Thema 1
H2 Individuele verschillen
waarde van intelligentietests / cognitievetest voor praktijken :
IQ test voorspellen prestaties op werk als beste.
intelligentie (volgens Edwin Boring) : 'dat wat door intelligentietest wordt gemeten'
algemene intelligentie / G-Factor / GMA (Charles Spearman)
test die algemene intelligentie meten zijn aan elkaar gerelateerd.
- Iemand met een hoge G-factor is goed op meerdere domeinen
- IQ meet vaak G- factor
- meest betrouwbare / nauwkeurige vorm van meten.
mensen die goed presteren op één type cognitieve taak (zoals wiskunde) vaak ook goed presteren op andere
taken (zoals taalvaardigheid of ruimtelijk inzicht).
wat kan de g-factor voorspellen op werk?
1. beroepsniveaus
2. prestaties
3. trainingsprestaties
intelligentie is nature en nurture, leg dit uit
het hangt ook af van de kansen die je krijgt om te leren naast het DNA dat je hebt
binet simon intelligentietest, was de eerste test, waar werd deze voor ontwikkeld?
Het niveau van kinderen op school
- eventuele achterstand opsporen
onze huidige intelligentie testen zijn gebaseerd op de simon test, welke stappen nemen we mee?
- gestandaardiseerde test
- gecontroleerde omstandigheden
- normgroep (vergelijkingsgroep)
- vragen uitvoerig testen en analyseren
gestandaardiseerde test
proces waarbij een test op een uniforme en consistente manier wordt ontwikkeld, afgenomen en
geïnterpreteerd. Dit zorgt ervoor dat de testresultaten betrouwbaar en vergelijkbaar zijn tussen testpersonen.
- iedereen heeft gelijke kans gekregen de test in te vullen
kanttekening gestandaardiseerde test
het geeft geen beeld van het dagelijks vermogen om taken in de praktijk uit te voeren
praktische intelligentie (stenberg)
het vermogen problemen uit de praktijk op te lossen aan de hand van informatie die niet noodzakelijkerwijs een
formuliering van het probleem is vervat.
- er zijn meerdere correctie antwoorden
praktische intelligentie heeft een lagere correlatie met IQ, wat is toch waar over praktische intelligentie?
deze vormt toch een voorspellende factor over academische en beroepsprestaties
- meer dan door IQ-test alleen kan worden verklaard.
- wegens paradigma van maximale prestatie
,paradigma van maximale prestatie
uiterste best doen kan tot onjuiste conclusies over gedrag leiden, omstandigheden waarin test worden
afgenomen, zijn niet daadwerkelijke weergave van iemands 'kunnen'.
- test meet het 'beste' prestatieniveau
- er is goed of fout
prestatieparadigma
informatie verzamelen over wat deelnemers aan een test geneigd zijn te doen
- meet spontaan of typisch gedrag
- er is geen goed of fout
vloeibare intelligentie
het vermogen om na te denken en daarin bewegelijk te zijn
- abstract redeneren
- puzzels oplossen
- genetisch
(intelligentietest)
wanneer is vloeibare intelligentie op zijn piek?
30 - 40 jaar
kristale intelligentie
leren van ervaringen
- tekstbegrip
- woordenschat
- wordt sterker naarmate we ouder worden (heb je meer ervaring)
welke vorm geeft meer de genetische component van intelligentie weer?
de vloeibare vorm , komt niet door ervaring
theorie van meervoudige intelligentie (Gardner)
je kunt op meerdere manieren leren en problemen oplossen. Dit kan betekenen dat je op sommige manieren
intelligenter bent dan op andere manieren
- 9 type intelligentie
werken deze type intelligentie los van elkaar?
Nee, voor dansen heb je bijvoorbeeld zowel muzikale als kinetische intelligentie nodig.
wat is kritiek op de meervoudige intelligentietheorie?
1 geen bewijs.
