Biologie van dieren
Controlesystemen voor homeostase
HC Histologie, microscopie en tekenen
Anatomische richtingen
Tetrapode (4 poten):
- Anterieur (voor het dier) en rostraal (richting snuit)
- Posterieur (achter het dier) en caudaal (richting staart)
Verder
- Mediaal (naar midden lichaam)
- Lateraal (naar zijkant)
- Sinister (links), en dextra (rechts)
- Proximaal (dichtbij) en distaal (verwijderd)
- Assen zoals rostrocaudaal, dorsoventraal etc
Anatomische aanzichten
- Frontaal: voor en achter → anterieur en posterieur
- Saggitaal/mediaal : links en rechts → sinister en dextra
- Transversaal: dwarsdoorsnede
,Histologische Coupes maken: snijden van vast en ingebed weefsel
Fixatie: Weefsel stabiliseren en structuur behouden
Dehydratie: Water verwijderen met alcohol
Klaren: alcohol vervangen door oplosmiddel (xyleen) voor paraffine
Infiltratie & inbedden: Doordrenken met paraffine was/epoxy en uitharden
Trimmen & snijden: Weefsel blootleggen en secties snijden (1-10 micrometer)
2 type microscopen
- Doorzichtmicroscopen
- Stereomicroscopen (binoculair)
3 lenzensets:
1. Condensor; Verzamelt en focust licht op de preparaatslide
2. Objectieflenzen; Vergroten en projecteren het beeld (x4, x10, x40)
3. Oculairs (‘eyepieces’); Vergroten het beeld nogmaals met x10
Selectieve kleuring
- Basofiele componenten; (negatief geladen) binden aan basische kleurstoffen
, - Acidofiele componenten; (positief geladen) binden aan zure kleurstoffen
Veelgebruikte kleurstoffen
- Basische kleurstoffen: Tolueenblauw, metyleenblauw, hematoxyline
- Zure kleurstoffen: Eosine, acid fuchsine
Hematoxyline & Eosine
- Hematoxyline: DNA, RNA en kraakbeenmatrix donkerblauw/paars
- Eosine: cytoplasmatische structuren en collageen roze
Speciale kleuringen:
- PAS-reactie: Kleur polysachariden en koolhydraatrijke structuren paars/magenta
- Feulgen-reactie: Specifiek voor DNA
HC Epitheelweefsel en steunweefsel
https://accessmedicine.mhmedical.com/Book.aspx?bookid=3390 → Histologie
https://openstax.org/books/anatomy-and-physiology/pages/4-introduction
De 4 weefseltypen in het lichaam van dieren
Cellen -> weefsels
Weefsels classificeren op:
- zelfde oorsprong,
- zelfde structuur & functie
, - Basale lamina; (basaal membraan) = dunne laagje matrix waarop epitheellagen
gevestigd zijn
- Epitheelweefsel (klein)
- Steunweefsel (veel)
- Spierweefsel (matig)
- Zenuwweefsel (zeer klein)
Dipoblast → 2 kiemlagen endoterm en
ectoderm
Triploblast → 3 kiemlagen ectoderm,
mesoderm en endoterm
Kiemlaag en hun afkomstige weefsel
Begint met een gastrulatie
Ectoderm: buitenste laag
Mesoderm: Middelste laag
Endoderm: binnenste laag
Epitheelweefsel
- Cellen zijn aaneengesloten, met apicale en
basale oppervlakten (hebben een polariteit dus
een richting)
- Geen bloedvaten; voeding door diffusie &
osmose
- Gapjunctions aan basale zijde
- Bedekt buitenkant lichaam en organen en holtes in het lichaam
- Het bevat cellen die dicht op elkaar gepakt zijn
1. Vormen:
- Plat/plaveisel (squamous) → breder dan dat het hoog is
- Kubusvorming (cuboidal) → even hoog als even breed
- Cilindrisch (columnar) → aanzienlijk hoger dan breed
2. Lagen
- Enkel (simple)
- Samengesteld (stratified)
