Hoofdstuk 1
Theorie
Praten over afwijkende emoties, gedachten en gedrag is niet ‘waardenvrij’;
voor je het weet, kom je op terreinen waar morele, religieuze, culturele
en/of maatschappelijke oordelen een belangrijke rol spelen. Hiermee is van
de eerste en belangrijkste aspecten van het beschrijven van afwijkende
emoties, gedachten en gedragingen geïntroduceerd: wat ‘normaal’ en wat
‘abnormaal’, ‘afwijkend’ of ‘gestoord’ mag heten, hangt voor een groot
deel af van de tijd, de plaats en de persoon, ofwel van de sociaal-
culturele omgeving.
Criteria voor afwijkend gedrag:
1. Uitzonderlijk
a. Uitzonderlijk gedrag krijgt vaak het etiket ‘afwijkend’ of
‘abnormaal’. Slechts weinig mensen beweren dat ze dingen
zien of horen die er in werkelijkheid niet zijn.
b. VB: dingen zien die er niet zijn en dingen horen die er niet zijn
wordt in onze westerse cultuur bijna altijd als afwijkend
beschouwd, met uitzondering misschien van bepaalde
religieuze ervaringen.
2. Sociaal afwijkend
a. Alle samenlevingen hebben normen (maatstaven) die bepalen
welke vormen van gedrag acceptabel zijn in een bepaalde
context.
b. Normen ontwikkelen zich, kortom, uit de gewoonten en
opvattingen van een bepaalde groep mensen. Het zijn dus
relatieve maatstaven en geen universele waarheden.
c. VB: zo vinden wij, in onze westerse cultuur, mensen die alle
onbekende mannen onbetrouwbaar vinden vaak onnodig
wantrouwend.
3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit
a. Normaal gesproken vormen onze zintuigen en cognitieve
processen en accurate mentale representatie van onze
omgeving. Als iemand dingen ziet of stemmen hoort die er in
werkelijkheid niet zijn, zeggen we dat hij hallucineert. Dat
wordt in onze cultuur gewoonlijk opgevat als een teken van
een onderliggende psychische stoornis.
, 4. Aanzienlijke emotioneel lijden van de persoon
a. Persoonlijk lijden als gevolg van problematisch emoties zoals
angst en depressie, kan afwijkend zijn.
5. Ongepast of contraproductief gedrag
a. Gedrag dat geen bevrediging maar onprettige gevoelens
oproept, vinden we over het algemeen afwijkend. Gedrag dat
ons beperkt in ons vermogen om bepaalde rollen te vervullen,
of ons ervan weerhoudt om ons aan onze omgeving aan te
passen, kan ook als afwijkend worden opgevat.
6. Gevaar
a. Gedrag dat gevaar oplevert voor de betrokkene zelf of voor
anderen, noemen we gewoonlijk afwijkend.
Sommige moderne benaderingen verklaren afwijkend gedrag vanuit
biologisch perspectief, andere meer vanuit sociologisch of psychologisch
perspectief. Verschillende vragen zijn dan belangrijk:
1. Wat is het afwijkende in het gedrag en welke karakteristieken
heeft dit gedrag?
2. Welke oorzaken voor het afwijkende gedrag onderscheiden
we?
3. Hoe gaan we om met een persoon die afwijkend gedrag
vertoont en hoe behandelen we hem of haar?
4. Draagt de cultuur waarin de persoon leeft bij aan het
afwijkende gedrag? En zo ja, hoe?
Culturele aspecten van afwijkend gedrag
Concepten van gezondheid en ziekte kunnen in verschillende culturen een
andere inhoud en betekenis hebben.
- VB: indianen maken bijvoorbeeld onderscheid tussen ziekte. Ten
eerste zijn er ziekten die in hun ogen het gevolg zijn van invloeden
van buiten de cultuur, de ‘ziekten van de witte man’, zoals
alcoholisme en drugsverslaving. Ten tweede onderscheiden zij
ziekten die ontstaan door een verstoorde relatie met het traditionele
stamleven en denken, de ‘indiaanse ziekten’. Als er sprake is van
‘indiaanse ziekte’ wordt de hulp ingeroepen van traditionele
genezers, sjamanen en medicijnmannen en vrouwen.
Zelf de woorden waarmee we psychische stoornissen beschrijven, woorden
als depressie of geestelijke gezondheid, hebben in verschillende culturen
een andere betekenis, of er bestaat geen equivalent voor. Dat betekent
,niet dat depressie in andere culturen niet bestaat. Het wil alleen zeggen
dat we erachter moeten zien te komen hoe mensen in andere culturen met
emoties (inclusief gevoelens van depressie en angst) omgaan en hoe ze
deze ervaren.
