Introductie Ethiek & Recht
Inhoud
Hoorcollege 2 – Week 7..........................................................................................................................1
Hoorcollege 3 – Week 9..........................................................................................................................7
Hoorcollege 4 – Week 10......................................................................................................................13
Hoorcollege 5 – Week 11......................................................................................................................18
Hoorcollege 6 – Week 12......................................................................................................................22
Hoorcollege 2 – Week 7
Rechtsstaat in Nederland
Als je als land voldoet aan de eisen/kenmerken die tot de rechtstaat behoren:
1. Klassieke en sociale grondrechten in Grondwet (Gw)
a. Gelijkheidsbeginsel, iedereen is gelijk voor de wet
b. Art. 23 GW bestaanszekerheid
c. Art. 20 GW recht op onderwijs
d. Brengen een verplichting voor de overheid met zich mee
2. Legaliteitseis: voor elke inbreuk die de overheid maakt op jouw eigendom staat een wet in
formele zin ten grondslag. Beschermd net als klassieke grondrechten burgers tegen de
overheid.
3. Trias politica -machtenscheiding
a. Uitvoerende
b. Rechtsprekende
c. Wetgevende: Raad van State
4. Gebondenheid aan de wet: Iedereen heeft zich te houden aan de in Nederland geldende
wettelijke regelingen. Niet alleen burgers/ondernemingen, maar ook de overheid.
5. Onafhankelijke rechtspraak: rechters worden voor het leven benoemd
6. Vervolging en bestraffing wetsovertredingen: door het Openbaar Ministerie (OM)
7. Rechtszekerheid: (beginsel) als je als overheid wetten maakt moeten deze begrijpelijk zijn
voor de bevolking. Niet iedereen kent de wet maar moet dit wel kunnen kennen (zie
rijksoverheid.nl)
Het recht – Hoofdindelingen
Nationaal en internationaal (verdragen) rechts(bron)
Publiekrecht: recht tussen overheid en burger en betreft de organisatie en bevoegdheden van de
overheid zelf
Privaatrecht: betreft recht tussen burgers (inc. Bedrijven) onderling
- Materieel: inhoud van het recht, regels zelf
- formeel recht procedures, hoe kan ik het recht halen? Bij welke rechter
Rechtsgebieden: hebben met een bepaald onderdeel van het recht te maken
1
,Rechtsbronnen – positief recht
1. Wetgeving
2. Verdragen en besluiten internationale organisaties
3. Jurisprudentie (verzameling uitspraken Nederlandse rechters)
4. Ongeschreven recht & rechtsbeginselen
Rechtsvinding: concrete toepassing van het recht in een specifieke situatie.
Het recht vinden en toepassen op een concreet geval, dmv:
- Voorrangsregels: wetten in formele zin hebben voorrang op alle andere categorieën wetten in
materiële zijn. (Hoog gaat voor laag) (bijzonder gaat voor algemeen)(nieuw gaat voor oud)
- Interpretatiemethoden
- Redeneerwijzen: analogie redenering -> een nieuwe meer algemene regel komt tot stand
waardoor zowel bestaande gevallen als het nieuwe geval kunnen worden gerangschikt.
A contrario redenering: een wettelijke bepaling wordt niet toegepast op een geval omdat de
regeling niet is bedoeld voor dergelijke gevallen.
Staatsrecht
De Staat (der Nederlanden) = rechtspersoon, net als BV, NV…
Overheid
Hoe kan worden gewaarborgd dat de overheid de juiste besluiten neemt en haar macht niet
misbruikt?
- Democratie:
- Machtenscheiding
- Grondrechten
De Staten-Generaal vormen in NL de volksvertegenwoordiging op centraal niveau (1 e en 2e kamer art.
