psychologie
Sociale psychologie: wetenschappelijke studie van de manieren waarop
mensen hun gedachten, gevoelens, en gedragingen worden beïnvloed
door de (daadwerkelijk of voorgestelde) aanwezigheid van andere mensen.
Fascinatie voor invloed sociale situaties (individuele verschillen) op
menselijke gedachten, gevoelens en gedragingen.
Brede en precieze discipline.
Eigenstandige discipline EN unieke combi van diverse
wetenschappelijke disciplines.
Sociale invloed/ social influence: het effect dat woorden, acties, of
slechts de aanwezigheid van andere mensen heeft op onze gedachten,
gevoelens, attitudes of gedrag.
Sociale psychologie heeft veel input gehaald uit filosofie.
Bewustzijn, hoe mensen overtuigingen vormen over de sociale
wereld.
Sociale psychologie kijkt wetenschappelijk naar de vragen binnen
filosofie.
Mensen zijn zich vaak niet bewust van de redenen achter hun gedrag en
gevoel.
Folklore spreekt zichzelf vaak tegen, en wordt daarom niet altijd
gehanteerd.
Sociale psychologen geloven vaker dat de ene situatie het één
uitlokt (tegenpolen trekken elkaar aan) en de andere situatie het
andere (soort zoekt soort).
Sociale psycholoog onderzoekt de omstandigheden waarin zoiets
zich voordoet.
3 kernthema’s samenleving:
1. Orde
2. Verandering
3. Ongelijkheid
Symbolisch interactionisme: symbool neerzetten in bijvoorbeeld
demonstraties voor rechtvaardigheid.
Bijvoorbeeld meenemen van een galg.
,Drie motieven bij maatschappelijke onvrede (komt voornamelijk nu door
complot theorieën):
1. Epistemologisch: mensen vragen zich af wat er gebeurt.
2. Existentieel: angst, ben je nog veilig?
3. Identificatie: ik wil me goed voelen over mezelf en de groepen
waar ik bij hoor.
Axioma´s: uitspraken die als ‘waar’ worden gezien zonder dat hier bewijs
voor is.
Axioma’s van de sociale psychologie
Verschillende mensen reageren verschillend op situaties.
Bepaalde situaties zorgen voor dezelfde soort reacties bij mensen.
Mensen construeren hun eigen realiteit.
Denken, voelen en doen van mensen wordt beïnvloed door de
situatie en door hun eigen interpretatie van de situatie.
Situatie => perceptie => cognitie, motivatie => gedrag
De omgeving beïnvloed ons denken, voelen en doen.
Social construals: mens interpreteert/ construeert een eigen sociale
realiteit, vaak in termen van persoonseigenschappen.
Fundamentele attributiefout: oorzaken van gedrag toeschrijven aan
persoonlijkheidseigenschappen.
Hierdoor onderschatten we de situaties die zich voordoen.
o Te weinig oog voor de situatie waarin iemand zich bevindt
(verlegen doordat je niemand kent, en iedereen al een
gesprekspartner heeft).
o Hierdoor wordt het slachtoffer vaak de schuld gegeven.
Mensen doen dit om zich veilig te voelen: zo is het minder
waarschijnlijk dat het hunzelf zal overkomen als ze iets toewijden
aan het feit dat iemand mentaal ongezond zou zijn.
o Hierdoor ben je juist vatbaarder voor destructieve sociale
invloeden doordat je minder bewust bent van je eigen
vatbaarheid ervoor.
Onderzoek:
Lieten assistenten van bewoners in een studentenhuis een aantal
mensen benoemen die volgens hen coöperatief of juist competitief
waren.
Verdeelden mensen gemixt in twee groepen en lieten ze één van de
twee spellen spelen: de community game of de Wall Street game.
, De regels waren bij beiden hetzelfde: je kan competitief spelen door
je partner zo veel mogelijk geld te laten verliezen en daardoor zelf
meer geld te verdienen, of samenwerken en beiden wat geld laten
verdienen.
Verschillende condities: coöperatieve mensen die de Wall Street
game spelen, coöperatieve mensen die de community game spelen,
competitieve mensen die de Wall Street game spelen, en
competitieve mensen die de community game spelen.
