Hoorcolleges Nederlandse Geschiedenis
Hoorcollege 1.1 (1): De periode voor 1500 (Arie van Steensel)
Overzicht (Introducerend op de onderwerpen):
Na een beknopte introductie van de cursus Nederlandse geschiedenis en een toelichting van
de studiehandeling, bespreken we de hoofdlijnen van de geschiedenis van de bewoners van
de gebieden die nu bekend staan als Nederland en België, vanaf hun eerste sporen in de
prehistorie tot en met de Karolingische periode. In deze periode vond de sedentaire
levenswijze verspreiding in de Nederlanden, kwam een deel van het gebied tijdelijk onder
Romeins gezag en werd het christendom een dominante religie.
Inleiding (Waarom Nederlandse Geschiedenis)
Geschiedenis leeft momenteel: Verhaal van Nederland series etc. Er is wel behoefte
aan kennis over het verleden. Ook politiek bemoeit zich met het
geschiedenisonderwijs.
v Nederlandse canon: recentelijk herzien, hangt nauw samen met discussie in de
politieke over de Nederlandse identiteit (wat erin op te nemen en wat niet). Wat
moet je als Nederlands burger weten over je geschiedenis. Nederlandse identiteit
en welke geschiedenis hoort hierbij.
ROBERT FRUIN (1823-1899)
- Grondlegger vaderlandse geschiedenis, zo heet dit nu natuurlijk niet meer.
- Rankiaanse geschiedenis: schrijven hoe het was.
- Liberaal: dienstbaar zijn aan Nederlandse natie.
- Natievorming en nationale geschiedschrijving verbintenis.
1860: instelling leerstoel Vaderlandse geschiedenis in Leiden
Þ In het licht van de politieke ontwikkelingen
Opvolgers Fruin (voor tweede wereldoorlog):
PIRENNE: Histoire de Belgique.
GEYL: geschiedenis van de Nederlanden (Vlaanderen en Nederland historisch gezien
een eenheid) – verbondenheid sinds de Middeleeuwen. Verbondenheid van
Nederland en Vlaanderen.
HUIZINGA: de Republiek – Nederlandse beschaving in de zeventiende eeuw. Sterk
geïdealiseerd van de 17de eeuw. Republiek vormend voor Nederland.
ROMEIN: marxistische historici, geschiedenis van Nederland (uitzondering, algemeen
menselijk patroon).
Þ Op zoek naar eigenheid, wat maakte Nederland tot een natie?
Þ Typische Nederlandse zaken waarin mensen buiten het algemeen patroon
kwamen te staan.
,Na tweede wereldoorlog:
Nederlandse geschiedenis problematiseren want eenzijdige blik (te positief beeld van
Nederlandse geschiedenis). Constante herzieningen (nu derde maal).
Þ Geografische afbakening gericht op Nederland (eerder met België).
Þ Geschiedenis niet meer vanuit nationalistisch perspectief.
Þ In de context van de wereldgeschiedenis (altijd verweven met buitenwereld).
Þ Kritiek op nationale focus (essentialistisch verhaal).
Þ Proberen een breder publiek te bereiken
Þ Tentoonstellingen, series om een blik te werpen op de negatieve kanten van de
geschiedenis
Steeds minder traditioneel, ook meer aandacht voor minder vrije episodes. Hoe heeft
Nederland zich in mondiaal opzicht ontwikkeld?
Terugkerende thema’s in overzichtswerken
Wat is er ‘eigen’ aan de Nederlandse geschiedenis?
- Landschap en de strijd tegen het water (waterbeheersing, verstedelijking,
machtsverschillen) - continuïteiten
- Altijd gezocht naar consensus (Nederlandse stedelijke waarden) – poldermodel
(overleg) – overbruggen van verschillen. Nederland heeft bijna nooit echt een
sterke overheid gekend.
KENNEDY handboek
3 zaken:
- Aanpassingsvermogen (ook mondiaal) en relatieve politieke stabiliteit
(consensus en overleg) – stabiel bestuur.
- Sterk beïnvloed door wat buiten Nederland gebeurde, welke plaats in Europa
en op mondiale schaal.
- Interne verscheidenheid overwonnen door overleg en consensusvorming.
Pragmatische rode draden om grip te krijgen op lange geschiedenis en om verschillen
en overeenkomsten te zien.
Waarom is Nederlandse geschiedenis problematisch?
Oorsprong in vorming natiestaat 19de eeuw: collectieve identiteit creëren (kritiek op
nationalisme) – teleologische focus op de geboorte van Nederland en canonisering.
Het was nog zinvol om voor je vaderland te sterven. Deze betekenis kan Nederlandse
geschiedenis niet meer hebben. Vooral gericht op problematiseren van een gefixeerd
beeld. Verleden was ook fluïde: telkens herschrijven van de geschiedenis.
Þ Publiek debat over het verleden: zijn historici ‘onvaderlandslievende lieden’?
Þ Behoefte aan zekere identiteit (eenzijdige behoefte) – mismatch politiek/burgers
en specialistische historici – meerdere identiteiten geweest door de jaren heen.
Þ Hierdoor kritiek op historici: te veel nadruk op het negatieve.
Þ Spanning tussen professionele geschiedschrijving en de politiek en het publiek
dat behoefte heeft aan een overzichtelijk geschiedverhaal met plaats voor
identiteitsvorming.
Þ Historici niet goed in het positief mengen in publieke debatten.
,Praktische afbakening: geografisch (wat was en is Nederland territoriaal gezien?) en
chronologisch (de middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen?)
- Alles voor Nederlandse opstand gezien als katholiek (lang genegeerd).
- Wat hoort er bij Nederland voor 1500? Wat zijn precies de grenzen? Deze zijn
relatief
- Economische en politieke netwerken.
- Gedeelde identiteiten.
- Economische en politieke netwerken: verwevenheid nam toe en af.
Behandelen van de premoderne geschiedenis nogal problematisch: Middeleeuwen
katholiek en daarom überhaupt oninteressant.
® Ook Caribische deel hoort bij de Nederlandse geschiedenis.
® Kunt het niet echt koppelen aan staatsvormen omdat dit ook door de tijd heen
veranderd. De lage Landen wordt vaak als neutrale geografische benadering
gebruikt. Daarom gebruiken we dit voor de periode tot 1500.
Prehistorie (8800-50 voor christus)
Oudste menselijke resten uit de Noordzee gevist (einde van de laatste IJstijd) –
Noordzee was eerst een grote droge vlakte.
- Oude steentijd/ paleolithicum (2.5 miljoen jaar geleden – 8800 voor christus)
- Middensteentijd/mesolithicum (8800 – 4900 voor christus)
- Nieuwe steentijd/neolithicum (4900 – 2000 voor christus)
- Bronstijd (2000 – 800 voor christus)
- IJzertijd (800- ongeveer 50 voor christus) – eindigt met de komst van de
Romeinen.
Einde laatste ijstijd, begin van het holoceen (ca. 12000 jaar geleden)
Deels boslandschap met wild waar op werd gejaagd.
Ø 8000 – 3500 voor christus: toename van 1000 – 10.000 inwoners
Ø Ca. 5500: Neolithische revolutie (overgang naar de Landbouw): van mobiele
groepen jagers en verzamelaars naar kleine sedentaire
boerengemeenschappen (komt aan in Noordzeegebied, hogere zand- en
lössgronden in Limburg) – hierdoor een snelle groei van de bevolking waardoor
niet teruggegaan kon worden naar jagen en verzamelen. Langere periodes op
dezelfde grond gevestigd.
Jamanajacultuur: verspreidde zich over Europa. Inmiddels vrij goed genetisch te
documenteren.
Ø Vanaf 4000 – 2800 voor christus: Trechterbekercultuur/bouw van
hunebedden (3400)/ bescheiden sociale differentiatie (wel en niet in hunebed
begraven)
Ø Brons- en ijzertijd: groei van 10.000 naar 100.000 inwoners, verdere
ontwikkeling van de landbouw, de verspreiding van Keltische Halstatt-/ La
Thènecultuur uit Midden-Europa (500 voor christus) – verspreiden zich en
verdwijnen ook weer.
- Boerenbedrijf wordt dominant. Steeds meer variatie in gewassen en
dieren die men houdt.
- Culturen zijn expressies van het Keltisch als cultuur/taal. Verpreiding
nadrukkelijkste in de laatste eeuwen voor Christus.
, Ø Kelten worden verdrongen door Germaans sprekende groepen vanuit
Noordoosten
Ø Aankomst van de Romeinen (ca. 50 voor christus): ongeveer 100.000
mensen leven in het gebied
Opeenvolging van culturen goed te onderscheiden, maar de dynamiek ertussen nog
lastig na te gaan door deskundigen. Wel sprake van sociale stratificatie en gebruiken.
Landschap invloed op de samenleving, deels egalitiar. Mensheid moest omgaan met
de factor water.
