Inleiding psychologie
HC 1 11-11-2024 (H1 en H2)
Wat is psychologie?
Wat is psychologie?
Psychologie gaat over hoe gedrag van individuen gemotiveerd is (waarom doet deze persoon dit?) en
de direct waarneembare (bijv. omgevingsfactoren), de privaat toegankelijke (motieven, wensen,
meningen/attitudes, gedachten, herinneringen etc.) en onbewuste processen en toestanden die
hierbij een rol spelen.
Privaattoegankelijk proces heb jij alleen toegang tot het is alleen van jou (jij voelt bijvoorbeeld
alleen verdriet of blijdschap).
Voorbeeld
Direct waarneembare aspecten: kun je waarnemen en meten
Agressief gedrag, reactietijd
Privaat toegankelijk: is alleen kenbaar voor de persoon, niet voor anderen.
Boosheid, verdriet, jaloezie
Onbewust: is niet kenbaar voor de persoon en anderen.
Impliciete stereotypen (zie college 9), klassiek geconditioneerde responsen (zie college 3).
Grondslagen van de moderne psychologie – 3 belangrijke uitgangspunten
Grondleggers van de psychologie
Wilhelm Wundt (1832 – 1920)
Eerste (?) psychologisch laboratorium in 1879
Onderzoek naar waarneming en waarnemingsdrempels
Wundt-illusie.
Methode: introspectie (vraag proefpersonen naar hun ervaring)
William James (1842-1910)
Onderzoek naar emoties
Emotie = verandering in het lichaam
Facial feedback hypothese
Voel je je sip? Probeer te lachen!
Emotie is immers lichamelijke verandering
De moderne psychologie (p. 2-10)
,3 uitgangspunten moderne psychologie:
1. Fysieke veroorzaking van gedrag.
2. Gedrag/psychische processen worden gevormd door ervaring
3. De machinerie voor gedachten en gedrag (d.w.z. brein, lichaam) is vormgegeven door
natuurlijke selectie.
Psychologie gaat toch over emoties, gedachten, kennis etc.? Dat lijken niet-materiele fenomenen te
zijn en dat is een probleem…
Ad. 1: fysieke veroorzaking van gedrag (p. 2-10)
Tot 17e eeuw: mens bestaat uit lichaam (stoffelijk) en ziel (onstoffelijk)
De ziel beïnvloedt het lichaam.
Maar hoe dan?
René Descartes
Dieren hebben geen ziel (alleen fysieke oorzaken)
Dualisme, omdat het ervan uitgaat dat lichaam en ziel twee gescheiden entiteiten zijn.
Dus alles wat zowel dieren als mensen doen heeft een fysieke oorzaak!
Dieren hebben geen gedachten, dus die komen uit de ziel
‘the ghose in the machine (Gilbert Ryle)
Maar: hoe communiceren ziel en lichaam dan.
Antwoord: in de pijnappelklier.
N.B.: dit is flauwekul.
Fysieke veroorzaking volgens Descartes:
Zintuigelijke waarneming de ziel (verwerkt de stimulus) ziel initieert actie en stuurt de spieren
aan.
Thomas Hobbes (1588-1679)
Er is geen ziel, alleen maar materie
Materialisme
Probleem: is een gedachte ook materie?
Nee? Dan heb je nog steeds een probleem (zie Descartes)
Ja? Dan moet je gedachten en gevoelens dus vanuit materie kunnen verklaren (maar
hoe dan?).
Idealisme gaat er van uit dat er alleen maar geest is en dat zelfs het lichaam een voortbrengsel is
van onze creatieve geest bekende idealist is Plato.
Belangrijke ontwikkelingen in de 19e eeuw (1)
Dieronderzoek: reflexen
Alle gedrag (ook breinmechanismen) zijn reflexen.
Belangrijke ontwikkelingen in de 19e eeuw (2)
, Lokalisatie van functies in het brein.
Schade aan bepaalde delen van het brein resulteert in selectieve uitval.
Bijvoorbeeld gebieden van Broca en Wernicke voor taal
Algemeen geaccepteerd idee: gevoelens, gedachten etc. hebben fysieke oorzaken.
Waarom is dat belangrijk voor de psychologie?
Maakt het mogelijk psychologische processen empirisch te onderzoeken.
