1
MOTIVATIE EN SCHRIJFPRESTATIE ONDER LEERLINGEN
Het verband tussen Intrinsieke Motivatie en Schrijfprestatie beïnvloed door Sekse en de
relatie tussen Expliciete uitleg, Oefenen met een peer en Schrijfprestaties
Beatrice Verweij
Vrije Universiteit Amsterdam
Studentnummer: 2693781
Statistiek 2
Doortje Hefting
Groep 25
10-05-2022
Aantal woorden: 1573
,2
MOTIVATIE EN SCHRIJFPRESTATIE ONDER LEERLINGEN
Het verband tussen Intrinsieke Motivatie en Schrijfprestatie beïnvloed door Sekse en de
relatie tussen Expliciete uitleg, Oefenen met een peer en Schrijfprestaties
Kinderen leren op de basisschool veel basisvaardigheden die zij in de rest van hun
leven en schoolloopbaan goed kunnen gebruiken. Echter, kinderen kunnen veel individuele
verschillen laten zien op het gebied van bepaalde vakgebieden, zoals lezen en schrijven. Als
gevolg van deze verschillen presteren kinderen op verschillende niveaus van schrijfprestaties.
Motivatie onder kinderen schijnt van belang te zijn als indicator wanneer het gaat om
schrijfprestatie. In een onderzoek van Linnenbrink en Pintrich (2002) komt naar voren dat
motivatie kan worden opgedeeld in meerdere factoren. Self-efficacy en intrinsieke motivatie
spelen hierin een belangrijke rol. Bij self-efficacy wordt er gekeken naar het eigen oordeel
over eigen bekwaamheid van de persoon, en wordt het vaak gebruikt om succesvol gedrag te
voorspellen (Burrel et al., 2018). Een individu die hoog scoort op self-efficacy heeft dan ook
het goede vertrouwen in eigen bekwaamheid. Bij intrinsieke motivatie wordt er gekeken naar
de leergierigheid van een individu (Oudeyer & Kaplan, 2007). Een hoge score op intrinsieke
motivatie laat een hoge mate van motivatie om nieuwe dingen te leren zien. Op basis van
eerder verricht onderzoek is gebleken dat self-efficacy en motivatie significant positief
gecorreleerd zijn met schrijfprestatie (Sabti et al., 2019). Individuen met een hoger niveau van
self-efficacy en motivatie, scoren beter op schrijfvaardigheid dan individuen die een lager
niveau van self-efficacy en motivatie hebben. De invloed van deze variabelen op
schrijfprestatie is wel afhankelijk vanuit welke context het zich afspeelt. Het kan per
schoolvak, docent, klas, etc. verschillen. Om het onderwijs makkelijker te maken voor de
kinderen is het van belang om de motivatie van hen hoog te houden.
In dit onderzoek wordt er naar de factoren gekeken die mogelijk van invloed kunnen
zijn op de schrijfvaardigheid van kinderen. Er worden in dit verslag twee hypotheses getoetst,
aan de hand van verschillende condities.
Uit eerder onderzoek van Guay et al. (2010) bleek dat meisjes meer motivatie laten
zien om te schrijven dan jongens. Dit komt voort uit voldoening of uit dat zij de activiteit
kunnen waarderen. Er zal een positief verband tussen intrinsieke motivatie en schrijfprestatie
zijn, waarbij het verband sterker is voor meisjes dan voor jongens. Dit wil zeggen dat hoe
hoger het kind scoort op intrinsieke motivatie, hoe hoger dit kind ook scoort op
schrijfvaardigheid. Bovendien blijken individuen die samen met een peer schrijven en hierbij
expliciete instructies krijgen, meer gemotiveerd te zijn dan individuen die dit niet krijgen
(Smedt et al., 2019). Daarom zullen leerlingen die expliciete uitleg krijgen, een hogere score
behalen op schrijfprestatie dan leerlingen die geen expliciete uitleg krijgen. De relatie is
, 3
MOTIVATIE EN SCHRIJFPRESTATIE ONDER LEERLINGEN
sterker voor kinderen die in een peerconditie zitten dan voor kinderen die individueel moeten
oefenen.
Methode
Participanten
De steekproef bestond uit 200 basisschoolleerlingen van drie verschillende
basisscholen, waarvan 51% meisjes en 49% jongens. Van de participanten zat 33.0% in groep
zes, 32.5% in groep zeven en 34.5% in groep acht.
