Literatuurgeschiedenis: 1940 - heden
De Tweede Wereldoorlog (1940-1945)
WO2 als thema (proza):
Veel mensen wilden de oorlog het liefst zo snel mogelijk vergeten, maar in de literatuur
was daar geen sprake van. In de literatuur van de jaren veertig en vijftig speel de Tweede
Wereldoorlog een prominente rol. Voor veel schrijvers is de oorlog een onontkoombaar
thema. Daarbij gaat het vaak over literatuur die niet of slechts ten dele ‘verzonnen’ is.
Voorbeelden van literatuur dat direct na de oorlog uitgebracht werd:
Gerard Reve: De avonden
Anne Frank: Het achterhuis
Margo Minco: Het bittere kruid
Willem Frederik Hermans: De donkere kamer van Damokles & Het behouden huis.
Waarom ‘moesten’ de schrijvers over de oorlog schrijven?
Literatuur kan voor schrijvers en voor lezers een hulpmiddel zijn bij het verwerken
van trauma’s. (V. 1 functie van literatuur over WOII voor de lezer en de schrijver)
Literatuur is ook een van de manieren waarop we ons verleden, begrijpen, bewaren
en vorm geven.
De Tweede Wereldoorlog blijft tot op de dag van vandaag een prominent thema in de
Nederlandse literatuur (later uitgebracht):
Harry Mulisch: De aanslag & Siegfried
Roxane van Iperen: ’t Hooge Nest
De vorm van literatuur, WO2 als breuk (poëzie)
De Tweede Wereldoorlog heeft ook zijn stempel gedrukt op de ontwikkeling van de
Nederlandse poëzie: de bepalende factor in de poëzie van alle naoorlogse dichters, ook
wel de Vijftigers.
De dichter Lucebert schreef:
‘In deze tijd heeft wat men altijd noemde schoonheid haar gezicht verbrand zij troost
niet meer de mensen.’
Waar de oorlog in het proza vooral een thema was (reflectie op traumatische ervaringen)
heeft oorlog in de poëzie in eerste instantie de vorm van gedichten beïnvloed:
Dichters als Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Remco Camper en Hugo Claus gaan op zoek
naar een (vorm) taal die een duidelijke breuk markeert met de vooroorlogse
esthetica (= leer van de schoonheid).
,De literatuur van 1945 – Heden
Einde van het kolonialisme
Koloniën en de literatuur daar
Vlak na de Tweede Wereldoorlog bevrijdden de koloniën zich van hun buitenlandse
overheersers. De Britten verdwenen in 1947 uit India en ook Nederland moest na een
aantal oorlogen (politionele acties genoemd) in 1949 Nederlands- Indië loslaten.
Nederland heeft zich lang verrijkt ten koste van ‘Indië’. Maar vanaf de negentiende eeuw
begonnen er protestgeluiden te komen
Multatuli met Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlandsche
Handelmaatschappy.
Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of ’t uw keizerlyke wil is: Dat Havelaar
wordt bespat met den modder den Slymeringen en Droogstoppels? En dat
daarginds Uw meer dan dertig miljoenen onderdanen worden mishandeld en
uitgezogen in UWEN naam?
De Indische letteren van na 1945 gaan grotendeels over de verwerking van een trauma.
Over datgene wat voorbij is – het verlies van Indië, maar tegelijkertijd nog lang niet
voorbij is. (V. 2, Voorbij en niet voorbij)
Het thema wat hierin het meeste voorkwam is de terugblik op de Indische jeugd. (V. 3.1,
thema’s)
Schrijvers kozen dit thema om uitdrukking te geven aan gevoelens van heimwee,
maar ook van schuld, aan gewetensvragen ten aanzien van het koloniale verleden.
Hella S. Haase: Oeroeg, onmogelijke vriendschap tussen een Nederlandse en een
Javaanse jongen. & Sleuteloog , onmogelijke vriendschap tussen een Nederlandse en
een Indisch schoolvriendinnetje. (V. 3.3, hoe het koloniale verleden naar voren komt
in het werk van …)
Waarom gewetensvragen ten aanzien van het koloniale verleden?
In hoeverre kon de Indische Nederlanders verweten worden deel te hebben
uitgemaakt van een maatschappij waarin ongelijkheid, onrechtvaardigheid,
onderdrukking, soms met geweld voorkwamen? & Had een opgegroeid kind, dat
Indië toch vooral als een paradijs ervoer, zich van dit alles bewust moeten zijn?
Met deze vragen worstelt de hoofdfiguur van Oeroeg, de Nederlandse.
