Samenvatting erfrecht
Week 1
Erfopvolging art 4:1 = verkrijging onder algemene titel art 3:80 lid 2 jo 4:182 BW = saisine-regel. Voor
erfopvolging geldt dat de erfgenaam moet bestaan: de bestaanseis (o.a. art 4:9). Als de volgorde van
overlijden onduidelijk is, door bijvoorbeeld een ramp of ongeluk, dan worden de betrokken personen geacht
gelijktijdig te zijn overleden: de commoriënten-regel art 4:2 lid 1
1. Versterferfrecht art 4:9
Parentele stelsel art 4:10
I. Echtgenoot tezamen met diens kinderen;
II. Ouders tezamen met diens broers en zussen; hierbij geldt dat een ouder minimaal 1/4e dient te
krijgen en halfbroers/zussen de helft van volle broers/zussen krijgen art 4:11 lid 2/3
III. Grootouders;
IV. Overgrootouders
• Uit eigen hoofde of bij plaatsvervulling art 4:10 lid 2 jo 4:12 lid 1 (staaksgewijs: treden
tezamen en voor gelijke delen in het erfdeel)
• Ieder erft voor gelijke delen art 4:11 lid 1, tenzij ouders, halfbroer/zus lid 2/3
Voorbeeld ouder, halfbroers en -zussen
SV M V SM In beginsel geldt dat iedere erfgenaam voor
gelijke delen erft, maar dat is hier anders.
M (ouder) verkrijgt sowieso 1/4e (of meer).
Er blijft dan voor de overige erfgenamen
3/4e over. M, B en C zijn vol-bloed. E, F en
D zijn half-bloed. Er zijn in totaal: M (xx), B
(xx), C (xx), D (x), E (x) en F (x), 9 x’jes. M
E F B A C D
heeft al recht op 1/4e en wordt dan ook van
het aantal x’jes afgetrokken. Er zijn dan nog
7 x’jes: 1 x is 1/7e
• Voor M geldt 1/4e
• Voor B en C geldt 2/7 x 3/4 = 6/28
• Voor D, E en D geldt 1/7 x 3/4 = 3/28e
G, H & I
=1
2. Uiterste wilsbeschikking (testament) art 4:115.
• Geen plaatsvervulling art 4:48 BW, maar aanwas
Week 2
De wettelijke verdeling art 4:13 heeft tot doel de langstlevende echtgenoot te beschermen. De echtgenoot
verkrijgt de gehele nalatenschap en de kinderen verkrijgen hun erfdeel (+ rente) in een niet-opeisbare
vordering op de langstlevende echtgenoot art 4:13 lid 2/3 jo 4:15. Indien er een testament is gemaakt en de
wettelijke verdeling niet expliciet is uitgesloten, is deze gewoon van toepassing. De heersen leer is dat de
wettelijke verdeling niet van toepassing is als is bepaald dat een vol kind 1/3e krijgt en een stiefkind 2/3e
Deze vordering is eerder opeisbaar indien:
1. Faillissement of schuldsanering;
2. De echtgenoot overlijdt;
3. (In de door er ater bij testament genoemde gevallen)
Er kan een uitzondering gemaakt op de wettelijke verdeling indien:
1. De geldvordering reeds wordt voldaan art 4:17 of;
2. De langstlevende echtgenoot de wettelijke verdeling ongedaan maakt krachtens art 4:18: er ontstaat
dan een ervengemeenschap art 3:189 lid 2. Er wordt een voorwaardelijke verdelingsovereenkomst
gesloten, voorafgaand aan de ongedaanmaking. Uitzondering: derdenbescherming lid 2. Het voordeel
van de ongedaanmaking is dat er dan geen erfbelasting is verschuldigd
1
fl
, Mogelijkheden om de wettelijke verdeling aan te passen:
1. Wilsrechten uitbreiden, beperken of ophe en art 4:25 lid 6 jo lid 1 BW
2. Opeisbaarheid art 4:13 lid 3 BW
3. Rentepercentage wijzigen art 4:13 lid 4 BW
4. Stiefkinderen betrekken art 4:27 BW
5. Toerekening wijzigen art 4:17 BW
Twee: breukdelen wijzigen (Bouvries) + onterven van 1 of meer kinderen: impliciete of expliciete onterving
