Benoem alles op de toets!! Hier kijken ze heel streng op en kost veel
punten. Ken dan ook de stappenplannen met de daarbij behorende
wetsartikelen en arresten!!
SRA week 1
Criteria strafbaarstelling: Wat is strafrechtelijke
- Schade-beginsel aansprakelijkheid?
> Er moet schade geleden zijn O.a. voorwaarden voor strafbaarheid
- Subsidiariteitsbeginsel - Gedraging
> Is een ander middel geschikter? - Valt binnen grenzen
- Proportionaliteitsbeginsel delictsomschrijving
- Wederrechtelijkheid
> De inzet van het strafrecht is niet altijd redelijk
Strafrecht als spiegel van de samenleving
Materieel strafrecht: Formeel strafrecht:
- Inhoud, werkelijkheid - Vorm, procedure
- Strafbaarstelling van gedrag +straf - Verwezenlijking van
materiële strafrecht
- Wetboek van Strafrecht (Sr) - Wetboek van Strafvordering
(Sv)
Voorwaarden voor strafbaarheid:
1. Een (menselijke) gedraging (een doen of nalaten);
2. Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving;
3. Die wederrechtelijk is (in strijd met het recht);
Verschil moord (gekwalificeerde doodslag) en
4. En aan schuld te wijten (verwijtbaar).
doodslag:
Onderscheidingen van het strafrecht: - moord erger dan doodslag (dus ook
zwaardere straf)
* Doleuze en Culpoze delicten - bij moord komt voorbedachte raad kijken
- Doleuze delicten zijn delicten waar opzet van de verdachte op het gevolg dient
te worden
- bewezen
- Culpoze delicten zijn delicten waarbij dient te worden bewezen dat het gevolg
aan de schuld
- van de verdachten is te wijten
* Commuun en bijzonder strafrecht
- Commuun strafrecht omvat het algemene strafrecht en is terug te vinden in
Bijzondere wetten zoals Opiumwet staat in
WvSr en WvSv wetsartikel genoemd welke delicten overtredingen en
- Bijzonder strafrecht omvat bijzondere wetten voor specifieke
welke misdrijven zijn (soorten) delicten,
zoals WWM
* Overtredingen en misdrijven
- Overtredingen zijn te vinden in Derde Boek WvSr
- Misdrijven zijn te vinden in Tweede Boek WvSr
- Verschillen tussen overtreding en misdrijf:
> Formele wetgever kan misdrijven én overtredingen scheppen, lagere
wetgever alleen
> overtreding
> Misdrijven kennen zwaardere straffen dan overtredingen
> Bij misdrijven spelen subjectieve bestandsdelen (opzet en culpa) een
belangrijke rol, bij
> overtredingen niet
> Voor misdrijven zijn andere rechters bevoegd dan voor overtredingen
> Poging en voorbereiding zijn bij misdrijven wel strafbaar, bij overtredingen
niet
> Aantekening in justitiële documentatie (strafblad) wel aan de orde bij
,misdrijf, bij overtreding
> niet
* Commissie- en omissiedelicten
> Commissiedelict: Actief handelen, bijv. doodslag, diefstal, oplichting, etc. (art.
142 lid 2 Sr)
> Omissiedelict: Nalaten (art. 184 Sr, art. 450 Sr)
> Oneigenlijk omissiedelict: Tussenvorm, commissiedelict verrichten door nalaten
> bijv. iemand verhongeren waardoor diegene
* Materiële en formele delicten
overlijdt
> Materiële delicten: Gevolg van handeling is strafbaar gesteld (art. 287 Sr)
> Formele delicten: Handeling zelf is al strafbaar (art. 151 Sr) Meeste gevallen
> Verboden toestand, wie heeft de daad gepleegd Wie laat de verboden toestand ontstaan. Bij een
moeilijk te veranderen toestand is degene die de
* HR Vier schepen en HR Drie fietsers toestand creëert fout en dus strafbaar. Bij een situatie
* Krenkings- en gevaarzettingsdelicten waar de verboden toestand makkelijk is op te heffen
> Krenkingsdelicten: Delicten waarbij een rechtsgoed wordt gekrenkt
door elk rechtssubject, (bijv.
