moet kennen voor het eindexamen wiskunde VMBO:
_________________________________________________________________________________
1. Rekenen en Getallen
Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen: Dit zijn de basisbewerkingen. Je
moet weten hoe je met getallen zoals hele getallen, kommagetallen (decimale
getallen) en breuken werkt.
Procenten: Dit gaat over bijvoorbeeld kortingen, belasting of rente. Je moet
weten hoe je procenten omrekent naar een getal en hoe je ermee rekent.
Breuken: Dit is het rekenen met breuken, bijvoorbeeld ½, ¾. Je moet weten hoe
je breuken optelt, aftrekt, vermenigvuldigt en deelt.
Verhoudingen: Dit gaat over het vergelijken van hoeveelheden, bijvoorbeeld als
3 van de 5 leerlingen een boek lezen, dan is de verhouding 3:5.
2. Algebra
Vergelijkingen oplossen: Bijvoorbeeld, als je een som hebt zoals 2x + 3 = 7, moet
je weten hoe je x (de onbekende) kunt vinden. Dit doe je door de stappen te
volgen.
Formules gebruiken: Wiskundige formules zoals voor de oppervlakte van een
rechthoek (lengte × breedte) of de omtrek van een cirkel (2 × π × straal). Je moet
weten hoe je deze formules toepast.
Ongelijkheden oplossen: Soms krijg je een vraag zoals 3x + 2 < 7. Dit is een
beetje zoals een vergelijking, maar het is een "minder dan" vraag. Je moet weten
hoe je dit oplost.
3. Meetkunde
Geometrie: Dit gaat over figuren zoals driehoeken, vierkanten, rechthoeken,
cirkels, en meer. Je moet weten hoe je de omtrek (de rand) en de oppervlakte (de
ruimte binnenin) van deze figuren berekent.
o Voorbeeld: De oppervlakte van een rechthoek is lengte × breedte.
Hoeken: Een driehoek heeft altijd 180° aan hoeken, en een vierhoek heeft altijd
360° aan hoeken.
Pythagoras: Dit gaat over rechthoekige driehoeken. Als je de lengtes van twee
zijden weet, kun je de derde kant berekenen met de formule: a² + b² = c².
4. Verhoudingen en Tabellen