Hoofdstuk 12 Risico, beleggen en ondernemen
12.1 Beleggen in aandelen
Als je spaart gebruik je maar een deel van je inkomen voor consumptieve
uitgaven.
• Contant: risico diefstal en gemiste rente
• Spaarrekening: direct opeisbaar, niet aankopen in winkels
(betaalrekening)
1. Sparen
• Weinig risico
• Reële rente
• Laag rendement
• Depositogarantiestelsel
Depositogarantiestelsel
Gezamenlijke banken garanderen per rekeninghouder een tegoed van
maximaal €100.000.
• Garantie wordt uitgevoerd door De Nederlandse Bank (DNB) -> bij
faillissement van een bank komt deze na dat dat rekeninghouders hun
tegoeden krijgen uitbetaald.
• Bij faillissement grote bank zijn bijdragen andere banken te groot.
Daarom betalen sinds 2013 banken met Nederlandse bankvergunning
jaarlijks een bijdrage aan het depositogarantiefonds.
2. Beleggen
• Effecten
• Aandelen
• Obligaties
• Ander opties (call en put)
• Hogere risico’s (m.b.t. uitkeringen -> interest- en dividendbetalingen)
• Effecten zijn verhandelbare rechten die een financiële waarde
vertegenwoordigen.
,Als je in 2014 €10.000 in het aandelenfonds belegde
dat de AEX-index volgde, had je 5 jaar later
600/400 x €10.000 = €15.000. Daar komt ook nog
een winst(dividend)uitkering bij.
Je ziet wel dat verloop aandelenkoers grillig is,
kortlopende beleggingen zijn hierdoor zeer risicovol.
Voor meer zekerheid -> obligaties of spaarrekening rente -> minder rendement
Aandelen
• Een aandeel is een deelname in het maatschappelijk kapitaal van een
naamloze (nv) of besloten vennootschap (bv).
Als een aandeel bezit deel je mee in de winst van een onderneming.
Hogere winsten -> hogere uitkeringen aandeelhouders -> koersstijgingen
aandeel (maar ook andersom).
Aandeelhouder = iemand die één of meer aandelen van een nv of bv bezit
• In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) benoemen ze de
directie van onderneming -> kunnen ze ook ontslaan
• Hebben recht op dividend = deel van winst dat aan aandeelhouders
wordt uitgekeerd.
Meestal wordt deel van winst ‘in onderneming’ gelaten = reservering
Niet van elke onderneming kun je aandelen kopen -> alleen nv en bv
• Aandelen van beursgenoteerde nv -> op de effectenbeurs (waar de
onderneming een notering heeft) te koop.
• Aandelen van nv zonder beursnotering -> rechtstreeks bij betreffende
onderneming kopen of van bestaande aandeelhouders (vaak niet voor
de kleine belegger)
Elk land heeft ‘eigen’ effectenbeurs.
Vaak slecht ‘plaatselijke’ ondernemingen genoteerd.
• NL: Amsterdamse New York Stock Exchange Euronext
,Risico
Beleggen in aandelen is risicodragend
• Waarde hangt af bij een beursgenoteerd aandeel aan vraag en aanbod.
• Dit wordt onder meer beïnvloed door de ideeën van beleggers over de
toekomstperspectieven van de onderneming.
• Gunstige toekomstperspectieven -> grotere vraag -> koers loopt op
ANDERSOM gaan de koersen dalen.
Waarde (prijs) van aandeel -> toekomstige uitbetalingen (dividenden die
afhankelijk zijn van door onderneming behaalde resultaat) van belang.
• Resultaat is het verschil tussen omzet en kosten
Omzet -> afzet en de gemiddelde verkoopprijs van producten
Druk op winstgevendheid en koersvorming:
• Producten kunnen met verzadiging/veroudering te maken krijgen
• Door concurrentie kunnen verkoopprijzen dalen
• Hogere kosten die niet volledig in prijs kunnen worden goedgemaakt
Rentestand en aandelenkoersen
Rente vormt bij leningen van ondernemingen kosten
• Hogere rentestand -> meer kosten -> beïnvloed winst negatief
• Lagere winst kan koers beïnvloeden (maar rentekosten vaak maar gering
deel uitmaken van TK bedrijf dat invloed rentewijziging vaak weinig
verandering aan koersen geeft).
