Burgerschap
5 fasen ‘democratische degeneratie’, Plato
- Pure vrijheid, mag niks meer zijn dat dit tegengaat.
- Ontstaan 3 klassen: 1: energiekelingen(politiek), 2: rijken, 3: rest.
- Corruptie leider. 2 wil niet meer met 1. Uit 2 komt leider, alles
oplossen.
- Rest laten zien dat er bedreiging is.
o Vijanden identificeren.
o Beloftes uitstellen.
o Critici zwijgen opleggen.
- Dictatuur.
Politiek in Griekse Oudheid
- Ta Politica: zaken bij gemeenschap horen. Gezamenlijk
identiteitsvraagstuk.
- Intellectuele, morele deugdzaamheid door inzet in gemeenschap,
voor polis.
- Goede morele vorming van levensbelang. Samenleving van
eer/schaamte.
- Patriarchaal. Vrouwen binnen, weinig ruimte.
- Religie en politiek met elkaar verwoven.
- Geen bureaucratie, geen overheid, geen scheiding van machten.
- Geen scheiding prive/publiek, professionele strijdsmacht, concept
mensenrechten.
800-500 vc. Archaïsche periode, opkomst politiek denken.
- Geen sacraal koningschap, geen goddelijke koning.
- Verspreidde lokale ontwikkeling poleis.
- Sociale crises in 7e en 6e eeuw: hoi aristoi VS opkomst hoplieten.
- Poleis gaan manieren vinden om crises op te lossen.
Homerus, ilias
- Rang VS verrichten.
- Distributieve vaardigheid. Sterke verbinding eer/status.
Instituties, waarden in de vroege polis.
- Rechtvaardigheid.
o Collectief welzijn. Plichten en privileges.
o Burgerschap: vorm van gelijkheid, beperkt.
o Burgerschap: exclusie, binnen kringen gelijk, buiten ongelijk.
- Politieke wereld open voor debat, tot op zekere hoogte.
- Rechtvaardigheid voorwaarde voor politiek.
Wat is rechtvaardigheid
- Krijgen wat je toekomt. Focus op het bijzondere, de concrete
voorbeelden.
- Rol van onrechtvaardigheid: vooral voorbeelden van als het misgaat.
, - Doel polis.
o Egalitaire reactie: gulden middenweg.
o Elitaire reactie: meer privileges voor elite.
Mythologisch denken
- Goden/mensen delen gemeenschappelijke geschiedenis.
- Natuurfenomenen goddelijk en vergoddelijkt.
- Kosmos, orde, was in overeenstemming met de goden.
- Overgang mythisch naar logica(ratio) geleidelijk.
Het begin
- Hecataeus van Milete: logograaf, verklaren van natuur, fysische
wereld. Niet vanuit het goddelijke.
- Schrappen goddelijke.
Presocraten, natuur filosofen.
- Hoe is het ontstaan, alles verklaren.
- Heraclitus: alles stroomt.
o Het worden.
o Empirist: kennis begint bij waarneming.
- Parmenides: het zijnde, alles is.
o Het zijn.
o Kennis begint bij denken, in logos.
o Kunnen in constanten en perfectie denken.
o Rationalist.
o Als iets wordt, is het nog niet= niet-zijnde.
Sofistiek
- Rondreizende sofisten: leraren in de filosofie en retorica.
- Relativering van heersende filosofische theorieën: sceptisch,
ontkenning van absolute waarheden, buiten de taal.
- Stelselmatig zoeken naar tegenstellingen.
- Zorgden voor de ombuiging in de filosofie.
- De hogeschool van democratie: bijbrengen van de kunst om een
goede burger te worden.
- Relativisme: mens is de maat van alle dingen.
o Praktisch.
o Duidelijke relatie taal, werkelijkheid.
o Subjectiviteit.
Klassieke periode, 510-323 vc
- Cleisthenes, politieke hervormingen, 506 vc.
- 499 vc, ionische opstand, Athene hielp mee in Milete.
- 490 vc, 1e Perzische oorlog, bij Marathon Darius verslagen.
- 480 vc, 2e Perzische oorlog, Xerxes afgeremd bij Thermopylae,
plundert Athene. Verliest zeeslag bij Salamis.
- 479 vc, Slag bij Plateae, Xerxes verliest, Perzische dreiging indirect.
- 478 vc, Delisch-Attische bond: start Atheens imperium.
- 460 vc, start lange muren Athene.
- 457 vc, Acropolis herbouwd.
, - 431 vc, 2e Peloponnesische oorlog.
- 421 vc, Vrede van Nicias.
- 415 vc, Siciliaanse expeditie met Alcibades.
- 404 vc, Eind Peloponnesiche oorlog, Sparte wint, 30 tyrannen.
- 403 vc, Democratie in Athene hersteld.
- Sparta tot 379 vc ‘baas’ in Griekenland.
- 371 vc, Philippus II van Macedonië, alleen heerser Griekenland.
- 336 vc, Alexander de Grote.
- 323 vc, dood Alexander de Grote, begin hellenistische periode.
Otanes’ argument voor democratie
- Hoe kan monarchie goed zijn, kan doen wat je wil.
- Ook goed persoon zal corrupt worden, zal zich boven goden/mensen
plaatsen.
- Alleen beslisser: gerecht.
- Als volk regeert: isonomie: gelijkheid van de wet.
- Moet verantwoorden in een democratie.
Megabyzos’ argument voor aristocratie
- Geen monarchie, geen volk.
- Geen macht zonder opleiding.
- Kies een waardige groep mensen en geef ze macht.
Dareios’ argument voor monarchie
- Beter dan democratie, aristocratie.
- Niks beters dan een persoon, de beste, beschikt over inzicht.
- Massa bevoogden, plannen geheimhouden.
- Als er een groep is = partijvorming = oorlog.
Politeia
- Bestel VS gestel. Samenhang instellingen VS lichaam/motivatie.
- Sparta.
o Gemengde constitutie.
o Manier van leven.
o Sociale arbeidsverdeling.
- Gezondheidstoestand, gezond gestel, stabiel, balans, orde.
- Grondwetten die distributie macht definiëren.
- Alles wat nodig is om burger te zijn.
Cleisthenes
- Verbannen onder Pisistratos en terug na verdrijven Hippias.
- Maakte einde aan oude aristocratische machten.
- Democratische hervormingen, na 508vc.
o Geografische herverdeling in demen/gemeenten of districten.
o Boule van 500.
o Herinstelling deels van solon’s organisatie.
o Ostracisme.
o Absolute soevereiniteit bij ekklesia.