Psychopathologie 1.1b
Hoorcollege 1 - Algemeen
Leerdoelen:
1. Kan beschrijven hoe ‘normaal en afwijkend’ kan worden gedefinieerd.
2. Kan voor- en nadelen van het gebruik van de DSM-5 toelichten.
3. Kent belangrijke termen binnen de psychopathologie en kan deze in het
grotere geheel plaatsen.
4. Kan het biologische, psychologische, culturele en bio-psychosociale
perspectief op afwijkend gedrag beschrijven.
5. Kan de belangrijke psychiatrische functies benoemen en in hoofdgroepen
rangschikken.
,Normaal en afwijkend
Uitzonderlijk – Tatoeages
Sociaal afwijkend – LGBTQ
Foute percepties of interpretatie van de realiteit – Hallucinaties
Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon – Afwezigheid emoties
Ongepast of contraproductief gedrag – Verslavingsgedrag
Gevaar – Zelfdoding
DSM-V
Handboek met criteria om cliënten een bepaalde diagnose te geven
Sprake van een psychiatrische stoornis:
Emotioneel en persoonlijk lijden
Ernstige belemmeringen in het functioneren op belangrijke levensgebieden
Langere tijd aanhoudende belemmeringen die niet meer past in een normale
reacties binnen een bepaalde culturele context
Voordelen:
Bevordert eenduidigheid
Belangrijke beslissingen kunnen worden genomen; behandeling en
medicijngebruik
Statistic; gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken (EBP).
Stimuleert professionele; het bevordert de objectiviteit in waarneming en
vermindert de kans op interpretaties vanuit een eigen referentiekader
Stimuleert professioneel taalgebruik; professionals spreken dezelfde taal
Vermindert kans op kokervisie
Nadelen:
Er wordt te veel nadruk gelegd op symptomen die binnen de cliënt afspelen en
te weinig nadruk op externe invloeden op gedrag (sociale en fysieke factoren)
Er is weinig aandacht voor de interactie met de omgeving
Veel symptomen zijn trans diagnostisch; ze overlappen in verschillende
psychische stoornissen.
Gericht op het categoriseren (wel of niet aanwezig zijn van stoornis
Stigmatisering (sticker plakken, in hokje plaatsen)
Problemen zijn dynamisch en kunnen variëren in de tijd
Hoofdzakelijk een westerse inslag, waarmee weinig rekening wordt gehouden
met culturele verschillen
Etiopathogenese:
Het ontstaan van een stoornis verklaren vanuit verschillende perspectieven,
vaak met biologische, psychologische en sociale factoren
Bio-psychosociaal perspectief
Het ontstaan van een stoornis verklaren vanuit biologisch, psychologisch en
sociaal perspectief
Biologisch perspectief:
, Neurotransmitters
Genetische factoren
Hersenstructuren
Hormonen
Centrale zenuwstelsel
- De regelkamer van het lichaam die verantwoordelijk is
voor het regelen van lichaamsfuncties en hogere
mentale functies (als sensoriek, perceptie, denken,
probleemoplossing).
Perifere zenuwstelsel
- De zenuwen (neuronen) die sensorische
boodschappen ontvangen en naar hersenen en
ruggenmerg sturen en zenuwen die boodschappen
sturen naar spieren en klieren (vanuit centrale
zenuwstelsel).
Psychologisch perspectief:
Behavioristisch perspectief
Cognitief perspectief
Perspectieven vanuit de gehele persoon:
Humanistische modellen (zelfacceptatie en zelfbewustzijn)
Psycho-analytische theorie (Freud), Id, Ego & Superego
Sociaal-cultureel perspectief:
Familie
Maatschappij
Sociaal-economisch
School
Gebeurtenissen (trauma)
Belangrijkste psychiatrische functies:
Cognitieve functies
Kennen en kunnen
Functies die te maken hebben met het verwerken van informatie.
Functies zoals waarneming, aandacht, concentratie, geheugen, oriëntatie,
taalgebruik en vaardigheden
Affectieve functies
Voelen
Omvat de stemming, het affect, suïcidaliteit en de lichaamsbeleving.
Het heeft in ieder geval te maken met het ervaren of tonen van een emotie
(emotieregulatie en emotieherkenning).
Conatieve functies
Willen
De wilskracht, inspanning en de uiting daarvan in het gedrag van een
persoon. Psychomotoriek, de motivatie en doelmatig gedrag.
Hoorcollege 2 - Stemmingsstoornissen
Leerdoelen:
, 1. De symptomen die horen bij de (ziekte)beelden depressieve
stoornis en bipolaire stoornis type I en type II herkennen, categoriseren en
onderscheiden (wat is er aan de hand?).
2. De etiologie van de genoemde (ziekte)beelden uitleggen (waardoor komt
dat?).
3. De prognose van de genoemde (ziekte)beelden beschrijven (wat is het
beloop?).
4. Voor de genoemde (ziekte)beelden passende behandelingen en
verpleegkundige interventies toelichten (wat kunnen we eraan doen?).
5. De opgedane kennis over symptomen, etiologie en prognose signaleren
binnen een casus en de bovenstaande ziektebeelden van elkaar
onderscheiden.
