- Primaire geslachtskenmerken man:
o Penis
o Testis (teelbal)
o Scrotum (balzak)
- Primaire geslachtskenmerken vrouw:
o Buitenste en binnenste schaamlippen
o Vagina
o Clitoris
- Secundaire geslachtskenmerken man door mannelijke geslachtshormoon testosteron:
o Borsthaar
o Sterkere botten
o Sterkere spieren
- Secundaire geslachtskenmerken vrouw door vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen:
o Borsten (melkklieren)
o Rondere lichaamsvormen: Bredere heupen, meer onderhuids vetweefsel
mannelijke geslachtshormoon testosteron bij man en vrouw (GEEN GESLACHTSKENMERK)
- Okselhaar
- Schaamhaar
- Bij vrouwen meer beenhaar
- Sterkere zweetgeur
- Jeugdpuistjes
Voortplantingsstelsel man:
- Testis: produceren geslachtscellen: zaadcellen en produceren testosteron
- Bijbal: tijdelijke opslag van zaadcellen (als er geen zaadlozing is, worden de zaadcellen weer
afgebroken, recycling van stoffen)
- Balzak/scrotum: temperatuur in de testis en bijbal is iets lager dan de lichaamstemperatuur
- Zaadleider: vervoeren zaadcellen bij een zaadlozing
- Zaadblaasjes: produceren vocht met voedingsstoffen voor de zaadcellen (voor de lange reis
naar de eicel)
- Klieren van Cowper: produceert voorvocht; neutraliseert urine en werkt als glijmiddel
- Prostaat: produceert vocht met de juiste zuurgraad (licht basisch) voor zaadcellen:
o Maakt de zaadcellen beweeglijk
o Hiermee kunnen ze het zure milieu van de vagina “overleven”
o ‘stuurt’ de spermastroom door dichtknijpen blaashals
- Urinebuis: vervoert urine en sperma: sperma bestaat uit zaadcellen met vocht uit de
zaadblaasjes en uit de prostaat
- Penis: brengt sperma in de vagina
o Eikel: gevoelig voor seksuele prikkels
o Voorhoud: huidplooi om de eikel (besnijden: voorhuid weghalen)
o Zwellichamen: bevat holten die zich met bloed kunnen vullen, waardoor de penis in
erectie komt
Voortplantingsstelsel vrouw:
- Eierstok/ovarium
o Produceren vrouwelijke hormonen en geslachtscellen: eicellen
- Eileider/oviduct
o Vervoeren eicellen
o evt. bevruchting door zaadcel, als er geen bevruchting plaatsvindt gaat de eicel te
gronde in de eileider
- Baarmoeder: na een bevruchting vindt hier innesteling plaats en groei en ontwikkeling van
het embryo/foetus
- Vulva: het buitenste gedeelte van het vrouwelijke geslachtsorgaan. De vulva bestaat uit: de
schaamlippen, de clitoris, de uitgang van de urinebuis, de ingang van de vagina.
- Vagina
, o Bij geslachtsgemeenschap komt het sperma in de vagina
o Bij de menstruatiebloeding worden resten van het baarmoederslijmvlies samen met
bloed via de vagina verwijderd
o Bij de geboorte komt het kind via de vagina ter wereld
- Binnenste schaamlippen:
o Worden vaak nog de kleine schaamlippen genoemd, zijn veelal echter groter dan de
grote schaamlippen.
o Geen haargroei, dunnere huidlaag
o Bescherming vagina
- Buitenste schaamlippen :
o liggen om de kleine schaamlippen maar zijn dus niet per definitie ‘groter’.
o Wel haargroei, normale
o huiddikte
o Bescherming vulva
- Clitoris
o Vangt prikkels op die kunnen
o leiden tot een orgasme
- Para-urethale klieren en kliertjes van Bartholin produceren meer vaginaal vocht bij seksuele
opwinding.
- Urinebuis
o Vervoert urine
o Geen onderdeel van het voortplantingsstelsel
Hormonen:
- Hypothalamushormonen
- Hypofysehormonen
Man: testosteron in testis
Vrouw: oestrogenen in eierstokken
• Hypofyse:
– hormonen komen in het bloed en hebben invloed op de ontwikkeling van de
follikels in de eierstokken of de spermacellen in de testes.
• Hypothalamus geeft Gonadotrope Releasing Hormonen (GnRH) af.
• In respons geeft de hypofyse;
• Bij mannen: FSH en ICSH
• Bij vrouwen: FSH en LH
menstruatiecyclus vrouw
• Hypothalamus: GnRH
• Hypofyse: hormonen;
- Luteïniserend Hormoon (LH) en
- Follikel stimulerend Hormoon (FSH)
• Ovarium:
– Eicel, follikel, gele lichaam
– Hormonen; Oestradiol (oestrogeen) en Progesteron
• baarmoederslijmvlies
• Duur van de menstruatiecyclus is (gemiddeld) 28 dagen
• Eerste dag van de menstruatiebloeding is dag 1
• na 28 dagen zal er opnieuw een bloeding plaatsvinden
• Ovarium:
– Eicel
– Follikel
– gele lichaam
– Hormonen uit eierstok:
• Hebben invloed op de opbouw van het baarmoederslijmvlies:
• Oestrogenen ( dag1 t/m dag 14)
• Oestrogenen en progesteron (dag 14 t/m dag 28)
• Hebben invloed op de afgifte van hormonen door de hypofyse
• Baarmoederslijmvlies: