Samenva'ng Kwalita/eve Onderzoeksmethoden
Hoofdstuk 1 (Intro kwalita3ef onderzoek)
De term kwalita,ef onderzoek hee3 een aantal kernelementen die hierbij passen:
o De doelstellingen zijn gericht op het verstrekken van een diepgaand en
geïnterpreteerd begrip van de sociale wereld van de deelnemers. Dit wordt gedaan
door informa,e te verkrijgen over hun sociale en materiele omstandigheden, hun
ervaringen, hun perspec,even en hun geschiedenis.
o De analyses staan open voor opkomende concepten en ideeën en kunnen een
gedetailleerde beschrijving produceren
o De steekproeven hebben een kleine omvang en zijn doelbewust geselecteerd op basis
van criteria
o De rol van de onderzoeker is reflexief à onderzoeker is zich bewust van de kwaliteit
van het onderzoek en van hun theore,sche perspec,ef op het onderwerp
o De dataverzammelingsmethoden zijn niet gestandaardiseerd, maar worden
aangepast op het onderzoek en bevaBen meestal nauw contact tussen de
onderzoeker en de deelnemer.
o De data is heel gedetailleerd, informa,erijk en uitgebreid
o De outputs zijn gericht op de interpreta,e van de maatschappelijke betekenis d.m.v.
het in kaart brengen van de sociale wereld van de deelnemers.
Ontologie houdt zich bezig met opvaCngen over de wereld en wat we weten over de
wereld. Kan onderscheid gemaakt worden tussen:
• Realisme: beweert dat er sprake is van een externe werkelijkheid die onaFankelijk
bestaat van het geloof en het begrip van mensen:
-Naïef realisme
-Voorzich,g realisme
-Diepte realisme
-Sub,el realisme
-Materialisme
• Idealisme: beweert dat de werkelijkheid alleen kenbaar is door de menselijke geest
en door sociaal geconstrueerde betekenissen:
-Sub,el idealisme
-Radicaal idealisme
Epistemologie houdt zich bezig met manieren om kennis op te doen en te leren over de
sociale wereld. Drie belangrijke problemen waarover wordt gedebaBeerd:
1. Rela,e tussen de onderzoeker en wat er onderzocht wordt. De onderzoeker kan
namelijk objec,ef gaan oordelen. Sommige onderzoekers stellen empathic neutrality
voor. Dit is een posi,e die erkent dat het onderzoek niet waardevrij kan zijn, maar die
ervoor pleit dat onderzoekers hun aannames transparant moeten maken.
, 2. Tweede probleem gaat over theorieën over de waarheid. De dominante theorie over
de waarheid is dat er een match moet zijn tussen de observa,es van de natuurlijke
wereld en de onaFankelijke realiteit.
3. Derde probleem gaat over de manier waarop kennis wordt verworven. Twee
manieren van kennisverwerving die tegenover elkaar staan:
-Het induc3eve proces: boBom-up manier, kennis wordt vergaard door observeren
van processen
-Het deduc3eve proces: top-down manier, waarbij hypotheses worden opgesteld die
vervolgens getest worden.
In de geschiedenis van kwalita,ef onderzoek zijn twee grote filosofische perspec,even te
onderscheiden (Posivi,sme en Interpre,visme)
Posivi3sme stelt dat de werkelijkheid objec,ef is waar te nemen:
-Alleen datgene wat waar te nemen is, kan worden gezien als kennis
-Kennis wordt ontwikkeld door objec,eve feiten
-Hypothesen worden afgeleid van wetenschappelijk theorieën zodat ze empirisch kunnen
worden getest
-Feiten en waarden zijn te onderscheiden, waardoor het mogelijk is om waardevrij
onderzoek uit te voeren
Interprevi3sme stelt dat sociale werkelijkheid onderzocht moet worden a.d.h.v
perspec,even en interpreta,es. Volgend dit kan de werkelijkheid alleen toegankelijk
gemaakt worden door sociale constructen:
-Percep,e hee3 niet alleen met zintuigen te maken, maar met menselijke interpreta,es van
wat de zintuigen ons vertellen
-Onze kennis van de wereld is gebaseerd op het begrijpen
-De werkelijkheid kan alleen toegankelijk worden gemaakt met sociale constructen
-Het is van belang om naar het hele plaatje te kijken, context is belangrijk.
Interprevi,sme past beter bij kwalita,ef onderzoek à want gaat over het begrijpen van
sociale constructen
De sociologische onderzoeksmethoden en -stromingen die ontwikkeld werden zijn:
• Etnografie (begrijpen van de sociale en culturele wereld, dmv deelnemen
samenleving)
• Fenomenologie (omschrijven van betekenis die mensen aan bepaald fenomeen
geven)
• Etnomethodologie (onderzoeken hoe mensen in de prak,jk de sociale wereld
betekenis geven)
• Symbolisch interac,onisme (onderzoeken van interac,es tussen mensen waardoor en
betekenissen die zij geven aan hun sociale omgeving, om zo hun gedrag te begrijpen
• Grounded Theory (analyseren van data met als doel sociale processen uit te leggen)
• Cri,cal Theory (onderzoek naar hoe mensen sociale restric,es verbreken, bv
feminisme)
, Hoofdstuk 2 (Toepassing op sociaal onderzoek)
Theore&sch onderzoek hee$ als doel het testen, genereren of versterken van denken binnen een
vakgebied.
Toegepast onderzoek houdt zich bezig met het gebruik van de opgedane kennis, om direct bij te
dragen aan het begrijpen en aan de oplossing van een hedendaags probleem.
Func<es van kwalita<ef onderzoek:
1. Contextueel onderzoek beschrij$ de vorm of aard van wat bestaat en de manier waarop het
zich manifesteert.
à Ook wel beschrijvend of explora&ef onderzoek genoemd
2. Verklarend onderzoek, onderzoekt de redenen voor of rela<es tussen wat bestaat
3. Evaluerend onderzoek beoordeelt de effec<viteit van wat bestaat
4. Genera&ef onderzoek ondersteunt de ontwikkeling van nieuwe theorieën, strategieën of
ac<es
Verschillende situa<es waarin een onderzoeker beter kan kiezen voor kwalita<ef onderzoek:
o Zwak gedefinieerd of niet goed begrepen
o Diepgeworteld
o Gevoelig
o Complex
o Specialisten
o Niet tastbaar
Triangula&e is het gebruik van verschillende instrumenten en bronnen voor het checken en het
uitbreiden van conclusies gebaseerd op de data. Het gebruik hiervan gee$ een beter beeld van het
fenomeen.
Hoofdstuk 3 (Ontwerpproblemen)
Ontwikkeling van onderzoeksvragen
Moeten aan een aantal eisen voldoen:
• Duidelijk, begrijpelijk en ondubbelzinnig
• Gericht, maar niet beperkt
• Kunnen worden onderzocht d.m.v. het verzamelen van gegevens
• Relevant en bruikbaar
• Verbonden zijn met bestaand onderzoek
• Uitvoerbaar zijn met de beschikbare middelen
• Tenminste enige interesse wekken voor de onderzoeker
Subvragen moeten aan de volgende eisen voldoen:
• Ze moeten overkoepeld worden door de hoofdvragen
• Ze moeten elkaar logisch opvolgen
• Ze moeten goed te onderzoeken en beantwoordbaar zijn
Primaire data à zelf verzamelde data die nodig zijn voor beantwoorden van de onderzoeksvraag
Secundaire data à die al eerder door iemand anders zijn verzameld, vaak voor andere doeleinden
dan het beantwoorden van jouw onderzoeksvraag
Hoofdstuk 1 (Intro kwalita3ef onderzoek)
De term kwalita,ef onderzoek hee3 een aantal kernelementen die hierbij passen:
o De doelstellingen zijn gericht op het verstrekken van een diepgaand en
geïnterpreteerd begrip van de sociale wereld van de deelnemers. Dit wordt gedaan
door informa,e te verkrijgen over hun sociale en materiele omstandigheden, hun
ervaringen, hun perspec,even en hun geschiedenis.
o De analyses staan open voor opkomende concepten en ideeën en kunnen een
gedetailleerde beschrijving produceren
o De steekproeven hebben een kleine omvang en zijn doelbewust geselecteerd op basis
van criteria
o De rol van de onderzoeker is reflexief à onderzoeker is zich bewust van de kwaliteit
van het onderzoek en van hun theore,sche perspec,ef op het onderwerp
o De dataverzammelingsmethoden zijn niet gestandaardiseerd, maar worden
aangepast op het onderzoek en bevaBen meestal nauw contact tussen de
onderzoeker en de deelnemer.
o De data is heel gedetailleerd, informa,erijk en uitgebreid
o De outputs zijn gericht op de interpreta,e van de maatschappelijke betekenis d.m.v.
het in kaart brengen van de sociale wereld van de deelnemers.
Ontologie houdt zich bezig met opvaCngen over de wereld en wat we weten over de
wereld. Kan onderscheid gemaakt worden tussen:
• Realisme: beweert dat er sprake is van een externe werkelijkheid die onaFankelijk
bestaat van het geloof en het begrip van mensen:
-Naïef realisme
-Voorzich,g realisme
-Diepte realisme
-Sub,el realisme
-Materialisme
• Idealisme: beweert dat de werkelijkheid alleen kenbaar is door de menselijke geest
en door sociaal geconstrueerde betekenissen:
-Sub,el idealisme
-Radicaal idealisme
Epistemologie houdt zich bezig met manieren om kennis op te doen en te leren over de
sociale wereld. Drie belangrijke problemen waarover wordt gedebaBeerd:
1. Rela,e tussen de onderzoeker en wat er onderzocht wordt. De onderzoeker kan
namelijk objec,ef gaan oordelen. Sommige onderzoekers stellen empathic neutrality
voor. Dit is een posi,e die erkent dat het onderzoek niet waardevrij kan zijn, maar die
ervoor pleit dat onderzoekers hun aannames transparant moeten maken.
