Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting litteratuur week 3 - Forensische Diagnostiek

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
30
Geüpload op
23-07-2020
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting van de literatuur van week 3 van het vak Forensische Diagnostiek, van de masteropleiding Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Geschreven in het afgelopen schooljaar.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

FORENSISCHE DIAGNOSTIEK
SAMENVATTING LITERATUUR WEEK 3


HECHTING


BRAET & BOSMANS. (2016). DE KWALITEIT VAN GEHECHTHEIDSRELATIES IN KAART BRENGEN.
VERTALING VAN EEN ONDERZOEKSTRADITIE NAAR DE KLINISCHE PRAKTIJK.


SAMENVATTING
Een overzicht van de verschillende methoden die zijn ontwikkeld om gehechtheid in kaart te brengen. Uitdaging hierbij is dat de
meeste instrumenten zijn ontwikkeld met het oog op onderzoek en niet met het oog op het uitvoeren van individuele
diagnostiek  daarom ook bespreken indicatoren waarmee clinici rekening kunnen houden bij het beoordelen van de
gehechtheidsrelaties tussen kinderen/jongeren en ouders.


INLEIDING
Er zijn verschillende meetinstrumenten ontwikkeld om de kwaliteit van gehechtheidsrelaties in kaart te brengen. De
instrumenten verschillen in:
 Vorm (observaties, interviews, vragenlijsten)
 Theoretische premissen (zoals de aanname of gehechtheidsrepresentaties al dan niet bewust in kaart kunnen worden
gebracht)
 Doelgroep (jonge kinderen, lagereschoolkinderen, adolescenten, volwassenen)

 Hierdoor ontstond een veelheid aan indicatoren en termen die verwijzen naar individuele verschillen in gehechtheid.
Sommige instrumenten meten categoriale verschillen, andere instrumenten dimensionele verschillen. Dit heeft ertoe geleid dat
het erg moeilijk is als clinicus om zinvolle keuzes te maken hoe het meten van de kwaliteit van gehechtheidsrelaties moet
gebeuren.

Het zoeken naar de gepaste instrumenten om aan kwaliteitsvolle klinische gehechtheidsdiagnostiek te doen wordt extra
bemoeilijkt door de conceptuele vaagheid die lange tijd kenmerkend was voor de basisconcepten van de gehechtheidstheorie.
Er worden veel verschillende termen gebruikt.

Er zijn ook verschillende misvattingen ontstaan door een vaak te intuïtieve vertaling van de theorie naar de praktijk. Bijvoorbeeld
de misvatting dat een gebrekkige gewetensontwikkeling kenmerkend is voor onveilige gehechtheid. Zulke misvattingen gaan
gemakkelijk een eigen leven leiden, waardoor ze de validiteit en betrouwbaarheid van de diagnostiek in het gedrang brengen.

Onderzoek naar gehechtheidsrelaties
 Bowlby: ziet de ouder-kind relatie als een antwoord op een universele nood aan verbondenheid. Onderzoek gebaseerd
op observaties van jonge kinderen. Hij beschrijft hoe de kwaliteit van de ouder-kindrelatie het risico op problemen in
het later relationeel en emotioneel functioneren van mensen beïnvloedt. Verklaring: kinderen slaan de ervaringen die
ze hebben met hun verzorgingsfiguren in interne werkmodellen.
o Intern werkmodel: bestaat uit een beeld van het zelf als de moeite waard om verzorgd te worden en een
beeld van de verzorgingsfiguren als in staat om zorg te bieden. Dit laatste = secure base script.
o Secure base script: een script over de gehechtheidsfiguur als een veilige basis die zorg en hulp biedt op
momenten van stress, alsook de daaraan gelinkte verwachting dat men erop kan vertrouwen dat de
gehechtheidsfiguur zorg en steun zal bieden indien nodig.

, Door het vaak samen voorkomen van behoefte van de baby en zorgreactie van verzorgenden, leren baby’s gaandeweg
dat de ouder beschikbaar is om hulp en steun te bieden. Dit leerproces kristalleert naarmate kinderen ouder worden en
cognitief ontwikkelen in cognitieve representaties.