Materialen
De focus van de eerste hypothese ligt op de afhankelijke variabele schrijfprestatie en
de onafhankelijke variabelen intrinsieke motivatie en gender. Aan de hand van 9 items uit de
Motivated Strategies for Learning Questionnaire (MSLQ) werd de intrinsieke motivatie
beoordeeld. De MSLQ bestaat uit een 7-punt Likertschaal waarbij 1 = ‘’niet van toepassing en
7 = ‘’sterk van toepassing op mij’’. De tweede hypothese heeft ook de afhankelijke variabele
schrijfprestatie maar heeft als onafhankelijke variabelen peer conditie en instructie conditie.
Beide condities zijn dichotoom verdeeld. Hierbij is de peer conditie verdeeld in (0)
individueel oefenen met schrijven en (1) samen met peer oefenen met schrijven, en de
instructie conditie in (0) geen expliciete instructie en (1) wel expliciete instructie. De
schrijfvaardigheid werd in beide gevallen beoordeeld door de leerkracht op basis van de
kwaliteit van de opdracht. Hieraan werd een cijfer verbonden tussen de 0, als laagste cijfer, en
10, als hoogste cijfer.
Procedure
De vragenlijsten zijn afgenomen bij drie verschillende basisscholen in Nederland. De
basisschoolleerlingen hebben de vragenlijst individueel ingevuld en op hetzelfde moment. De
leerlingen werden ook willekeurig toegewezen aan verschillende condities, waarin zij
gedurende een periode van vijf weken in deze conditie hebben gewerkt. Na de periode van
vijf weken hebben zij een schrijfopdracht gemaakt die werd beoordeeld door de leerkracht.
De data met gebruik van het programma Statistical Package for the Social Sciences (SPSS)
versie 26 verwerkt.
Statistische analyse
Door middel van een statische analyse met het programma SPSS zijn de hypotheses
getoetst. De eerste hypothese werd getoetst door middel van een multiple regressieanalyse.
Bij de tweede hypothese is er gebruik gemaakt van een ANOVA-analyse. Hierbij is een
significantieniveau van .05 aangehouden.
Resultaten
MOTIVATIE EN SCHRIJFPRESTATIE ONDER LEERLINGEN
Het verband tussen Intrinsieke Motivatie en Schrijfprestatie beïnvloed door Sekse en de
relatie tussen Expliciete uitleg, Oefenen met een peer en Schrijfprestaties
Beatrice Verweij
Vrije Universiteit Amsterdam
Studentnummer: 2693781
Statistiek 2
Doortje Hefting
Groep 25
10-05-2022
Aantal woorden: 1573
,2
MOTIVATIE EN SCHRIJFPRESTATIE ONDER LEERLINGEN
Het verband tussen Intrinsieke Motivatie en Schrijfprestatie beïnvloed door Sekse en de
relatie tussen Expliciete uitleg, Oefenen met een peer en Schrijfprestaties
Kinderen leren op de basisschool veel basisvaardigheden die zij in de rest van hun
leven en schoolloopbaan goed kunnen gebruiken. Echter, kinderen kunnen veel individuele
verschillen laten zien op het gebied van bepaalde vakgebieden, zoals lezen en schrijven. Als
gevolg van deze verschillen presteren kinderen op verschillende niveaus van schrijfprestaties.
Motivatie onder kinderen schijnt van belang te zijn als indicator wanneer het gaat om
schrijfprestatie. In een onderzoek van Linnenbrink en Pintrich (2002) komt naar voren dat
motivatie kan worden opgedeeld in meerdere factoren. Self-efficacy en intrinsieke motivatie
spelen hierin een belangrijke rol. Bij self-efficacy wordt er gekeken naar het eigen oordeel
over eigen bekwaamheid van de persoon, en wordt het vaak gebruikt om succesvol gedrag te
voorspellen (Burrel et al., 2018). Een individu die hoog scoort op self-efficacy heeft dan ook
het goede vertrouwen in eigen bekwaamheid. Bij intrinsieke motivatie wordt er gekeken naar
de leergierigheid van een individu (Oudeyer & Kaplan, 2007). Een hoge score op intrinsieke
motivatie laat een hoge mate van motivatie om nieuwe dingen te leren zien. Op basis van
eerder verricht onderzoek is gebleken dat self-efficacy en motivatie significant positief
gecorreleerd zijn met schrijfprestatie (Sabti et al., 2019). Individuen met een hoger niveau van
self-efficacy en motivatie, scoren beter op schrijfvaardigheid dan individuen die een lager
niveau van self-efficacy en motivatie hebben. De invloed van deze variabelen op
schrijfprestatie is wel afhankelijk vanuit welke context het zich afspeelt. Het kan per
schoolvak, docent, klas, etc. verschillen. Om het onderwijs makkelijker te maken voor de
kinderen is het van belang om de motivatie van hen hoog te houden.
