HUIDTHERAPIE LEERJAAR 1
,HUID & HUIDADNEXEN
De huid is opgebouwd uit verschillende lagen:
Epidermis (opperhuid)
Hier bevinden zich 3 soorten cellen:
§ Keratinocyten: produceren keratine (hoornstof). Ontstaan in de onderste laag van de epidermis en schuiven
steeds een beetje naar de oppervlakte waarna ze onzichtbaar afschilferen. Gemiddeld wordt de epidermis
elke maand vervangen.
- Keratine zorgt voor een barrière waardoor vocht en vreemde stoffen worden tegengehouden.
Slijmvliezen bevatten geen keratinocyten, dit wordt niet verhoornend epitheel genoemd.
§ Melanocyten (pigmentcellen): maken melanosomen (pigmentkorrels) die ze doorgeven aan keratinocyten.
Melanine (pigment) bedekt het oppervlak van de keratinocyten zodat deze geen UV-schade oplopen.
Melanocyten komen ook voor in haarfollikels, slijmvliezen, de ogen, de oren en de hersenen. Cellen hebben
dendrieten à hoe meer korrels er verspreid worden door de “tentakels”.
- 2 soorten melanine: eumelanine (bruin/zwart) en feomelanine (geel/rood)
- Bepaalt de huidskleur en bescherming tegen UV-straling.
- Oorzaak kleurverschil:
· Melanine: type en hoeveelheid
· Melanosomen: meer per cel, groter en verspreiding
· Melanocyten: evenveel, wel groter en sterker vertakt
· Genetische en hormonale factoren
· Blootstelling aan de zon
§ Cellen van Langerhans: immunologisch actieve macrofagen. Afkomstig uit beenmerg. Ze helpen bij het
herkennen en presenteren van vreemde stoffen. Na contact met antigenen kunnen ze zich losmaken uit de
epidermis en naar de lymfeklieren laten vervoeren.
§ Cellen van Merkel: functie niet bekend. Doen waarschijnlijk dienst als mechanoreceptoren.
De epidermis is erg dun, maar toch bestaat deze uit 4 lagen. In de onderste laag worden de keratinocyten gevormd
en deze migreren naar boven, waarbij ze de volgende lagen vormen:
§ Stratum basale: een enkele laag cellen grenzend aan het basaalmembraan, die grenst aan de dermis. De
dermis en epidermis zijn d.m.v. uitstulpingen (retelijsten) verankert. Hierdoor is de epidermis bestand tegen
schuifkracht. De cellen in de epidermis worden door capillairen in de dermis van zuurstof en voedingsstoffen
voorzien. Hierdoor is de hechting van de aan het basaalmembraan van groot belang. Wanneer hier splijting
optreedt ontstaat er een blaar. Splijting gebeurt sneller wanneer er grote onderdruk en hoge lichaamstemp.
is.
§ Stratum spinosum (stekelcellige laag): de stekelige cellen vormen verbindingen met naburige cellen wat
zorgt voor stevigheid. Samen met het stratum basale vormt dit het stratum germinativum (kiemlaag): de laag
waar keratinocyten worden gevormd.
§ Stratum granulosum (korrellaag): enkele lagen platte cellen die granula (korrels) bevatten. Het golgi-
apparaat geeft granula af met een chemische voorloper van keratine.
§ Stratum corneum (hoornlaag): buitenste laag van de epidermis die bestaat uit platte, dode cellen zonder
kern of organellen. Deze cellen bevatten keratine van de keratinocyten. Het versterkt de huid en is
waterafstotend. Talg en vocht houden de huid soepel. In de oppervlakkigste lagen liggen hoornschilfers die
loslaten en worden afgestoten. Deze schilfers vormen het stratum disjunctum.
De epidermis is aan de buitenzijde geribbeld, ze geven een richel aan de huidoppervlakte: vingerafdruk. Ze
ontwikkelen in de fase van de foetus en veranderen niet meer. Het patroon is erfelijk.
Het watergehalte van de epidermis is 70%, waarvan 15% in de hoornlaag. Bij droog, koud weer kan dit dalen en
ontstaan er kloofjes en schilfering.
, Bevat geen bloedvaatjes, wonden aan epidermis bloeden niet en genezen zonder litteken.
Dermis (lederhuid)
Opgebouwd uit bindweefsel en bestaat uit 2 lagen:
§ Papillaire laag: hecht verbonden aan het stratum basale. De papillen bestaan uit bindweefsel met collagene
en elastische vezels met bloedvaatjes eromheen.
§ Reticulaire laag: bevat veel collagene en elastische vezels. Collagene vezels vormen bundels en hierdoor
krijgt de huid haar trekvastigheid. Deze vezels lopen via een patroon: splijtlijnen.
Als de huid sterk uitrekt (bijv. zwangerschap) ontstaan er scheurtjes in de dermis en subcutis. Dit zijn rode strepen
die door ontwikkelend littekenweefsel veranderen in witte strepen.
In de dermis bevinden zich verschillende structuren: bloedvaten, lymfevaten, zintuigcellen, zenuwuiteinden,
haarwortels, talgklieren, gladde spiervezels, zweetklieren en cellen met afweerfunctie. De afvoerbuizen van
zweetklieren en talgklieren doorboren de epidermis.
Er zijn 4 soorten cellen in de dermis:
§ Fibroblasten: aanmaak van bindweefsel. Repareert beschadigt bindweefsel door zich te vermenigvuldigen.
§ Macrofagen: nemen d.m.v. fagocytose binnengedrongen bacteriën en virussen op.
§ Mestcellen: bevatten histamine en andere weefselstoffen die vrijkomen bij ontstekings-, anafylactische en
allergische reacties.
§ Lymfocyten: type B en T
Er zijn 3 soorten vezels in de dermis: collageen, elastine en reticuline.
2 soorten zenuwen in de dermis:
§ Somatische sensibele zenuwen
- Tastzin
- Thermoceptie
- Nociceptie
§ Autonome sympathische zenuwen
- Bloedvaten
- Haarfollikels
- Haarspiertjes
- Eccriene zweetklieren
Subcutis (onderhuids bindweefsel, hypodermis)
Is losser van structuur dan bovenliggende huidlagen. Ook hier liggen collagene en elastische vezels. De subcutis
bevat bloedvaten, zenuwvezels, vet (afhankelijk van voedingsgewoonten) en melk- en zweetklieren.
Gezondheid (WHO) = een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn. Niet alleen de afwezigheid
van ziekte.
Gezondheid (Huber) = het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van
fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.
Functies van de huid:
§ Barrière
§ Warmteregulatie
§ Immunologisch à biedt weerstand
§ Bescherming UV-straling
§ Bescherming micro-organismen
§ Productie vitamine D
§ Zintuigfunctie (tast, pijn, temp.)