Het andere thema was het leven tussen twee culturen. (V. 3.1, thema’s) Repatrianten
(naar het vaderland terugkerende) voelden zich vaak ontheemd en eenzaam en vooral
oud-militairen worstelden met hun oorlogsverleden. (V. 3.2, gevoel van repatrianten)
Hoe dit verliep werd beschreven door Adriaan van Dis in: Nathan Sid (1 e), Indische
Duinen (uitvoeriger) en Familieziek. (V. 3.3, hoe het koloniale verleden naar voren
komt in het werk van …)
, Zij moesten zich zo snel mogelijk aanpassen aan het nieuwe vaderland, waarin
wederopbouw voorop stond. Over de Duitse bezetting werd uitvoerig gesproken,
maar Jappenkampen werden doodgezwegen.
De gevoeligheid van de oorlogstijd in Indonesië en hoezeer slachtoffers behoefde
hadden aan erkenning van hun leed wordt getoond door Jeroen Brouwers in Bezonken
rood. (V. 3.3, hoe het koloniale verleden naar voren komt in het werk van …)
Ervaringen van een klein jongentje in een Jappenkamp.
Medeslachtoffers beweerden dat zij zich in de roman herkenden: ‘zo was het
geweest’.
Scherpe kritiek van Rudy Kousbroek in een polemiek (openbare pennenstrijd) tussen hen
twee.
Rudy Kousbroek, zelf ook enkele jaren in een Jappenkamp doorgebracht, verweet
Brouwers dat hij ‘feitelijke onwaarheden’ in het boek had verwerkt en dat hij het
oorlogsleed overdreven had, geschiedvervalsing.
Brouwers noemde Kousbroek een ‘geobsedeerde raaskallende gelijkhebber’ en een
‘oorlogsmisdadigersvriend’
Pas later legde Brouwers uit wat hij met zijn werk had willen opschrijven:
‘Hoe hij zich voorstelde Indië te herinneren’.
Hij schreef over Indië als over een verzonken Atlantis
In Nathan Sid is Indië zowel "voorbij" als "niet voorbij". (V. 2, Voorbij en niet voorbij)
Het is "voorbij" omdat de familie Sid Indië heeft verlaten en nu in Nederland woont,
en omdat ze materiële dingen moesten achterlaten, zoals het tafelzilver.
Toch is Indië "niet voorbij" omdat de herinneringen, geuren en cultuur blijven
voortleven. Pa Sid brengt Indië tot leven met zijn Indische kookkunsten, en het huis is
vol met Indische objecten, zoals de kris en opgezette dieren. Daarnaast blijft de
oorlogservaring van Pa Sid een psychologisch trauma dat hun leven in Nederland
beïnvloedt.
Nathan was er nooit geweest, maar wel gemaakt. Zijn zusters waren er geboren, net
als zijn vader en veel van zijn ooms en tantes. Indië was overal in huis.
De Tweede Wereldoorlog (1940-1945)
WO2 als thema (proza):
Veel mensen wilden de oorlog het liefst zo snel mogelijk vergeten, maar in de literatuur
was daar geen sprake van. In de literatuur van de jaren veertig en vijftig speel de Tweede
Wereldoorlog een prominente rol. Voor veel schrijvers is de oorlog een onontkoombaar
thema. Daarbij gaat het vaak over literatuur die niet of slechts ten dele ‘verzonnen’ is.
Voorbeelden van literatuur dat direct na de oorlog uitgebracht werd:
Gerard Reve: De avonden
Anne Frank: Het achterhuis
Margo Minco: Het bittere kruid
Willem Frederik Hermans: De donkere kamer van Damokles & Het behouden huis.
Waarom ‘moesten’ de schrijvers over de oorlog schrijven?
Literatuur kan voor schrijvers en voor lezers een hulpmiddel zijn bij het verwerken
van trauma’s. (V. 1 functie van literatuur over WOII voor de lezer en de schrijver)
Literatuur is ook een van de manieren waarop we ons verleden, begrijpen, bewaren
en vorm geven.
De Tweede Wereldoorlog blijft tot op de dag van vandaag een prominent thema in de
Nederlandse literatuur (later uitgebracht):
Harry Mulisch: De aanslag & Siegfried
Roxane van Iperen: ’t Hooge Nest
De vorm van literatuur, WO2 als breuk (poëzie)
De Tweede Wereldoorlog heeft ook zijn stempel gedrukt op de ontwikkeling van de
Nederlandse poëzie: de bepalende factor in de poëzie van alle naoorlogse dichters, ook
wel de Vijftigers.
De dichter Lucebert schreef:
‘In deze tijd heeft wat men altijd noemde schoonheid haar gezicht verbrand zij troost
niet meer de mensen.’
Waar de oorlog in het proza vooral een thema was (reflectie op traumatische ervaringen)
heeft oorlog in de poëzie in eerste instantie de vorm van gedichten beïnvloed:
Dichters als Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Remco Camper en Hugo Claus gaan op zoek
naar een (vorm) taal die een duidelijke breuk markeert met de vooroorlogse
esthetica (= leer van de schoonheid).
,De literatuur van 1945 – Heden
Einde van het kolonialisme
Koloniën en de literatuur daar
Vlak na de Tweede Wereldoorlog bevrijdden de koloniën zich van hun buitenlandse
overheersers. De Britten verdwenen in 1947 uit India en ook Nederland moest na een
aantal oorlogen (politionele acties genoemd) in 1949 Nederlands- Indië loslaten.