 Late gehechtheidsonderzoekers: mensen slaan inderdaad cognitieve representaties op en er zijn grote verschillen in de
kwaliteit, maar de representaties zijn niet altijd zichtbaar. Het is dan ook de vraag hoe ze het best meetbaar zijn. We
stellen hoge eisen aan instrumenten: ze moeten relationele patronen over vertrouwen in zorg en verwachtingen over
steun inschatten én een beeld geven van gehechtheid bij mensen bij wie dat vertrouwen onvoldoende ontwikkeld kan
worden.
 Mary Ainsworth: bestudeerde scheidingsangst en zag verschillen tussen kinderen in het fysiek nabijheid zoeken van
hun ouder na een separatie  De Strange Situation Procedure. De seperaties van de opvoeder in een onbekende
omgeving zijn voor jonge kinderen stressvol en die stress roept gehechtheidsgedrag op. Daarom is het gedrag van het
kind bij de twee herenigingen doorslaggevend voor de gehechtheidsclassificatie. Er wordt dan geobserveerd in
hoeverre het kind toenadering tot en contact met de opvoeder zoekt of dat juist vermijdt, en of het kind boosheid of
gedesorganiseerd gedrag vertoont.  categoriaal onderscheid tussen:
o Angstig-vermijdende gehechtheid: (21%) kinderen lijken onverstoorbaar als de opvoeder verdwijnt (spelen
gewoon door), maar zijn toch emotioneel uit hun evenwicht (bijvoorbeeld verhoogde hartslag) Ze vermijden
de opvoeder bij terugkomst, uit angst hun negatieve emoties al zichtbaar te maken en daardoor een
afwijzende reactie op te roepen.
o Angstig-resistent/ambivalente gehechtheid: (14%) kinderen maximaliseren hun negatieve emoties. Ze huilen
vaak en klampen zich vast aan de opvoeder, maar uiten tegelijk hun boosheid en verdriet door afwerend
gedrag. Dit is hun manier om de aandacht te trekken van een opvoeder die al te vaak (mentaal) afwezig is.
o Gedesorganiseerde gehechtheid: kleinste groep. Kinderen reageren erg atypisch op de strange situation.
Traditioneel gaat men ervan uit dat deze kinderen het ergste getraumatiseerd zijn binnen de zorgrelatie,
waardoor ze geen typisch gedragspatroon kunnen ontwikkelen.
o Veilige gehechtheid: (65%) kinderen kunnen in de strange situation balans vinden tussen enerzijds zorg en
nabijheidzoekend gedrag en anderzijds exploratie. Ze zoeken bij hereniging met de opvoeder nabijheid en
contact en zijn even snel getroost als ze tijdens de separatie van slag waren. Daarna komen ze weer snel aan
spel en exploratie toe.

 Strange situation is niet bruikbaar bij oudere kinderen en volwassenen. Toch blijven ook op latere leeftijd de verschillen
tussen veilige en onveilige gehechtheid relevant, aangezien mensen op alle leeftijden verschillen in de mate dat ze nabijheid
zoeken en de wijze waarop ze in stresssituaties reageren.


INSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN GEHECHTHEID DOOR DE LEVENSLOOP HEEN
Eerst enkele opmerkingen:
 Er zijn veel instrumenten bekend, maar er is weinig systematisch en diepgaand onderzoek gedaan naar de
constructvaliditeit (de mate waarin deelaspecten het overkoepelende aspect meten) van gehechtheidsmetingen. Deze
instrumenten zijn zinvol om hypothesen te genereren en om observaties en verdiepende interviews richting te geven.
 Assessment van gehechtheid is niet hetzelfde als de DSM-diagnose ‘gehechtheidsstoornis’ stellen.  Terwijl het
eerste gaat over een ontwikkelingspsychologisch gegeven over individuele verschillen, gaat het tweede over een
psychiatrische diagnose. Alhoewel beide verwijzen naar gehechtheid, kan ten onrechte de indruk ontstaan dat ze
hetzelfde meten.
 Verder moeten vele nuances in rekening worden gebracht als men gehechtheidsrelaties in kaart brengt. Zo moet
opgemerkt worden dat de gehechtheidsfiguur niet noodzakelijkerwijs de biologische ouder hoeft te zijn. Voor een kind
kan iedere zorgfiguur een gehechtheidsfiguur worden, zoals grootouders of adoptieouders. Er kunnen ook ad hoc
gehechtheidsfiguren zijn, bijvoorbeeld pleegouders, opvoeders of leerkrachten.

