Week 1: Goed genoeg ouderschap in complexe opvoedsituaties............1
Richtlijn gezinnen met meervoudige en complexe problemen.............1
Aantekeningen....................................................................................15
Week 2 meervoudig alliëren...................................................................20
“Doen we het samen? Werken aan gezinsgerichte werkrelaties in
ambulante gezinsbehandeling.”Mariannne Welmers-van de Poll ......21
Richtlijnen gezinnen met meervoudige en complexe problemen.......21
Aantekeningen....................................................................................33
Week 3 Systeemgericht werken in complexe opvoedsituaties..............39
Basisboek systeem gericht werken.....................................................39
Aantekeningen....................................................................................50
Week 4 Systeemgericht werken in complexe opvoedsituaties:
contextuele en oplossingsgerichte benadering......................................52
Week 5 Complexiteit in gezinnen: huiselijk geweld/ kindermishandeling
en seksueel misbruik..............................................................................55
Handelen bij kindermishandeling en huiselijk geweld.........................55
Het gezin centraal...............................................................................58
Aantekeningen....................................................................................62
Week 6 Complexiteit in gezinnen: vechtscheiding / gezinnen met
meervoudige en complexe problemen...................................................63
Opgroeien en opvoeden in armoede...................................................63
De herziene Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen............64
Aantekeningen....................................................................................65
Week 7 Complexiteit in gezinnen: ouders met LVB................................68
Kijk achter de schermen!....................................................................68
Ze zeggen dat we het niet kunnen......................................................70
Aantekeningen....................................................................................73
Leerdoelen.............................................................................................74
Week 1: Goed genoeg ouderschap in complexe opvoedsituaties
Richtlijn gezinnen met meervoudige en complexe problemen
Hoofdstuk 2 definitie en kenmerken
Begin negentiende eeuw werden gezinnen vanuit het perspectief van
armoede bekeken. Eind zestiger jaren kwam het perspectief van de
1
,deprivatie op. De ‘schuld’ verschoof binnen dit perspectief van het
individuele gezin naar de maatschappij. Aansluitend bij de
individualisering van de samenleving werd door de jaren heen de term
‘multiprobleemgezin’ gangbaar.
Volgens Baartman is het onjuist de complexiteit van de problematiek in
deze gezinnen te herleiden tot individuele tekorten. Maar even onjuist is
het deze te herleiden tot de ongunstige omstandigheden waarin de
gezinnen leven. Beide zijn van belang en hebben hun invloed.
Door de jaren heen werd de benaming ‘multiprobleemgezinnen
stigmatiserend en paste daarmee niet meer bij de huidige tijdgeest
binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming. Waarin de nadruk meer komt
te liggen op kracht, op wat al goed gaat en wat het gezin wel kan. Clënten
vinden de term veroordelend en problematiserend te vinden; niemand wil
een ‘probleem’ zijn.
In 2019 is gekozen voor de term ‘gezinnen met meervoudige en
complexe problemen’. Deze term erkent dat er binnen deze gezinnen
sprake is van meerdere problemen, die complex zijn omdat ze vaak al
meerdere generaties doorwerken, onderling verweven zijn en omdat het
tot op heden lastig is geweest het gezin de juiste hulp te bieden.
Daarnaast is er vaak sprake van beperkte sociale zelfredzaamheid en
moeite om zelf de regie over de problemen te nemen.
Een definitie van gezinnen met meervoudige en complexe
problemen
Een veelgebruikte definitie van multiprobleemgezinnen is die van
Baartman: ‘een multiprobleemgezin is een gezin van minimaal één ouder
en één kind dat langdurig kampt met een combinatie van sociaal-
economische en psychosociale problemen’.
Kenmerken;
- Het is vaak lastig (geweest) om de juiste hulp aan het gezin te
bieden: er is vaker hulp ingezet, maar zonder duurzaam resultaat.
- (Ghesquière) de betrokken hulpverleners vinden dat het gezin
weerbarstig is voor hulp.
- Hebben verschillende kenmerken en problemen die tegelijkertijd op
verschillende domeinen in het gezin en in de context/leefsituatie
rond het gezin spelen.
- Overbelast door de vele problemen waarmee ze te maken hebben.
- Weerbarstig voor hulp. De ouders zijn vaak moeilijk bereikbaar,
vermijden of zoeken hulpverlening juist veelvuldig op, stellen geen
duidelijke hulpvraag en hebben hardnekkige problemen die moeilijk
te veranderen zijn.
- Weerbarstig zijn voor hulp heeft vaak te maken met ‘niet kunnen’:
het lukt de gezinsleden niet te veranderen ondanks alle hulp die ze
al hebben gehad. Ze zijn onmachtig en vaak teleurgesteld door de
vele hulp die weinig heeft opgeleverd. Daarbij lukt het hulpverleners
niet de gezinnen op een integrale en effectieve manier te
ondersteunen.
2
, - Niet weten waar zij hulp kunnen vinden, of worden zij door de
hulpverlener niet of verkeerd verstaan. Of vragen ze om hulp die de
betreffende hulpverlener niet kan bieden.
- Ze zijn terechtgekomen in een neerwaartse spiraal van negatieve
ervaringen met hulpverleners, onmacht en soms zelfs
marginalisatie.
