Werkcolleges van inleiding in de onderwijssociologie
Werkcollege 1:
Een belangrijke les is: ‘Alles is contingent maar daarom nog niet arbitrair’.
(Elchardus, H1)
a) Kies een maatschappelijk vraagstuk (dus een verschijnsel op macro/meso
niveau) als voorbeeld van deze les en laat zien hoe uit dit voorbeeld de niet-
arbitraire contingentie blijkt.
- Een maatschappelijk vraagstuk is onderwijsongelijkheid, dit gaat over de
verschillen in onderwijskansen en uitkomsten tussen verschillende sociale
groepen. Hierbij kan je denken aan verschillen op het gebied van
migratieachtergrond of in welke regio je woont. Bij onderwijsongelijkheid is
sprake van een niet-arbitraire contingentie, aangezien hier sprake is van
processen die niet willekeurig zijn, maar voortkomen uit onderliggende sociale
en economische activiteiten. Zo hebben bijvoorbeeld kinderen van hoger
opgeleide ouders gemiddeld betere schoolprestaties en meer
doorstroommogelijkheden naar hogere onderwijsniveaus. Dit komt niet alleen
door genetische aanleg, maar door verschillen in opvoeding en ondersteuning en
de beschikbaarheid van bepaalde middelen. Ook hebben scholen in welvarende
wijken vaak betere gekwalificeerde wijken en meer financiële middelen dan
scholen in achterstandswijken, dit leidt tot structurele ongelijkheden in
onderwijskwaliteit en kansen.
Antwoord: niet-arbitaire contingentie verwijst naar het idee dat sociale
verschijnselen niet willekeurig arbitrair zijn, maar voortkomen uit
historische economische en sociale structuren. De wereld had er anders
uit kunnen zien, maar de huidige situatie is een logisch gevolg van
specifieke samenhang en structuren. Uit het voorbeeld moet dus komen
dat een sociaal verschijnsel/ institutie een andere vorm had kunnen
hebben, maar dat de huidige vorm niet willekeurig is.
b) Waarin verschillen de posities van Luhmann en Habermas ten aanzien van het
arbitraire?
- Op deze visie kwam kritiek: Jürgen Habermans
- Wetenschap levert kennis op, maar geeft geen richting. De
wetmatigheden bepalen niet hoe de samenleving eruitziet, maar hoe de
mensen willen hoe de samenleving eruitziet. Hierdoor is het ook dat
bepaalde mensen het niet eens zijn > door communicatie kan er sociale
orde ontstaan.
Filosofische stroming is verlichting
Niklas LUhmann
- Sociale orde door het arbitraire te aanvaarden
, - Meerderheidsregels en wetten zijn noodzakelijk. Want als zelfs als eerlijke
mensen met elkaar praten, kunnen ze het nog steeds oneens zijn over wat
ze belangrijk vinden. Je moet gaan kijken naar hoe je de mensen die het er
niet mee eens zijn ook de regels te laten opvolgen. Het is heel belangrijk
dat mensen vertrouwen hebben in de besluitvorming. Door geloof in een
bestaande orde kan sociale orde ontstaan.
De verschillen: Habermans zegt dat mensen zelf bepalen hoe de samenleving
moet zijn, door met elkaar in gesprek te gaan en veranderingen door te voeren.
Luhmann zegt: de samenleving is zoals hij is, omdat de systemen zo werken, het
had anders kunnen zijn, maar het is ontstaan door hoe de geschiedenis de
systemen heeft ontwikkeld.
Antwoord: Habermans zei dat alleen kennis niet genoeg is. Je moet
rationeel communicatief handelen. Door open communicatie keuzes
maken die her arbitraire opheffen, hierdoor ontstaat er consensus.
Terwijl Luhmann juist zegt dat consensus onmogelijk is, dus je moet
leren met arbitraire. Je moet geloven in het bestaande orde en respect
hebben voor traditie. Vertrouwen in procedurele juistheid.
c) Denk aan de manier waarop het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het
kabinet adviseert over klimaatmaatregelen (bv het monitoren van energie
strategieën). Welke kritische kanttekening zou Habermas hierbij kunnen
plaatsen, en wat voor aanbeveling (t.a.v. politieke besluitvorming en
beleidsprocessen) zou daaruit kunnen voortvloeien?