Belangrijker: signaal dat de centrale bank afgeeft met wijziging korte rente.
Deze hangt af van opgedragen taak
ECB heeft als hoofdtaak inflatie onder 2% per jaar te houden.
Inflatie kan erop wijzen dat vraag goederen en dienstern toeneemt tegenover
het aanbod.
Verhoging rente die ECB toebrengt aan banken die geld lenen is dan het
signaal dat de ECB van mening is dat de vraag ‘wat moet worden afgeremd’.
Banken verhogen vaak ook dan rente van klanten en hierdoor wordt minder
gebruikgemaakt van krediet. Dit kan rem zetten op de vraag en zo het
inflatiegevaar verminderen.
HIERDOOR kan dus een verandering van de rente de winstgevendheid van
ondernemingen beïnvloeden, waardoor de koersen worden beïnvloed.
, Rendement van een belegging
Beleggen en Moral Hazard
Kleine beleggers lopen extra risico’s wanneer aanbieders van financiële
producten ‘minder zorgvuldig’ optreden en inspelen op hebzucht belegger.
• Asymmetrische informatie: belegger heeft niet dezelfde informatie over
het beleggingsproduct.
• Moral hazard: hiervan kunnen aanbieders gebruik van maken, zodat ze
altijd winnen ‘ten kosten’ van de belegger.
Wet op financieel toezicht (Wft) -> regelt toezicht op hele financiële sector in
Nederland (beschermt de belegger)
De Nederlandse Bank (DNB)
= toezichthouder op financiële systeem als geheel en waarborgt financiële
stabiliteit
• Houdt toezicht op hoe gezond financieel bedrijf is (prudentieel toezicht)
Zo wil overheid risico faillissement minimaliseren.
• Verstrekt vergunningen aan instellingen die van plan zijn financiële
diensten te gaan aanbieden.
• Houdt de instellingen voortdurend onder toezicht.
Prudentieel toezicht houdt ook in dat DNB eisen stelt aan de liquiditeit en solvabiliteit.
12.1 Beleggen in aandelen
Als je spaart gebruik je maar een deel van je inkomen voor consumptieve
uitgaven.
• Contant: risico diefstal en gemiste rente
• Spaarrekening: direct opeisbaar, niet aankopen in winkels
(betaalrekening)
1. Sparen
• Weinig risico
• Reële rente
• Laag rendement
• Depositogarantiestelsel
Depositogarantiestelsel
Gezamenlijke banken garanderen per rekeninghouder een tegoed van
maximaal €100.000.
• Garantie wordt uitgevoerd door De Nederlandse Bank (DNB) -> bij
faillissement van een bank komt deze na dat dat rekeninghouders hun
tegoeden krijgen uitbetaald.
• Bij faillissement grote bank zijn bijdragen andere banken te groot.
Daarom betalen sinds 2013 banken met Nederlandse bankvergunning
jaarlijks een bijdrage aan het depositogarantiefonds.
2. Beleggen
• Effecten
• Aandelen
• Obligaties
• Ander opties (call en put)
• Hogere risico’s (m.b.t. uitkeringen -> interest- en dividendbetalingen)
• Effecten zijn verhandelbare rechten die een financiële waarde
vertegenwoordigen.
,Als je in 2014 €10.000 in het aandelenfonds belegde
dat de AEX-index volgde, had je 5 jaar later
600/400 x €10.000 = €15.000. Daar komt ook nog
een winst(dividend)uitkering bij.
Je ziet wel dat verloop aandelenkoers grillig is,
kortlopende beleggingen zijn hierdoor zeer risicovol.
Voor meer zekerheid -> obligaties of spaarrekening rente -> minder rendement
Aandelen
• Een aandeel is een deelname in het maatschappelijk kapitaal van een
naamloze (nv) of besloten vennootschap (bv).
Als een aandeel bezit deel je mee in de winst van een onderneming.
Hogere winsten -> hogere uitkeringen aandeelhouders -> koersstijgingen
aandeel (maar ook andersom).