Nederland heeft zich lang verrijkt ten koste van ‘Indië’. Maar vanaf de negentiende eeuw
begonnen er protestgeluiden te komen
Multatuli met Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlandsche
Handelmaatschappy.
Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of ’t uw keizerlyke wil is: Dat Havelaar
wordt bespat met den modder den Slymeringen en Droogstoppels? En dat
daarginds Uw meer dan dertig miljoenen onderdanen worden mishandeld en
uitgezogen in UWEN naam?
De Indische letteren van na 1945 gaan grotendeels over de verwerking van een trauma.
Over datgene wat voorbij is – het verlies van Indië, maar tegelijkertijd nog lang niet
voorbij is. (V. 2, Voorbij en niet voorbij)
Het thema wat hierin het meeste voorkwam is de terugblik op de Indische jeugd. (V. 3.1,
thema’s)
Schrijvers kozen dit thema om uitdrukking te geven aan gevoelens van heimwee,
maar ook van schuld, aan gewetensvragen ten aanzien van het koloniale verleden.
Hella S. Haase: Oeroeg, onmogelijke vriendschap tussen een Nederlandse en een
Javaanse jongen. & Sleuteloog , onmogelijke vriendschap tussen een Nederlandse en
een Indisch schoolvriendinnetje. (V. 3.3, hoe het koloniale verleden naar voren komt
in het werk van …)
Waarom gewetensvragen ten aanzien van het koloniale verleden?
In hoeverre kon de Indische Nederlanders verweten worden deel te hebben
uitgemaakt van een maatschappij waarin ongelijkheid, onrechtvaardigheid,
onderdrukking, soms met geweld voorkwamen? & Had een opgegroeid kind, dat
Indië toch vooral als een paradijs ervoer, zich van dit alles bewust moeten zijn?
Met deze vragen worstelt de hoofdfiguur van Oeroeg, de Nederlandse.
Het andere thema was het leven tussen twee culturen. (V. 3.1, thema’s) Repatrianten
(naar het vaderland terugkerende) voelden zich vaak ontheemd en eenzaam en vooral
oud-militairen worstelden met hun oorlogsverleden. (V. 3.2, gevoel van repatrianten)
Hoe dit verliep werd beschreven door Adriaan van Dis in: Nathan Sid (1 e), Indische
Duinen (uitvoeriger) en Familieziek. (V. 3.3, hoe het koloniale verleden naar voren
komt in het werk van …)
, Zij moesten zich zo snel mogelijk aanpassen aan het nieuwe vaderland, waarin
wederopbouw voorop stond. Over de Duitse bezetting werd uitvoerig gesproken,
maar Jappenkampen werden doodgezwegen.
De gevoeligheid van de oorlogstijd in Indonesië en hoezeer slachtoffers behoefde
hadden aan erkenning van hun leed wordt getoond door Jeroen Brouwers in Bezonken
rood. (V. 3.3, hoe het koloniale verleden naar voren komt in het werk van …)
Ervaringen van een klein jongentje in een Jappenkamp.
Medeslachtoffers beweerden dat zij zich in de roman herkenden: ‘zo was het
geweest’.
Scherpe kritiek van Rudy Kousbroek in een polemiek (openbare pennenstrijd) tussen hen
twee.
Rudy Kousbroek, zelf ook enkele jaren in een Jappenkamp doorgebracht, verweet
Brouwers dat hij ‘feitelijke onwaarheden’ in het boek had verwerkt en dat hij het
oorlogsleed overdreven had, geschiedvervalsing.
Brouwers noemde Kousbroek een ‘geobsedeerde raaskallende gelijkhebber’ en een
‘oorlogsmisdadigersvriend’
Pas later legde Brouwers uit wat hij met zijn werk had willen opschrijven:
‘Hoe hij zich voorstelde Indië te herinneren’.
Hij schreef over Indië als over een verzonken Atlantis
In Nathan Sid is Indië zowel "voorbij" als "niet voorbij". (V. 2, Voorbij en niet voorbij)
Het is "voorbij" omdat de familie Sid Indië heeft verlaten en nu in Nederland woont,
en omdat ze materiële dingen moesten achterlaten, zoals het tafelzilver.
Toch is Indië "niet voorbij" omdat de herinneringen, geuren en cultuur blijven
voortleven. Pa Sid brengt Indië tot leven met zijn Indische kookkunsten, en het huis is
vol met Indische objecten, zoals de kris en opgezette dieren. Daarnaast blijft de
oorlogservaring van Pa Sid een psychologisch trauma dat hun leven in Nederland
beïnvloedt.
Nathan was er nooit geweest, maar wel gemaakt. Zijn zusters waren er geboren, net
als zijn vader en veel van zijn ooms en tantes. Indië was overal in huis.