Werkwoorden kunnen in verschillende tijden vervoegd worden. De tijd geeft aan
wanneer een gebeurtenis plaatsvindt / heeft plaatsgevonden. Frans heeft veel
verschillende tijden maar de belangrijkste vier zijn:
● Présent: tegenwoordige tijd (ik zeg)
● Imparfait: onvoltooid verleden tijd (ik zei)
● Passé composé: voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gezegd). Wordt vervoegd
met être (zijn) of avoir (hebben)
● Futur simple: toekomende tijd (ik zal zeggen)
1.2 Verschil onregelmatige en regelmatige werkwoorden
Frans kent onregelmatige en regelmatige werkwoorden. Er zijn drie soorten regelmatige
werkwoorden:
● Werkwoorden eindigend op -er
● Werkwoorden eindigend op -ir
● Werkwoorden eindigend op -re
Deze werkwoorden worden allemaal op dezelfde manier vervoegd. De onregelmatige
werkwoorden hebben allemaal een eigen manier van vervoegen. De meeste
werkwoorden zijn regelmatig. Er zijn ongeveer 300 onregelmatige werkwoorden. Deze
hoef je niet allemaal te kennen om de taal goed te beheersen. Het is handig om de
20-30 belangrijkste uit je hoofd te kennen. Zie hiervoor H1.4.
1.3 Vervoegingen regelmatige werkwoorden
Hieronder volgen de vervoegingen van de regelmatige Franse werkwoorden in de vier
meest voorkomende tijden (présent, imparfait, passé composé en futur simple).