Toelichting conceptueel raamwerk en kennisclips
Ruimtelijke ordening: de best denkbare wederkerige aanpassing van ruimte en samenleving zoekt
ter wille van de samenleving.
Conceptueel kader bestaat uit:
1. Visie = gewenste toekomst over ruimte of maatschappelijke visie. Het is dus een wensbeeld.
Maatschappijvisie = wensbeeld toekomstige samenleving, vaak gebaseerd op normen, waarden
(veiligheid, privacy etc.). De rol van de overheid vs. collectief.
Vooral de vertaling naar een ruimtelijke visie op inrichting en een visie op sturing is hierin belangrijk.
Ruimtelijke visie op inrichting: waar moet wat komen, welke vorm en waarom → hoog vs. laag
bebouwingsdichtheid.
Visie op sturing: wensbeeld waarop de veranderingen tot stand komen. → overheid, actoren
(instituties)
2. Stolling = tot een stabiel maar inherent tijdelijk evenwicht komen van institutionele en fysieke
ruimtelijke dynamieken.
verwijst naar tijdelijke machtsevenwicht waardoor een dominante visie de praktijk kan vastleggen
(vorm van beleid, inrichting en instituties).
Inherent tijdelijk = de ruimte zal altijd van functie veranderen (als je lang genoeg wacht)
We zien het landschap hier als gestold.
Er zijn twee vormen:
• Kaars = aansteekt wordt het vloeibaar, even later stolt het weer. Dit zijn beperkte
veranderingen. Minder onomkeerbaar.
• Een gekookt ei = veel minder omkeerbaar. Vaak veel geld, tijd en moeite. Landgebruik is vaak
moeilijker te veranderen door eigendomsrecht.
3. Strijd = waar, hoe en door wie wordt de invulling van ruimte actief betwist?
Een asymmetrische competitie tussen ruimtelijke visies vertegenwoordigd door coalities van actoren.
Eigenschappen strijdtoneel: waar welke visies, door wie en waar de uitwisseling plaatsvindt. De visie
van actoren raakt direct aan het belang in de gestolde ruimte.
Eigenschappen en voorkeuren actoren: wie zijn de actoren en hoe verhouden zij zich tot elkaar?
Macht en dynamiek:
• Macht om: dingen gedaan te krijgen, specifieke doelen nastreven.
• macht over: anderen forceren iets te doen, afhankelijkheid en dominantie.
• macht met: collectief samen optrekken
Deze samenvatting voor het vak Strijd om de Ruimte van de opleiding sociale geografie en planologie
jaar 1 bevat zowel de college aantekeningen als de literatuur voor het tentamen. Het conceptueel
raamwerk is er met markeringen als volgt overheen gelegd.
Maatschappijvisie = groene markering
Visie op ruimtelijke inrichting = blauwe markering
Visie op sturing = paarse markering
Duidelijk voorbeeld stolling = gele markering
,Samenvatting Strijd om de Ruimte
Hoorcollege 1 - uitdagingen voor de toekomst
De ruimte is niet gedetermineerd, maar er zijn keuzes te maken over de ruimtelijke inrichting.
We hebben in Nederland te maken met een ruimtelijke puzzels. Er zijn allemaal ruimte claims, maar
het past niet, er zijn te veel claims voor de ruimte.
Opkomende ruimteclaims in de 21e eeuw: welke visies zijn er nu voor het gebruik, inrichting van de
ruimte?
• Wonen
• Wind op land
• Waterberging (extreem weer)
• Dijkverbreding
• Natuur (ook voor houtbouw)
• Extensieve landbouw
• Logistieke- en datacenters
Huidige grondgebruik in Nederland: voornamelijk agrarisch gebruik, water, wonen & verkeer.
Maar strijd de lange termijn wel mee?
