HC1 Scientific communication
Medische domeinen:
- Volksgezondheid
o Incidentie, prevalentie, leeftijd, man/vrouw
o Diagnostiek
o Interventie
o Oorzaken/risicofactoren
o Prognose
o Mechanismen
Incidentie = nieuwe gevallen
Prevalentie = bestaande gevallen
Diagnostiek:
1. Klacht
2. Vraag
3. Anamnese
Dwarsdoorsnede-onderzoek:
- Specificiteit = hoe gevoelig is test om niet zieken eruit te halen
- Sensitiviteit = hoe gevoelig is test om zieken eruit te halen
- Positief voorspellende waarden, hoeveel zijn positief van totaal geschatte positieven
- Negatief voorspellende waarden, hoeveel zijn negatief van totaal geschatte negatieven
- Prevalentie
Interventie research: onderzoek of bepaald geneesmiddel of behandeling werkt
- Natuurlijke samenstelling groep mensen
- Usual care
- Hawthome effect: aandacht geven aan mensen waardoor ze zich beter voelen
- Placebo
- Interventie
- Bij onderzoek 2 groepen hebben zodat verschil kan worden gemeten
Randomisatie
- Alle verschillen tussen de groepen zijn toevallige verschillen
- Kansrekening voorspellen hoe groot de verschillen zijn
Blindering
- Zorgen dat mensen niet worden beïnvloed, medicijn en placebo moeten hetzelfde zijn
Metingen
- Variabele (afhankelijke) of (primaire) uitkomst
Mediaan = middelste waarde, wanneer er veel uitschieters zijn en er geen normaal verdeling is
Kansrekening: kans is op het gevonden verschil bij nulhypothese p-waarde (overschrijdingskans)
- Bij kleine P-waarde, 0,05 of 5%, dan is het verschil geen toeval
Index-treatment vs. Control-treatment
- Effect verschil (cure rate index – cure rate control) of relatief (Ri/Rc)
Interventie onderzoek
, - Twee groepen, verschillend behandeld (Index- en Controletherapie)
- Randomisatie / RCT (Randomised Controlled Trial)
- Blindering
- Effect: verschil in relevante uitkomsten
o Vergelijking in gemiddeldes en/of succes-kansen
- Studieresultaat: toevalsbevinding of echt effect P-value en 95%-CI
Etiologisch onderzoek: risicofactoren
- Patiënt controle onderzoek
- Odds Ratio (OR)
HC1 Measurement in humans:
Quantitative methods for ‘measuring people’:
- Registries/medical records
o Computer systems to manage extremely large amounts of data
- Questionnaires
o Personal experience or lifestyle of people
- Physical examination
o Second step, after anamneses
o Identify health problem of a patient
- Sampling & analysing human biological material
o More direct and objective information
Question 1:
Methods of collection Pros Cons
Registries/medical records - Less patient contact - gehackt worden
- Short time, lot of data - bij storing kun je niet erbij
- zoveel registers als je wilt - extreem veel data, neemt
- op verschillende plekken kun veel tijd in beslag
je bij data - veroudere data following
- meerdere bronnen up aanwezig?
- wordt nooit precies
opgebouwd voor jou
onderzoeksvraag, afhankelijk
van de data dat er ligt (niet
specifiek)
, Questionnaires/vragenlijst - makkelijk af te nemen - Takes patient more time
- retrospectief, terug in tijd mensen kunnen niet naar
- goedkoop waarheid invullen (subjectief)
- patiënt/onderzoeks specifiek - geen open vragen in staan,
want die zijn moeilijk te
vergelijken
- recall bias, mensen weten
niet meer precies wat de
hoeveelheid was
-afhankelijk van hoe persoon
het invult
- selectieve respons
- misinterpretatie
Physical examination - Directe identificatie uitkomst - Takes patient more time
- patient specifiek - Patient has to go to GP
- snellere meetfouten, alles
moet op zelfde manier
- afnemer kan bepaalde
verwachtingen hebben, en
daarmee onderzoek in
bepaalde vorm lijdt
- ingewikkelde logistiek
Sampling etc. - normaalwaardes - Intervention for patient
- objectieve waarnemingen - analisten beschikbaar
- makkelijk gegevens - Vervoer/opslag kan mis gaan
vergelijken (in de tijd) - verkeerde afname
- erg specifiek - tijdrovend
- broad spectrum in one - drempel voor deelname ligt
sample hoger
Question 2:
- Is there a relation between how much people practice sports and their body mass index
(BMI)?
o Questionnaires, since sporting is part of personal lifestyle. But to measure BMI
physical examination should be used too.
- Does eating chocolate influence ones’ blood pressure?
o Physical examination, to measure blood pressure and questionnaires to know wether
people eat a lot of chocolate or not.
- How many adults smoke and how much do they smoke?
o Registries/medical records, you need a bigger group for this one and therefore a
database is helpful.
- What is the average level of haemoglobin in the blood of first year students?
o Sampling for measuring the level of haemoglobin in the blood and first year students
should be asked for this measurement.
- How often do people with lower backpain go to the GP?
o Registries, most of the time it is mentioned in a database what the patient its
complaint is.
Question 3:
What is a biobank?