- Habermans zijn kritiek zou vooral gaan over de rol van technologie en de
beperkte betrokkenheid van de democratie. Het planbureau gebruikt
wetenschappelijke modellen en analyses om het klimaatbeleid te onderbouwen,
dit kan de indruk wekken dat het een puur technische kwestie is, in plaats van
dat het iets is waar burgers en maatschappelijke groepen inspraak op zouden
moeten hebben. Beleid moet niet alleen gebasseerd zijn op experts en
berekeningen, maar het moet ook gevormd worden door publieke discussies en
gesprekken tussen de mensen wat zij ervan vinden.
- Een aanbeveling van Habermans zou kunnen zijn dat de overheid moet kijken
wat e burgers zien als eerlijk en hoe zij het klimaatbeleid ervaren en daar met
hun in gesprek over gaan.
Antwoord: de manier waarop het BPL het kabinet adviseert is dat
wetenschappelijke kennis leidend is en dat er weinig oog is voor
maatschappelijke sentiment. Habermans kan hier kritiek opleveren. Hij
vindt namelijk dat wetenschap ons kan informeren, maar schrijft niet
voor welke keuzes we moeten maken. Er moet doorom ruimte
gecreeërd worden voor een dialoog om zo tot gedeelde voorkeuren en
doelstellingen te komen.
Extra opdrachten:
, 1. Leg uit hoe de verlichting een rol speelde in het ontstaan van de
sociologie
- Het vraagstuk van de sociale orde stond centraal in de discussie tussen
de vertegenwoordigers van de verlichting en die van de
tegenverlichting. Religie werd steeds minder belangrijk. Mensen gingen
steeds meer geïndividualiseerd en gerationaliseerd denken. Hierdoor
kwam de vraag: als religie minder bepalend wordt, hoe wordt dan de
sociale orde in stand gehouden. De aanhangers van de verlichting
dachten door kennis en rede.
2. Noem drie legitimerende derden en leg voor elk hun de betekenis
uit aan de hand van een voorbeeld. Zorg ervoor dat minimaal 1
van de 3 voorbeelden over het onderwijs gaat.
Natuur: organisatie van de samenleving is aangepast op onze fysieke
eigenschappen en behoeften.
Geschiedenis: organisatie van de samenleving is aangepast op
eerder gemaakte keuzes/ gebeurtenissen uit het verleden.
Samenhang: verschillende elementen van de samenleving of
instituties zijn op elkaar aangepast. Organisaties van het één, bepaalt
het doel organisatie van het ander.
3. Welke ongeschreven regels of principes liggen ten grondslag aan
het geven van geschenken. Waarom is de studie van mauss naar
het geschenk een mooi voorbeeld van de sociologische interesse
naar samenhang?
Het geven van geschenken is gebaseerd op drie belangrijke principes:
1. Blijk van waardering – Een geschenk laat zien dat je iemand waardeert
of erkent, bijvoorbeeld als teken van dankbaarheid of respect.
2. Reciprociteit – Dit betekent dat een geschenk nooit echt ‘gratis’ is. Er
wordt vaak verwacht dat de ontvanger op een later moment iets
terugdoet, wat de sociale band versterkt.
3. Proportionaliteit – De waarde van het geschenk moet in verhouding
staan tot de relatie en de omstandigheden. Een te groot of te klein
geschenk kan ongepast aanvoelen
Samenhang en de studie van Mauss
De studie van Marcel Mauss over het geschenk laat zien dat giftuitwisseling
een sociaal verschijnsel is. Geschenken zijn niet alleen persoonlijke gebaren,
maar ook onderdeel van bredere sociale structuren.
Vervlechting van systemen – Het geven van geschenken speelt een rol
in verschillende domeinen, zoals religie, economie en politiek.
Bijvoorbeeld: in sommige culturen hebben giften een rituele betekenis.
Regulering van sociale verhoudingen – Giften bepalen wie bij welke
groep hoort, verstevigen relaties en kunnen zelfs machtsverhoudingen
weerspiegelen.