51 Gw)
• Parlementaire democratie: 1ste kamer leden worden gekozen door de provinciale staten
• Directe democratie (actueel wetsvoorstel correctief referendum)
• Indirecte democratie
• Gekozen volksvertegenwoordiging: parlement
• Tweede Kamer wordt direct gekozen, Eerste Kamer indirect
Belangrijkste taak van 1e en 2e kamer is wetgeving: taken samen met de regering maken van
wetgeving en het controleren van de regering (uitvoerende macht)
- Stemmen zonder last (onafhankelijk, ook al ben je van een politieke partij) Art. 67 lid 3 Gw
- Parlementaire onschendbaarheid, art. 71 Gw
- Rol politieke partijen
Regering & ministers
- De regering bestaat uit de Koning en ministers, art. 42 Gw
- Besluit van de regering heet Koninklijk Besluit
- De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk, art. 42 lid 2 Gw: ministeriële
verantwoordelijkheid = beleid en keuzes toelichten, uitleggen en verdedigen
2
, - De Minister (of Staatssecretaris) dient zich tegenover het parlement te verantwoorden om
democratische controle mogelijk te maken (= minister-president)
- Ministers en staatssecretarissen vormen het Kabinet
- Vertrouwensregel (niet in de wet): een Minister (of kabinet) dient zijn ontslag aan te bieden
als die het vertrouwen van de meerderheid van de Kamer verliest
Wetgeving & wetgever
- Algemeen verbindende voorschriften afkomstig van de Staten-Generaal = wetten in materiële
zin
- Wetten die door de samenwerking van regering en Staten-Generaal tot stand komen zijn
tevens wetten in formele zin, te onderscheiden van:
o Algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): regering
o Ministeriele regelingen: vastgesteld door Ministers
Hiërarchie wetgeving (boek p. 76), bovenaan staat het internationaal recht (staat dus boven nationaal
recht Art. 93 en 94 Gw = niet in alle landen het geval)
1. Eenieder verbindende verdragsbepalingen/EU-recht
2. Statuut
3. Grondwet
4. Wetten in formele zin
5. Algemene maatregelen van bestuur
6. Ministeriële regelingen
7. Provinciale verordeningen
8. Gemeentelijke verordeningen
Wetgeving op decentraal niveau: provinciale en gemeentelijke vorderingen
Decentralisatie
- NL is een gedecentraliseerde eenheidstaat:
Decentrale overheden zoals provincies en gemeenten mogen eigen regels maken en
besturen, maar de centrale overheid kan ingrijpen en corrigeren/ ingrijpen, Art. 132 Gw
- Territoriale decentralisatie in provincies en gemeenten, zie Provw (provinciale staten) en
Gemw
- Rechtspraak is in NL niet gedecentraliseerd, de rechtsspraak is verdeeld in verschillende
vestegingen maar één organisatie
- Actueel: een constitutioneel hof?
De hoogste rechter van het land is bevoegd wetgeving te toetsen aan grondwettelijkheid, als
de 2e kamer het eens is over een wet maar de rechter vindt dat deze in strijd is met de wet
dan wordt zo’n wet doorkruist
Nu: art. 120 Gw: toetsingsverbod (Omtzigt wil dit)
De rechter gaat bij wijze van spreke op de stoel zitten van de wetgevende macht
Rechtspraak: Onafhankelijke rechtspraak is een vereiste voor een rechtsstaat
- Hoofdstuk 6 Gw en Wet op de rechterlijke organisatie
- Art 17 Gw: niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem
toekent
3
Inhoud
Hoorcollege 2 – Week 7..........................................................................................................................1
Hoorcollege 3 – Week 9..........................................................................................................................7
Hoorcollege 4 – Week 10......................................................................................................................13
Hoorcollege 5 – Week 11......................................................................................................................18
Hoorcollege 6 – Week 12......................................................................................................................22
Hoorcollege 2 – Week 7
Rechtsstaat in Nederland
Als je als land voldoet aan de eisen/kenmerken die tot de rechtstaat behoren:
1. Klassieke en sociale grondrechten in Grondwet (Gw)
a. Gelijkheidsbeginsel, iedereen is gelijk voor de wet
b. Art. 23 GW bestaanszekerheid
c. Art. 20 GW recht op onderwijs
d. Brengen een verplichting voor de overheid met zich mee
2. Legaliteitseis: voor elke inbreuk die de overheid maakt op jouw eigendom staat een wet in
formele zin ten grondslag. Beschermd net als klassieke grondrechten burgers tegen de
overheid.
3. Trias politica -machtenscheiding
a. Uitvoerende
b. Rechtsprekende
c. Wetgevende: Raad van State
4. Gebondenheid aan de wet: Iedereen heeft zich te houden aan de in Nederland geldende
wettelijke regelingen. Niet alleen burgers/ondernemingen, maar ook de overheid.
5. Onafhankelijke rechtspraak: rechters worden voor het leven benoemd
6. Vervolging en bestraffing wetsovertredingen: door het Openbaar Ministerie (OM)
7. Rechtszekerheid: (beginsel) als je als overheid wetten maakt moeten deze begrijpelijk zijn
voor de bevolking. Niet iedereen kent de wet maar moet dit wel kunnen kennen (zie
rijksoverheid.nl)
Het recht – Hoofdindelingen
Nationaal en internationaal (verdragen) rechts(bron)
Publiekrecht: recht tussen overheid en burger en betreft de organisatie en bevoegdheden van de
overheid zelf
Privaatrecht: betreft recht tussen burgers (inc. Bedrijven) onderling
- Materieel: inhoud van het recht, regels zelf
- formeel recht procedures, hoe kan ik het recht halen? Bij welke rechter
Rechtsgebieden: hebben met een bepaald onderdeel van het recht te maken
1
,Rechtsbronnen – positief recht
1. Wetgeving
2. Verdragen en besluiten internationale organisaties
3. Jurisprudentie (verzameling uitspraken Nederlandse rechters)
4. Ongeschreven recht & rechtsbeginselen
Rechtsvinding: concrete toepassing van het recht in een specifieke situatie.
