Internationaal en Europees recht
Inhoud
North Sea Continental Shelf.........................................................................1
Nicaragua v. USA..........................................................................................2
Reparations for Injuries................................................................................3
Oost-Timor....................................................................................................5
Quebec.........................................................................................................5
Van Gend en Loos........................................................................................6
Costa/Enel....................................................................................................7
Slowakije en Hongarije v. Raad....................................................................8
Simmenthal 2...............................................................................................9
Dominguez.................................................................................................10
Kolpinghuis.................................................................................................11
Delana Wells..............................................................................................13
Faccini Dori.................................................................................................14
Bauer..........................................................................................................15
Frankovich..................................................................................................17
Brasserie du Pêcheur & Factortame...........................................................18
Danikovic (NAVO aanvallen op Kosovo)......................................................19
Nederlandse niet-rokersvereniging............................................................20
North Sea Continental Shelf
ICJ 20 February 1969, 052-19690220-JUD-01-00-EN, (North Sea
Continental Shelf) Judgment - Merits, 20 feb 1969
, Onderwerp: Internationaal gewoonterecht
Vraag: Welke regels zijn van toepassing op het bepalen van de
grenzen?
Feiten: De landen die grenzen aan de Noordzee hebben afspraken
gemaakt over de landsgrenzen binnen de Noordzee, het North Sea
Continental Shelf. Nederland en Denemarken beroepen zich op de
wijze van grensbepaling van artikel 6 van de ‘Geneva Continental
Shelf Convention’. Duitsland stelt dat er uit moet worden gegaan van
gelijke delen. Het geschil kon niet worden opgelost dus werd het
Internationaal Gerechtshof gevraagd om een oplossing.
Essentie: Het IGH stelt criteria op om te bepalen of er sprake is van
gewoonterecht:
1. Een regel moet een fundamenteel norm creërend karakter
hebben, zodat de basis kan worden gelegd voor algemene
rechtsregels (par. 71)
2. Er moet een periode zijn waarin de rechtsregel wordt
toegepast, de duur van de periode is niet per se van belang
(par. 74)
Par. 77 vat samen wat de voorwaarden zijn voor opinio juris;
1. Gedraging moet resulteren in een vaste praktijk
2. Deze praktijk moet uitgevoerd/nageleefd worden op een
manier waaruit blijkt dar er ook echt overtuiging is dat er op
deze manier gehandeld moet worden
Belangrijke rechtsoverwegingen: par. 71, 73, 74, 77
Nicaragua v. USA
ICJ 27 June 1986, 070-19860627-JUD-01-00-EN, (Military and Paramilitary
Activities in and Against Nicaragua)
Onderwerp: Internationaal gewoonterecht, art. 2, lid 4 en art. 51 VN
Handvest
Vraag: Nicaragua vroeg het Hof voor het recht te verklaren dat de
VS handelde in strijd met artikel 2 lid 4 van het VN Handvest
Feiten: In Nicaragua is er een nieuwe regering, ook is er een groep
genaamd de Contra’s die met geweld optreedt tegen deze regeering.
De VS biedt steun, wapens en militaire acties om de Contra’s te
helpen. Nicaragua stelt dat de VS het luchtruim heeft geschonden en
brengt de zaak naar het IG.
, Nicaragua beroept zich zowel op verdragsbepalingen (artikel 2, lid 4)
als op gewoonterecht (artikel 51). De VS stelt dat het VN Handvest
de regels van gewoonterecht heeft overgenomen, en dat het
gewoonterecht zelf dus niet meer zou gelden. Dit zou een probleem
veroorzaken omdat het Hof geen bevoegdheid zou hebben over de
bepalingen vaan een multilateraal verdrag op deze manier.
Essentie: Dit arrest gaat in principe over de relatie tussen
verschillende rechtsbronnen. De VS stelt dat zij alleen gebonden is
aan de verdragsbepalingen en niet aan de regels van het
gewoonterecht
Bevestiging van gewoonterecht; het IG bevestigde dat
sommige kernprincipes, zoals het verbod op geweld en non-
interventie, niet alleen uit verdragen komen maar ook
onderdeel zijn van internationaal gewoonterecht
Het hof stelt dat het geweldsverbod zowel verdrags- als
gewoonterecht is. Ook al is de inhoud van de bepalingen
niet hetzelfde. Zelfs wanneer de inhoud van de bepalingen
hetzelfde zou zijn is dat geen reden om het gewoonterecht
aan de kant te schuiven
Het gewoonterecht is dus een volledig aparte bron van
internationaal recht, en een uitspraak kan dus gebaseerd
zijn op meerdere bronnen.
Belangrijke rechtsoverwegingen: par. 187, 188
Reparations for Injuries
ICJ 11 april 1949, 004-19490411-ADV-01-00-EN, (Reparation for Injuries
Suffered in the Service of the United Nations) Advisory opinion.
Onderwerp: Rechtspersoonlijkheid van de VN en schadevergoeding
Vraag: In dit arrest staan 2 vragen centraal:
1. Heeft de VN rechtspersoonlijkheid om een
schadevergoeding te claimen voor de schade door henzelf
geleden óf door een slachtoffer dat namens hen in functie
was?
2. Mag de VN een claim indienen tegen een staat die geen lid
is?
Feiten: De aanleiding voor dit arrest was de moord op de
bemiddelaar van de VN, Bernadotte, in Jeruzalem 1948. Hij was