Hoofdstuk 11 Modernisering
§1 Context: Traditioneel of modern (Blz. 61 in de syllabus)
Traditioneel en modern
Traditionele samenlevingen vertonen veel variatie in de omgang met elkaar.
Moderne samenlevingen lijken daarentegen steeds meer op elkaar door processen als
rationalisering, individualisering en globalisering.
In dit hoofdstuk onderzoeken we de modernisering van de samenleving: de ontwikkeling van
traditioneel naar modern.
Rationalisering in de geschiedenis
Rationalisering houdt in dat traditionele opvattingen en handelswijzen worden vervangen door
doelgericht handelen, waarbij de werkelijkheid via theorievorming voorspelbaar en beheersbaar
wordt gemaakt.
Hiervan is sprake vanaf de 17e eeuw en het proces kwam na de Industriële Revolutie in een
stroomversnelling.
Kenmerkend is de toename van doelmatige productieprocessen:
Niet alleen industrialisatie, maar ook wetenschappelijk denken, zoals natuur-, taal- en sociale
wetenschappen
Technisch vernuft en wetenschappelijk denken verdringen traditionele opvattingen en
handelswijzen.
Eerst werd er veel gehecht aan religie en andere instituties, werd tijdens het proces van
rationalisering meer geloof gehecht aan wetenschappelijke inzichten en technische
ontwikkelingen.
Rationalisering in de economie
Streven naar winst is traditioneel, maar een kenmerk van rationalisering is streven naar een
berekenbare en bestendige winst.
Een ander vereiste, vrijheid van beroep en bedrijf, kwam door het afschaffen van gildes.
Dit leidde tot de overgang van de traditionele naar een kapitalistische economie.
Arbeidsprocessen werden gedifferentieerd zodat de productie efficiënter werd.
Bv. Ford, lopendebandwerk waarbij iedere arbeider maar één bepaalde handeling verrichtte.
Rationalisering in sociale processen
Ook sociale processen werden doelmatig (efficiënt) en doeltreffend (effectief) georganiseerd en
uitkomsten werden gemeten.
De verhouding tussen de doelen en de ingezette middelen werd cruciaal bij de beoordeling van
processen.
Het onderwijs als sociaal proces werd cijfermatig door rationalisering, maar de vorming en
socialisatie van leerlingen gaat daar van ten onder.
, Rationalisering in wetenschap en kunst
Natuurwetenschappen werden steeds groter, waarbij logische redeneringen en experimentele
bedrijfsvoering belangrijk is.
Bedrijven van wetenschap werd steeds bedrijfsmatiger: focus op productie.
Binnen de kunst werden er nieuwe technieken gebruikt en zo ontwikkelden er nieuwe beroepen.
Rationalisering in politiek en bestuur
Processen van bureaucratisering waarbij protocollen en regels zijn vastgelegd en waarbij er
gearchiveerd wordt.
Rationalisering zou moeten leiden tot gelijke behandeling in gelijke gevallen, maar daarvan is niet
altijd sprake. Affectieve bindingen zouden niet meegenomen horen te worden in het besluit.
Toeslagenaffaire
Om bestuurder te worden moet iemand een passende opleiding, passende ervaringen of meetbare
vaardigheden hebben.
Rationalisering als onttovering van de wereld
Het gevolg van rationalisering volgens Max weber is de onttovering van de wereld.
Door rationalisering geloven steeds meer mensen dat alles berekenbaar en daardoor voorspelbaar
is, waardoor geen ruimte meer is voor geheimzinnige en mystieke zaken.
Bijv. leidt tot secularisatie.
Vermindering van het belang van tradities, emotionele bindingen en opvattingen en minder
aandacht voor het bovennatuurlijke.
Paradigma’s en rationalisering
Rationele actor-paradigma: door rationalisering kunnen actoren in toenemende mate het proces
beheersen om eigen doelen te bereiken.
Dit geldt ook voor relaties, denk aan netwerken om een carrière makkelijker op te bouwen.
Conflict-paradigma: rationalisering leidt tot ongelijke verhoudingen in de samenleving en tot
vervreemding.
Isolement van de individuele mens die geen zeggenschap heeft over wat en hoe er
geproduceerd wordt en die in feite machteloos is. Minder bindingen
Functionalisme-paradigma: arbeidsdeling en specialisatie zijn belangrijk voor functiedifferentiatie,
dit leidt tot bevordering van de welvaart maar kan ook leiden tot tekorten. Een mensenleven kan
op basis van nut worden afgewogen tegenover het andere.