is iedereen strafbaar.
doodslag art. 287 Sr)
> Gevaarzettingsdelicten: Delicten waarbij door een gedraging een gevaar
wordt veroorzaakt,
> wat tot gevolg kan hebben dat een rechtsgoed wordt gekrenkt. Slechts het
gevaar tot
> krenking is voldoende. Gevaarzettingsdelicten kunnen onder verdeeld
worden in concrete en
> abstracte delicten:
> *Concrete gevaarzettingsdelicten: Delicten waarbij de wetgever de
> *gevaren concreet heeft beschreven (bijv. art. 157 Sr)
> *Abstracte gevaarzettingsdelicten: Delicten waarbij de wetgever de
> gevaren niet nader heeft omschreven (bijv. art. 131 Sr)
* Aflopende en voortdurende delicten
> Aflopende delicten: Delicten die voorbij zijn na voltooiing
> Voortdurende delicten: Strafbare feiten die blijven bestaan zolang de
verboden situatie
> voortduurt
* Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
> Gronddelict: Als een bepaalde gedraging strafbaar is gesteld, bijvoorbeeld
mishandeling (art.
> 300 lid 1 Sr) is er spraken van een gronddelict
> Gekwalificeerd gevolgsdelict: Als een gronddelict uitloopt tot moord acht de
wetgever een
> zwaardere straf. Je spreekt dan van een gekwalificeerd gevolgsdelict
> Geprivilegieerde delicten: Tegenovergestelde van gekwalificeerde
gevolgsdelicten. Dit is
> namelijk een lichtere variant voor gronddelicten
Lex specialis en logische specialiteit:
- Lex specialis (art. 55 lid 2 Sr) houdt in dat een specifieke strafbepaling voorrang
krijgt boven een
- algemene bepaling als beide op hetzelfde delict van toepassing zijn. Dit vormt
een uitzondering
- op de hoofdregel van eendaadse samenloop (art. 55 lid 1 Sr) waarin normaal
gesproken de
, - strafbepaling met de hoogste straf geldt.
- Logische specialiteit ontstaat wanneer een bijzondere strafbepaling (specialis)
alle elementen
- van een algemene strafbepaling (generalis) bevat, maar aanvullende elementen
toevoegt die
- de bepaling specifieker maken. Bijvoorbeeld art. 290 Sr – kinderdoodslag.
Specialis heeft in dit
- geval voorrang en rechter mag algemene bepaling niet toepassen wanneer
speciale bepaling
- van toepassing is.
> Geprivilegieerde logische specialis: Logische specialis die een milder
strafmaximum kent
> Gekwalificeerde logische specialis: Bijzondere strafbepaling kent een hogere
strafbepaling
> dan de algemene strafbepaling
Wettelijke beslismodel (artt. 348-352 Sv):
* Formele voorvragen (art. 348 Sv)
* Aan de hand van art. 348 Sv beoordeelt de rechter of de procedurele kant van
de strafzaak in
* orde is voordat er wordt ingegaan op de inhoudelijke kant van de zaak.
* 1. Is de dagvaarding geldig?
* 2. Is de rechter bevoegd?
* 3. Is het OM ontvankelijk?
* 4. Zijn er redenen om de vervolging te schorsen?
* Materiële hoofdvragen (art. 350 Sv)
* 1. Bewijsvraag: kan het tenlastegelegde worden bewezen?
* 2. Kwalificatievraag: welk strafbaar feit levert het bewezenverklaarde op?
* 3. Strafbaarheidsvraag: is de verdachte strafbaar?
* 4. Sanctietoemetingsvraag: welke straf en/of maatregel moet er worden
opgelegd?
Elementen en bestandsdelen:
- Bestanddelen zijn onderdelen van de delictsomschrijving, ofwel de specifieke,
geschreven
- voorwaarden voor strafbaarheid. Deze staan letterlijk in delictsomschrijving. Als
deze niet
- worden bewezen is er dus geen sprake van het feit uit de delictsomschrijving.
Indien
- wederrechtelijkheid is opgenomen in delictsomschrijving, dient
wederrechtelijkheid bij de
punten. Ken dan ook de stappenplannen met de daarbij behorende
wetsartikelen en arresten!!
SRA week 1
Criteria strafbaarstelling: Wat is strafrechtelijke
- Schade-beginsel aansprakelijkheid?
> Er moet schade geleden zijn O.a. voorwaarden voor strafbaarheid
- Subsidiariteitsbeginsel - Gedraging
> Is een ander middel geschikter? - Valt binnen grenzen
- Proportionaliteitsbeginsel delictsomschrijving
- Wederrechtelijkheid
> De inzet van het strafrecht is niet altijd redelijk
Strafrecht als spiegel van de samenleving
Materieel strafrecht: Formeel strafrecht:
- Inhoud, werkelijkheid - Vorm, procedure
- Strafbaarstelling van gedrag +straf - Verwezenlijking van
materiële strafrecht
- Wetboek van Strafrecht (Sr) - Wetboek van Strafvordering
(Sv)
Voorwaarden voor strafbaarheid:
1. Een (menselijke) gedraging (een doen of nalaten);
2. Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving;
3. Die wederrechtelijk is (in strijd met het recht);
Verschil moord (gekwalificeerde doodslag) en
4. En aan schuld te wijten (verwijtbaar).
doodslag:
Onderscheidingen van het strafrecht: - moord erger dan doodslag (dus ook
zwaardere straf)
* Doleuze en Culpoze delicten - bij moord komt voorbedachte raad kijken
- Doleuze delicten zijn delicten waar opzet van de verdachte op het gevolg dient
te worden
- bewezen
- Culpoze delicten zijn delicten waarbij dient te worden bewezen dat het gevolg
aan de schuld
- van de verdachten is te wijten
* Commuun en bijzonder strafrecht
- Commuun strafrecht omvat het algemene strafrecht en is terug te vinden in
Bijzondere wetten zoals Opiumwet staat in
WvSr en WvSv wetsartikel genoemd welke delicten overtredingen en
- Bijzonder strafrecht omvat bijzondere wetten voor specifieke
welke misdrijven zijn (soorten) delicten,
zoals WWM
* Overtredingen en misdrijven
- Overtredingen zijn te vinden in Derde Boek WvSr
- Misdrijven zijn te vinden in Tweede Boek WvSr
- Verschillen tussen overtreding en misdrijf:
> Formele wetgever kan misdrijven én overtredingen scheppen, lagere
wetgever alleen
> overtreding
> Misdrijven kennen zwaardere straffen dan overtredingen
> Bij misdrijven spelen subjectieve bestandsdelen (opzet en culpa) een
belangrijke rol, bij
> overtredingen niet
> Voor misdrijven zijn andere rechters bevoegd dan voor overtredingen
> Poging en voorbereiding zijn bij misdrijven wel strafbaar, bij overtredingen
niet
> Aantekening in justitiële documentatie (strafblad) wel aan de orde bij
,misdrijf, bij overtreding
> niet
* Commissie- en omissiedelicten
> Commissiedelict: Actief handelen, bijv. doodslag, diefstal, oplichting, etc. (art.
142 lid 2 Sr)
> Omissiedelict: Nalaten (art. 184 Sr, art. 450 Sr)
> Oneigenlijk omissiedelict: Tussenvorm, commissiedelict verrichten door nalaten
> bijv. iemand verhongeren waardoor diegene
* Materiële en formele delicten
overlijdt
> Materiële delicten: Gevolg van handeling is strafbaar gesteld (art. 287 Sr)
> Formele delicten: Handeling zelf is al strafbaar (art. 151 Sr) Meeste gevallen
> Verboden toestand, wie heeft de daad gepleegd Wie laat de verboden toestand ontstaan. Bij een
moeilijk te veranderen toestand is degene die de
* HR Vier schepen en HR Drie fietsers toestand creëert fout en dus strafbaar. Bij een situatie
* Krenkings- en gevaarzettingsdelicten waar de verboden toestand makkelijk is op te heffen
> Krenkingsdelicten: Delicten waarbij een rechtsgoed wordt gekrenkt
door elk rechtssubject, (bijv.
is iedereen strafbaar.
doodslag art. 287 Sr)
> Gevaarzettingsdelicten: Delicten waarbij door een gedraging een gevaar
wordt veroorzaakt,
> wat tot gevolg kan hebben dat een rechtsgoed wordt gekrenkt. Slechts het
gevaar tot
> krenking is voldoende. Gevaarzettingsdelicten kunnen onder verdeeld
worden in concrete en
> abstracte delicten:
> *Concrete gevaarzettingsdelicten: Delicten waarbij de wetgever de
> *gevaren concreet heeft beschreven (bijv. art. 157 Sr)
> *Abstracte gevaarzettingsdelicten: Delicten waarbij de wetgever de
> gevaren niet nader heeft omschreven (bijv. art. 131 Sr)
* Aflopende en voortdurende delicten
> Aflopende delicten: Delicten die voorbij zijn na voltooiing
> Voortdurende delicten: Strafbare feiten die blijven bestaan zolang de
verboden situatie
> voortduurt
* Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
> Gronddelict: Als een bepaalde gedraging strafbaar is gesteld, bijvoorbeeld
mishandeling (art.
> 300 lid 1 Sr) is er spraken van een gronddelict
> Gekwalificeerd gevolgsdelict: Als een gronddelict uitloopt tot moord acht de
wetgever een
> zwaardere straf. Je spreekt dan van een gekwalificeerd gevolgsdelict
> Geprivilegieerde delicten: Tegenovergestelde van gekwalificeerde
gevolgsdelicten. Dit is
> namelijk een lichtere variant voor gronddelicten
Lex specialis en logische specialiteit:
- Lex specialis (art. 55 lid 2 Sr) houdt in dat een specifieke strafbepaling voorrang
krijgt boven een
- algemene bepaling als beide op hetzelfde delict van toepassing zijn. Dit vormt
een uitzondering
- op de hoofdregel van eendaadse samenloop (art. 55 lid 1 Sr) waarin normaal
gesproken de
, - strafbepaling met de hoogste straf geldt.
- Logische specialiteit ontstaat wanneer een bijzondere strafbepaling (specialis)
alle elementen
- van een algemene strafbepaling (generalis) bevat, maar aanvullende elementen
toevoegt die
- de bepaling specifieker maken. Bijvoorbeeld art. 290 Sr – kinderdoodslag.
Specialis heeft in dit
- geval voorrang en rechter mag algemene bepaling niet toepassen wanneer
speciale bepaling
- van toepassing is.
> Geprivilegieerde logische specialis: Logische specialis die een milder
strafmaximum kent
> Gekwalificeerde logische specialis: Bijzondere strafbepaling kent een hogere
strafbepaling
> dan de algemene strafbepaling
Wettelijke beslismodel (artt. 348-352 Sv):
* Formele voorvragen (art. 348 Sv)
* Aan de hand van art. 348 Sv beoordeelt de rechter of de procedurele kant van
de strafzaak in
* orde is voordat er wordt ingegaan op de inhoudelijke kant van de zaak.
* 1. Is de dagvaarding geldig?
* 2. Is de rechter bevoegd?
* 3. Is het OM ontvankelijk?
* 4. Zijn er redenen om de vervolging te schorsen?
* Materiële hoofdvragen (art. 350 Sv)
* 1. Bewijsvraag: kan het tenlastegelegde worden bewezen?
* 2. Kwalificatievraag: welk strafbaar feit levert het bewezenverklaarde op?
* 3. Strafbaarheidsvraag: is de verdachte strafbaar?
* 4. Sanctietoemetingsvraag: welke straf en/of maatregel moet er worden
opgelegd?
Elementen en bestandsdelen:
- Bestanddelen zijn onderdelen van de delictsomschrijving, ofwel de specifieke,
geschreven
- voorwaarden voor strafbaarheid. Deze staan letterlijk in delictsomschrijving. Als
deze niet
- worden bewezen is er dus geen sprake van het feit uit de delictsomschrijving.
Indien
- wederrechtelijkheid is opgenomen in delictsomschrijving, dient
wederrechtelijkheid bij de