Historische visies op afwijkend gedrag
Griekse oudheid
Hippocrates, tartte het overheersende geloof van zijn tijd door te stellen
dat ziekten van lichaam en geest het gevolg waren van natuurlijke
oorzaken, en niet van bezetenheid door bovennatuurlijke geesten. Hij
stelde dat de gezondheid van het lichaam en de geest wordt bepaald door
een evenwicht in de humores, of lichaamssappen: slijm, zwarte gal, bloed
en gele gal. Een verstoring van het evenwicht tussen de humores, zo
meende hij, was verantwoordelijk voor afwijkend gedrag. Een lethargisch
of traag persoon zou een overvloed aan slijm hebben, vandaar het woord
flegmatiek. Een overschot aan zwarte gal zou de oorzaak zijn van
depressie, oftewel melancholie. Een overvloed aan bloed leidde tot een
sanguinische dispositie: vrolijk, zelfverzekerd en optimistisch. Een
overvloed aan gele gal maakte mensen korzelig en cholerisch, met andere
woorden: driftig.
Vanaf 700 na christus: Arabische psychiatrie
Typerend in de Arabische psychiatrie was de mensgerichte benadering van
geestesziekten. Dit komt waarschijnlijk door de koran, die een humane en
fatsoenlijke behandelingen van geestesziekten adviseerde. Daarbij werd
een psychische stoornis als een praktisch probleem beschouwd.
Middeleeuwen: exorcisme en heksenvervolgingen
In de middeleeuwen nam in Europa het geloof in de bovennatuurlijke
oorzaken weer toe, met name de doctrine van de bezetenheid, van de
katholieke kerk. Volgens deze doctrine is afwijkend gedrag een teken van
bezetenheid door boze geesten of de duivel. ‘Bezeten’ mensen werden bij
voorkeur behandeld door middel van exorcisme of uitdrijvingen. Hoewel in
de middeleeuwen en een groot deel van de renaissance het denken in
termen van ‘bezetenheid door de duivel’ of ‘straf van god’ stevig
verankerd was in de westerse wereld, is het geloof in natuurlijke oorzaken
van afwijkend gedrag nooit helemaal verdwenen. De meeste verklaringen
, voor uitzonderlijk gedrag waren gebaseerd op natuurlijke oorzaken als een
lichamelijke ziekte of hersentrauma.
1600: Gekkenhuizen
Rond het jaar 1600 werden overal in Europa krankzinnigengestichten of
‘gekkenhuizen’ gebouwd.
Vanaf 1800: hervormingen
In hun ogen waren mensen die afwijkend gedrag vertoonden gewoon ziek,
en hadden ze daarom recht op een menselijke bejegening. Dat is een visie
vergelijkbaar met die in de Arabische psychiatrie. Deze visie was in die tijd
niet populair; mensen beschouwden geestelijk gestoorden als een
bedreiging voor de samenleving en niet als patiënten die behoefte hadden
aan behandelingen. Vanuit de inspanningen van de artsen als Pussin en
Pinel ontstond een behandelfilosofie die morele therapie werd genoemd.
In de tweede helft van de negentiende eeuw raakte het idee dat afwijkend
gedrag succesvol kon werden behandeld of genezen met behulp van
morele therapie, langzaam maar zeker in ongenade. Er volgde een periode
van apathie, waarin alle deskundigen opnieuw meenden dat afwijkend
gedrag ongeneeslijk was.
vanaf 1960: kritiek op de psychiatrie
Hoogtepunt in de antipsychiatriebeweging in de jaren zestig en zeventig.
Deze beweging ging ervan uit dat psychische stoornissen überhaupt niet
bestaan, maar een product of gevolg zijn van een zieke (kapitalistische)
maatschappij. Zeker waren er radicale, anti psychiatrische betogen, maar
in de kern was het deze beweging vooral te doen om een betere,
effectievere behandeling van patiënten met behulp van een sociaal in
plaats van een medisch model. Eind twintigste en begin eenentwintigste
eeuw werd het uitgangspunt bij de behandeling van mensen met
psychische stoornissen dat patiënten niet worden opgenomen, tenzij er
werkelijk geen alternatief is. Door nieuwe behandelvormen is het ook meer
mogelijk om patiënten ambulant te behandelen.
Evidence-based medicine