Medische domeinen:
- Volksgezondheid
o Incidentie, prevalentie, leeftijd, man/vrouw
o Diagnostiek
o Interventie
o Oorzaken/risicofactoren
o Prognose
o Mechanismen
Incidentie = nieuwe gevallen
Prevalentie = bestaande gevallen
Diagnostiek:
1. Klacht
2. Vraag
3. Anamnese
Dwarsdoorsnede-onderzoek:
- Specificiteit = hoe gevoelig is test om niet zieken eruit te halen
- Sensitiviteit = hoe gevoelig is test om zieken eruit te halen
- Positief voorspellende waarden, hoeveel zijn positief van totaal geschatte positieven
- Negatief voorspellende waarden, hoeveel zijn negatief van totaal geschatte negatieven
- Prevalentie
Interventie research: onderzoek of bepaald geneesmiddel of behandeling werkt
- Natuurlijke samenstelling groep mensen
- Usual care
- Hawthome effect: aandacht geven aan mensen waardoor ze zich beter voelen
- Placebo
- Interventie
- Bij onderzoek 2 groepen hebben zodat verschil kan worden gemeten
Randomisatie
- Alle verschillen tussen de groepen zijn toevallige verschillen
- Kansrekening voorspellen hoe groot de verschillen zijn
Blindering
- Zorgen dat mensen niet worden beïnvloed, medicijn en placebo moeten hetzelfde zijn
Metingen
- Variabele (afhankelijke) of (primaire) uitkomst
Mediaan = middelste waarde, wanneer er veel uitschieters zijn en er geen normaal verdeling is
Kansrekening: kans is op het gevonden verschil bij nulhypothese p-waarde (overschrijdingskans)
- Bij kleine P-waarde, 0,05 of 5%, dan is het verschil geen toeval
Index-treatment vs. Control-treatment
- Effect verschil (cure rate index – cure rate control) of relatief (Ri/Rc)
Interventie onderzoek
, - Twee groepen, verschillend behandeld (Index- en Controletherapie)
- Randomisatie / RCT (Randomised Controlled Trial)
- Blindering
- Effect: verschil in relevante uitkomsten
o Vergelijking in gemiddeldes en/of succes-kansen
- Studieresultaat: toevalsbevinding of echt effect P-value en 95%-CI
Etiologisch onderzoek: risicofactoren
- Patiënt controle onderzoek
- Odds Ratio (OR)
HC1 Measurement in humans:
Quantitative methods for ‘measuring people’:
- Registries/medical records
o Computer systems to manage extremely large amounts of data
- Questionnaires
o Personal experience or lifestyle of people
- Physical examination
o Second step, after anamneses
o Identify health problem of a patient
- Sampling & analysing human biological material
o More direct and objective information
Question 1:
Methods of collection Pros Cons
Registries/medical records - Less patient contact - gehackt worden
- Short time, lot of data - bij storing kun je niet erbij
- zoveel registers als je wilt - extreem veel data, neemt
- op verschillende plekken kun veel tijd in beslag
je bij data - veroudere data following
- meerdere bronnen up aanwezig?
- wordt nooit precies
opgebouwd voor jou
onderzoeksvraag, afhankelijk
van de data dat er ligt (niet
specifiek)
, Questionnaires/vragenlijst - makkelijk af te nemen - Takes patient more time
- retrospectief, terug in tijd mensen kunnen niet naar
- goedkoop waarheid invullen (subjectief)
- patiënt/onderzoeks specifiek - geen open vragen in staan,
want die zijn moeilijk te
vergelijken
- recall bias, mensen weten
niet meer precies wat de
hoeveelheid was
-afhankelijk van hoe persoon
het invult
- selectieve respons
- misinterpretatie
Physical examination - Directe identificatie uitkomst - Takes patient more time
- patient specifiek - Patient has to go to GP
- snellere meetfouten, alles
moet op zelfde manier
- afnemer kan bepaalde
verwachtingen hebben, en
daarmee onderzoek in
bepaalde vorm lijdt
- ingewikkelde logistiek
Sampling etc. - normaalwaardes - Intervention for patient
- objectieve waarnemingen - analisten beschikbaar
- makkelijk gegevens - Vervoer/opslag kan mis gaan
vergelijken (in de tijd) - verkeerde afname
- erg specifiek - tijdrovend
- broad spectrum in one - drempel voor deelname ligt
sample hoger
Question 2:
- Is there a relation between how much people practice sports and their body mass index
(BMI)?
o Questionnaires, since sporting is part of personal lifestyle. But to measure BMI
physical examination should be used too.
- Does eating chocolate influence ones’ blood pressure?
o Physical examination, to measure blood pressure and questionnaires to know wether
people eat a lot of chocolate or not.
- How many adults smoke and how much do they smoke?
o Registries/medical records, you need a bigger group for this one and therefore a
database is helpful.
- What is the average level of haemoglobin in the blood of first year students?
o Sampling for measuring the level of haemoglobin in the blood and first year students
should be asked for this measurement.
- How often do people with lower backpain go to the GP?
o Registries, most of the time it is mentioned in a database what the patient its
complaint is.
Question 3:
What is a biobank?