van vergadering en onderwijs
- democratisering
- macht bij de burgers
hc 2; constitutionalisme in Engeland
constitutionalisme; politiek systeem gebaseerd op constitutie of wetten
Absolutisme; onbeperkte alleen heerschappij
, verlicht absolutisme; rekening houden met volk
parlementarisme; gekozen Parlement heeft wetgevende macht
Leviathan, Hobbes, 1651
- sociaal contract; burgers geven macht weg tegenover rechten. De heerser
mag blijven zolang hij de rechten nakomt
- burgerij in stad wil meer invloed, lage adel; economische vooruitgang,
voelden beiden niet gerepresenteerd in Parlement
- macht koning beperkt door adel middels Parlement
- Natuurstaat; chaos, ieder voor zich, tegen allen
- Alleen te bestrijden door;
o sociaal contract
o macht overdragen aan absolute soeverein, leviathan beschermd
burgers
o macht moet representatief zijn
Engeland 1066-1485
- Willem de veroveraar
- nieuwe dynastie
- beperkt macht kerk en adel
- laat onderzoeken hoeveel rijkdom er is, domes day book
- Proces van centralisatie
- Opvolgers;
o Hendrik I 1068-1135, Henrik II 1133-1189
o ontstaan common law, 12e eeuw
o jan Zonder land 1166-1216
adel tegen alle macht koning
Magna carta, 1215
beperkt koninklijke macht, uitvoerende macht koning
aan vaste regels gebonden
de tudors, 1485-1603
- 5 vorsten
- Hendrik VII, r. 1485-1509
- Hendrik VIII r. 1509-1547
- Eduard VI r. 1547 1553
- Maria I r. 1553-1558
- Elizabeth I r. 1558-1603
- begin staatsmonopolie op legitiem geweld, gezag
- kroon; minder afhankelijk van hoge adel, royal council
- oprichting koninklijke rechtbank; star chamber, Op basis van Romeins
recht
algemene ontwikkeling tijdens de tudors
- economische depressie Late middeleeuwen > economische groei,
expansie
- economische groei > politieke positie van stedelijke bourgeoisie,
platteland adel versterkt
- kroon minder afhankelijk hoge adel
- macht verspreid over meerdere groeperingen, ten koste van hoge adel
Hendrik VII
- anglicaanse kerk, hoofd kerk, is de kerk