Week 1
Structuur van het strafbare feit + strafprocessueel beslissingsmodel
1e vraag: kan het ten laste gelegde feit worden bewezen? -> nee? = vrijspraak
2e vraag: is het bewezenverklaarde feit een strafbaar feit? -> nee? = ontslag van alle rechtsvervolging
Voorwaarden strafbaar feit:
- Gedraging
- Die aan de bestanddelen van de delictsomschrijving beantwoord
3e vraag: is de dader strafbaar? -> er mag geen strafuitsluitingsgrond zijn
Voorwaarden:
- Wederrechtelijk zijn -> nee? = ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid van
het feit (rechtvaardigingsgronden: noodweer, overmacht noodtoestand etc.)
- Aan schuld te wijten zijn nee? = ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid
van de dader (schulduitsluitingsgronden)
4e vraag: welke sanctie?
Bij culpose gevolgsdelicten delicten wijk je hiervan af! Beroep op een strafuitsluitingsgrond is dan
een bewijsverweer.
Opzet moet bewezen worden als dit ten laste is gelegd, behandelen bij de eerste materiële vraag.
Uitdrukkingen van opzet
Weten
Oogmerk
Mishandeling = opzettelijk pijn en letsel toebrengen (zonder rechtvaardigingsgrond)
Uitoefenen van geweld impliceert opzet op geweldsuitoefening (vergezeld of gevolg van geweld
of bedreiging met geweld)
Art. 10 Opiumwet: lid 1 is een overtreding, lid 2 t/m 6 zijn misdrijven, zie ‘opzettelijk’.
Opzet
1. Schuldverband: waar moet het opzet op gericht zijn?
Hoofdregel = opzet heeft betrekking op de bestanddelen in de delictsomschrijving die na het opzet
worden genoemd (bijv. hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem
gestelde gezag).
Op geobjectiveerde bestanddelen hoeft opzet (en culpa) niet gericht te zijn.
o Delicten met strafverzwarende omstandigheden (ook wel ‘pech’ strafrecht genoemd)
o Gemeengevaarlijke delicten: delicten waarbij de algemene veiligheid van personen of
goederen in gevaar wordt gebracht (bijv. brandstichting, het vernielen van waterkeringen
en elektriciteitswerken) -> gevolgen zijn geobjectiveerd.
Deelneming: medeverdachte/medeplichtige moet ook opzet hebben gehad op het ‘hoofddelict’,
bijv. diefstal met geweld, als dit de dood ten gevolge heeft, hoeft verdachte hier geen opzet op te
hebben, want geobjectiveerd, dit geldt ook voor de deelnemer.
2. Betekenis van opzet
Opzet = willen en weten van iets, niet: had kunnen weten, had moeten weten, had behoren te
weten (dit is eventueel culpa, culpa is niet belangrijk voor dit vak).
Opzet gradaties:
1. Opzet als bedoeling: willen domineert, de meest sterke vorm van opzet.
2. Opzet als noodzakelijkheidsbewustzijn: weten domineert, dit is zo sterk dat het willen
impliceert. Het is niet je bedoeling, maar noodzakelijkerwijs zal het gevolg gaan intreden.
3. Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn: weten domineert, ook hier is weten nog zo sterk dat
het willen impliceert. Het is niet noodzakelijk dat het gevolg intreedt, maar zeer waarschijnlijk.
, 4. Voorwaardelijk opzet: mogelijkheidsbewustzijn + aanvaarden hiervan: bewust aanvaarden van
de aanmerkelijke kans, je weet van de mogelijkheid, het willen moet je nog aanvaarden. Je neemt
het ‘op de koop toe’.
5. Bewuste schuld: wel weten, maar niet willen.
6. Onbewuste schuld: niet weten en niet willen, maar wel behoren te weten.
Voorwaardelijk opzet (+ bewijs opzet)
Je bent je bewust van de aanmerkelijke kans dat het gevolg kan intreden en dit wil je ook.
Wanneer is voorwaardelijk opzet voldoende?
o ‘Opzettelijk’ en ‘weten’ kunnen bewezen worden met voorwaardelijk opzet.
o ‘Oogmerk’ kan in beginsel niet bewezen worden met voorwaardelijk opzet.
o Opzet als stilzwijgend bestanddeel, bijv. bij mishandeling (= opzettelijk (en
wederrechtelijk) pijn of letsel toebrengen) kan in beginsel bewezen worden met
voorwaardelijk opzet.
Objectief = bestaan van een aanmerkelijke kans.
Subjectief = bewust zijn van de aanmerkelijke kans (weten);
o Ziet op de geestesgesteldheid van de verdachte. Hoe dit vast te stellen/bewijzen?
o Vaak m.b.v. ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid.
Bijv. het is een feit van algemene bekendheid dat zich in de borststreek vitale
organen, zoals het hart bevinden, ook is het van algemene bekendheid dat
wanneer hier geweld op wordt uitgeoefend, de aanmerkelijke kans bestaat dat dit
tot de dood leidt. Hiervan moet de verdachte dan ook van op de hoogte zijn
geweest.
Bijv. er is sprake van een algemene ervaringsregel dat de bestuurder, tevens enige
inzittende van een hem toebehorende personenauto, waarin zich een aanzienlijke
hoeveelheid heroïne bevindt, met de aanwezigheid van de heroïne in zijn auto
bekend pleegt te zijn.
