Bestuursrecht
Bestuursrecht gaat over de relatie tussen;
Bestuursorgaan -> burger
Bestuursorgaan -> rechtspersoon
Bestuursorgaan -> bestuursorganen
Bestuursrecht is dus publiekrecht. De overheid kan ook privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten.
Het bestuursrecht regelt;
Organisatie
Bevoegdheden
Normering
Handhaving
Rechtsbescherming
Nederland is een democratische rechtsstaat: de overheid moet
fundamentele rechten en vrijheden dulden. De overheid moet zich inzetten
voor rechten en vrijheden van burgers. Om dat te bereiken moet de
overheid zich aan 4 fundamentele eisen houden:
Wetmatigheid van bestuur: ingrijpen in leven burger moet berusten
op de wet.
Controle door een onafhankelijke rechter.
Evenwicht tussen wetgevende macht, uitvoerende macht en
rechtssprekende macht (trias politica).
Eerbieding van de grondrechten.
Deze eisen hebben ook betrekking op het staatsrecht.
Voor de eerste eis spelen het legaliteitsbeginsel en het
specialiteitsbeginsel een grote rol.
Legaliteitsbeginsel: het optreden van de overheid moet worden herleid uit
de Grondwet of een wet in formele zin.
Wet in formele zin: is een wet die tot stand is gekomen door de
Regering en de Staten-Generaal.
Specialiteitsbeginsel: de overheid mag alleen haar bevoegdheden
gebruiken voor het specifieke doel waarvoor ze zijn gegeven.
De algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat materiële als formeel recht.
Materieel = inhoudelijk
Formeel = procedurebepalingen
In bijzondere wetten vind je ook het bestuursrecht terug. Denk aan de
Wabo, participatiewet en de vreemdelingenwet.
De bijzondere regels gaan altijd voor de algemene regels.
Bestuursrecht gaat over de relatie tussen;
Bestuursorgaan -> burger
Bestuursorgaan -> rechtspersoon
Bestuursorgaan -> bestuursorganen
Bestuursrecht is dus publiekrecht. De overheid kan ook privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten.
Het bestuursrecht regelt;
Organisatie
Bevoegdheden
Normering
Handhaving
Rechtsbescherming
Nederland is een democratische rechtsstaat: de overheid moet
fundamentele rechten en vrijheden dulden. De overheid moet zich inzetten
voor rechten en vrijheden van burgers. Om dat te bereiken moet de
overheid zich aan 4 fundamentele eisen houden:
Wetmatigheid van bestuur: ingrijpen in leven burger moet berusten
op de wet.
Controle door een onafhankelijke rechter.
Evenwicht tussen wetgevende macht, uitvoerende macht en
rechtssprekende macht (trias politica).
Eerbieding van de grondrechten.
Deze eisen hebben ook betrekking op het staatsrecht.
Voor de eerste eis spelen het legaliteitsbeginsel en het
specialiteitsbeginsel een grote rol.
Legaliteitsbeginsel: het optreden van de overheid moet worden herleid uit
de Grondwet of een wet in formele zin.
Wet in formele zin: is een wet die tot stand is gekomen door de
Regering en de Staten-Generaal.
Specialiteitsbeginsel: de overheid mag alleen haar bevoegdheden
gebruiken voor het specifieke doel waarvoor ze zijn gegeven.
De algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat materiële als formeel recht.
Materieel = inhoudelijk
Formeel = procedurebepalingen
In bijzondere wetten vind je ook het bestuursrecht terug. Denk aan de
Wabo, participatiewet en de vreemdelingenwet.
De bijzondere regels gaan altijd voor de algemene regels.