Op grond van art 6:6 zijn alle erfgenamen hoofdelijk aansprakelijk, maar moeten de schulden worden
gedragen door de langstlevende art 4:14 lid 1. Schuldeisers kunnen zich op de goederen uit de
nalatenschap verhalen art 4:14 lid 2-3. Schuldeisers kunnen ook bij de kinderen terecht, maar alleen voor
het deel van de geldvordering die ze al hebben gekregen of de goederen die ze al hebben verkregen uit de
nalatenschap. Hierbij geldt dat de kinderen nog steeds een aanwijsrecht hebben op de langstlevende
echtgenoot
• Actio Paulina art 3:45
Wilsrechten strekken er toe kinderen te beschermen tegen ‘stiefoudergevaar’ door hen het recht op
goederen uit de nalatenschap toe te kennen. Uitoefening van een wilsrecht leidt tot een verplichting tot
overdracht van goederen, al dan niet onder voorbehoud van vruchtgebruik. De verplichting tot overdracht
heeft betrekking op goederen uit de nalatenschap art 4:24 en kan alleen door de kinderen zelf worden
ingeroepen art 4:25 lid 5. Een kind die een dergelijke verzoek wilt doen, is gehouden de andere kinderen in
kennis te stellen art 4:25 lid 1
Art 4:19 BW = bloot jegens Ouder A is overleden. Vordering op ouder B, Vruchtgebruik: B mag het
ouder Ouder B leeft nog en doet vanwege overlijden ouder A dan gebruiken, tot hij/zij
aangifte van hertrouwen overlijdt
Art 4:20 BW = vol jegens Ouder A is overleden. Vordering op stiefouder, Een beroep op dit artikel is
ouder Ouder B overlijdt ook en is vanwege overlijden ouder A slechts mogelijk indien het
hertrouwd wilsrecht van art 4:19 BW
niet (volledig) is uitgeoefend
Art 4:21 BW = bloot jegens Ouder A is overleden. Vordering op stiefouder, Vruchtgebruik: stiefouder
stiefouder Ouder B overlijdt, terwijl hij vanwege overlijden ouder B mag het dan gebruiken, tot
was hertrouwd hij/zij overlijdt
Art 4:22 BW = vol jegens Ouder A is overleden. Vordering op erfgenamen Een beroep op dit artikel is
stiefouder Ouder B is overleden en stiefouder, vanwege slechts mogelijk indien het
stiefouder overlijdt ook overlijden B en stiefouder wilsrecht van art 4:21 niet
(volledig) is uitgeoefend
Week 3
Een uiterste wilsbeschikking art 4:42 (art 3:33) is een eenzijdig, ongerichte en hoogstpersoonlijke
rechtshandeling die zijn werking krijgt na het overlijden. Een uiterste wilsbeschikking kan onderhands zijn
opgemaakt (en in bewaring zijn gegeven bij de notaris) of bij notariële akte 4:94-95. Een andere
mogelijkheid is het codicil art 4:97. Slechts de personen genoemd in art 4:55 zijn rechtens in staat om een
uiterste wilsbeschikking op te maken (16 jaar en wilsbekwaam) en voor het worden van een erfgenaam
geldt een bestaanseis art 4:56: met uitzondering van een ongeboren kind, fusie of splitsing van een
rechtspersoon, lastbevoordelingen en deï-commissaire makingen. Voor de uitleg van een testament gelden
de bepalingen art 4:46-48, 52 en 53 en voor de mogelijkheden tot vernietiging, nietigheid en het voor niet
geschreven houden van een uiterste wilsbeschikking de artikelen 4:43 - 45. Verjaring en verval van deze
rechtsvorderingen zijn neergelegd in art 4:54. Andere gevallen van nietigheid en vernietigbaarheid zijn
neergelegd in art 4:108-109