Oudheid
Vestiging van het Romeinse gezag
Invloed al wat ouder, al vanaf de 6de eeuw proberen ze Gallië onder controle te
brengen. Bronnen waren in vele mate van Caesar, dus een bepaald oogpunt waaruit
het beschreven is. Primitiviteit als bescherming tegen verwijving. Lange tijd discussie
of Caesar wel echt in de Nederlanden geweest is.
Ø 58 voor Christus: Gallia Comata.
Ø 55 voor Christus: Tencteren en Usipeten verslagen door Caesar, dus wel
degelijk in Brabant in de Nederlanden geweest. Het lukt hem niet om het gebied
definitief onder controle te brengen. Dit lukt Drusus pas veel later.
Ø 51 voor christus: oorlogen van Julius Caesar in Gallie: Commentarii de bello
Gallico - Bewoners van het gebied beschreven als dappere strijders van Gallie:
geen sprake van verwijving (natuurmens die nog niet door Romeinse cultuur
waren geraakt)
Ø 12 voor christus: inlijving van Gallië onder Augustus (militaire overeenkomst
tussen stadhouder Drusus en Bataven)
Ø 47 na christus: mislukte expedities om Germanië te veroveren
Limes: Rijn als versterkte landsgrens (wisselende allianties) en forten
Limes
Militaire functie en contactzone met veel handel
Þ Handel en migraties vanuit Noorden naar het Zuiden
Geen waterdichte rijksgrens
Bewoners van ‘de Nederlanden’
Ø IJzertijd: sprekers van Keltische en Germaanse talen
Ø 475 voor christus: verspreiding van de La-Tène cultuur - Nederlanden als
grensgebied, overgang naar Gallo-Romeinse cultuur
Romeinse invloed tot aan de Rijn, daarboven Keltisch en in toenemende mate
Germaans. Identificeerden deze groepen zich ook als volgend, of is vooral door de
Romeinen zo gebruikt?
Ø Romeinse namen voor volkeren ten tijde van Caesar: Menapiërs, Eburonen,
Tencteren/Usipeten (rivierengebied).
® Verdeel en heers politiek en de groepen tegen elkaar uitspelen.
Ø Nieuwe namen ten tijde van Augustus: Friezen, Cananefaten, Bataven,
Chauken (niet duidelijk waar vandaan).
® Bataven ingezet als buffer, als verdediging.
Hoorcollege 1.1 (1): De periode voor 1500 (Arie van Steensel)
Overzicht (Introducerend op de onderwerpen):
Na een beknopte introductie van de cursus Nederlandse geschiedenis en een toelichting van
de studiehandeling, bespreken we de hoofdlijnen van de geschiedenis van de bewoners van
de gebieden die nu bekend staan als Nederland en België, vanaf hun eerste sporen in de
prehistorie tot en met de Karolingische periode. In deze periode vond de sedentaire
levenswijze verspreiding in de Nederlanden, kwam een deel van het gebied tijdelijk onder
Romeins gezag en werd het christendom een dominante religie.
Inleiding (Waarom Nederlandse Geschiedenis)
Geschiedenis leeft momenteel: Verhaal van Nederland series etc. Er is wel behoefte
aan kennis over het verleden. Ook politiek bemoeit zich met het
geschiedenisonderwijs.
v Nederlandse canon: recentelijk herzien, hangt nauw samen met discussie in de
politieke over de Nederlandse identiteit (wat erin op te nemen en wat niet). Wat
moet je als Nederlands burger weten over je geschiedenis. Nederlandse identiteit
en welke geschiedenis hoort hierbij.
ROBERT FRUIN (1823-1899)
- Grondlegger vaderlandse geschiedenis, zo heet dit nu natuurlijk niet meer.
- Rankiaanse geschiedenis: schrijven hoe het was.
- Liberaal: dienstbaar zijn aan Nederlandse natie.
- Natievorming en nationale geschiedschrijving verbintenis.
1860: instelling leerstoel Vaderlandse geschiedenis in Leiden
Þ In het licht van de politieke ontwikkelingen
Opvolgers Fruin (voor tweede wereldoorlog):
PIRENNE: Histoire de Belgique.
GEYL: geschiedenis van de Nederlanden (Vlaanderen en Nederland historisch gezien
een eenheid) – verbondenheid sinds de Middeleeuwen. Verbondenheid van
Nederland en Vlaanderen.
HUIZINGA: de Republiek – Nederlandse beschaving in de zeventiende eeuw. Sterk
geïdealiseerd van de 17de eeuw. Republiek vormend voor Nederland.