Naam van het spel maakte een groot verschil uit; bij Wall Street
game speelden mensen eerder competitief, bij de community game
eerder coöperatief.=> geen verschil tussen competitieve of
coöperatieve mensen.
Self-fulfilling prophecy: Een verwachting van het eigen of het gedrag
van een ander die werkelijkheid wordt door de neiging van de persoon die
het heeft om te handelen op een manier die dit bewerkstelligt.
Internaliseren van de maatschappelijke kijk op een groep die
inferieur zou zijn.
Geloof wordt realiteit.
Ook wel het pygmalion-effect.
Vooroordelen kunnen ook worden omgezet als een bron van
empowerment of motivatie.
Hoe gebeurt dit: je gedraagt je op een bepaalde manier naar iemand
toe omdat je bijvoorbeeld denkt dat diegene dom is. Het gedrag wat
je hierin vertoont heeft invloed op het gedrag van de ander.
o Iemand blijft bijvoorbeeld stil en zal de wijsheid die ze heeft
niet uitspreken.
o De stilte bewijst je vooroordeel over het feit dat diegene dom
zou zijn.
o Diegene ontwikkelt een zelfconcept dat ze dom en saai is,
omdat iedereen haar zo behandelt.
Experiment: witte Amerikanen voerden een sollicitatiegesprek uit
met Afrikaanse Amerikanen en witte Amerikanen.
o Bij Afrikaanse Amerikanen waren ze minder geïnteresseerd,
stotterden ze meer, zaten ze verder weg en beëindigden ze de
gesprekken eerder.
o Dit herhaalden ze, maar in het tweede experiment werd het
gesprek alleen met witte Amerikanen gevoerd, en werd de ene
groep hetzelfde behandeld als de Afrikaanse Amerikanen, en
de andere groep hetzelfde als de witte Amerikanen.
o Resultaat: groep die hetzelfde behandeld werd als de
Afrikaanse Amerikanen werden gezien als zenuwachtiger en
, minder effectief=> hun gedrag reflecteerde de verwachtingen
van de interviewer.
Sociale identiteitsdreiging: de dreiging die wordt uitgelokt wanneer
mensen merken dat anderen hun evalueren als lid van een groep in plaats
van als een individu.
Deze last zorgt ervoor dat je cognitieve middelen die je helpen
focussen op een taak die zich voordoet op raakt, wat je hindert in je
vermogen om je vaardigheden en je ware zelf te laten zien.
o Reduceert het vermogen van ons werkgeheugen.
Je wordt gezien door de lens van negatieve stereotypen (eerst
stereotype dreiging).
Doet zich voor in elke situatie waar je het gevoel hebt dat je
misschien als minder waardig gezien zal worden.
Uit een experiment bleek dat als de focus ligt op de prestatie en
vaardigheden in intellect van Afrikaanse Amerikanen zij minder goed
presteerden dan Afrikaanse Amerikanen die waren verteld dat hier
de focus niet op lag.
o Ook bleek dat zij slechter presteerden als ze van tevoren aan
moesten geven welk ras/ etniciteit zij hadden.
o Dit was niet het geval bij witte mensen.
Sociale identiteitsdreiging gaat vooral om welke sociale identiteit op
dat moment als belangrijk wordt gezien, gezien sommige
stereotypen tegenstrijdig zijn.
o Vrouwen zijn slecht in wiskunde, Aziaten zijn goed in
wiskunde=> zijn Aziatische vrouwen goed of slecht in
wiskunde?
o Ligt eraan of de focus ligt op de genderidentiteit of de etnische
identiteit.
Als focus ligt op gender=> slechtere prestatie.
Ook slechtere prestatie als ze dachten dat ze vergeleken
werden met mannen.
Kan worden verholpen door een tegenstereotype te benadrukken
(bijv. dat je allemaal op een goede universiteit zit).
Zelf-affirmatie: jezelf eraan herinneren (realistisch) van je goede
kwalitateiten e ervaringen die je succesvol en trots laten voelen.
o Ook een tegenstereotype.
o Je waarde ligt niet aan slechtere prestatie in één domein.
Bewust zijn van een sociale identiteitsdreiging helpt ook: je weet dat
het aan de sociale situatie ligt en niet jezelf.
Waarom blijven vooroordelen bestaan?
Bij het vormen van een indruk, blijft deze indruk vaak voortbestaan.