Werkcollege 1:
Een belangrijke les is: ‘Alles is contingent maar daarom nog niet arbitrair’.
(Elchardus, H1)
a) Kies een maatschappelijk vraagstuk (dus een verschijnsel op macro/meso
niveau) als voorbeeld van deze les en laat zien hoe uit dit voorbeeld de niet-
arbitraire contingentie blijkt.
- Een maatschappelijk vraagstuk is onderwijsongelijkheid, dit gaat over de
verschillen in onderwijskansen en uitkomsten tussen verschillende sociale
groepen. Hierbij kan je denken aan verschillen op het gebied van
migratieachtergrond of in welke regio je woont. Bij onderwijsongelijkheid is
sprake van een niet-arbitraire contingentie, aangezien hier sprake is van
processen die niet willekeurig zijn, maar voortkomen uit onderliggende sociale
en economische activiteiten. Zo hebben bijvoorbeeld kinderen van hoger
opgeleide ouders gemiddeld betere schoolprestaties en meer
doorstroommogelijkheden naar hogere onderwijsniveaus. Dit komt niet alleen
door genetische aanleg, maar door verschillen in opvoeding en ondersteuning en
de beschikbaarheid van bepaalde middelen. Ook hebben scholen in welvarende
wijken vaak betere gekwalificeerde wijken en meer financiële middelen dan
scholen in achterstandswijken, dit leidt tot structurele ongelijkheden in
onderwijskwaliteit en kansen.
Antwoord: niet-arbitaire contingentie verwijst naar het idee dat sociale
verschijnselen niet willekeurig arbitrair zijn, maar voortkomen uit
historische economische en sociale structuren. De wereld had er anders
uit kunnen zien, maar de huidige situatie is een logisch gevolg van
specifieke samenhang en structuren. Uit het voorbeeld moet dus komen
dat een sociaal verschijnsel/ institutie een andere vorm had kunnen
hebben, maar dat de huidige vorm niet willekeurig is.
b) Waarin verschillen de posities van Luhmann en Habermas ten aanzien van het
arbitraire?
- Op deze visie kwam kritiek: Jürgen Habermans
- Wetenschap levert kennis op, maar geeft geen richting. De
wetmatigheden bepalen niet hoe de samenleving eruitziet, maar hoe de
mensen willen hoe de samenleving eruitziet. Hierdoor is het ook dat
bepaalde mensen het niet eens zijn > door communicatie kan er sociale
orde ontstaan.
Filosofische stroming is verlichting
Niklas LUhmann
- Sociale orde door het arbitraire te aanvaarden
, - Meerderheidsregels en wetten zijn noodzakelijk. Want als zelfs als eerlijke
mensen met elkaar praten, kunnen ze het nog steeds oneens zijn over wat
ze belangrijk vinden. Je moet gaan kijken naar hoe je de mensen die het er
niet mee eens zijn ook de regels te laten opvolgen. Het is heel belangrijk
dat mensen vertrouwen hebben in de besluitvorming. Door geloof in een
bestaande orde kan sociale orde ontstaan.
De verschillen: Habermans zegt dat mensen zelf bepalen hoe de samenleving
moet zijn, door met elkaar in gesprek te gaan en veranderingen door te voeren.
Luhmann zegt: de samenleving is zoals hij is, omdat de systemen zo werken, het
had anders kunnen zijn, maar het is ontstaan door hoe de geschiedenis de
systemen heeft ontwikkeld.
Antwoord: Habermans zei dat alleen kennis niet genoeg is. Je moet
rationeel communicatief handelen. Door open communicatie keuzes
maken die her arbitraire opheffen, hierdoor ontstaat er consensus.
Terwijl Luhmann juist zegt dat consensus onmogelijk is, dus je moet
leren met arbitraire. Je moet geloven in het bestaande orde en respect
hebben voor traditie. Vertrouwen in procedurele juistheid.
c) Denk aan de manier waarop het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het
kabinet adviseert over klimaatmaatregelen (bv het monitoren van energie
strategieën). Welke kritische kanttekening zou Habermas hierbij kunnen
plaatsen, en wat voor aanbeveling (t.a.v. politieke besluitvorming en
beleidsprocessen) zou daaruit kunnen voortvloeien?