Hier is klimaatverandering een belangrijk thema. De toekomst meenemen in de strijd om de ruimte. In
hoeverre houden we het leefbaar voor toekomstige generaties. Veel onzekerheden zijn er, bewustzijn
is van belang. Een belangrijk punt hierin is onomkeerbaarheid vs. omkeerbaarheid (stolling). Het
kost vaak veel moeite, tijd en geld om ruimtelijke dingen weer om te keren en soms is het zelfs
onmogelijk.
Je kunt de puzzels en claims een tijdshorizon geven. Wat komt waar en wanneer?
Literatuur hoorcollege 1
Stadsessay Peter Pelzen
Planologie is bij uitstek een vakgebied dat gaat over beslissingen met langetermijngevolgen. Inrichters
van de ruimte hebben een grote verantwoordelijkheid.
Als land eenmaal van functie is veranderd, is dat moeilijk terug te draaien (stolling)
Plan = een plan is een sociale constructie van een ruimtelijke toekomst.
Het vastleggen in Nota’s en plannen voor ruimtelijke ordening is ook een gekke visie volgens dit
essay. We moeten dus de lange-termijn oriëntatie opnieuw gaan uitvinden.
Er zijn 3 manieren waarop dit essay afwijkend en aanvullend is op de ruimtelijke toekomstwerk wat
al geschreven is:
1. We stellen langetermijndenken gelijk aan het ruimtelijk ontwerp → ruimtelijke ontwerpers
hebben geen monopolie op de toekomst.
2. Gesprekken over de toekomst zijn grootst en meeslepend, maar ook vaak losgezongen van
beslissingen in het nu. De toekomst zit al verstopt in wat wij doen.
3. De toekomst is nooit af
Maatschappijvisie = groene markering
Visie op ruimtelijke inrichting = blauwe markering
Visie op sturing = paarse markering
Duidelijk voorbeeld stolling = gele markering
, Samenvatting Strijd om de Ruimte
Planologie = het houdt zich bezig met de strategische organisatie van verwachtingen en hoop. De
kern van de denkwijze is (ver) in de toekomst kijken, discussie stimuleren, via een zoekproces een
gewenste toekomstrichting formuleren en het huidig handelen in dat toekomstperspectief plaatsen.
Belang van planologen:
• Om publieke belangen te dienen en niet verstrikt te raken in deelbelangen. (Tom Campbell)
• Een planoloog rijgt een grote sateprikker door allerlei brokjes kennis, beelden en belangen en
maakt daar dan een samenhangend verhaal van. (Van Zanen)
Goede planologen zijn zich er voortdurend bewust van dat de ruimtelijke schalen en tijdschalen op
elkaar inwerken. Ook is planologie van de lange termijn gebaat bij een moreel kompas.
Nu worden vaak beslissingen genomen op kosten- en batenanalyses. Is het financieel een goed idee
ergens te bouwen? Maar rekenen voor de toekomst is erg lastig.
Wat heb je nodig om wel plannen te maken voor de toekomst:
• Verbeeldingskracht is belangrijk om toekomst voorstelbaar te maken. Plannen en beleid zijn
het gevolg van dat voorstellingsvermogen.
Huidige visies op de ruimtelijke inrichting zijn vaak gericht op het verleden.
Voorbeeld: visie op fossiele brandstoffen.
• We moeten ons onderwijzen over de toekomst → toekomstgeletterdheid.
Instituties zijn de regels van het spel zowel formeel in wetten als informeel in normaal gedrag.
Instituten zijn organisaties met een bepaalde taak.
John Dewey - planning society en planned society (overheid gestuurd/rijks beslissingen)
planning society = een maatschappij waarin burgers, bedrijven, stichtingen en coöperaties samen
vormgeven aan een ruimtelijke toekomst.
Wanneer moet je iets met een lange termijn vraagstuk?
• het moet van belang zijn - de waarde die je aan een vraagstuk hecht
• persistentie - tijdshorizon van een vraagstuk
• contingentie - historische veranderingen die ook anders hadden kunnen lopen.
Maatschappijvisie = groene markering
Visie op ruimtelijke inrichting = blauwe markering
Visie op sturing = paarse markering
Duidelijk voorbeeld stolling = gele markering