Korte samenvatting goederenrecht
Week 1
Verschil houder en bezitter:
1. Houder: heeft een goed in zijn macht, maar erkent dat het eigendom
bij een ander ligt.
2. Bezitter: heeft de macht over een goed, maar gedraagt zich alsof hij
de eigenaar is.
Verschil bezitsoverdracht en bezitsverschaffing:
1. Bezitsoverdracht: Een bezitter draagt zijn bezit over door de
verkrijger in staat te stellen die macht uit te oefenen, die hij zelf
over het goed kon uitoefenen.
2. Bezitsverschaffing (artikel 3:90 BW): De handeling waardoor de
ander tot bezitter wordt gemaakt, ongeacht of je zelf het bezit hebt.
Een houder kan alleen bezit verschaffen.
Verjaring is een manier waarop iemand eigenaar kan worden door het
verstrijken van een bepaalde periode (artikel 3:99 en 105 BW). Er zijn twee
soorten verjaring:
1. Verkrijgende verjaring: Iemand die oorspronkelijk slechts bezitter
was van een goed, wordt door het verstrijken van de wettelijke
termijn de rechthebbende op dat goed.
2. Bevrijdende verjaring: Een rechtsvordering (bijvoorbeeld een eis tot
teruggave van een goed) vervalt door het verstrijken van een
bepaalde termijn.
Drie vormen van bezitsoverdracht:
1. Cp-levering: de vervreemder blijft het goed houden, maar niet meer
voor zichzelf, maar voor de verkrijger. Juridische beperkingen:
- Een houder kan geen cp-overdracht doen
- Werkt niet tegenover derden met een ouder recht
- Geen bescherming tegenover revindicatie
2. Overgave korte hand: de verkrijger had het goed al als houder en
wordt door een afspraak met de eigenaar de bezitter.
3. Overgave lange hand: een derde houdt het goed eerst voor de
verkoper en na de overdracht voor de koper. Hier moet wel een
, mededeling gedaan worden aan de derde, dan kan de andere partij
geen beroep doen op een ouder recht (artikel 90 lid 2).
Bij een eigendomsoverdracht altijd beginnen bij artikel 3:84 BW. De
voorwaarden:
Levering
Geldige titel
Beschikkingsbevoegdheid
artikel 3:86 biedt bescherming bij beschikkingsonbevoegdheid,
voorwaarden:
- Is het overeenkomstig met artikel 90, 91 of 93?
- Is het een roerende zaak?
- Is het anders dan om niet (tegen betaling)?
- Is de verkrijger te goeder trouw (artikel 118)?
HR Berg/De Bary
Rechtsregel: Wanneer wordt geleverd via een levering c.p. (art. 3:90 jo.
3:115 sub a BW) en daarna mededeling wordt gedaan aan een derde
persoon die het goed houdt, is sprake van een levering traditio longa
manu (art. 3:90 jo. 3:115 sub c BW). Doordat het nu feitelijk een levering
longa manu is, wordt het goed niet meer geacht in de macht van de
vervreemder te zijn. Er is dus geen sprake meer van een beperkende
werking ex art. 3:90 lid 2 BW. Hierdoor geldt de nu feitelijke levering longa
manu ook tegen de ouder gerechtigde. Hierbij staat de
derdenbescherming uit art. 3:86 lid 1 BW open voor de derde-verkrijger.
HR Lease plan Nederland/IBM Nederland
Rechtsregel: Bezitsoverdracht zonder feitelijke levering is mogelijk via een
tweezijdige verklaring tussen vervreemder en verkrijger, mits een derde
die de zaak houdt, de overdracht erkent of op de hoogte is gesteld.
, Week 2.1
Zekerheidsrechten:
1. Pandrecht (op roerende zaken en vorderingen), twee soorten:
- Vuistpand de schuldeiser neemt de goederen fysiek in bezit
- Stil pandrecht de zaak blijft in de macht van de pandgever
2. Hypotheekrecht (op onroerende zaken)
Parate executie: de schuldeiser met een pand/hypotheekrecht kan bij
wanbetaling het onderpand verkopen zonder tussenkomst van de rechter.
Pandgever = schuldenaar
Pandhouder = schuldeiser
Zaaksvervanging (of substitutie) betekent dat een pand- of
hypotheekrecht automatisch overgaat op een vergoeding of vervangen
goed als het oorspronkelijk goed verdwijnt, wordt verkocht of beschadigd
(artikel 3:229 BW). Het gaat niet alleen om fysieke zaken, maar ook om
vorderingen.
Vestiging van een pandrecht op een roerende zaak:
Wettelijke basis: artikel 3:84 jo. 3:98 BW
Beschikkingsbevoegdheid
Geldige titel
Geldige vestiging
- Vuistpand artikel 3:236 lid 1
- Stil pandrecht artikel 3:237 lid 1
Stil pandrecht op roerende zaken wordt openbaar door de roerende zaken
onder de macht van een derde (bijv. de bank) te brengen (artikel 3:237 lid
3 BW).
Vestiging van een pandrecht op vorderingen:
Wettelijke basis: artikel 3:84 jo. 3:98 BW
Beschikkingsbevoegdheid
Geldige titel
Geldige vestiging
- Openbaar pandrecht artikel 3:239 lid 3 BW:
o De verpanding wordt medegedeeld aan de debiteur
Week 1
Verschil houder en bezitter:
1. Houder: heeft een goed in zijn macht, maar erkent dat het eigendom
bij een ander ligt.