2 komt niet overeen met G-factor
3 geen rekening met omgevingsfactoren
4. moet er niet ook aparte 'voetbalintelligentie' zijn en 'golfintelligentie' etc.
trairchische intelligentietheorie (Sternberg)
1. analytische deeltheorie
- kennis opslaan / leren
- abstract
- puzzels /problemen oplossen
,(wordt gemeten in tests)
2. creatieve deeltheorie
vermogen om te synthetiseren (op nieuwe ideeen komen)
- creatief denken
- aanpassen nieuwe situatie
- intern naar externe wereld
3. praktische deeltheorie
alledaagse taken uitvoeren en begrijpen.
- hoe ga je om met een gebeurtenis
- goed functioneren in stabiele omgeving
praktische intelligentie metingen gaan verder dan structurele intelligentiemodellen, waarom?
Ze meten naast mentale vaardigheden ook :
- attitude
- emotie
wat is de belangrijkste toevoeging van Sternberg met zijn triarchische model?
- creatieve intelligentie
- praktische intelligentie
ben je goed op 1 vlak, dan ben je niet per se goed op een ander vlak (juist anders dan G-factor)
drielagentheorie van conitieve vermogens (Caroll)
cognitief vermogen heeft 3 lagen (strata)
strata III: Algemeen
- lijkt het meest op factor 'G'
strata II: Breed
- factor verdeeld in brede vermogens zoals vloeiend of gekristalliseerde intelligentie
strata I: Nauw
specifiek, taalbeheersing bijv
is emotionele intelligentie valide?
Nee er is nog onvoldoende bewijs voor.
4 domeinen Emotionele intelligentie (Goleman)
1. zelfbewustzijn (mate waarin iemand eigen en zwakke punten kan beoordelen)
2. zelfmanagement
3. sociaal bewustzijn
4. relatiemanagement
Model Emotionele intelligentie (Joseph en Newman)
1. emotieperceptie
- herkennen van emoties
het vermogen om bij zichzelf en anderen te herkennen
2. emotieinzicht
- weten welke emotie passend is
begrijpen hoe emoties zich in de loop van de tijd ontwikkelen
, hoe emoties verschillen
welke emotie past bij welke context
3 emotieregulatie
- onder controle houden of beinvloeden van emoties
het beïnvloeden welke emoties iemand heeft, wanneer deze voorkomen en hoe deze emoties worden ervaren en
geuit
4 arbeidsprestatie
welke factor heeft het meest invloed op arbeidsprestaties/ werkprestaties?
emotieregulatie
- je stemming is gunstig voor je arbeidsprestatie
- positieve toestand is gunstig
welke factor uit het model Emotionele intelligentie (Joseph en Newman) heeft het meeste invloed op cognitie?
emotie-inzicht : iemand met hogere intelligentie heeft meer inzicht van emoties van anderen en zichzelf
kritiek emotionele intelligentie
1. geen uitgebreide normgroep (vergelijkinsgroep)
2. geen bewijs toekomstige voorspellingen beroepsprestaties
EI is nog niet wetenschappelijk onderbouwd.
Persoonlijkheidskenmerken: neigingen om je in een specifieke situatie op een bepaalde manier te gedragen
dimensies big 5
1. openheid voor ervaringen
2. conscientieusheid - gedisciplineerd, georganiseerd
3. extraversie - warm, sociaal, actief, positieve emoties
4. altruisme - vriendelijk, vertrouwend, meegaand, rustig
5. neuroticisme -gespannen, depressief, kwetsbaar (niet emotioneel stabiel)
OCEAN
openheid voor ervaringen
- veel ideen hebben
Mensen die hoog scoren op deze dimensie zijn fantasierijk, zijn esthetisch ingesteld, staan open voor gevoelens,
zijn avontuurlijk, zijn creatief en hebben veel ideeën.
met nieuwe ideeen komen
Consciëntieusheid
- plichtsbewust zijn
Mensen die hoog scoren op deze dimensie hebben een voorkeur voor orde, houden van duidelijke regels, zijn
betrouwbaar, hebben zelfdiscipline en zijn bedachtzaam.
1. volhouden tot de taak af is
extraversie
- sociaal, vlot zijn
Mensen die hoog scoren op deze dimensie zijn warm, sociaal, assertief, actief, gericht op uitdaging en ervaren
positieve emoties.
1. voor jezelf opkomen
2 enthousiasme opwekken