Het recht vinden en toepassen op een concreet geval, dmv:
- Voorrangsregels: wetten in formele zin hebben voorrang op alle andere categorieën wetten in
materiële zijn. (Hoog gaat voor laag) (bijzonder gaat voor algemeen)(nieuw gaat voor oud)
- Interpretatiemethoden
- Redeneerwijzen: analogie redenering -> een nieuwe meer algemene regel komt tot stand
waardoor zowel bestaande gevallen als het nieuwe geval kunnen worden gerangschikt.
A contrario redenering: een wettelijke bepaling wordt niet toegepast op een geval omdat de
regeling niet is bedoeld voor dergelijke gevallen.
Staatsrecht
De Staat (der Nederlanden) = rechtspersoon, net als BV, NV…
Overheid
Hoe kan worden gewaarborgd dat de overheid de juiste besluiten neemt en haar macht niet
misbruikt?
- Democratie:
- Machtenscheiding
- Grondrechten
De Staten-Generaal vormen in NL de volksvertegenwoordiging op centraal niveau (1 e en 2e kamer art.
51 Gw)
• Parlementaire democratie: 1ste kamer leden worden gekozen door de provinciale staten
• Directe democratie (actueel wetsvoorstel correctief referendum)
• Indirecte democratie
• Gekozen volksvertegenwoordiging: parlement
• Tweede Kamer wordt direct gekozen, Eerste Kamer indirect
Belangrijkste taak van 1e en 2e kamer is wetgeving: taken samen met de regering maken van
wetgeving en het controleren van de regering (uitvoerende macht)
- Stemmen zonder last (onafhankelijk, ook al ben je van een politieke partij) Art. 67 lid 3 Gw
- Parlementaire onschendbaarheid, art. 71 Gw
- Rol politieke partijen
Regering & ministers
- De regering bestaat uit de Koning en ministers, art. 42 Gw
- Besluit van de regering heet Koninklijk Besluit
- De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk, art. 42 lid 2 Gw: ministeriële
verantwoordelijkheid = beleid en keuzes toelichten, uitleggen en verdedigen
2
, - De Minister (of Staatssecretaris) dient zich tegenover het parlement te verantwoorden om
democratische controle mogelijk te maken (= minister-president)
- Ministers en staatssecretarissen vormen het Kabinet
- Vertrouwensregel (niet in de wet): een Minister (of kabinet) dient zijn ontslag aan te bieden
als die het vertrouwen van de meerderheid van de Kamer verliest
Wetgeving & wetgever
- Algemeen verbindende voorschriften afkomstig van de Staten-Generaal = wetten in materiële
zin
- Wetten die door de samenwerking van regering en Staten-Generaal tot stand komen zijn
tevens wetten in formele zin, te onderscheiden van:
o Algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): regering
o Ministeriele regelingen: vastgesteld door Ministers
Hiërarchie wetgeving (boek p. 76), bovenaan staat het internationaal recht (staat dus boven nationaal
recht Art. 93 en 94 Gw = niet in alle landen het geval)
1. Eenieder verbindende verdragsbepalingen/EU-recht
2. Statuut
3. Grondwet
4. Wetten in formele zin
5. Algemene maatregelen van bestuur
6. Ministeriële regelingen
7. Provinciale verordeningen
8. Gemeentelijke verordeningen
Wetgeving op decentraal niveau: provinciale en gemeentelijke vorderingen
Decentralisatie
- NL is een gedecentraliseerde eenheidstaat:
Decentrale overheden zoals provincies en gemeenten mogen eigen regels maken en
besturen, maar de centrale overheid kan ingrijpen en corrigeren/ ingrijpen, Art. 132 Gw
- Territoriale decentralisatie in provincies en gemeenten, zie Provw (provinciale staten) en
Gemw
- Rechtspraak is in NL niet gedecentraliseerd, de rechtsspraak is verdeeld in verschillende
vestegingen maar één organisatie
- Actueel: een constitutioneel hof?
De hoogste rechter van het land is bevoegd wetgeving te toetsen aan grondwettelijkheid, als
de 2e kamer het eens is over een wet maar de rechter vindt dat deze in strijd is met de wet
dan wordt zo’n wet doorkruist
Nu: art. 120 Gw: toetsingsverbod (Omtzigt wil dit)
De rechter gaat bij wijze van spreke op de stoel zitten van de wetgevende macht
Rechtspraak: Onafhankelijke rechtspraak is een vereiste voor een rechtsstaat
- Hoofdstuk 6 Gw en Wet op de rechterlijke organisatie
- Art 17 Gw: niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem
toekent
3