In dit onderzoek wordt er naar de factoren gekeken die mogelijk van invloed kunnen
zijn op de schrijfvaardigheid van kinderen. Er worden in dit verslag twee hypotheses getoetst,
aan de hand van verschillende condities.
Uit eerder onderzoek van Guay et al. (2010) bleek dat meisjes meer motivatie laten
zien om te schrijven dan jongens. Dit komt voort uit voldoening of uit dat zij de activiteit
kunnen waarderen. Er zal een positief verband tussen intrinsieke motivatie en schrijfprestatie
zijn, waarbij het verband sterker is voor meisjes dan voor jongens. Dit wil zeggen dat hoe
hoger het kind scoort op intrinsieke motivatie, hoe hoger dit kind ook scoort op
schrijfvaardigheid. Bovendien blijken individuen die samen met een peer schrijven en hierbij
expliciete instructies krijgen, meer gemotiveerd te zijn dan individuen die dit niet krijgen
(Smedt et al., 2019). Daarom zullen leerlingen die expliciete uitleg krijgen, een hogere score
behalen op schrijfprestatie dan leerlingen die geen expliciete uitleg krijgen. De relatie is
, 3
MOTIVATIE EN SCHRIJFPRESTATIE ONDER LEERLINGEN
sterker voor kinderen die in een peerconditie zitten dan voor kinderen die individueel moeten
oefenen.
Methode
Participanten
De steekproef bestond uit 200 basisschoolleerlingen van drie verschillende
basisscholen, waarvan 51% meisjes en 49% jongens. Van de participanten zat 33.0% in groep
zes, 32.5% in groep zeven en 34.5% in groep acht.
Materialen
De focus van de eerste hypothese ligt op de afhankelijke variabele schrijfprestatie en
de onafhankelijke variabelen intrinsieke motivatie en gender. Aan de hand van 9 items uit de
Motivated Strategies for Learning Questionnaire (MSLQ) werd de intrinsieke motivatie
beoordeeld. De MSLQ bestaat uit een 7-punt Likertschaal waarbij 1 = ‘’niet van toepassing en
7 = ‘’sterk van toepassing op mij’’. De tweede hypothese heeft ook de afhankelijke variabele
schrijfprestatie maar heeft als onafhankelijke variabelen peer conditie en instructie conditie.
Beide condities zijn dichotoom verdeeld. Hierbij is de peer conditie verdeeld in (0)
individueel oefenen met schrijven en (1) samen met peer oefenen met schrijven, en de
instructie conditie in (0) geen expliciete instructie en (1) wel expliciete instructie. De
schrijfvaardigheid werd in beide gevallen beoordeeld door de leerkracht op basis van de
kwaliteit van de opdracht. Hieraan werd een cijfer verbonden tussen de 0, als laagste cijfer, en
10, als hoogste cijfer.
Procedure
De vragenlijsten zijn afgenomen bij drie verschillende basisscholen in Nederland. De
basisschoolleerlingen hebben de vragenlijst individueel ingevuld en op hetzelfde moment. De
leerlingen werden ook willekeurig toegewezen aan verschillende condities, waarin zij
gedurende een periode van vijf weken in deze conditie hebben gewerkt. Na de periode van
vijf weken hebben zij een schrijfopdracht gemaakt die werd beoordeeld door de leerkracht.
De data met gebruik van het programma Statistical Package for the Social Sciences (SPSS)
versie 26 verwerkt.
Statistische analyse
Door middel van een statische analyse met het programma SPSS zijn de hypotheses
getoetst. De eerste hypothese werd getoetst door middel van een multiple regressieanalyse.
Bij de tweede hypothese is er gebruik gemaakt van een ANOVA-analyse. Hierbij is een
significantieniveau van .05 aangehouden.
Resultaten