Controlesystemen voor homeostase
HC Histologie, microscopie en tekenen
Anatomische richtingen
Tetrapode (4 poten):
- Anterieur (voor het dier) en rostraal (richting snuit)
- Posterieur (achter het dier) en caudaal (richting staart)
Verder
- Mediaal (naar midden lichaam)
- Lateraal (naar zijkant)
- Sinister (links), en dextra (rechts)
- Proximaal (dichtbij) en distaal (verwijderd)
- Assen zoals rostrocaudaal, dorsoventraal etc
Anatomische aanzichten
- Frontaal: voor en achter → anterieur en posterieur
- Saggitaal/mediaal : links en rechts → sinister en dextra
- Transversaal: dwarsdoorsnede
,Histologische Coupes maken: snijden van vast en ingebed weefsel
Fixatie: Weefsel stabiliseren en structuur behouden
Dehydratie: Water verwijderen met alcohol
Klaren: alcohol vervangen door oplosmiddel (xyleen) voor paraffine
Infiltratie & inbedden: Doordrenken met paraffine was/epoxy en uitharden
Trimmen & snijden: Weefsel blootleggen en secties snijden (1-10 micrometer)
2 type microscopen
- Doorzichtmicroscopen
- Stereomicroscopen (binoculair)
3 lenzensets:
1. Condensor; Verzamelt en focust licht op de preparaatslide
2. Objectieflenzen; Vergroten en projecteren het beeld (x4, x10, x40)
3. Oculairs (‘eyepieces’); Vergroten het beeld nogmaals met x10
Selectieve kleuring
- Basofiele componenten; (negatief geladen) binden aan basische kleurstoffen
, - Acidofiele componenten; (positief geladen) binden aan zure kleurstoffen
Veelgebruikte kleurstoffen
- Basische kleurstoffen: Tolueenblauw, metyleenblauw, hematoxyline
- Zure kleurstoffen: Eosine, acid fuchsine
Hematoxyline & Eosine
- Hematoxyline: DNA, RNA en kraakbeenmatrix donkerblauw/paars
- Eosine: cytoplasmatische structuren en collageen roze
Speciale kleuringen:
- PAS-reactie: Kleur polysachariden en koolhydraatrijke structuren paars/magenta
- Feulgen-reactie: Specifiek voor DNA
HC Epitheelweefsel en steunweefsel
https://accessmedicine.mhmedical.com/Book.aspx?bookid=3390 → Histologie
https://openstax.org/books/anatomy-and-physiology/pages/4-introduction
De 4 weefseltypen in het lichaam van dieren
Cellen -> weefsels
Weefsels classificeren op:
- zelfde oorsprong,
- zelfde structuur & functie
, - Basale lamina; (basaal membraan) = dunne laagje matrix waarop epitheellagen
gevestigd zijn
- Epitheelweefsel (klein)
- Steunweefsel (veel)
- Spierweefsel (matig)
- Zenuwweefsel (zeer klein)
Dipoblast → 2 kiemlagen endoterm en
ectoderm
Triploblast → 3 kiemlagen ectoderm,
mesoderm en endoterm
Kiemlaag en hun afkomstige weefsel
Begint met een gastrulatie
Ectoderm: buitenste laag
Mesoderm: Middelste laag
Endoderm: binnenste laag
Epitheelweefsel
- Cellen zijn aaneengesloten, met apicale en
basale oppervlakten (hebben een polariteit dus
een richting)
- Geen bloedvaten; voeding door diffusie &
osmose
- Gapjunctions aan basale zijde
- Bedekt buitenkant lichaam en organen en holtes in het lichaam
- Het bevat cellen die dicht op elkaar gepakt zijn
1. Vormen:
- Plat/plaveisel (squamous) → breder dan dat het hoog is
- Kubusvorming (cuboidal) → even hoog als even breed
- Cilindrisch (columnar) → aanzienlijk hoger dan breed
2. Lagen
- Enkel (simple)
- Samengesteld (stratified)