H1: INTRODUCTION TO DEVELOPMENTAL PSYCHOLOGY AND ITS
RESEARCH STRATEGIES
WAT IS ONTWIKKELING ?
Ontwikkeling zijn systematische continuïteiten en veranderen in een individu over het
leven. Ontwikkeling continuïteiten zijn de manieren waarop we hetzelfde blijven of
reflecteren op het verleden. Ontwikkelingspsychologie zijn psychologen die de
continuïteiten en veranderingen identificeren en verklaren.
WAT ZORGT DAT WIJ ONTWIKKELEN ?
Ouder worden zorgt voor veranderingen in het lichaam en gedrag die komen door
verouderen en niet van leren, ziekte of een andere levenservaring. Een tweede kritieke
ontwikkeling is het proces van leren, het proces van door ervaringen relatief permanente
veranderingen aan onze gedachten, gevoelens en gedragen brengen.
WELKE DOELEN STREVEN DEVELOPMENTALIST NA?
Er zijn drie grote doelen:
Begrijpen wat de belangrijke manieren zijn waar ontwikkelende mensen op elkaar
lijken en hoe ze verschillen
Een verklaring van de veranderingen die zij observeren
Het optimaliseren van ontwikkeling door wat ze hebben geleerd toe te passen om
mensen te helpen in de juiste richting te ontwikkelen
BASIS OBSERVATIES OVER KARAKTER ONTWIKKELING
Het is een continu en cumulatief proces
Het is een holistisch proces: holistisch perspectief → een verenigd beeld van het
ontwikkeling proces die de belangen van inter-relaties tussen de fysieke, mentale,
sociale en emotionele aspecten van mensen benadrukt. Ontwikkeling is dus niet één
ding, maar bestaat uit allemaal componenten.
Elasticiteit: er is een capaciteit om te veranderen als reactie op positieve of
negatieve levenservaringen
Historische en culturele context: geen enkel portret van ontwikkeling is accuraat voor
alle culturen, sociale klassen, raciale of etnische groepen.
ONDERZOEK STRATEGIEËN : SIMPELE METHODEN EN ONTWERPEN
DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE
,Het gebruikt objectieve en repliceerbare data om data te verzamelen voor het doel om een
theorie of hypothese te testen. Hierbij moet gelet worden op betrouwbaarheid (in hoeverre
zijn de resultaten consistent) en validiteit (in hoeverre wordt er gemeten wat daadwerkelijk
gemeten moet worden).
Drie meest gebruikte zelf rapportage methodes zijn interviews, vragenlijsten en klinische
methode (hier bepaalt het antwoord op de ene vraag, de volgende vraag).
Er zijn ook observationele methodologieën: natuurlijke observatie, gestructureerde
observatie.
Bij een case studie gebruikt een onderzoeker extensieve informatie over het leven van een
individu en doet erna testen op ontwikkeling hypothese door de evenementen in die
persoons leven te analyseren.
Een etnografie is een methode waar de onderzoeker de unieke waarden, tradities en sociale
processen van een cultuur of subcultuur wilt begrijpen door zich hier in onder te dompelen
en hierin te leven.
Bij psychofysiologische methoden wordt de relatie tussen fysiologische processen en
aspecten van kinderen hun fysieke, cognitieve, sociale en emotionele gedrag/ontwikkeling
gemeten.
RELATIES ONDERZOEKEN : CORRELATIES , EXPERIMENTEEL EN CROSS-CULTURELE DESIGNS
In een correlatie design zoekt de onderzoeker naar informatie om te kijken of twee
variabelen betekenisvol aan elkaar gerelateerd zijn. Hieruit kan een correlatie coëfficiënt
komen die tussen de -1.00 en +1.00 ligt.
In een experimenteel design wordt er een verandering aan de omgeving van de deelnemer
toegepast en dan wordt gemeten wat het effect van deze verandering is. Hier heb je een
onafhankelijke variabele (hetgeen wat de onderzoeker modificeert) en een afhankelijke
variabele (waarvan verwacht wordt dat deze zal veranderen door de aanpassing). Hier kan
wel een confounding variabele zijn waar de onafhankelijke variabele gecontroleerd wordt
door wat anders dan de afhankelijke variabele die getest werd.
Bij een veldonderzoek vind het experiment plaats in een natuurlijke omgeving zoals iemands
huis, school of een speeltuin.
Bij een natuurlijk (of quasi) experiment wordt er een onderzoek gedaan waar de
onderzoeker de impact van een natuurlijk voorkomend evenement onderzoekt.
Bij een cross-cultureel design worden gedragen en/of ontwikkeling van mensen uit
verschillende (sub)culturen onderzocht.
ONDERZOEK STRATEGIEËN EN STUDIE ONTWIKKELING
ONDERZOEK DESIGNS VOOR STUDIE ONTWIKKELING
Bij een cross-sectioneel design worden mensen die verschillen in leeftijd bestudeerd in
hetzelfde punt in tijd. Een cohort-effect is een leeftijd gerelateerd verschil tussen cohorten
(een groep mensen van dezelfde leeftijd) die komt door de verschillen in culturele en
,historische ervaringen in het opgroeien, en niet door de daadwerkelijke verschillen in
ontwikkeling.