Mechanische en organische solidariteit.
§1 Context: Traditioneel of modern (Blz. 61 in de syllabus)
Traditioneel en modern
Traditionele samenlevingen vertonen veel variatie in de omgang met elkaar.
Moderne samenlevingen lijken daarentegen steeds meer op elkaar door processen als
rationalisering, individualisering en globalisering.
In dit hoofdstuk onderzoeken we de modernisering van de samenleving: de ontwikkeling van
traditioneel naar modern.
Rationalisering in de geschiedenis
Rationalisering houdt in dat traditionele opvattingen en handelswijzen worden vervangen door
doelgericht handelen, waarbij de werkelijkheid via theorievorming voorspelbaar en beheersbaar
wordt gemaakt.
Hiervan is sprake vanaf de 17e eeuw en het proces kwam na de Industriële Revolutie in een
stroomversnelling.
Kenmerkend is de toename van doelmatige productieprocessen:
Niet alleen industrialisatie, maar ook wetenschappelijk denken, zoals natuur-, taal- en sociale
wetenschappen
Technisch vernuft en wetenschappelijk denken verdringen traditionele opvattingen en
handelswijzen.
Eerst werd er veel gehecht aan religie en andere instituties, werd tijdens het proces van
rationalisering meer geloof gehecht aan wetenschappelijke inzichten en technische
ontwikkelingen.
Rationalisering in de economie
Streven naar winst is traditioneel, maar een kenmerk van rationalisering is streven naar een
berekenbare en bestendige winst.
Een ander vereiste, vrijheid van beroep en bedrijf, kwam door het afschaffen van gildes.
Dit leidde tot de overgang van de traditionele naar een kapitalistische economie.
Arbeidsprocessen werden gedifferentieerd zodat de productie efficiënter werd.
Bv. Ford, lopendebandwerk waarbij iedere arbeider maar één bepaalde handeling verrichtte.
Rationalisering in sociale processen
Ook sociale processen werden doelmatig (efficiënt) en doeltreffend (effectief) georganiseerd en
uitkomsten werden gemeten.
De verhouding tussen de doelen en de ingezette middelen werd cruciaal bij de beoordeling van
processen.
Het onderwijs als sociaal proces werd cijfermatig door rationalisering, maar de vorming en
socialisatie van leerlingen gaat daar van ten onder.
, Rationalisering in wetenschap en kunst
Natuurwetenschappen werden steeds groter, waarbij logische redeneringen en experimentele
bedrijfsvoering belangrijk is.
Bedrijven van wetenschap werd steeds bedrijfsmatiger: focus op productie.
Binnen de kunst werden er nieuwe technieken gebruikt en zo ontwikkelden er nieuwe beroepen.
Rationalisering in politiek en bestuur
Processen van bureaucratisering waarbij protocollen en regels zijn vastgelegd en waarbij er
gearchiveerd wordt.
Rationalisering zou moeten leiden tot gelijke behandeling in gelijke gevallen, maar daarvan is niet
altijd sprake. Affectieve bindingen zouden niet meegenomen horen te worden in het besluit.
Toeslagenaffaire
Om bestuurder te worden moet iemand een passende opleiding, passende ervaringen of meetbare
vaardigheden hebben.
Rationalisering als onttovering van de wereld
Het gevolg van rationalisering volgens Max weber is de onttovering van de wereld.
Door rationalisering geloven steeds meer mensen dat alles berekenbaar en daardoor voorspelbaar
is, waardoor geen ruimte meer is voor geheimzinnige en mystieke zaken.
Bijv. leidt tot secularisatie.
Vermindering van het belang van tradities, emotionele bindingen en opvattingen en minder
aandacht voor het bovennatuurlijke.
Paradigma’s en rationalisering
Rationele actor-paradigma: door rationalisering kunnen actoren in toenemende mate het proces
beheersen om eigen doelen te bereiken.
Dit geldt ook voor relaties, denk aan netwerken om een carrière makkelijker op te bouwen.
Conflict-paradigma: rationalisering leidt tot ongelijke verhoudingen in de samenleving en tot
vervreemding.
Isolement van de individuele mens die geen zeggenschap heeft over wat en hoe er
geproduceerd wordt en die in feite machteloos is. Minder bindingen
Functionalisme-paradigma: arbeidsdeling en specialisatie zijn belangrijk voor functiedifferentiatie,
dit leidt tot bevordering van de welvaart maar kan ook leiden tot tekorten. Een mensenleven kan
op basis van nut worden afgewogen tegenover het andere.
Mechanische en organische solidariteit.