Hoorcollege 1 – Normatieve ethiek
Vraag 1 (100 woorden per concept):
● Utilitarisme:
- Ethische stroming
- Morele waarde van een handeling hangt af van haar gevolgen
- Doel: het grootste geluk voor het grootste aantal mensen
- Jeremy Bentham: utilitarisme gebaseerd op hedonisme → plezier en pijn worden
in kwantitatieve termen gemeten
- John Stuart Mill: voegt kwalitatieve verschillen toe → intellectueel en moreel
plezier
- Kritiek:
- Minderheden opofferen
- Speculatieve inschattingen van gevolgen
● Deontologische ethiek:
- Sommige daden zijn intrinsiek goed of slecht (ongeacht gevolgen)
- Gebaseerd op plichten en intenties → handelen uit plicht vormt het morele
fundament
- Immanuel Kant: categorische imperatief heeft twee formuleringen
1. Handel volgens een gedragsregel waarvan je wilt dat het een universele
wet wordt
2. Behandel mensen als doel op zich en niet slechts als middel
- Voordelen: autonomie en voorspelbaarheid in morele oordelen
- Kritiek: conflicterende plichten, gebrek aan ruimte voor emoties en beperking tot
rationele wezen
● Rechtvaardigheid:
- Rechtvaardigheidsethiek → John Rawls
- Focus: eerlijke verdeling van goederen en kansen in de samenleving
- ‘Sluier van onwetendheid’: rechtvaardigheid wordt ontworpen zonder te weten
welke positie men inneemt
- ‘Difference principle’: ongelijkheid is alleen gerechtvaardigd als het de minst
bevoorrechten ten goede komt
- Voordelen: aandacht voor de kwetsbare groepen en sociale mobiliteit
- Kritiek (Sen & Nussbaum): Rawls houdt onvoldoende rekening met historische
ongelijkheden
,● Deugdethiek:
- Aristoteles → gefocust op karaktervorming en het cultiveren van deugden zoals
moed en rechtvaardigheid
- Juiste handelen = gulden middenweg van twee extreme ondeugden
- Ultieme doel = eudaimonia → staat van menselijk floreren
- Wordt bereikt door praktische wijsheid (fronesis) en morele ontwikkeling
- Deugdethiek is contextueel en houdt rekening met persoonlijke relaties en
gemeenschap
- Kritiek:
- Kan iedereen deugdzaam worden?
- Leidt deugdzaamheid daadwerkelijk tot geluk?
- Culturele afhankelijk van deugden
- Deugdethiek heeft beperkte richtlijnen voor beleidsvorming en kan leiden tot
uitsluiting van mensen met minder capaciteiten
● Zorgethiek:
- Ethische stroming die relaties en afhankelijkheid centraal stelt
- Carol Gilligan’s reactie op Kohlbergs opvattingen over morele ontwikkeling
→ vrouwelijke perspectieven onderbelicht bleven
- Zorgethiek benadrukt empathie en verantwoordelijkheid i.p.v. abstracte
principes
- Toepassing in dieren en ecologische ethiek
- Voordelen: focus op concrete relaties en contextuele morele oordelen
- Nadelen:
- Risico op paternalisme → iemands vrijheid beperken omdat je vindt dat
dat in het belang van die persoon is (als vader gedragen)
- Het potentieel versterken van genderstereotypen door zorg primair aan
vrouwen toe te schrijven
- Wringt af en toe met autonomie wanneer zorg als dwingend/bevoogdend
wordt ervaren
● Preferentie-utilitarisme:
- Variant van utilitarisme
- Kijkt niet enkel naar plezier en pijn, maar naar de bevrediging van voorkeuren
- Handelingen worden beoordeeld o.b.v. de mate waarin ze de voorkeuren van
individuen bevorderen
- Peter Singer = bekende voorstander → morele beslissingen moeten worden
gemaakt o.b.v. rationele afwegingen van belangen (incl. dieren)
, - Kritiek: voorkeuren kunnen irrationeel of slecht geïnformeerd zijn en kan
minderheden benadelen
● Handelingsutilitarisme:
- Beoordeelt elke handeling afzonderlijk o.b.v. haar gevolgen
- Handeling is moreel juist als ze het meeste geluk of nut oplevert in een
specifieke situatie
- Verschilt van regelutilitarisme: kijkt naar bredere gedragsregels
- Voordelen: flexibiliteit en maximaliseren van geluk
- Nadelen:
- Lastig om gevolgen vooraf in te schatten
- Het kan immorele handelingen rechtvaardigen (als ze groter goed opleveren)
- Bijvoorbeeld: liegen kan in een bepaalde situatie meer geluk creeren
● Regelutilitarisme:
- Beoordeelt niet individuele handelingen, maar algemene regels die, wanneer
gevolgd, het grootste geluk opleveren
- Er wordt gekeken naar welke morele regels op lange termijn de beste gevolgen
hebben i.p.v. elke handeling afzonderlijk te wegen
- Voorkomt enkele nadelen van handelingsutilitarisme: rechtvaardiging van
immorele daden
- Raakvlakken met deontologie → consistent systeem van regels
- Kritiek: kan rigide/streng zijn en niet altijd de beste uitkomsten in specifieke
gevallen opleveren
- Bijvoorbeeld: verkeersregels, stoppen voor rood licht is meestal nuttig, maar
niet bij nood
● Hedonisme:
- Filosofische stroming stelt dat…
- plezier het hoogste goed is
- het vermijden van pijn de basis vormt van moreel juist handelen
- Belangrijke rol binnen het utilitarisme, vooral bij Jeremy Bentham, die geluk
kwantitatief beschouwd als optelsom van plezier en pijn
- John Stuart Mill introduceerde een kwalitatief onderscheid tussen hogere
(intellectuele) en lagere (lichamelijke) vormen van plezier
- Kritiek: kan een oppervlakkige visie op het menselijk leven en niet alle plezier is
per se goed
- Bijvoorbeeld: destructieve verslavingen