H1
1. Welke van de volgende beweringen over de evolutie van het
menselijk brein is juist?
A) De ontologische ontwikkeling verwijst naar de ontwikkeling van
de mens als soort, van de Australopithecus tot Homo sapiens.
B) De encefalisatiequotiënt (EQ) meet het werkelijke hersengewicht
gedeeld door het verwachte hersengewicht, en bij de moderne mens
is dit het hoogste van alle dieren.
C) De fylogenetische ontwikkeling verwijst naar de individuele
ontwikkeling van een organisme, van de zygote tot volwassenheid.
D) Het hersengewicht van Homo sapiens is kleiner dan dat van
Homo erectus, wat wijst op een achteruitgang in hersencomplexiteit.
H2
2. Welke van de volgende beweringen over de hersenen en hun
structuur is correct?
A) De fissura lateralis scheidt de frontale kwab van de pariëtale
kwab.
B) De proximaal ligt ver weg van het referentiepunt, terwijl distaal
dichtbij ligt.
C) De rechter- en linkerhersenhelften zijn verbonden door de corpus
callosum.
D) De grijze stof bestaat uit zenuwvezels die worden omgeven door
myeline.
3. Wat gebeurt er bij een afsluiting van het cerebrale aquaduct?
A) Er ontstaat een ophoping van hersenvocht in de laterale
ventrikels, wat leidt tot een waterhoofd.
B) De 4e ventrikel raakt verstopt, waardoor het hersenvocht niet
naar de subarachoïde ruimte kan stromen.
C) Er wordt te veel hersenvocht afgevoerd naar de laterale
ventrikels, wat het hersenweefsel beschermt.
D) De 3e ventrikel wordt groter, maar er is geen effect op de druk in
de hersenen.
4. Welke van de volgende beweringen over de wet van Bell en
Magendie is juist?
A) De dorsale hoorn bevat motorische vezels die van het
ruggenmerg naar het lichaam gaan.
B) De ventrale hoorn bevat sensorische vezels die informatie van het
lichaam naar het ruggenmerg brengen.
, C) De dorsale hoorn ontvangt sensorische informatie zoals pijn,
temperatuur en tast.
D) De ventrale hoorn is verantwoordelijk voor het ontvangen van
pijn- en temperatuurinformatie.
5. Wat is de functie van de thalamus in het diencephalon?
A) Het regelt motorische bewegingen en coördinatie van de
ledematen.
B) Het verwerkt visuele en auditieve informatie en stuurt deze door
naar de juiste hersengebieden.
C) Het integreert zintuiglijke informatie en geeft deze door aan de
juiste hersengebieden.
D) Het produceert hormonen die door de hypofyse worden
gereguleerd.
H3
6. Welke van de volgende beweringen over de verschillende typen
neuronen is juist?
A) Sensorische neuronen hebben lange dendrieten die buiten het
centrale zenuwstelsel (CZS) liggen en korte axonen binnen het
CZS.
B) Interneuronen hebben lange axonen die buiten het CZS uitsteken
om informatie naar spieren te sturen.
C) Motorische neuronen hebben lange dendrieten die binnen het
CZS liggen en korte axonen die buiten het CZS gaan.
D) Sensorische neuronen hebben korte dendrieten binnen het CZS
en lange axonen die buiten het CZS liggen
7. Welke gliacel is verantwoordelijk voor de myelinisatie van axonen in
het centrale zenuwstelsel (CZS)?
A) Swanncellen
B) Astrocyten
C) Microglia
D) Oligodendrocyten
8. Zet de volgende termen in de juiste volgorde van klein naar groot:
A) Basen → Aminozuren → Peptiden → Eiwitten → Cellen → Gedrag
B) Basen → Cellen → Eiwitten → Aminozuren → Peptiden → Gedrag
C) Aminozuren → Peptiden → Eiwitten → Basen → Cellen → Gedrag
D) Peptiden → Basen → Eiwitten → Cellen → Aminozuren → Gedrag
9. Welke van de volgende beweringen over de transcriptie en translatie
is incorrect?