Uit art. 4:81 lid 1 Awb blijkt dat een bestuursorgaan beleidsregels op kan stellen met betrekking tot
een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid bevoegdheid.
Delegatie is het overdragen van een bevoegdheid naar een ander bestuursorgaan ex art. 10:13
Awb. Hiervoor is een wettelijke grondslag ex art. 10:15 Awb vereist en geschiedt dit niet aan
ondergeschikten ex art. 10:14 Awb.
Volgens art. 4:81 lid 1 Awb jo. art.10:16 Awb blijft de delegans bevoegd om beleidsregels vast te
stellen, zelfs na de delegatie. De delegataris is dus niet exclusief bevoegd voor het opstellen van
beleidsregels. De delegans mag geen concrete of mondelinge instructies geven, maar uitsluitend
beleidsregels opstellen.
Attributie = nieuwe bevoegdheid
Delegatie = overdragen bevoegdheid
Mandaat = ‘namens bo’
Week 1b
Een schaarse vergunning is een vergunning waarbij het aantal beschikbare vergunningen beperkt
is, terwijl er meer potentiële gegadigden zijn dan vergunningen.
Bij schaarse vergunningen moet het bestuursorgaan een transparante en eerlijke selectieprocedure
volgen, de vergunningen tijdelijk verlenen en ze niet automatisch verlengen. Alle gegadigden
moeten gelijke kansen krijgen, en de schaarste moet zorgvuldig worden afgewogen volgens de
relevante wetgeving (dienstenrichtlijn).
Gelijkheidsbeginsel: in het kader van een en dezelfde bevoegdheid van een en hetzelfde
bestuursorgaan moeten gelijke gevallen gelijk worden behandeld (en ongelijk naar de mate van het
verschil). Verschillende bestuursorganen, mogen dus verschillend beleid voeren.
Als wel is voldaan aan een toezegging, maar de belangenafweging uitkomt op een afwijzing voor
jou, is er wel een toerekenbare toezegging en hiervoor zijn kosten gemaakt, dus dit kan een reden
zijn voor schadevergoeding/nadeelcompensatie.
Voor een schaars recht is het voldoende dat er potentiële schaarste is, er hoeft niet daadwerkelijk
schaarste te zijn.
In geval van schaarste moet er mededingingsruimte zijn en belanghebbenden moeten gelijke
kansen hebben.
Eisen bij schaarse rechten
Transparantie jegens elke potentiële aanvrager
Plafond: vooraf bekend wat het aantal vergunningen wordt
Criteria: vooraf bekend waaraan burgers moeten voldoen
Verdelingsprocedure (tijdige aankondiging, termijnen etc.)
Verdelingsmechanismen: wie het eerst komt, wie het eerst maalt, vergelijkende beoordeling
(nadere criteria), loting, vergunning aan de hoogste bieder
Beperking in duur: van tevoren bepaald, nieuwe toetreders moeten namelijk later ook kansen
hebben, men moet wel de investeringen kunnen terugverdienen -> een schaarse vergunning mag
niet worden gegeven voor onbepaalde tijd.
Amsterdamse dakopbouw
Drie stappen voor een beroep op het vertrouwensbeginsel:
1. Kan de uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging?
o Betrokkene te goeder trouw?
o Schriftelijk of mondeling?
o Deskundigheid toezegger
2. Kan de toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan worden toegerekend?
3. Belangenafweging: belang van degene die beroep doet, algemeen belang en belang van derden
Woningsluiting Harderwijk
Evenredigheidsbeginsel drie stappen:
, 1. Geschikt
2. Noodzakelijk
3. Evenwichtig
o Niet onredelijk bezwarend voor de betrokkene(n)?
