In kernmembraan: openingen (kernporiën) -> kunnen stoffen de kern laten binnendringen & verlaten
Donkere vlek in kern -> nucleolus (kernlichaampje)
- Hierin genen voor aanmaak van de ribosomen en maken van ribosomen
Prokaryoot: cel zonder echte celkern
Eukaryoot: cel met celkern (voorzien van echte kern)
Autotroof: zelfvoedend (dmv foto-/chemosynthese)
Heterotroof: tegenovergestelde van autotroof
Verschillen plantaardige cellen en schimmels: samenstelling van de celwand (chitine ipv cellulose) en
afwezigheid van een grote centrale vacuole
Verschillen bacteriën en cellen:
- Geen kern
- Geen echte organellen (membraan omhuld door gedeelte met eigen specifieke functie)
- Andere opbouw celwand (mucopeptide)
Plantaardige cel:
- Celwand voor bescherming
- Vacuole:
o Functie: opslagplaats (o.a. water, vocht, zouten) & methode voor snelle volumetoename vd cel
- Chloroplasten (bladgroenkorrels)
o Dubbele membraan: binnen- en buitenmembraan
Binnenmembraan ruimte gevuld met stroma (vloeistof) en membraanschijfjes die op
elkaar gestapeld zijn
Hierin chlorofyl (pigment) -> betrokken bij lichtadsorptie & fotosynthese
o Eigen hoeveelheid DNA & ribosomen
o In bladeren & stengels bij planten
o Betrokken bij fotosynthese
6CO2 + 6H2O —(lichtenergie)—> C6H12O6 + 6O2
Dierlijke cellen:
- geen celwand, alleen een celmembraan.
o Voordeel: flexibel
o Nadeel: minder bescherming
BINAS 78 Eukaryoot Autotroof Celwand
Bacteriën Sommigen X (mucopeptide)
Planten X X X (cellulose)
Dieren X
Schimmels X X (chitine)
(Cel)membraan (selectief omhulsel)
- Beschermende scheidingslaag
- Functie: scheiden van milieu buiten de cel
- Belangrijk voor ontwikkeling van leven
Van DNA -> (m)RNA -> eiwit
DNA
- Erfelijk materiaal, bevat genen
- Chromatine: DNA i.c.m. speciale eiwitten (histonen)
- cruciaal, daarom bevindt het zich in de cel