Ad. 2: gedrag wordt gevormd door ervaring (p. 2-10)
Brits empirisme (o.a. Locke, Berkeley en Hume)
Kennis en gedachten worden gevormd door sensorische ervaring.
Locke: mens komt als een onbeschreven blad (‘Tabula Rasa’ of ‘Blank slate’) ter wereld…
… en worden geheel gevormd door ervaring
John Locke 1632 – 1704
Tegenovergestelde van empirisme = navitisme
Nativisme: veel van bepalende menselijke gedachten en motieven zijn aangeboren (o.a. Kant
en von Leibniz)
A priori kennis: aangeboren
A posteriori kennis: aangeleerd d.m.v. ervaring
Bijv. aangeboren aanleg voor taal.
Debat is nog steeds erg actueel: Nature vs. nurture debat!
Bijv. is goed kunnen voetballen aangeboren of een kwestie van veel trainen?
Tegenwoordig geloven we dat het allebei een beetje waar is.
Zie bijv. college 2 (evolutionaire basis van gedrag) en college 3 (leren).
Ad. 3: brein en lichaam zijn vormgegeven door natuurlijke selectie (p. 2-10)
Evolutie: survival of the fittest
Charles Darwin (1809 – 1882) Origin of Species.
Fysieke eigenschappen erf je want hebben overlevingswaarde
Dit geldt ook voor bepaalde gedragingen (want hebben een fysieke oorzaak, zie punt 1).
Verdriet, lachen, boosheid hebben overlevingswaarde
En zijn dus (deels) erfelijk (zie college 2).
Twee andere belangrijke bijdragen van Darwin:
1. Mensen zijn dieren
2. Nadruk op functie van gedrag (vgl. ecologische psychologie)
Mensen hebben geen bijzondere eigenschappen.
Belang van functie: wat is het nut van boos zijn, verdrietig zijn etc.?
Implicatie: soms kun je gedrag begrijpen door naar de functie ervan te kijken.
Iedereen is psycholoog… - … maar dat maakt je nog geen wetenschapper
, Iedereen is psycholoog…
Iedereen maakt voor het verklaren van eigen/andermans gedrag gebruik van ideeën over
mentale toestanden, motieven en hun relatie met gedrag.
Gebaseerd op ervaring (met jezelf of anderen) en dingen die ‘algemeen bekend’ worden
verondersteld.
Belangrijk deze te onderscheiden van wetenschappelijke psychologie.
3 potentiële valkuilen
1. Folk psychology
2. Gebruik van hypothetische constructen
3. Gebruik van metaforen
Bovenstaande is niet per se fout maar is goed je ervan bewust te zijn.
Folk psychology
Folk psychology of common sense psychology: mensen verklaren gedrag van zichzelf en
anderen door bepaalde mentale kenmerken aan hen toe te schrijven.
Emoties, wensen, stemmingen, pijn, gedachten.
We hebben vaak impliciete theorieën over emoties, wensen etc. van onszelf en anderen.
Voorbeelden:
Verdriet moet je niet opkroppen, daar word je somber van.
Als je 4 keer achter elkaar verliest neemt het vertrouwen van het team af.
Zie ppt dia 40!
Soms zijn dergelijke aannames en ideeën juist, vaak ook niet.
Zie college 7: het snelle denksysteem (Daniel Kahneman)
Zie college 9: attributiefouten
Wel zijn ze vaak bruikbaar: het stelt ons in staat je eigen gedrag te analyseren en veranderen,
met anderen te communiceren, gedrag te anticiperen etc.
Wetenschappelijke psychologie houdt zich bezig met het gestructureerd, doelgericht en objectief
onderzoeken van gedrag. Aan een wetenschappelijke psychologie stellen we dus hele andere eisen
dan aan folk psychology.
Gebruik van hypothetische constructen
Kun je zwaartekracht zien?
Zwaartekracht is een hypothetisch construct (HC):
Het is niet direct waarneembaar
Bezit een aantal veronderstelde eigenschappen (zwaartekracht geeft objecten
gewicht)
Je kunt de consequenties zien van het hypothetisch ding of proces (appels vallen van
bomen)
We gebruiken het om observeerbare dingen mee verklaren (appels vallen van bomen
door de zwaartekracht).
Zie ppt dia 43!
Hypothetische constructen in de psychologie
HC 1 11-11-2024 (H1 en H2)
Wat is psychologie?
Wat is psychologie?
Psychologie gaat over hoe gedrag van individuen gemotiveerd is (waarom doet deze persoon dit?) en
de direct waarneembare (bijv. omgevingsfactoren), de privaat toegankelijke (motieven, wensen,
meningen/attitudes, gedachten, herinneringen etc.) en onbewuste processen en toestanden die
hierbij een rol spelen.
Privaattoegankelijk proces heb jij alleen toegang tot het is alleen van jou (jij voelt bijvoorbeeld
alleen verdriet of blijdschap).
Voorbeeld
Direct waarneembare aspecten: kun je waarnemen en meten
Agressief gedrag, reactietijd
Privaat toegankelijk: is alleen kenbaar voor de persoon, niet voor anderen.
Boosheid, verdriet, jaloezie
Onbewust: is niet kenbaar voor de persoon en anderen.
Impliciete stereotypen (zie college 9), klassiek geconditioneerde responsen (zie college 3).
Grondslagen van de moderne psychologie – 3 belangrijke uitgangspunten
Grondleggers van de psychologie
Wilhelm Wundt (1832 – 1920)
Eerste (?) psychologisch laboratorium in 1879
Onderzoek naar waarneming en waarnemingsdrempels
Wundt-illusie.
Methode: introspectie (vraag proefpersonen naar hun ervaring)
William James (1842-1910)
Onderzoek naar emoties
Emotie = verandering in het lichaam
Facial feedback hypothese
Voel je je sip? Probeer te lachen!
Emotie is immers lichamelijke verandering
De moderne psychologie (p. 2-10)
,3 uitgangspunten moderne psychologie:
1. Fysieke veroorzaking van gedrag.
2. Gedrag/psychische processen worden gevormd door ervaring
3. De machinerie voor gedachten en gedrag (d.w.z. brein, lichaam) is vormgegeven door
natuurlijke selectie.
Psychologie gaat toch over emoties, gedachten, kennis etc.? Dat lijken niet-materiele fenomenen te
zijn en dat is een probleem…
Ad. 1: fysieke veroorzaking van gedrag (p. 2-10)
Tot 17e eeuw: mens bestaat uit lichaam (stoffelijk) en ziel (onstoffelijk)
De ziel beïnvloedt het lichaam.
Maar hoe dan?
René Descartes
Dieren hebben geen ziel (alleen fysieke oorzaken)
Dualisme, omdat het ervan uitgaat dat lichaam en ziel twee gescheiden entiteiten zijn.
Dus alles wat zowel dieren als mensen doen heeft een fysieke oorzaak!
Dieren hebben geen gedachten, dus die komen uit de ziel
‘the ghose in the machine (Gilbert Ryle)
Maar: hoe communiceren ziel en lichaam dan.
Antwoord: in de pijnappelklier.
N.B.: dit is flauwekul.
Fysieke veroorzaking volgens Descartes:
Zintuigelijke waarneming de ziel (verwerkt de stimulus) ziel initieert actie en stuurt de spieren
aan.
Thomas Hobbes (1588-1679)
Er is geen ziel, alleen maar materie
Materialisme
Probleem: is een gedachte ook materie?
Nee? Dan heb je nog steeds een probleem (zie Descartes)
Ja? Dan moet je gedachten en gevoelens dus vanuit materie kunnen verklaren (maar
hoe dan?).
Idealisme gaat er van uit dat er alleen maar geest is en dat zelfs het lichaam een voortbrengsel is
van onze creatieve geest bekende idealist is Plato.
Belangrijke ontwikkelingen in de 19e eeuw (1)
Dieronderzoek: reflexen
Alle gedrag (ook breinmechanismen) zijn reflexen.
Belangrijke ontwikkelingen in de 19e eeuw (2)
, Lokalisatie van functies in het brein.
Schade aan bepaalde delen van het brein resulteert in selectieve uitval.
Bijvoorbeeld gebieden van Broca en Wernicke voor taal
Algemeen geaccepteerd idee: gevoelens, gedachten etc. hebben fysieke oorzaken.
Waarom is dat belangrijk voor de psychologie?
Maakt het mogelijk psychologische processen empirisch te onderzoeken.
Ad. 2: gedrag wordt gevormd door ervaring (p. 2-10)
Brits empirisme (o.a. Locke, Berkeley en Hume)
Kennis en gedachten worden gevormd door sensorische ervaring.
Locke: mens komt als een onbeschreven blad (‘Tabula Rasa’ of ‘Blank slate’) ter wereld…
… en worden geheel gevormd door ervaring
John Locke 1632 – 1704
Tegenovergestelde van empirisme = navitisme
Nativisme: veel van bepalende menselijke gedachten en motieven zijn aangeboren (o.a. Kant
en von Leibniz)
A priori kennis: aangeboren
A posteriori kennis: aangeleerd d.m.v. ervaring
Bijv. aangeboren aanleg voor taal.
Debat is nog steeds erg actueel: Nature vs. nurture debat!
Bijv. is goed kunnen voetballen aangeboren of een kwestie van veel trainen?
Tegenwoordig geloven we dat het allebei een beetje waar is.
Zie bijv. college 2 (evolutionaire basis van gedrag) en college 3 (leren).
Ad. 3: brein en lichaam zijn vormgegeven door natuurlijke selectie (p. 2-10)
Evolutie: survival of the fittest
Charles Darwin (1809 – 1882) Origin of Species.
Fysieke eigenschappen erf je want hebben overlevingswaarde
Dit geldt ook voor bepaalde gedragingen (want hebben een fysieke oorzaak, zie punt 1).
Verdriet, lachen, boosheid hebben overlevingswaarde
En zijn dus (deels) erfelijk (zie college 2).
Twee andere belangrijke bijdragen van Darwin:
1. Mensen zijn dieren
2. Nadruk op functie van gedrag (vgl. ecologische psychologie)
Mensen hebben geen bijzondere eigenschappen.
Belang van functie: wat is het nut van boos zijn, verdrietig zijn etc.?
Implicatie: soms kun je gedrag begrijpen door naar de functie ervan te kijken.
Iedereen is psycholoog… - … maar dat maakt je nog geen wetenschapper
, Iedereen is psycholoog…
Iedereen maakt voor het verklaren van eigen/andermans gedrag gebruik van ideeën over
mentale toestanden, motieven en hun relatie met gedrag.
Gebaseerd op ervaring (met jezelf of anderen) en dingen die ‘algemeen bekend’ worden
verondersteld.
Belangrijk deze te onderscheiden van wetenschappelijke psychologie.
3 potentiële valkuilen
1. Folk psychology
2. Gebruik van hypothetische constructen
3. Gebruik van metaforen
Bovenstaande is niet per se fout maar is goed je ervan bewust te zijn.
Folk psychology
Folk psychology of common sense psychology: mensen verklaren gedrag van zichzelf en
anderen door bepaalde mentale kenmerken aan hen toe te schrijven.
Emoties, wensen, stemmingen, pijn, gedachten.
We hebben vaak impliciete theorieën over emoties, wensen etc. van onszelf en anderen.
Voorbeelden:
Verdriet moet je niet opkroppen, daar word je somber van.
Als je 4 keer achter elkaar verliest neemt het vertrouwen van het team af.
Zie ppt dia 40!
Soms zijn dergelijke aannames en ideeën juist, vaak ook niet.
Zie college 7: het snelle denksysteem (Daniel Kahneman)
Zie college 9: attributiefouten
Wel zijn ze vaak bruikbaar: het stelt ons in staat je eigen gedrag te analyseren en veranderen,
met anderen te communiceren, gedrag te anticiperen etc.
Wetenschappelijke psychologie houdt zich bezig met het gestructureerd, doelgericht en objectief
onderzoeken van gedrag. Aan een wetenschappelijke psychologie stellen we dus hele andere eisen
dan aan folk psychology.
Gebruik van hypothetische constructen
Kun je zwaartekracht zien?
Zwaartekracht is een hypothetisch construct (HC):
Het is niet direct waarneembaar
Bezit een aantal veronderstelde eigenschappen (zwaartekracht geeft objecten
gewicht)
Je kunt de consequenties zien van het hypothetisch ding of proces (appels vallen van
bomen)
We gebruiken het om observeerbare dingen mee verklaren (appels vallen van bomen
door de zwaartekracht).
Zie ppt dia 43!
Hypothetische constructen in de psychologie