2
fi ff
Week 1
Erfopvolging art 4:1 = verkrijging onder algemene titel art 3:80 lid 2 jo 4:182 BW = saisine-regel. Voor
erfopvolging geldt dat de erfgenaam moet bestaan: de bestaanseis (o.a. art 4:9). Als de volgorde van
overlijden onduidelijk is, door bijvoorbeeld een ramp of ongeluk, dan worden de betrokken personen geacht
gelijktijdig te zijn overleden: de commoriënten-regel art 4:2 lid 1
1. Versterferfrecht art 4:9
Parentele stelsel art 4:10
I. Echtgenoot tezamen met diens kinderen;
II. Ouders tezamen met diens broers en zussen; hierbij geldt dat een ouder minimaal 1/4e dient te
krijgen en halfbroers/zussen de helft van volle broers/zussen krijgen art 4:11 lid 2/3
III. Grootouders;
IV. Overgrootouders
• Uit eigen hoofde of bij plaatsvervulling art 4:10 lid 2 jo 4:12 lid 1 (staaksgewijs: treden
tezamen en voor gelijke delen in het erfdeel)
• Ieder erft voor gelijke delen art 4:11 lid 1, tenzij ouders, halfbroer/zus lid 2/3
Voorbeeld ouder, halfbroers en -zussen
SV M V SM In beginsel geldt dat iedere erfgenaam voor
gelijke delen erft, maar dat is hier anders.
M (ouder) verkrijgt sowieso 1/4e (of meer).
Er blijft dan voor de overige erfgenamen
3/4e over. M, B en C zijn vol-bloed. E, F en
D zijn half-bloed. Er zijn in totaal: M (xx), B
(xx), C (xx), D (x), E (x) en F (x), 9 x’jes. M
E F B A C D
heeft al recht op 1/4e en wordt dan ook van
het aantal x’jes afgetrokken. Er zijn dan nog
7 x’jes: 1 x is 1/7e
• Voor M geldt 1/4e
• Voor B en C geldt 2/7 x 3/4 = 6/28
• Voor D, E en D geldt 1/7 x 3/4 = 3/28e
G, H & I
=1
2. Uiterste wilsbeschikking (testament) art 4:115.
• Geen plaatsvervulling art 4:48 BW, maar aanwas
Week 2
De wettelijke verdeling art 4:13 heeft tot doel de langstlevende echtgenoot te beschermen. De echtgenoot
verkrijgt de gehele nalatenschap en de kinderen verkrijgen hun erfdeel (+ rente) in een niet-opeisbare
vordering op de langstlevende echtgenoot art 4:13 lid 2/3 jo 4:15. Indien er een testament is gemaakt en de
wettelijke verdeling niet expliciet is uitgesloten, is deze gewoon van toepassing. De heersen leer is dat de
wettelijke verdeling niet van toepassing is als is bepaald dat een vol kind 1/3e krijgt en een stiefkind 2/3e
Deze vordering is eerder opeisbaar indien:
1. Faillissement of schuldsanering;
2. De echtgenoot overlijdt;
3. (In de door er ater bij testament genoemde gevallen)
Er kan een uitzondering gemaakt op de wettelijke verdeling indien:
1. De geldvordering reeds wordt voldaan art 4:17 of;
2. De langstlevende echtgenoot de wettelijke verdeling ongedaan maakt krachtens art 4:18: er ontstaat
dan een ervengemeenschap art 3:189 lid 2. Er wordt een voorwaardelijke verdelingsovereenkomst
gesloten, voorafgaand aan de ongedaanmaking. Uitzondering: derdenbescherming lid 2. Het voordeel
van de ongedaanmaking is dat er dan geen erfbelasting is verschuldigd
1
fl
, Mogelijkheden om de wettelijke verdeling aan te passen:
1. Wilsrechten uitbreiden, beperken of ophe en art 4:25 lid 6 jo lid 1 BW
2. Opeisbaarheid art 4:13 lid 3 BW
3. Rentepercentage wijzigen art 4:13 lid 4 BW
4. Stiefkinderen betrekken art 4:27 BW
5. Toerekening wijzigen art 4:17 BW
Twee: breukdelen wijzigen (Bouvries) + onterven van 1 of meer kinderen: impliciete of expliciete onterving
