Inhoudsopgave
Lesstof van Week 1 ..............................................................................................................2
Research Methods and Statistics (H16 p. 542-543 en H10 p. 309-311) ................................2
Ritchie & Lewis 2003 (p. 114-133) ......................................................................................3
Ritchie & Lewis 2003 (p. 150-168) ......................................................................................4
Ritchie & Lewis 2003 (p. 176-189) ......................................................................................5
Böhm 2004 (p. 271-274) ....................................................................................................6
Lesstof van Week 2 ..............................................................................................................8
Korstjens & Moser (2016) ..................................................................................................8
Ritchie & Lewis 2003 (p. 264-276) ......................................................................................8
Probst 2015 (p. 42-45).......................................................................................................9
Lesstof van week 4 ............................................................................................................. 11
Research Methods and Statistics (H7 p.189-208) ............................................................. 11
Research Methods and Statistics (H8 p. 203-227) ............................................................ 12
Research methods and statistics (H9 p. 267-269) ............................................................ 13
Research methods and statistics (statistics review p. 499-500) ........................................ 14
Lesstof van week 5 ............................................................................................................. 15
Research methods and Statistics (H9 p. 248-260) ............................................................ 15
Research Methods and Statistics (H7 p. 208-225) ............................................................ 16
Research Methods and Statistics (H6 p. 153-166) ............................................................ 18
Lesstof week 7 ................................................................................................................... 19
Research Methods and Statistics (Statistic review p. 479-495) ......................................... 19
Research Methods and Statistics (H10 p. 277-282) .......................................................... 19
Research Methods and Statistics (H10 p. 292-294) .......................................................... 19
Research Methods and Statistics (H11 p. 323-359) .......................................................... 20
Resarch Methods and Statistics (H12 p.363-383) ............................................................. 22
Research Methods and Statistics (H13 p. 401-415) .......................................................... 23
Lesstof week 8 ................................................................................................................... 24
Research methods and statistics (statistics review p.496-499) ......................................... 24
, Kwalitatief
Lesstof van Week 1
Research Methods and Statistics (H16 p. 542-543 en H10 p. 309-311)
Inductief onderzoek begint met het genereren van data en gaat dan generaliseren of een theorie
vormen. Bij inductief onderzoek heb je hoge flexibiliteit in de data-analyse. Abductief
onderzoek is onderzoek waarin de onderzoekers kennis hebben over de literatuur, maar open
blijven voor verassingen of onverwachte bevindingen in de data i.p.v. alleen data verzamelen om
de theorie te bevestigen. Deductief onderzoek begint met het creëren van een hypothese uit de
literatuur en gaat het daarna testen met data.
Grounded theory is een systematische en inductieve benadering in kwalitatief onderzoek dat
zegt dat onderzoekers conceptuele relaties van data moet extrapoleren i.p.v. hypotheses moet
testen van een bestaande theorie. De benadering moet streng toegepast worden.
Purposive sampling (Theoretical sampling) is een manier om een steekproef te nemen door
bepaalde casussen bewust te kiezen die een bepaalde waarde hebben die andere casussen niet
hebben.
Onderzoekers kunnen in de praktijk niet altijd dit doen, en dus de grounded theory volgen, omdat
ze van te voren hun plan moeten schrijven om financiering te ontvangen.
De extended case study approach heeft als doel om brede theoretische kennis te produceren.
De onderzoeker begint met een bestaande theorie en kiest een bepaalde casus uit om de
theorie ui te breiden. De participanten worden geobserveerd of er is sprake van etnografie.
Een observer is een rol die een onderzoeker kan aannemen wanneer hij veldwerk doet, de
onderzoeker observeert de participanten en die zijn daarvan bewust, maar neemt geen deel aan
de activiteiten van de participanten. Limitaties zijn reactiviteit en het missen van het gevoel hoe
de participanten zich voelen tijdens hun werk/ school, bvb het ervaren van de hitte als ze op een
boerderij werken.
Een covert observer is en verhulde observeerder. Deze rol heeft de grootste kans op het
misvatten van de situatie, omdat ze gelimiteerde inzichten hebben in de participanten en
waarom ze zich op een bepaalde manier gedragen.