ROMEIN: marxistische historici, geschiedenis van Nederland (uitzondering, algemeen
menselijk patroon).
Þ Op zoek naar eigenheid, wat maakte Nederland tot een natie?
Þ Typische Nederlandse zaken waarin mensen buiten het algemeen patroon
kwamen te staan.
,Na tweede wereldoorlog:
Nederlandse geschiedenis problematiseren want eenzijdige blik (te positief beeld van
Nederlandse geschiedenis). Constante herzieningen (nu derde maal).
Þ Geografische afbakening gericht op Nederland (eerder met België).
Þ Geschiedenis niet meer vanuit nationalistisch perspectief.
Þ In de context van de wereldgeschiedenis (altijd verweven met buitenwereld).
Þ Kritiek op nationale focus (essentialistisch verhaal).
Þ Proberen een breder publiek te bereiken
Þ Tentoonstellingen, series om een blik te werpen op de negatieve kanten van de
geschiedenis
Steeds minder traditioneel, ook meer aandacht voor minder vrije episodes. Hoe heeft
Nederland zich in mondiaal opzicht ontwikkeld?
Terugkerende thema’s in overzichtswerken
Wat is er ‘eigen’ aan de Nederlandse geschiedenis?
- Landschap en de strijd tegen het water (waterbeheersing, verstedelijking,
machtsverschillen) - continuïteiten
- Altijd gezocht naar consensus (Nederlandse stedelijke waarden) – poldermodel
(overleg) – overbruggen van verschillen. Nederland heeft bijna nooit echt een
sterke overheid gekend.
KENNEDY handboek
3 zaken:
- Aanpassingsvermogen (ook mondiaal) en relatieve politieke stabiliteit
(consensus en overleg) – stabiel bestuur.
- Sterk beïnvloed door wat buiten Nederland gebeurde, welke plaats in Europa
en op mondiale schaal.
- Interne verscheidenheid overwonnen door overleg en consensusvorming.
Pragmatische rode draden om grip te krijgen op lange geschiedenis en om verschillen
en overeenkomsten te zien.
Waarom is Nederlandse geschiedenis problematisch?
Oorsprong in vorming natiestaat 19de eeuw: collectieve identiteit creëren (kritiek op
nationalisme) – teleologische focus op de geboorte van Nederland en canonisering.
Het was nog zinvol om voor je vaderland te sterven. Deze betekenis kan Nederlandse
geschiedenis niet meer hebben. Vooral gericht op problematiseren van een gefixeerd
beeld. Verleden was ook fluïde: telkens herschrijven van de geschiedenis.
Þ Publiek debat over het verleden: zijn historici ‘onvaderlandslievende lieden’?
Þ Behoefte aan zekere identiteit (eenzijdige behoefte) – mismatch politiek/burgers
en specialistische historici – meerdere identiteiten geweest door de jaren heen.
Þ Hierdoor kritiek op historici: te veel nadruk op het negatieve.
Þ Spanning tussen professionele geschiedschrijving en de politiek en het publiek
dat behoefte heeft aan een overzichtelijk geschiedverhaal met plaats voor
identiteitsvorming.
Þ Historici niet goed in het positief mengen in publieke debatten.
,Praktische afbakening: geografisch (wat was en is Nederland territoriaal gezien?) en
chronologisch (de middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen?)
- Alles voor Nederlandse opstand gezien als katholiek (lang genegeerd).
- Wat hoort er bij Nederland voor 1500? Wat zijn precies de grenzen? Deze zijn
relatief
- Economische en politieke netwerken.
- Gedeelde identiteiten.
- Economische en politieke netwerken: verwevenheid nam toe en af.
Behandelen van de premoderne geschiedenis nogal problematisch: Middeleeuwen
katholiek en daarom überhaupt oninteressant.
® Ook Caribische deel hoort bij de Nederlandse geschiedenis.
® Kunt het niet echt koppelen aan staatsvormen omdat dit ook door de tijd heen
veranderd. De lage Landen wordt vaak als neutrale geografische benadering
gebruikt. Daarom gebruiken we dit voor de periode tot 1500.
Prehistorie (8800-50 voor christus)
Oudste menselijke resten uit de Noordzee gevist (einde van de laatste IJstijd) –
Noordzee was eerst een grote droge vlakte.
- Oude steentijd/ paleolithicum (2.5 miljoen jaar geleden – 8800 voor christus)
- Middensteentijd/mesolithicum (8800 – 4900 voor christus)
- Nieuwe steentijd/neolithicum (4900 – 2000 voor christus)
- Bronstijd (2000 – 800 voor christus)
- IJzertijd (800- ongeveer 50 voor christus) – eindigt met de komst van de
Romeinen.