Aandeelhouder = iemand die één of meer aandelen van een nv of bv bezit
• In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) benoemen ze de
directie van onderneming -> kunnen ze ook ontslaan
• Hebben recht op dividend = deel van winst dat aan aandeelhouders
wordt uitgekeerd.
Meestal wordt deel van winst ‘in onderneming’ gelaten = reservering
Niet van elke onderneming kun je aandelen kopen -> alleen nv en bv
• Aandelen van beursgenoteerde nv -> op de effectenbeurs (waar de
onderneming een notering heeft) te koop.
• Aandelen van nv zonder beursnotering -> rechtstreeks bij betreffende
onderneming kopen of van bestaande aandeelhouders (vaak niet voor
de kleine belegger)
Elk land heeft ‘eigen’ effectenbeurs.
Vaak slecht ‘plaatselijke’ ondernemingen genoteerd.
• NL: Amsterdamse New York Stock Exchange Euronext
,Risico
Beleggen in aandelen is risicodragend
• Waarde hangt af bij een beursgenoteerd aandeel aan vraag en aanbod.
• Dit wordt onder meer beïnvloed door de ideeën van beleggers over de
toekomstperspectieven van de onderneming.
• Gunstige toekomstperspectieven -> grotere vraag -> koers loopt op
ANDERSOM gaan de koersen dalen.
Waarde (prijs) van aandeel -> toekomstige uitbetalingen (dividenden die
afhankelijk zijn van door onderneming behaalde resultaat) van belang.
• Resultaat is het verschil tussen omzet en kosten
Omzet -> afzet en de gemiddelde verkoopprijs van producten
Druk op winstgevendheid en koersvorming:
• Producten kunnen met verzadiging/veroudering te maken krijgen
• Door concurrentie kunnen verkoopprijzen dalen
• Hogere kosten die niet volledig in prijs kunnen worden goedgemaakt
Rentestand en aandelenkoersen
Rente vormt bij leningen van ondernemingen kosten
• Hogere rentestand -> meer kosten -> beïnvloed winst negatief
• Lagere winst kan koers beïnvloeden (maar rentekosten vaak maar gering
deel uitmaken van TK bedrijf dat invloed rentewijziging vaak weinig
verandering aan koersen geeft).
Belangrijker: signaal dat de centrale bank afgeeft met wijziging korte rente.
Deze hangt af van opgedragen taak
ECB heeft als hoofdtaak inflatie onder 2% per jaar te houden.
Inflatie kan erop wijzen dat vraag goederen en dienstern toeneemt tegenover
het aanbod.
Verhoging rente die ECB toebrengt aan banken die geld lenen is dan het
signaal dat de ECB van mening is dat de vraag ‘wat moet worden afgeremd’.
Banken verhogen vaak ook dan rente van klanten en hierdoor wordt minder
gebruikgemaakt van krediet. Dit kan rem zetten op de vraag en zo het
inflatiegevaar verminderen.
HIERDOOR kan dus een verandering van de rente de winstgevendheid van
ondernemingen beïnvloeden, waardoor de koersen worden beïnvloed.
, Rendement van een belegging
Beleggen en Moral Hazard
Kleine beleggers lopen extra risico’s wanneer aanbieders van financiële
producten ‘minder zorgvuldig’ optreden en inspelen op hebzucht belegger.
• Asymmetrische informatie: belegger heeft niet dezelfde informatie over
het beleggingsproduct.
• Moral hazard: hiervan kunnen aanbieders gebruik van maken, zodat ze
altijd winnen ‘ten kosten’ van de belegger.
Wet op financieel toezicht (Wft) -> regelt toezicht op hele financiële sector in
Nederland (beschermt de belegger)
De Nederlandse Bank (DNB)
= toezichthouder op financiële systeem als geheel en waarborgt financiële
stabiliteit
• Houdt toezicht op hoe gezond financieel bedrijf is (prudentieel toezicht)
Zo wil overheid risico faillissement minimaliseren.
• Verstrekt vergunningen aan instellingen die van plan zijn financiële
diensten te gaan aanbieden.
• Houdt de instellingen voortdurend onder toezicht.
Prudentieel toezicht houdt ook in dat DNB eisen stelt aan de liquiditeit en solvabiliteit.