Uit onderzoek blijkt dat slechts 30% van de gezinnen die door
hulpverleners als multiprobleemgezin werden aangemerkt daadwerkelijk
een multiprobleemgezin zijn.
Op basis van dit onderzoek stellen zij dat gezinnen met meervoudige en
complexe problemen op minimaal zes van de volgende zeven domeinen
langdurige problemen ervaart (en per domein minimaal één factor):
- Kindfactoren: psychische of psychosociale problemen inclusief
ontwikkelingsproblemen, gedragsproblemen, psychosomatische
problemen en verslavingen; cognitieve problemen (zoals laag IQ en
leerproblemen) en verstandelijke handicaps; slachtoffer of getuige
van mishandeling, misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld.
- Ouderfactoren: psychische of psychosociale problemen inclusief
psychosomatische problemen, gedragsproblemen (agressie en
crimineel gedrag) en verslaving; cognitieve problemen (laag IQ) en
verstandelijke handicaps; slachtoffer, getuige of dader van
mishandeling, misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld.
- Opvoedingsfactoren: onvoldoende of inconsistente
opvoedingsstrategieën; pedagogische onmacht; weinig consistentie;
weinig responsiviteit; veel harde discipline; afwijzing; gebrek aan
gedragscontrole; veel psychologische controle; onveilige hechting.
- Gezinsfunctioneren: relatieproblemen; conflicten;
communicatieproblemen; weinig cohesie; veel externe locus of
control; geen organisatie.
- Contextuele factoren: meerdere negatieve levensgebeurtenissen;
financiële problemen; lage sociaal-economische status.
- Sociaal netwerk: verstoord of gebrek aan sociaal netwerk;
conflicten met buurtbewoners en vrienden.
- Hulpverlening: lange geschiedenis van hulpverlening;
uithuisplaatsing.
Belangrijkste kenmerken
Problemen van psychosociale aard
- Ouders als de jeugdigen kampen veelal met problemen van
psychosociale aard. Jeugdigen en ouders hebben meer
internaliserende problemen (zoals depressie en angst) en
externaliserende problemen (zoals gedragsproblemen).
- Bij de ouder(s) is vaker sprake van verslaving, alleenstaand
ouderschap, tienerzwangerschap en een verstandelijke beperking.
- Meer problemen in de opvoeding.
- Lagere scores op consistentie, responsiviteit en gedragscontrole, en
hogere scores op harde discipline en psychologische controle.
3
, - Ouders en jeugdigen voelen zich minder gehecht aan elkaar.
- Ouders en jeugdigen hebben significant meer
communicatieproblemen en conflicten.
- Ouders ervaren meer stress in hun leven en in de opvoeding van
hun kinderen.
- Vaker sprake van geweld in de onderlinge contacten en van huiselijk
geweld, en er is een hoger risico op kindermishandeling.
- Intergenerationele overdracht (veel van de jeugdigen zullen later
ook problemen zullen in hun eigen gezin).
Sociaal-economische problemen
- Vaker financiële problemen. Een groot deel heeft schulden en een
groot deel leeft zelfs in armoede.
- Vaker sociaal geïsoleerd: ze hebben geen of een beperkt sociaal
netwerk. Deze gezinnen voelen zich nogal eens gestigmatiseerd in
de buurt en/of hebben conflicten met buren.
- Migrantengezinnen zijn al lange tijd oververtegenwoordigd in de
zwaardere vormen van zorg.
- Een lage sociaal-economische status, relatieproblemen of het
missen van steun van familie kunnen gevolgen van migratie zijn.
Deze problemen zorgen voor een belaste gezinssituatie die het risico op
allerlei problemen bij de jeugdigen vergroot.
Problemen met de hulpverlening
- Deze problemen komen zowel vanuit de gezinnen als vanuit de
hulpverlener. Zo spelen allerlei belemmeringen om hulp te zoeken
een rol.
- Ouders kunnen bijvoorbeeld als gevolg van een dreigende
uithuisplaatsing op twee manieren reageren. Sommige ouders
kiezen voor de voortdurende nabijheid van hulpverlening en nemen
regelmatig contact op met verschillende hulpverleners. Ze nemen
initiatief en doen voorstellen. Door ‘shoppen’ hopen ze een
uithuisplaatsing van hun kinderen te voorkomen. Andere ouders
benadrukken juist de afstand tot het hulpverleningssysteem, mijden
contact en/of stellen zich vijandig en wantrouwend op.
- Aan de andere kant versterken of veroorzaken hulpverleners de
door hen ervaren weerbarstigheid door problemen geïsoleerd aan te
pakken, door te proberen deze gezinnen met in het vaststaande
standaardaanbod te duwen, door te hameren op de ontbrekende
motivatie van de gezinnen en door gefragmenteerd en geïsoleerd te
werken.
Het gevolg is dat gezinnen met meervoudige en complexe problemen veel
hulpverleners verslijten en hulpverleningstrajecten achter elkaar
doorlopen. De hulp schiet tekort vanwege het ontbreken van passend, dat
wil zeggen integraal en langdurig, aanbod.
Problemen zijn multidimensionaal en multicausaal
- Ze hebben verschillende kenmerken en problemen die tegelijkertijd
in verschillende domeinen in het gezin en in de leefsituatie rond het
4