2 oriëntatiepunten:
1. Aard en gewicht betrokken belangen
2. Ingrijpendheid besluit en mate van aantasting fundamentele rechten
Week 2a
Buitenwettelijk begunstigend beleid betekent dat een bestuursorgaan regels kan toepassen die
voordeliger zijn voor burgers dan de wet, ook al wijkt dit af van de wettelijke regels. Dit beleid
kan blijven bestaan zolang het eerlijk wordt toegepast en de gelijke behandeling wordt
gewaarborgd. Buitenwettelijk beleid moet voordelig zijn voor de burger, zonder betrokkenheid
van derden. Het dient op consistente wijze te worden toegepast en in overeenstemming te zijn met
het gelijkheidsbeginsel. Dit beleid kan betrekking hebben op financiële beschikkingen en kan
worden toegepast wanneer de wetgever heeft verzuimd om wetgeving te treffen of niet is
bijgebleven met maatschappelijke ontwikkelingen.
Het buitenwettelijk beleid valt niet onder een beleidsregel, maar onder een vaste gedragslijn.
Artikel 4:84 Awb is alleen van toepassing op beleidsregels, waardoor in dit geval geen beroep kan
worden gedaan op dit artikel. De binding aan het buitenwettelijk beleid vloeit daarom voort uit het
gelijkheidsbeginsel, en niet uit artikel 4:84 Awb.
De beleidsregel geldt doorgaans boven de vaste gedragslijn. Als echter een specifieke gedragslijn
gunstiger uitpakt dan de beleidsregel, kan op basis van het gelijkheidsbeginsel worden besloten
dat de gedragslijn voorrang heeft. De burger moet eerst bewijzen dat de gedragslijn voor hem
voordeliger is dan de beleidsregel. Als dit bewijs geleverd wordt, kan de beleidsregel wijken voor
de gedragslijn.
Heb je beschikkingsbevoegdheid, dan heb je ook de bevoegdheid om wettelijke regels vast te
stellen over het gebruik van de beschikkingsbevoegdheid, dit is een impliciete bevoegdheid voor
het maken van beleid.
Op grond van het gelijkheidsbeginsel (en de rechtszekerheid) moet je het beleid toepassen, als het
beleid bekend is gemaakt moet je er ook aan gebonden worden, maar ook wanneer het nog niet is
gepubliceerd o.g.v. het gelijkheidsbeginsel.
Heb je geattribueerde/gedelegeerde beschikkingsbevoegdheid, dan kan jij beleidsregels vaststellen
voor de gemandateerde. Die moet beschikkingen nemen met de door jou gestelde beleidsregels ->
art. 4:81 lid 1 Awb. Degene aan wie is gemandateerd kan ook beleidsregels vaststellen, maar
alleen als er een mandaatbesluit is waarin staat dat er mandaat is verleend voor het vaststellen van
beleidsregels.
De delegatiegever kan beleidsregels vaststellen voor de gedelegeerde bevoegdheid (art. 4:81 lid 1
BW). Dit moet wel schriftelijk gebeuren (art. 10:16 Awb).
Bij een eigen geattribueerde bevoegdheid ex art. 10:22 Awb kan het bestuursorgaan instructies
geven aan de ondergeschikte. Dit zijn interne regels.
Wanneer er geen bevoegdheid is om wettelijke regels vast te stellen gaat het om richtlijnen. Dit is
dan dus afkomstig van een instantie die geen bevoegdheid heeft om beleidsregels vast te stellen.
Een beleidsregel staat bovenaan, maar het gaat wel om gelijke behandeling. Dus wanneer bijv. een
vaste gedragslijn afwijkt van een beleidsregel kan het zijn dat deze toch voorgaat o.g.v.
gelijkheidsbeginsel.
Transformatie kan plaatsvinden door het bestuur = upgrading, bijv. van richtlijn naar beleidsregel
of van vaste gedragslijn naar beleidsregel.
Conversie kan plaatsvinden door de rechter = downgrading, bijv. van avv naar beleidsregel.
Beleidsregel heeft een algemene grondslag (soms specifiek zie art. 4:81 lid 2 Awb), een avv heeft
altijd een specifieke wetgevende bevoegdheid nodig.
Contra legem beleidsregels: beleidsregels in strijd met de wet -> je kan deze dan wel converteren
in een vaste gedragslijn.
Eisen beleidsregel
1. Bij besluit vastgesteld: