2 SEXUAL LIFE CYCLES AND MEIOSIS
Leerdoelen
De levenscyclus van de mens met bijbehorende onderdelen beschrijven met de juiste
terminologie
Het principe van een karyotypering uitleggen en een karyogram ‘lezen’
Een gedetailleerde omschrijving van de verschillende fasen en structurele componenten van
de meiose geven
Overeenkomsten en verschillen tussen mitose en meiose en de bijbehorende gevolgen ervan
aangeven
Het proces van crossing over beschrijven met de juiste terminologie
Uitleggen hoe crossing over en de toevallige combinatie van chromosomen in gameten en
bevruchte eicel bijdragen tot genetische variatie
Aan de hand van een gegeven aantal haploïde of diploïde chromosomen berekenen hoeveel
combinaties er mogelijk zijn in de gameten
Gameten = eicel/zaadcel
Zygote = bevruchte eicel diploïd (2n=46)
Eicel 23 maternale chromosomen haploïd (n=23)
Zaadcel 23 paternale chromosomen haploïd (n=23)
Mitotische fases
Interfase: DNA verdubbeld
Profase: DNA condenseert, centriolen gaan uit elkaar
Prometafase: Afbraak kernenvelop, binding kinetochoor microtubuli, zusterchromatiden aan
het centromeer
Metafase: centromeren hebben zich in het equatorvlak geordend
Anafase: verbindingen tussen de chromatiden laten los en de zusterchromatiden (nu
chromosomen) bewegen elk in tegengestelde richting naar de polen doordat de spoeldraden
naar deze polen trekken
6 chromosomen = 12 chromatiden chromosomen is altijd een paar
Karyotype/karyogram = een afbeelding van de chromosomen zoals deze tijdens de metafase van de
celdeling te zien zijn onder een microscoop; cellen moeten actief aan het delen zijn o te karyotyperen
Genoom = De complete genetische samenstelling van een organisme (-cel of virus)
Leerdoelen
De levenscyclus van de mens met bijbehorende onderdelen beschrijven met de juiste
terminologie
Het principe van een karyotypering uitleggen en een karyogram ‘lezen’
Een gedetailleerde omschrijving van de verschillende fasen en structurele componenten van
de meiose geven
Overeenkomsten en verschillen tussen mitose en meiose en de bijbehorende gevolgen ervan
aangeven
Het proces van crossing over beschrijven met de juiste terminologie
Uitleggen hoe crossing over en de toevallige combinatie van chromosomen in gameten en
bevruchte eicel bijdragen tot genetische variatie
Aan de hand van een gegeven aantal haploïde of diploïde chromosomen berekenen hoeveel
combinaties er mogelijk zijn in de gameten
Gameten = eicel/zaadcel
Zygote = bevruchte eicel diploïd (2n=46)
Eicel 23 maternale chromosomen haploïd (n=23)
Zaadcel 23 paternale chromosomen haploïd (n=23)
Mitotische fases
Interfase: DNA verdubbeld
Profase: DNA condenseert, centriolen gaan uit elkaar
Prometafase: Afbraak kernenvelop, binding kinetochoor microtubuli, zusterchromatiden aan
het centromeer
Metafase: centromeren hebben zich in het equatorvlak geordend
Anafase: verbindingen tussen de chromatiden laten los en de zusterchromatiden (nu
chromosomen) bewegen elk in tegengestelde richting naar de polen doordat de spoeldraden
naar deze polen trekken
6 chromosomen = 12 chromatiden chromosomen is altijd een paar
Karyotype/karyogram = een afbeelding van de chromosomen zoals deze tijdens de metafase van de
celdeling te zien zijn onder een microscoop; cellen moeten actief aan het delen zijn o te karyotyperen
Genoom = De complete genetische samenstelling van een organisme (-cel of virus)