De Geo | VWO 4
Inhoud (Klik en spring naar …)
Hoofdstuk 1: Het weer- en klimaatsysteem.................................................2
Paragraaf 1.1: De atmosfeer: opbouw en temperatuur............................2
Paragraaf 1.2: Atmosfeer: luchtdruk en wind............................................4
Paragraaf 1.3: Hydrosfeer: mondiale oceanische circulatie......................4
Paragraaf 1.4: Patronen in weer en klimaat: moesson en ENSO...............4
Paragraaf 1.5: Het klimaat als systeem....................................................4
Hoofdstuk 2: Klimaatverandering in het geologische verleden....................4
Paragraaf 1.1: Woestijnaarde....................................................................4
Paragraaf 1.2: Broeikasaarde....................................................................4
Paragraaf 1.3: IJstijdaarde.........................................................................4
Paragraaf 1.4: Klimaatonderzoek..............................................................4
Planning:......................................................................................................5
, Hoofdstuk 1: Het weer- en klimaatsysteem
Paragraaf 1.1: De atmosfeer: opbouw en temperatuur
Er zijn 4 soorten sferen op aarde:
1. Atmosfeer
= dunne laag gassen rondom de aarde.
2. Hydrosfeer
= grondwater, oppervlaktewater, regen
en mist
3. Lithosfeer
= gesteenten en de bodem
4. Biosfeer
= het leven op aarde
Deze sferen werken met elkaar samen of elkaar tegen, als er iets met de
ene gebeurt heeft dit gevolgen tot een andere sfeer.
In deze paragraaf gaat het vooral om de atmosfeer:
De atmosfeer is ontstaan na het afkoelen van de aarde (4,6 miljard jaar
geleden). Door zwaartekracht verdwenen deze gassen niet in de ruimte.
Aan het aardoppervlak is de luchtdruk het hoogst, deze neemt af
naarmate je verder van het aardoppervlak weg gaat, door de vermindering
in gasdeeltjes.
De atmosfeer is ook opgebouwd uit 4 onderdelen:
1. Troposfeer (onderste laag):
De zon zendt kortgolvige stralingen uit die de aarde opvangt
en zo opwarmt. Hierdoor wordt de troposfeer verwarmt vanaf
onder. Hierdoor geldt de onderstaande
regel.
Hoe hoger, hoe kouder (-0,6°C per 100 m
omhoog = temperatuurgradiënt).
2. Stratosfeer
De zon zendt uv-straling uit, hierdoor
ontstaat het gas: ozon. Bij dit proces wordt
zuurstof gesplitst en gereageerd met elkaar
waardoor O3 (ozon) ontstaat. Bij dit proces
komt veel warmte vrij. Hierdoor geldt de
onderstaande regel.
Hoe hoger, hoe warmer.
In de stratosfeer ligt de ozonlaag: deze
beschermt de mensen tegen de uv-straling.
3. Mesosfeer
In deze laag vallen meteorieten uit elkaar.