Hoorcollege 1 - Algemeen
Leerdoelen:
1. Kan beschrijven hoe ‘normaal en afwijkend’ kan worden gedefinieerd.
2. Kan voor- en nadelen van het gebruik van de DSM-5 toelichten.
3. Kent belangrijke termen binnen de psychopathologie en kan deze in het
grotere geheel plaatsen.
4. Kan het biologische, psychologische, culturele en bio-psychosociale
perspectief op afwijkend gedrag beschrijven.
5. Kan de belangrijke psychiatrische functies benoemen en in hoofdgroepen
rangschikken.
,Normaal en afwijkend
Uitzonderlijk – Tatoeages
Sociaal afwijkend – LGBTQ
Foute percepties of interpretatie van de realiteit – Hallucinaties
Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon – Afwezigheid emoties
Ongepast of contraproductief gedrag – Verslavingsgedrag
Gevaar – Zelfdoding
DSM-V
Handboek met criteria om cliënten een bepaalde diagnose te geven
Sprake van een psychiatrische stoornis:
Emotioneel en persoonlijk lijden
Ernstige belemmeringen in het functioneren op belangrijke levensgebieden
Langere tijd aanhoudende belemmeringen die niet meer past in een normale
reacties binnen een bepaalde culturele context
Voordelen:
Bevordert eenduidigheid
Belangrijke beslissingen kunnen worden genomen; behandeling en
medicijngebruik
Statistic; gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken (EBP).
Stimuleert professionele; het bevordert de objectiviteit in waarneming en
vermindert de kans op interpretaties vanuit een eigen referentiekader
Stimuleert professioneel taalgebruik; professionals spreken dezelfde taal
Vermindert kans op kokervisie
Nadelen:
Er wordt te veel nadruk gelegd op symptomen die binnen de cliënt afspelen en
te weinig nadruk op externe invloeden op gedrag (sociale en fysieke factoren)
Er is weinig aandacht voor de interactie met de omgeving
Veel symptomen zijn trans diagnostisch; ze overlappen in verschillende
psychische stoornissen.
Gericht op het categoriseren (wel of niet aanwezig zijn van stoornis
Stigmatisering (sticker plakken, in hokje plaatsen)
Problemen zijn dynamisch en kunnen variëren in de tijd
Hoofdzakelijk een westerse inslag, waarmee weinig rekening wordt gehouden
met culturele verschillen
Etiopathogenese:
Het ontstaan van een stoornis verklaren vanuit verschillende perspectieven,
vaak met biologische, psychologische en sociale factoren
Bio-psychosociaal perspectief
Het ontstaan van een stoornis verklaren vanuit biologisch, psychologisch en
sociaal perspectief
Biologisch perspectief:
, Neurotransmitters
Genetische factoren
Hersenstructuren
Hormonen
Centrale zenuwstelsel
- De regelkamer van het lichaam die verantwoordelijk is
voor het regelen van lichaamsfuncties en hogere
mentale functies (als sensoriek, perceptie, denken,
probleemoplossing).
Perifere zenuwstelsel
- De zenuwen (neuronen) die sensorische
boodschappen ontvangen en naar hersenen en
ruggenmerg sturen en zenuwen die boodschappen
sturen naar spieren en klieren (vanuit centrale
zenuwstelsel).
Psychologisch perspectief:
Behavioristisch perspectief
Cognitief perspectief
Perspectieven vanuit de gehele persoon:
Humanistische modellen (zelfacceptatie en zelfbewustzijn)
Psycho-analytische theorie (Freud), Id, Ego & Superego
Sociaal-cultureel perspectief:
Familie
Maatschappij
Sociaal-economisch
School
Gebeurtenissen (trauma)
Belangrijkste psychiatrische functies:
Cognitieve functies
Kennen en kunnen
Functies die te maken hebben met het verwerken van informatie.
Functies zoals waarneming, aandacht, concentratie, geheugen, oriëntatie,
taalgebruik en vaardigheden
Affectieve functies
Voelen
Omvat de stemming, het affect, suïcidaliteit en de lichaamsbeleving.
Het heeft in ieder geval te maken met het ervaren of tonen van een emotie
(emotieregulatie en emotieherkenning).
Conatieve functies
Willen
De wilskracht, inspanning en de uiting daarvan in het gedrag van een
persoon. Psychomotoriek, de motivatie en doelmatig gedrag.
Hoorcollege 2 - Stemmingsstoornissen
Leerdoelen:
, 1. De symptomen die horen bij de (ziekte)beelden depressieve
stoornis en bipolaire stoornis type I en type II herkennen, categoriseren en
onderscheiden (wat is er aan de hand?).
2. De etiologie van de genoemde (ziekte)beelden uitleggen (waardoor komt
dat?).
3. De prognose van de genoemde (ziekte)beelden beschrijven (wat is het
beloop?).
4. Voor de genoemde (ziekte)beelden passende behandelingen en
verpleegkundige interventies toelichten (wat kunnen we eraan doen?).
5. De opgedane kennis over symptomen, etiologie en prognose signaleren
binnen een casus en de bovenstaande ziektebeelden van elkaar
onderscheiden.