- Habermans zijn kritiek zou vooral gaan over de rol van technologie en de
beperkte betrokkenheid van de democratie. Het planbureau gebruikt
wetenschappelijke modellen en analyses om het klimaatbeleid te onderbouwen,
dit kan de indruk wekken dat het een puur technische kwestie is, in plaats van
dat het iets is waar burgers en maatschappelijke groepen inspraak op zouden
moeten hebben. Beleid moet niet alleen gebasseerd zijn op experts en
berekeningen, maar het moet ook gevormd worden door publieke discussies en
gesprekken tussen de mensen wat zij ervan vinden.
- Een aanbeveling van Habermans zou kunnen zijn dat de overheid moet kijken
wat e burgers zien als eerlijk en hoe zij het klimaatbeleid ervaren en daar met
hun in gesprek over gaan.
Antwoord: de manier waarop het BPL het kabinet adviseert is dat
wetenschappelijke kennis leidend is en dat er weinig oog is voor
maatschappelijke sentiment. Habermans kan hier kritiek opleveren. Hij
vindt namelijk dat wetenschap ons kan informeren, maar schrijft niet
voor welke keuzes we moeten maken. Er moet doorom ruimte
gecreeërd worden voor een dialoog om zo tot gedeelde voorkeuren en
doelstellingen te komen.
Extra opdrachten:
, 1. Leg uit hoe de verlichting een rol speelde in het ontstaan van de
sociologie
- Het vraagstuk van de sociale orde stond centraal in de discussie tussen
de vertegenwoordigers van de verlichting en die van de
tegenverlichting. Religie werd steeds minder belangrijk. Mensen gingen
steeds meer geïndividualiseerd en gerationaliseerd denken. Hierdoor
kwam de vraag: als religie minder bepalend wordt, hoe wordt dan de
sociale orde in stand gehouden. De aanhangers van de verlichting
dachten door kennis en rede.
2. Noem drie legitimerende derden en leg voor elk hun de betekenis
uit aan de hand van een voorbeeld. Zorg ervoor dat minimaal 1
van de 3 voorbeelden over het onderwijs gaat.
Natuur: organisatie van de samenleving is aangepast op onze fysieke
eigenschappen en behoeften.
Geschiedenis: organisatie van de samenleving is aangepast op
eerder gemaakte keuzes/ gebeurtenissen uit het verleden.
Samenhang: verschillende elementen van de samenleving of
instituties zijn op elkaar aangepast. Organisaties van het één, bepaalt
het doel organisatie van het ander.
3. Welke ongeschreven regels of principes liggen ten grondslag aan
het geven van geschenken. Waarom is de studie van mauss naar
het geschenk een mooi voorbeeld van de sociologische interesse
naar samenhang?
Het geven van geschenken is gebaseerd op drie belangrijke principes:
1. Blijk van waardering – Een geschenk laat zien dat je iemand waardeert
of erkent, bijvoorbeeld als teken van dankbaarheid of respect.
2. Reciprociteit – Dit betekent dat een geschenk nooit echt ‘gratis’ is. Er
wordt vaak verwacht dat de ontvanger op een later moment iets
terugdoet, wat de sociale band versterkt.
3. Proportionaliteit – De waarde van het geschenk moet in verhouding
staan tot de relatie en de omstandigheden. Een te groot of te klein
geschenk kan ongepast aanvoelen
Samenhang en de studie van Mauss
De studie van Marcel Mauss over het geschenk laat zien dat giftuitwisseling
een sociaal verschijnsel is. Geschenken zijn niet alleen persoonlijke gebaren,
maar ook onderdeel van bredere sociale structuren.
Vervlechting van systemen – Het geven van geschenken speelt een rol
in verschillende domeinen, zoals religie, economie en politiek.
Bijvoorbeeld: in sommige culturen hebben giften een rituele betekenis.
Regulering van sociale verhoudingen – Giften bepalen wie bij welke
groep hoort, verstevigen relaties en kunnen zelfs machtsverhoudingen
weerspiegelen.