Subjectief: bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans (willen).
o Ziet op de geestesgesteldheid van de verdachte. Hoe dit vast te stellen/bewijzen?
o Kijken of er in een concreet geval sprake is van bewuste schuld of voorwaardelijk opzet.
o Indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele
getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in
de verdachte is omgegaan, zal dit afhangen van de feitelijke omstandigheden van het
geval. Daarbij ze de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze zijn
verricht van belang.
o Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden
aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-
indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het
desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Bijv. zeer agressieve levensgevaarlijke
bedreigingen of steken met een mes in de hartstreek.
o Valkuilen bij bewijs van voorwaardelijk opzet (bewust aanvaarden van de aanmerkelijke
kans):
Te gemakkelijk aannemen dat iets een feit is van algemene bekendheid en dat de
verdachte dit ook wel weet (bijv. bij opiumwetdelicten).
Te gemakkelijk aannemen dat veronachtzamen van onderzoeks- of zorgplicht,
bijv. o.g.v. garantenstellung of gebrek aan voorzorg, niet controleren of meer in
het algemeen onzorgvuldig handelen, wijst op voornamelijk opzet dit kan juist
op culpa wijzen had moeten weten.
Lastig overgangsgebied van onzorgvuldigheid (niet controleren niet
opzettelijk, culpa of overtreding) naar bewust aanvaarden aanmerkelijke
kans.
Vrijspraak voormalig neuroloog: aangifte tegen neuroloog wegens
onjuiste diagnoses, bij groot aantal patiënten. Verdachte had ook valse
verklaringen opgesteld ter verkrijging van een middel voor Alzheimer.
, Vervolgd wegens opzetdelicten (culpose delicten waren al verjaard). Ten
laste werd gelegd: mishandeling, zwaar letsel/dood ten gevolge hebbend
en opzettelijk iemand in hulpeloze toestand brengen, zwaar letsel/dood
ten gevolge hebbend. (Bij beide delicten is dus zwaar letsel/dood
geobjectiveerd.) De arts heeft medisch zeer onzorgvuldig gehandeld,
garantenstellung, kan op basis van deze objectieve gegevens opzet
vastgesteld worden? Het gaat uiteindelijk om de geestesgesteldheid van
de verdachte (subjectief). In hoeverre mag hierbij gebruik worden
gemaakt van objectieve gegevens (bijv. aard van gedraging, onzorgvuldig
medisch handelen, ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid)?
Dit mag meegenomen worden, maar als een rechter niet overtuigd is dat
verdachte niet wilde of niet wist, dan is er geen opzet (want is subjectief),
ook al wijzen objectieve gegevens in de richting van opzet.
o In de praktijk lastig wanneer zo onzorgvuldig is gehandeld dat
er sprake is van grote onverschilligheid t.a.v. de gevolgen (bijv.
dood), moet de verdachte wel de aanmerkelijke kans op de
gevolgen hebben aanvaard zou je zeggen je kan dit gebruiken
om tot opzet te komen, maar dit volgt hieruit dus niet altijd. Het is
wel zo dat wanneer iemand heel onzorgvuldig handelt sneller
opzet pleegt, maar hiermee wel uitkijken.
Opzet is dus een subjectief begrip, maar je kan objectieve gegevens gebruiken om bewijs van
opzet vast te stellen; ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid zijn namelijk objectieve
gegevens. De rechter maakt hier gebruik van, maar als de rechter niet overtuigd is dat de verdachte
wilde of wist dan = er geen opzet ook al wijzen objectieve gegevens daar wel op.
Of er sprake is van een aanmerkelijke kans is niet afhankelijk van de ernst van het gevolg.
De beoordeling vindt plats voor het moment van het verrichten van de gedraging (ex ante)! niet
achteraf (ex post).
o Dit levert vaak geen problemen op, bijv. met een mes malen krachtig in buik stelen, maar
soms wel bijv. fiets wordt van flat naar beneden gegooid en ‘raakt iemand’, het ‘raken’
zijn omstandigheden ex post en mag je niet meenemen, de vraag is: is er een
aanmerkelijke kans dat iemand dodelijk wordt getroffen als er een fiets naar beneden
wordt gegooid wanneer hier mensen staan.
Ook kleine kans kan een aanmerkelijke kans zijn, maar dit blijft in de praktijk lastig.
Verhouding opzet en verontschuldigbare dwaling
Verontschuldigbare dwaling is een buitenwettelijke strafuitsluitingsgrond (schulduitsluitingsgrond
-> OVAR wegens niet strafbaarheid van de dader). Dit valt onder de strafuitsluitingsgrond
afwezigheid van alle schuld en bestaat uit:
o Feitelijke dwaling: bijv. je denkt dat je iemand aanvalt maar dat is niet zo. Het gaat ook
om onwetendheid van bepaalde feiten. Het gaat erom dat de verdachte dacht dat hij zo
moest handelen.
o Rechtsdwaling: er is sprake van onbekendheid met de wet. Wel moet iedereen de wet
kennen, vaak wordt er een beroep gedaan op de onduidelijkheid van de wet of dat er een
vergissing is gemaakt t.a.v. de toepassing van de wet. Kan ook zijn liggen in verkeerd
advies van iemand met gezag (specifieke deskundigheid en
onafhankelijkheid/onpartijdigheid) of verkeerde informatie op een overheidswebsite.
Opzet is het willen en weten van iets, dwaling is juist het niet weten van iets. Maakt
(verontschuldigbare dwaling) dat opzet niet bewezen kan worden? Onderscheidt maken tussen
twee gevallen:
1. Dwaling t.a.v. het bestanddeel waarop opzet op gericht moet zijn:
o Bijv. X wordt belaging ten laste gelegd. X geeft aan ik wist niet dat ik door mijn
gedraging inbreuk maakte in de persoonlijke levenssfeer van een ander en dat kon en
hoefde ik ook niet te weten.
o Valt onder de 1e materiele vraag -> kan het tenlastegelegde feit worden bewezen?