Dysartrie: neuromusculaire spraakdysfunctie t.g.v. een aandoening van het centrale of perifere
zenuwstelsel of de spieren zelf (bijv. een CVA).
MFD-norm
<10 seconde is verminderd
>10 seconde is goed
Hoe beïnvloedt het de verstaanbaarheid? / Klinische redenering
Sensibiliteit: minder nauwkeurig articuleren omdat je minder voelt wat je aan het doen bent
en hierdoor is er geen tactiele feedback.
Mondmotoriek: niet goed articuleren. Je kunt bepaalde bewegingen niet goed uitvoeren.
Bilabialen niet goed uitvoeren.
Articulatie: bij clusterreductie kan een ander woord ontstaan waardoor de luisteraar niet
begrijpt waar jij het over hebt. De luisteraar kan dan een ander woord invullen. Als je klanken
niet kunt onderscheiden weet je ook niet wat iemand zegt.
Adem: bijvoorbeeld MFD: 5 sec. als je niet genoeg adem hebt, dan vallen er op gegeven
moment woorden weg.
Fonatie: schorheid en heesheid beïnvloeden de verstaanbaarheid omdat de klanken niet
goed doorkomen.
Ademhaling/maximale fonatie duur: Als de maximale fonatie duur beperkt is, haal je de zin
niet omdat je steeds opnieuw moet ademhalen. Onvoldoende lettergrepen/woorden op een
adem zeggen.
Resonantie: als er te veel lucht door de neus komt, zijn de klanken niet goed te
onderscheiden. De plofklanken kun je ook niet goed maken doordat er heel veel lucht door
de neus komt.
Prosodie: als de prosodie gestoord is dan klinkt dat raar en trekt het de aandacht omdat het
opvallend is. De boodschap komt door een verstoorde prosodie niet goed over.
Hoog spreektempo: hierdoor kun je minder goed de klanken vormen/articuleren en ben je
minder goed verstaanbaar
Prioriteiten (zoals in Artikel: Spraakverstaanbaarheid van De Bodt)
Let op hoe ernstig iets aangedaan is. Aan de hand daarvan kijk je wat het belangrijkste is om de
verstaanbaarheid te verbeteren, maar sensibiliteit behandel je niet, want daar kun je niks aan doen.
Kijk ook naar de werkcolleges!
1. Articulatie, mondmotoriek (mondmotoriek is een voorwaarde voor articulatie), spreektempo
(spreektempo kun je integreren in de articulatie) en bij langere woorden kun je de
ademhaling meepakken.
2. Prosodie
3. Fonatie
4. Nasaliteit