Op grond van art 6:6 zijn alle erfgenamen hoofdelijk aansprakelijk, maar moeten de schulden worden
gedragen door de langstlevende art 4:14 lid 1. Schuldeisers kunnen zich op de goederen uit de
nalatenschap verhalen art 4:14 lid 2-3. Schuldeisers kunnen ook bij de kinderen terecht, maar alleen voor
het deel van de geldvordering die ze al hebben gekregen of de goederen die ze al hebben verkregen uit de
nalatenschap. Hierbij geldt dat de kinderen nog steeds een aanwijsrecht hebben op de langstlevende
echtgenoot
• Actio Paulina art 3:45
Wilsrechten strekken er toe kinderen te beschermen tegen ‘stiefoudergevaar’ door hen het recht op
goederen uit de nalatenschap toe te kennen. Uitoefening van een wilsrecht leidt tot een verplichting tot
overdracht van goederen, al dan niet onder voorbehoud van vruchtgebruik. De verplichting tot overdracht
heeft betrekking op goederen uit de nalatenschap art 4:24 en kan alleen door de kinderen zelf worden
ingeroepen art 4:25 lid 5. Een kind die een dergelijke verzoek wilt doen, is gehouden de andere kinderen in
kennis te stellen art 4:25 lid 1
Art 4:19 BW = bloot jegens Ouder A is overleden. Vordering op ouder B, Vruchtgebruik: B mag het
ouder Ouder B leeft nog en doet vanwege overlijden ouder A dan gebruiken, tot hij/zij
aangifte van hertrouwen overlijdt
Art 4:20 BW = vol jegens Ouder A is overleden. Vordering op stiefouder, Een beroep op dit artikel is
ouder Ouder B overlijdt ook en is vanwege overlijden ouder A slechts mogelijk indien het
hertrouwd wilsrecht van art 4:19 BW
niet (volledig) is uitgeoefend
Art 4:21 BW = bloot jegens Ouder A is overleden. Vordering op stiefouder, Vruchtgebruik: stiefouder
stiefouder Ouder B overlijdt, terwijl hij vanwege overlijden ouder B mag het dan gebruiken, tot
was hertrouwd hij/zij overlijdt
Art 4:22 BW = vol jegens Ouder A is overleden. Vordering op erfgenamen Een beroep op dit artikel is
stiefouder Ouder B is overleden en stiefouder, vanwege slechts mogelijk indien het
stiefouder overlijdt ook overlijden B en stiefouder wilsrecht van art 4:21 niet
(volledig) is uitgeoefend
Week 3
Een uiterste wilsbeschikking art 4:42 (art 3:33) is een eenzijdig, ongerichte en hoogstpersoonlijke
rechtshandeling die zijn werking krijgt na het overlijden. Een uiterste wilsbeschikking kan onderhands zijn
opgemaakt (en in bewaring zijn gegeven bij de notaris) of bij notariële akte 4:94-95. Een andere
mogelijkheid is het codicil art 4:97. Slechts de personen genoemd in art 4:55 zijn rechtens in staat om een
uiterste wilsbeschikking op te maken (16 jaar en wilsbekwaam) en voor het worden van een erfgenaam
geldt een bestaanseis art 4:56: met uitzondering van een ongeboren kind, fusie of splitsing van een
rechtspersoon, lastbevoordelingen en deï-commissaire makingen. Voor de uitleg van een testament gelden
de bepalingen art 4:46-48, 52 en 53 en voor de mogelijkheden tot vernietiging, nietigheid en het voor niet
geschreven houden van een uiterste wilsbeschikking de artikelen 4:43 - 45. Verjaring en verval van deze
rechtsvorderingen zijn neergelegd in art 4:54. Andere gevallen van nietigheid en vernietigbaarheid zijn
neergelegd in art 4:108-109
2
fi ff