Einde laatste ijstijd, begin van het holoceen (ca. 12000 jaar geleden)
Deels boslandschap met wild waar op werd gejaagd.
Ø 8000 – 3500 voor christus: toename van 1000 – 10.000 inwoners
Ø Ca. 5500: Neolithische revolutie (overgang naar de Landbouw): van mobiele
groepen jagers en verzamelaars naar kleine sedentaire
boerengemeenschappen (komt aan in Noordzeegebied, hogere zand- en
lössgronden in Limburg) – hierdoor een snelle groei van de bevolking waardoor
niet teruggegaan kon worden naar jagen en verzamelen. Langere periodes op
dezelfde grond gevestigd.
Jamanajacultuur: verspreidde zich over Europa. Inmiddels vrij goed genetisch te
documenteren.
Ø Vanaf 4000 – 2800 voor christus: Trechterbekercultuur/bouw van
hunebedden (3400)/ bescheiden sociale differentiatie (wel en niet in hunebed
begraven)
Ø Brons- en ijzertijd: groei van 10.000 naar 100.000 inwoners, verdere
ontwikkeling van de landbouw, de verspreiding van Keltische Halstatt-/ La
Thènecultuur uit Midden-Europa (500 voor christus) – verspreiden zich en
verdwijnen ook weer.
- Boerenbedrijf wordt dominant. Steeds meer variatie in gewassen en
dieren die men houdt.
- Culturen zijn expressies van het Keltisch als cultuur/taal. Verpreiding
nadrukkelijkste in de laatste eeuwen voor Christus.
, Ø Kelten worden verdrongen door Germaans sprekende groepen vanuit
Noordoosten
Ø Aankomst van de Romeinen (ca. 50 voor christus): ongeveer 100.000
mensen leven in het gebied
Opeenvolging van culturen goed te onderscheiden, maar de dynamiek ertussen nog
lastig na te gaan door deskundigen. Wel sprake van sociale stratificatie en gebruiken.
Landschap invloed op de samenleving, deels egalitiar. Mensheid moest omgaan met
de factor water.
Oudheid
Vestiging van het Romeinse gezag
Invloed al wat ouder, al vanaf de 6de eeuw proberen ze Gallië onder controle te
brengen. Bronnen waren in vele mate van Caesar, dus een bepaald oogpunt waaruit
het beschreven is. Primitiviteit als bescherming tegen verwijving. Lange tijd discussie
of Caesar wel echt in de Nederlanden geweest is.
Ø 58 voor Christus: Gallia Comata.
Ø 55 voor Christus: Tencteren en Usipeten verslagen door Caesar, dus wel
degelijk in Brabant in de Nederlanden geweest. Het lukt hem niet om het gebied
definitief onder controle te brengen. Dit lukt Drusus pas veel later.
Ø 51 voor christus: oorlogen van Julius Caesar in Gallie: Commentarii de bello
Gallico - Bewoners van het gebied beschreven als dappere strijders van Gallie:
geen sprake van verwijving (natuurmens die nog niet door Romeinse cultuur
waren geraakt)
Ø 12 voor christus: inlijving van Gallië onder Augustus (militaire overeenkomst
tussen stadhouder Drusus en Bataven)
Ø 47 na christus: mislukte expedities om Germanië te veroveren
Limes: Rijn als versterkte landsgrens (wisselende allianties) en forten
Limes
Militaire functie en contactzone met veel handel
Þ Handel en migraties vanuit Noorden naar het Zuiden
Geen waterdichte rijksgrens
Bewoners van ‘de Nederlanden’
Ø IJzertijd: sprekers van Keltische en Germaanse talen
Ø 475 voor christus: verspreiding van de La-Tène cultuur - Nederlanden als
grensgebied, overgang naar Gallo-Romeinse cultuur
Romeinse invloed tot aan de Rijn, daarboven Keltisch en in toenemende mate
Germaans. Identificeerden deze groepen zich ook als volgend, of is vooral door de
Romeinen zo gebruikt?
Ø Romeinse namen voor volkeren ten tijde van Caesar: Menapiërs, Eburonen,
Tencteren/Usipeten (rivierengebied).
® Verdeel en heers politiek en de groepen tegen elkaar uitspelen.
Ø Nieuwe namen ten tijde van Augustus: Friezen, Cananefaten, Bataven,
Chauken (niet duidelijk waar vandaan).
® Bataven ingezet als buffer, als verdediging.