Systematisch observatie is een methode van covert observatie waarbij de onderzoeker een
checklist en timeline gebruikt on fenomenen te observeren.
Complete participant is een rol in etnografisch onderzoek waarbij de onderzoeker zich volledig
in de populatie mengt. De populatie weet niet dat ze geobserveerd worden.
Participant observer is een rol in etnografisch onderzoek waarbij de onderzoeker aangeeft
tegen de populatie dat ze geobserveerd worden, en de onderzoeker participeert zo veel mogelijk
in de activiteiten.
Participerend Niet
Covert (verhuld) Complete participant Covert observer
Overt (niet-verhuld) Participant observer Observer
, Ritchie & Lewis 2003 (p. 114-133)
Een topic list bevat onderwerpen die de onderzoeker wilt bespreken tijdens een interview. het
bevat korte onderwerpen, gedetailleerde vragen, voorgestelde manieren om het interview te
beginnen en eindigen, sub-onderwerpen, voorstellen voor prompts en directies voor probes,
voorgestelde manieren om gevoelige onderwerpen te bespreken.
Het best is voor een topic lijst om uit korte onderwerpen te bestaan, want dit moedigt actief
luisteren van de interviewer aan.
Topic lists kunnen lang of kort zijn, afhankelijk van de voorkeur van de onderzoeker, maar het is
het best om ‘m zo kort mogelijk te houden, omdat korte topic lists in het algemeen diepere data
verzameling aanmoedigen. Een kleinere topic list zorgt ervoor dat de onderzoeker moet reageren
op de antwoorden van de respondent, en niet dat de onderzoeker de topiclijst opleest. Een lange
topic lijst impliceert dat de vragen die daarop staan de enige vragen zijn de gesteld moeten
worden, terwijl dit niet het geval is in kwalitatief onderzoek. Een langere topiclijst is handig voor
research commissionairs en adviseurs omdat die een gedetailleerde lijst willen hebben met wat
er besproken wordt. Een middenweg is om een lange lijst voor hun te hebben en een
samenvatting voor tijdens het onderzoek.
“Rules of thumb” voor een kwalitatief interview is ten eerste dat de topic list niet langer dan 4
pagina’s. Ten tweede moet een topic lijst bestaan uit 6 tot 9 onderwerpen. Ten derde moet een
interview ongeveer 1 tot 2 uur duren. Ten vierde moet een focus groep bestaan uit 5 of 6
onderwerpen.
Follow-up vragen en probes zijn belangrijk voor kwalitatief onderzoek, omdat dit een groter beeld
geeft van het onderwerp en ervoor zorgt dat geen informatie achterwegen gelaten wordt. in een
topic lijst kunnen dan ook sub-onderwerpen staan die besproken kunnen worden tijdens het
interview.
Tips om een topic lijst te maken die zo makkelijk mogelijk te gebruiken is:
- De topic lijst moet beginnen met een doelstelling, als een herinnering van het
onderliggende doel.
- Een introductie om het interview mee te beginnen, zoals de doelstelling, details over de
onderzoekers/ organisatie, reden voor het onderzoek, het beleid van anonimiteit of het
verzamelen van data en hoe het materiaal gebruikt gaat worden.
- Een samenvatting van de onderwerpen.
- Een duidelijke lay-out van de lijst zodat het overzichtelijk is waar alles staat.
- Instructies voor degene die de topiclijst gaat gebruiken, zoals hoe gevoelige
onderwerpen aan te kaarten, instructies voor hoe een taak uit te voeren, etc.
- Een herinnering aan het einde dat toont wat er gezegd moet worden, zoals over hoe de
data gebruikt gaat worden en anonimiteit.
Er kunnen ook andere soorten materialen in een topiclijst gevoegd worden, zoals:
• Een gedetailleerde vragenlijst om belangrijke achtergrondinformatie te vergaren van de
respondent wat nodig is om de situatie te begrijpen (zoals de financiële situatie van de
respondent.
• Illustraties en voorbeelden. Zoals het vragen naar een voorbeeld aan de respondent.
• Enabling en projective technieken. Dit zijn technieken die van te voren voorbereid
moeten worden.