Een longitudinaal design is wanneer dezelfde deelnemers van een groep over de tijd steeds
worden geobserveerd. Hier kunnen practice effecten een slechte invloed hebben → mensen
veranderen in antwoord van hun origine door herhaaldelijk testen. Ook selective attrition
kan hier een probleem vormen → het verliezen van mensen in een onderzoek wat zorgt voor
een niet representatieve sample.
Bij een sequentieel design worden cross-sectioneel en longitudinaal samengevoegd. Mensen
uit verschillende leeftijdsgroepen worden over tijd vaker geobserveerd.
Bij een micro genetisch design worden participanten intensief over een korte tijd waar
ontwikkeling verandering plaatsvinden worden bestudeerd, om te specificeren hoe of
waarom deze verandering gebeuren.
H4: PRENATAL DEVELOPMENT AND BIRTH
Prenatale ontwikkeling is de ontwikkeling van conceptie tot het geboorte proces.
FROM CONCEPTION TO BIRTH
PERIODE VAN ZYGOTE
De eerste fase van de prenatale ontwikkeling die duurt van conceptie tot de ontwikkeling
van het organisme vast komt aan de wand van de baarmoeder. De eerste 4 dagen van
conceptie worden de cellen een blastocyste, wanneer de cel differentiatie begint wordt de
binnenste laag van de blastocyste het embryo.
6 tot 10 dagen na de conceptie vind implantatie plaats. Wanneer de blastocyste zich
nestelt, positioneert en communiceert met de baarmoederwand om in te nestelen. Dit
proces duurt ongeveer 48 uur en wordt afgerond rond 10-14 dagen na de ovulatie.
Eenmaal ingenesteld zal de blastocyste een buitenste laag vormen die de 4 belangrijkste
support structuren maakt die het ontwikkelende organisme beschermt en voedt:
Het amnion een waterdichte zak die gevuld wordt met vocht, voor bescherming
tegen klappen, reguleren van temperatuur en een omgeving waar het embryo in kan
bewegen
Ook een dooierzak die bloedcellen produceert zolang het embryo dit nog niet kan
Deze dooierzak zit vast aan de chorion, wat uiteindelijk de bekleding van de
placenta wordt
En als laatste de navelstreng
Zodra deze ontwikkeld wordt de placenta gevoed door bloed van de zwangere vrouw. Het
laat bepaalde stoffen binnen zoals zuurstof en carbon dioxide. Dit wordt dan doormiddel van
de navelstreng naar het embryo gebracht. Ook de afvalstoffen van het embryo gaan via de
navelstreng weer naar buiten.
, PERIODE VAN HET EMBRYO (3-8WK)
De embryonale disc vormt rond de derde week drie lagen:
De buitenste laag, de ectoderm, wat het zenuwstelsel, de huid en het haar zal
worden
De middelste laag, de mesoderm, wat de spieren, botten en bloedsomloop worden
De inner laag, endoderm, dit wordt het spijsverteringstelsel, de longen, urinewegen
en andere vitale organen
In de derde week na de conceptie begint de ectoderm met het vormen van het brein en
ruggenwerfsel. Rond de vierde week is het hart gevormd en begonnen met kloppen.
Rond de 7e en 8e week begint de seksuele ontwikkeling met de genitale rand → de
indifferente gonaad. Bij XY zal het embryo beginnen met ontwikkelen van testes. Bij XX
krijgt het embryo geen instructie en zullen eierstokken vormen.
PERIODE VAN DE FOETUS (9 WK-GEBOORTE )
Tijdens de derde maand zullen orgaan systemen die eerder waren gevormd snel groeien en
zullen ze verbinden. Het spijsverteringsstelsel zal ook beginnen met samenwerken (slikken
etc.). Seksuele differentiatie gebeurt snel. Aan het einde van de derde maand kan door
middel van een echografie de sekse onderscheiden worden.
Ontwikkeling gaat snel tussen de 4e en 6e maand. Rond 15-16 weken kan tot ongeveer 24-
25 weken ontwikkelen simpele bewegingen (hikken, hoesten etc.). De foetus begint met
schoppen. Rond 20 weken wordt de foetus bedekt in een substantie genaamd de vernix die
de huid beschermt van scheuren. Ook komt er een laag met dun lichaamshaar over het
lichaam die de vernix helpt plakken → lanugo.
De laatste drie maanden van de zwangerschap is de ‘eindfase’. Tussen de 22 en 28 weken
behaalt de foetus de levensvatbare fase waar overleven buiten de baarmoeder mogelijk is.
Rond de 28 tot 32 weken worden foetussen beter georganiseerd → hartslag activiteit, slaap,
zenuwstelsel. De activiteit mindert rond de 8e maand.