, 2. Tweede probleem gaat over theorieën over de waarheid. De dominante theorie over
de waarheid is dat er een match moet zijn tussen de observa,es van de natuurlijke
wereld en de onaFankelijke realiteit.
3. Derde probleem gaat over de manier waarop kennis wordt verworven. Twee
manieren van kennisverwerving die tegenover elkaar staan:
-Het induc3eve proces: boBom-up manier, kennis wordt vergaard door observeren
van processen
-Het deduc3eve proces: top-down manier, waarbij hypotheses worden opgesteld die
vervolgens getest worden.
In de geschiedenis van kwalita,ef onderzoek zijn twee grote filosofische perspec,even te
onderscheiden (Posivi,sme en Interpre,visme)
Posivi3sme stelt dat de werkelijkheid objec,ef is waar te nemen:
-Alleen datgene wat waar te nemen is, kan worden gezien als kennis
-Kennis wordt ontwikkeld door objec,eve feiten
-Hypothesen worden afgeleid van wetenschappelijk theorieën zodat ze empirisch kunnen
worden getest
-Feiten en waarden zijn te onderscheiden, waardoor het mogelijk is om waardevrij
onderzoek uit te voeren
Interprevi3sme stelt dat sociale werkelijkheid onderzocht moet worden a.d.h.v
perspec,even en interpreta,es. Volgend dit kan de werkelijkheid alleen toegankelijk
gemaakt worden door sociale constructen:
-Percep,e hee3 niet alleen met zintuigen te maken, maar met menselijke interpreta,es van
wat de zintuigen ons vertellen
-Onze kennis van de wereld is gebaseerd op het begrijpen
-De werkelijkheid kan alleen toegankelijk worden gemaakt met sociale constructen
-Het is van belang om naar het hele plaatje te kijken, context is belangrijk.
Interprevi,sme past beter bij kwalita,ef onderzoek à want gaat over het begrijpen van
sociale constructen
De sociologische onderzoeksmethoden en -stromingen die ontwikkeld werden zijn:
• Etnografie (begrijpen van de sociale en culturele wereld, dmv deelnemen
samenleving)
• Fenomenologie (omschrijven van betekenis die mensen aan bepaald fenomeen
geven)
• Etnomethodologie (onderzoeken hoe mensen in de prak,jk de sociale wereld
betekenis geven)
• Symbolisch interac,onisme (onderzoeken van interac,es tussen mensen waardoor en
betekenissen die zij geven aan hun sociale omgeving, om zo hun gedrag te begrijpen
• Grounded Theory (analyseren van data met als doel sociale processen uit te leggen)
• Cri,cal Theory (onderzoek naar hoe mensen sociale restric,es verbreken, bv
feminisme)
, Hoofdstuk 2 (Toepassing op sociaal onderzoek)
Theore&sch onderzoek hee$ als doel het testen, genereren of versterken van denken binnen een
vakgebied.
Toegepast onderzoek houdt zich bezig met het gebruik van de opgedane kennis, om direct bij te
dragen aan het begrijpen en aan de oplossing van een hedendaags probleem.
Func<es van kwalita<ef onderzoek:
1. Contextueel onderzoek beschrij$ de vorm of aard van wat bestaat en de manier waarop het
zich manifesteert.
à Ook wel beschrijvend of explora&ef onderzoek genoemd
2. Verklarend onderzoek, onderzoekt de redenen voor of rela<es tussen wat bestaat
3. Evaluerend onderzoek beoordeelt de effec<viteit van wat bestaat
4. Genera&ef onderzoek ondersteunt de ontwikkeling van nieuwe theorieën, strategieën of
ac<es
Verschillende situa<es waarin een onderzoeker beter kan kiezen voor kwalita<ef onderzoek:
o Zwak gedefinieerd of niet goed begrepen
o Diepgeworteld
o Gevoelig
o Complex
o Specialisten
o Niet tastbaar
Triangula&e is het gebruik van verschillende instrumenten en bronnen voor het checken en het
uitbreiden van conclusies gebaseerd op de data. Het gebruik hiervan gee$ een beter beeld van het
fenomeen.
Hoofdstuk 3 (Ontwerpproblemen)
Ontwikkeling van onderzoeksvragen
Moeten aan een aantal eisen voldoen:
• Duidelijk, begrijpelijk en ondubbelzinnig
• Gericht, maar niet beperkt
• Kunnen worden onderzocht d.m.v. het verzamelen van gegevens
• Relevant en bruikbaar
• Verbonden zijn met bestaand onderzoek
• Uitvoerbaar zijn met de beschikbare middelen
• Tenminste enige interesse wekken voor de onderzoeker
Subvragen moeten aan de volgende eisen voldoen:
• Ze moeten overkoepeld worden door de hoofdvragen
• Ze moeten elkaar logisch opvolgen
• Ze moeten goed te onderzoeken en beantwoordbaar zijn
Primaire data à zelf verzamelde data die nodig zijn voor beantwoorden van de onderzoeksvraag
Secundaire data à die al eerder door iemand anders zijn verzameld, vaak voor andere doeleinden
dan het beantwoorden van jouw onderzoeksvraag