2. Bezitter: heeft de macht over een goed, maar gedraagt zich alsof hij
de eigenaar is.
Verschil bezitsoverdracht en bezitsverschaffing:
1. Bezitsoverdracht: Een bezitter draagt zijn bezit over door de
verkrijger in staat te stellen die macht uit te oefenen, die hij zelf
over het goed kon uitoefenen.
2. Bezitsverschaffing (artikel 3:90 BW): De handeling waardoor de
ander tot bezitter wordt gemaakt, ongeacht of je zelf het bezit hebt.
Een houder kan alleen bezit verschaffen.
Verjaring is een manier waarop iemand eigenaar kan worden door het
verstrijken van een bepaalde periode (artikel 3:99 en 105 BW). Er zijn twee
soorten verjaring:
1. Verkrijgende verjaring: Iemand die oorspronkelijk slechts bezitter
was van een goed, wordt door het verstrijken van de wettelijke
termijn de rechthebbende op dat goed.
2. Bevrijdende verjaring: Een rechtsvordering (bijvoorbeeld een eis tot
teruggave van een goed) vervalt door het verstrijken van een
bepaalde termijn.
Drie vormen van bezitsoverdracht:
1. Cp-levering: de vervreemder blijft het goed houden, maar niet meer
voor zichzelf, maar voor de verkrijger. Juridische beperkingen:
- Een houder kan geen cp-overdracht doen
- Werkt niet tegenover derden met een ouder recht
- Geen bescherming tegenover revindicatie
2. Overgave korte hand: de verkrijger had het goed al als houder en
wordt door een afspraak met de eigenaar de bezitter.
3. Overgave lange hand: een derde houdt het goed eerst voor de
verkoper en na de overdracht voor de koper. Hier moet wel een
, mededeling gedaan worden aan de derde, dan kan de andere partij
geen beroep doen op een ouder recht (artikel 90 lid 2).
Bij een eigendomsoverdracht altijd beginnen bij artikel 3:84 BW. De
voorwaarden:
Levering
Geldige titel
Beschikkingsbevoegdheid
artikel 3:86 biedt bescherming bij beschikkingsonbevoegdheid,
voorwaarden:
- Is het overeenkomstig met artikel 90, 91 of 93?
- Is het een roerende zaak?
- Is het anders dan om niet (tegen betaling)?
- Is de verkrijger te goeder trouw (artikel 118)?
HR Berg/De Bary
Rechtsregel: Wanneer wordt geleverd via een levering c.p. (art. 3:90 jo.
3:115 sub a BW) en daarna mededeling wordt gedaan aan een derde
persoon die het goed houdt, is sprake van een levering traditio longa
manu (art. 3:90 jo. 3:115 sub c BW). Doordat het nu feitelijk een levering
longa manu is, wordt het goed niet meer geacht in de macht van de
vervreemder te zijn. Er is dus geen sprake meer van een beperkende
werking ex art. 3:90 lid 2 BW. Hierdoor geldt de nu feitelijke levering longa
manu ook tegen de ouder gerechtigde. Hierbij staat de
derdenbescherming uit art. 3:86 lid 1 BW open voor de derde-verkrijger.
HR Lease plan Nederland/IBM Nederland
Rechtsregel: Bezitsoverdracht zonder feitelijke levering is mogelijk via een
tweezijdige verklaring tussen vervreemder en verkrijger, mits een derde
die de zaak houdt, de overdracht erkent of op de hoogte is gesteld.
, Week 2.1
Zekerheidsrechten:
1. Pandrecht (op roerende zaken en vorderingen), twee soorten:
- Vuistpand de schuldeiser neemt de goederen fysiek in bezit
- Stil pandrecht de zaak blijft in de macht van de pandgever
2. Hypotheekrecht (op onroerende zaken)
Parate executie: de schuldeiser met een pand/hypotheekrecht kan bij
wanbetaling het onderpand verkopen zonder tussenkomst van de rechter.
Pandgever = schuldenaar
Pandhouder = schuldeiser
Zaaksvervanging (of substitutie) betekent dat een pand- of
hypotheekrecht automatisch overgaat op een vergoeding of vervangen
goed als het oorspronkelijk goed verdwijnt, wordt verkocht of beschadigd
(artikel 3:229 BW). Het gaat niet alleen om fysieke zaken, maar ook om
vorderingen.
Vestiging van een pandrecht op een roerende zaak:
Wettelijke basis: artikel 3:84 jo. 3:98 BW
Beschikkingsbevoegdheid
Geldige titel
Geldige vestiging
- Vuistpand artikel 3:236 lid 1
- Stil pandrecht artikel 3:237 lid 1
Stil pandrecht op roerende zaken wordt openbaar door de roerende zaken
onder de macht van een derde (bijv. de bank) te brengen (artikel 3:237 lid
3 BW).
Vestiging van een pandrecht op vorderingen:
Wettelijke basis: artikel 3:84 jo. 3:98 BW
Beschikkingsbevoegdheid
Geldige titel
Geldige vestiging
- Openbaar pandrecht artikel 3:239 lid 3 BW:
o De verpanding wordt medegedeeld aan de debiteur