HOORCOLLEGE 1 Logopedie en Dementie
Dementie: spectrum van klinische syndromen. Veroorzaakt door verschillende hersenziekten
met meervoudige stoornissen in cognitie, stemming of gedrag,
Combinatie van ziekteverschijnselen. Meest kenmerkend: geheugen. (niet altijd)
Progressieve aandoening. Niet onomkeerbaar, dus niet hetzelfde als bijvoorbeeld een delier/
depressie (tijdelijk)
Je spreekt van dementie wanneer er twee cognitieve stoornissen aanwezig zijn. Vaak
geheugenstoornis met één andere cognitieve stoornis zoals:
- Taal
- Praxis
- Plannen/organiseren
- Aandacht
Risicofactoren:
Geen factoren die alleen verantwoordelijk zijn voor ontstaan van dementie.
Uitzondering: enkele monogenetische factoren (mutatie niet enkel van één gen)
Meetstal combinatie genetische en niet-genetische factoren
Demografische factoren:
- Leeftijd
- Geslacht: gecompliceerde factor gezien langere overleving vrouwen
- Opleidingsniveau
o Niet consistent genoemd door onderzoekers
o Belangrijkste hypothese: hoger opgeleiden hebben meet cognitieve reserves
o Daardoor: later manifesteren symptomen, maar ogend sneller beloop.
- Demografisch: ras
o Vertekenend: afro-amerikanen scoren lager op cognitieve tests waardoor
vaker foutpositieve diagnose
- Genetisch
o Monogenetisch: bij start dementie voor 65 jaar: 60% familiair bepaald. Drie
genen autosomaal dominant: samen verantwoordelijk voor 8% vroeger
alzheimerdementie (AD)
o Suspectibiliteitgenen (vatbaarheidsgenen)
APOE-gen beïnvloedt risico op vroege en late vorm van AD
Door dragen gen/gendelen mogelijk eerder optreden dementie.
- Hart- en vaatziekten
o Hypertensie
o Cerebrale vaatschade
o Diabetes mellitus, maar controversieel
o Cholesterolproblemen
- Leefstijl
o Roken
o Alcohol: beschermt bij 1 tot 3 glazen per dag. Grote hoeveelheden kan leiden
tot cognitieve achteruitgang of ontstaan van dementie
, - Sociaal, mentaal en fysiek actief: betere cognitie en lagere kans op dementie
Impact dementie
71% van patiënten ervaart sterk verlies van kwaliteit van leven. Verminderd/verlies van
zelfstandigheid, vermogen om dingen, situaties en mensen te herkennen. Verdriet en angst.
Normale veroudering
Bij veroudering nemen bepaalde functies af.
- Werkgeheugen
- Episodisch geheugen (het herinneren van namen, gezichten en gebeurtenissen)
- Tempo van handelen en denken
- Gerichte aandacht
- Spierkracht
- Visus en gehoor
Oorzaak: verandering hersenstructuren waardoor verandering functioneren structuren
Grote individuele verschillen.
Verschil normale veroudering en demente
Ernstiger geheugenproblemen; hele gebeurtenis vs. details gebeurtenis
Geen verstoring dagelijks leven
Vroege symptomen
Vaak via omgeving valt het om. Vaak terloops gemeld.
Verandering cognitieve functies:
- Lichte geheugenstoornissen
- Detailverlies in herinneringen
- Oordeels-/kritiekstoornissen
- Traagheid in handelen/denken
- Overzichtsverlies
- Moeite met complexe handelingen/taken
- Verdwalen
- Minder vloeiende spraak/taal
- Visuele hallucinaties
- Paniekreacties bij demaskerende gebeurtenissen
Veranderingen in gedrag en stemming:
- Onzekerheid
- Angst
- Depressieve klachten
- Prikkelbaarheid
- Afhankelijk gedrag
- Initiatief/interesseverlies
- Terugtrekken uit sociale activiteiten
- Aspecifieke lichamelijke klachten
- Verwaarlozing
- Gewichtsverlies
- Verruwing omgangsvormen
, (Vroege) Symptomen bij onderzoek en observatie:
- Steunend op informant bij anamnese
- Bagatelliseren geheugenproblemen
- Desoriëntatie
- Geheugenstoornissen
- Motoriekstoornissen: lopen en evenwicht
- Overgevoeligheid voor antipsychotica
Fasen in dementiefasen
- Predementie:
o Subtiele psychische en lichamelijke veranderingen
o Uiteenlopende klachten waarvoor vaak inschakeling HA
o Patiënt is minder spontaan; heeft neiging zicht terug te trekken
- Beginnende dementie
o Meer ernstiger cognitieve problemen
o Werk en sociale activiteiten belemmerd
o Bij acceptatie en adaptie: relatief lange fase
- Matige dementie
o Verhoogd verzorgingsbehoefte
o Toenemend en ernstig probleemgedrag
- Gevorderde dementie
o Toenemend verpleegbehoeftig en volledig hulpbehoevend
o Geen herkenning omgeving
o Begeleiding omgeving en organiseren ondersteuning en opvang belangrijk
Dementietypen:
- Milde cognitieve stoornissen
- Alzheimerdementie
- Vasculaire dementie
- Lewy-body dementie
- Frontotemporale dementie (FTD)
Scala aan zeldzame dementievormen, vaak als gevolg van andere stoornissen zoals
huntington, ziekte van creutzfeldt-jakob, progressieve supranucleaire verlamming,
corticobasale degeneratie, hersentumoren, aids, alcoholabuses.
Dementie met afasieën
- Milde cognitieve stoornissen
- Alzheimderdementie: logopenische progressieve afasie (LPA)
- Vasculaire dementie
- Lewy-body-dementie
- Frontotemporale dementie (FTD):
o Progressieve niet-vloeiende afasie (PNVA)
o Semantische dementie (SD)
o Gedragsvariant (FTD)