1 CELSTRUCTUUR EN FUNCTIE
Leerdoelen
o Verschillen en overeenkomsten kunnen benoemen tussen pro- en eukaryote cellen (komt
vooral bij terugkoppeling aan bod)
o De structuur en functie kunnen beschrijven van celorganellen
Eukaryote cel
Prokaryote cel
, Organellen cel compartimenten met een specifieke functie selectieve barrière, fosfolipide-
dubbellaag
Insuline een polypeptidehormoon dat invloed heeft op de glucosestofwisseling; een tekort aan
insuline leidt tot diabetes (suikerziekte); het wordt gemaakt door de bètacellen van de alvleesklier en
via het bloed vervoerd insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel (bloedglucose). Het lichaam maakt
van bloedsuiker energie om van te leven. Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker kan worden
opgenomen door alle cellen in het lichaam. De alvleesklier produceert insuline en het wordt verder
naar de cellen vervoerd via het bloed.
Insuline is een eiwit insuline
DNA is verpakt in de celkern, ribosomen bevinden zich in het cytoplasma. Het DNA in de celkern
-cellen
wordt bij de transcriptiefase eerst gekopieerd naar mRNA, het mRNA verplaatst zich door de kern
poriën naar het cytoplasma en wordt herkend door ribosomen. Ribosomen lezen de informatie van
Stimulus
mRNA af en vertalen die in de aminozuurvolgorde van eiwitten. Secretie eiwitten (bijv. insuline)
worden gemaakt in het ER. [glucose]
Gevolg [glucose]
Kern(membraan) onderdelen:
o Chromatine DNA (genetische[glucose]
info) met eiwit 5
o Nucleolus Synthese van ribosoom onderdelen
mM
Bekleed met ‘nuclear lamina’ (eiwit) [glucose]
o Kernmembraan[glucose]
Stimulus
o Kern poriën Passage mRNA en eiwitten
o Kernmembraan Is dubbel en gaat over in het endoplasmatisch reticulum
ALPHA CELLEN
-
Bij secretie-eiwitten en/of membraaneiwitten (bestemd voor celmembraan, organellen) is een
glucagon
signaalpeptide nodig voor de translocatie in het ER
cell
Signal Recognition Particle
= SRP en
Signaal
peptide
SRP
Signaalpeptide
Cytosol wordt afgeknipt
Receptor voor SRP
Lumen
van het ER
Leerdoelen
o Verschillen en overeenkomsten kunnen benoemen tussen pro- en eukaryote cellen (komt
vooral bij terugkoppeling aan bod)
o De structuur en functie kunnen beschrijven van celorganellen
Eukaryote cel
Prokaryote cel
, Organellen cel compartimenten met een specifieke functie selectieve barrière, fosfolipide-
dubbellaag
Insuline een polypeptidehormoon dat invloed heeft op de glucosestofwisseling; een tekort aan
insuline leidt tot diabetes (suikerziekte); het wordt gemaakt door de bètacellen van de alvleesklier en
via het bloed vervoerd insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel (bloedglucose). Het lichaam maakt
van bloedsuiker energie om van te leven. Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker kan worden
opgenomen door alle cellen in het lichaam. De alvleesklier produceert insuline en het wordt verder
naar de cellen vervoerd via het bloed.
Insuline is een eiwit insuline
DNA is verpakt in de celkern, ribosomen bevinden zich in het cytoplasma. Het DNA in de celkern
-cellen
wordt bij de transcriptiefase eerst gekopieerd naar mRNA, het mRNA verplaatst zich door de kern
poriën naar het cytoplasma en wordt herkend door ribosomen. Ribosomen lezen de informatie van
Stimulus
mRNA af en vertalen die in de aminozuurvolgorde van eiwitten. Secretie eiwitten (bijv. insuline)
worden gemaakt in het ER. [glucose]
Gevolg [glucose]
Kern(membraan) onderdelen:
o Chromatine DNA (genetische[glucose]
info) met eiwit 5
o Nucleolus Synthese van ribosoom onderdelen
mM
Bekleed met ‘nuclear lamina’ (eiwit) [glucose]
o Kernmembraan[glucose]
Stimulus
o Kern poriën Passage mRNA en eiwitten
o Kernmembraan Is dubbel en gaat over in het endoplasmatisch reticulum
ALPHA CELLEN
-
Bij secretie-eiwitten en/of membraaneiwitten (bestemd voor celmembraan, organellen) is een
glucagon
signaalpeptide nodig voor de translocatie in het ER
cell
Signal Recognition Particle
= SRP en
Signaal
peptide
SRP
Signaalpeptide
Cytosol wordt afgeknipt
Receptor voor SRP
Lumen
van het ER