Psychologie 1.1a
Hoorcollege 1
Leerdoelen:
1. Het begrip psychologie toelichten en uitleggen hoe kennis over psychologie
van meerwaarde is voor het werk van verpleegkundigen.
2. De kernpunten van de zes verschillende invalshoeken (biologisch,
behavioristisch, ontwikkelings-, cognitief, whole person en sociocultureel
perspectief) uitleggen.
3. Patiëntgedrag (uit een casus) verklaren vanuit bovengenoemde invalshoeken.
4. Het begrip persoonlijkheid toelichten en uitleggen wat de kennis over
persoonlijkheid toevoegt aan het werk als verpleegkundige.
5. De indeling in persoonlijkheidstypen volgens de Big Five herkennen en
interpreteren.
6. De psychodynamische persoonlijkheidstheorieën kunnen uitleggen en de
relevantie voor het verpleegkundig werkveld begrijpen.
7. De humanistische persoonlijkheidstheorieën kunnen uitleggen en de relevantie
voor het verpleegkundig werkveld begrijpen.
8. De begrippen ziekteperceptie en gezondheidsvaardigheden en het Gezond
Verstand Model toelichten en uitleggen wat de kennis over dit concept toevoegt
aan het werk als verpleegkundige.
, Psychologische perspectieven
Biologisch perspectief
- Gedrag dat wordt verklaard door functioneren van genen, hersenen,
zenuwstelsel en hormoonstelsel
Cognitieve perspectief
- Gedrag dat wordt bepaald door interpretaties/gedachten over onze
omgeving
Behavioristische perspectief
- Gedrag ontstaat als reactie op stimuli (prikkels) uit de omgeving
(consequenties)
Ontwikkelingsperspectief
- Gedrag dat wordt bepaald door interactie tussen erfelijke
eigenschappen en onze omgeving
Sociaal-cultureel perspectief
- Gedrag dat wordt bepaald door de sociale situatie en de cultuur waarin
je je bevindt
Ziekteperceptie en gezondheidsvaardigheden
De vaardigheden van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te
begrijpen, te beoordelen en te begrijpen bij het nemen van gezondheid gerelateerde
beslissingen.
Theorieën van de gehele persoon
Persoonlijkheid
- Psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het
gedrag van een individu in verschillende situaties en op verschillende
momenten
- Deels aangeboren en deels aangeleerd
Temperament: biologisch bepaalde eigenschappen in de persoonlijkheid
Karaktertrekken: meervoudig, stabiele persoonlijkheidskenmerken
Perspectieven
Freud
- Onbewuste verlangens, impulsen, ervaringen uit het verleden en
conflicten bepalen de persoonlijkheid
- Id: Primair denken, onbewust
- Ego: Omgaan met de werkelijkheid, bewust
- Superego: Waarde en normen
Humanistische stromingen (Rogers, Maslow)
- Persoonlijkheid wordt bepaald door de behoefte om zich aan te passen,
te groeien, te leren en uit te blinken
- Maslow: zelf actualiserende persoonlijkheid
- Rogers: volledig functionerend persoon
Zelfbeeld dat positief is en in overeenstemming met de realiteit
Eigen beperkingen accepteren
Big five
- 5 dominante persoonlijkheidsfactoren (karaktertrekken), dimensies,
waarmee je de persoonlijkheid van iemand kunt beschrijven
- Motivationele en emotionele componenten van de persoonlijkheid
Hoorcollege 1
Leerdoelen:
1. Het begrip psychologie toelichten en uitleggen hoe kennis over psychologie
van meerwaarde is voor het werk van verpleegkundigen.
2. De kernpunten van de zes verschillende invalshoeken (biologisch,
behavioristisch, ontwikkelings-, cognitief, whole person en sociocultureel
perspectief) uitleggen.
3. Patiëntgedrag (uit een casus) verklaren vanuit bovengenoemde invalshoeken.
4. Het begrip persoonlijkheid toelichten en uitleggen wat de kennis over
persoonlijkheid toevoegt aan het werk als verpleegkundige.
5. De indeling in persoonlijkheidstypen volgens de Big Five herkennen en
interpreteren.
6. De psychodynamische persoonlijkheidstheorieën kunnen uitleggen en de
relevantie voor het verpleegkundig werkveld begrijpen.
7. De humanistische persoonlijkheidstheorieën kunnen uitleggen en de relevantie
voor het verpleegkundig werkveld begrijpen.
8. De begrippen ziekteperceptie en gezondheidsvaardigheden en het Gezond
Verstand Model toelichten en uitleggen wat de kennis over dit concept toevoegt
aan het werk als verpleegkundige.
, Psychologische perspectieven
Biologisch perspectief
- Gedrag dat wordt verklaard door functioneren van genen, hersenen,
zenuwstelsel en hormoonstelsel
Cognitieve perspectief
- Gedrag dat wordt bepaald door interpretaties/gedachten over onze
omgeving
Behavioristische perspectief
- Gedrag ontstaat als reactie op stimuli (prikkels) uit de omgeving
(consequenties)
Ontwikkelingsperspectief
- Gedrag dat wordt bepaald door interactie tussen erfelijke
eigenschappen en onze omgeving
Sociaal-cultureel perspectief
- Gedrag dat wordt bepaald door de sociale situatie en de cultuur waarin
je je bevindt
Ziekteperceptie en gezondheidsvaardigheden
De vaardigheden van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te
begrijpen, te beoordelen en te begrijpen bij het nemen van gezondheid gerelateerde
beslissingen.
Theorieën van de gehele persoon
Persoonlijkheid
- Psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het
gedrag van een individu in verschillende situaties en op verschillende
momenten
- Deels aangeboren en deels aangeleerd
Temperament: biologisch bepaalde eigenschappen in de persoonlijkheid
Karaktertrekken: meervoudig, stabiele persoonlijkheidskenmerken
Perspectieven
Freud
- Onbewuste verlangens, impulsen, ervaringen uit het verleden en
conflicten bepalen de persoonlijkheid
- Id: Primair denken, onbewust
- Ego: Omgaan met de werkelijkheid, bewust
- Superego: Waarde en normen
Humanistische stromingen (Rogers, Maslow)
- Persoonlijkheid wordt bepaald door de behoefte om zich aan te passen,
te groeien, te leren en uit te blinken
- Maslow: zelf actualiserende persoonlijkheid
- Rogers: volledig functionerend persoon
Zelfbeeld dat positief is en in overeenstemming met de realiteit
Eigen beperkingen accepteren
Big five
- 5 dominante persoonlijkheidsfactoren (karaktertrekken), dimensies,
waarmee je de persoonlijkheid van iemand kunt beschrijven
- Motivationele en emotionele componenten van de persoonlijkheid