 Aangezien de cognitieve representaties over hechtingsfiguren ook kunnen veranderen tijdens de ontwikkeling (en
vooral wanneer men een partnerrelatie aangaat), kan men instrumenten die zijn ontwikkeld voor volwassenen niet
zomaar bij kinderen gebruiken, en vice versa.
 De betekenis van de gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind wijzigt door de ontwikkeling heen.

, o Jonge kinderen tot drie jaar hebben vooral behoefte aan emotionele en fysieke steun en hulp, maar de
betekenis van de relatie verandert langzaam naar een mentaal vertrouwen dat men heeft in mogelijke
emotionele hulp en steun.
o Kinderen moeten naar school en een eigen netwerk opbouwen en moeten dan fysiek loskomen van ouders.
Maar wanneer er problemen opduiken, moet het kind wel nog vaak een beroep doen op ouders om
problemen op te lossen.
o Bij oudere adolescenten ziet men dan weer dat deze vaak hun problemen zelf oplossen of met vrienden
bespreken en pas bij heel grote problemen een beroep doen of hun ouders. Vanaf deze leeftijd als
diagnosticus ook belangrijker om na te gaan wat de kwaliteit is van de relatie met leeftijdsgenoten.

o Volgens gehechtheidsonderzoekers zal de gehechtheidsontwikkeling een fundamentele invloed hebben op de
kwaliteit van latere relaties, waaronder de partnerrelatie. Anderzijds kan de partner ook een nieuwe
gehechtheidsfiguur vormen en verzwakt hierdoor de functie van de ouder-kindrelatie. Toch blijft het secure
base script dat zich al vroeg in de kindertijd ontwikkelde een blijvende blauwdruk over de kwaliteit van de
ouder-kindrelatie.




 Het meten van het gehechtheidsconstruct gaat in essentie over het meten van het vertrouwen dat men heeft in de
gehechtheidsfiguur. Als dat vertrouwen er niet is, dan zien we dat kinderen er minder goed in slagen autonomie te
ontwikkelen en te exploreren. Paradoxaal merkt men dan dat juist die kinderen die weinig vertrouwen hebben in de
gehechtheidsfiguur bij lichte stress geneigd zijn meer fysiek de nabijheid van de ouder op te zoeken, terwijl ze bij grote
problemen dit niet doen. Andere kinderen gaan nooit hun ouders opzoeken in stresssituaties, aangezien ze er geen
vertrouwen hebben.

 Dit alles heeft een grote impact op hun emotieregulerende (ER) capaciteiten. ER ontwikkelt in de interactie met de
ouder ofwel als ge- zond en adaptief, ofwel bij een onveilige hechting eerder maladaptief. Onveilig gehechte kinderen gaan
vermijdend om met problemen of zoeken hyperactief nabijheid, waardoor de kans vergroot op het ontwikkelen van
emotionele en gedragsproblemen.

 Men mag de ouder-kindrelatie niet zien als een unidirectionele relatie  kan leiden tot een blame the parent
opstelling. Er zijn weliswaar opvoedingsfactoren bekend die onveiligheid in de hand werken, maar recent onderzoek
toont aan dat ook bepaalde kindfactoren (zoals temperament) de ouder-kindrelatie mede vormgeven. Momenteel
wordt dan ook aangenomen dat onveiligheid steeds het resultaat is van de interactie, waarbij men minimaal de
volgende vormen moet afwegen:
o Kind met moeilijk te socialiseren temperament, waar een ouder met gewone opvoedingskennis niet gepast
mee om kan gaan
o Een extreem negatief opvoedingsklimaat bij een kind dat bijzonder gevoelig is voor negatieve ouderlijke
reacties
o Een misfit tussen een bepaalde (vaak goedbedoelde) opvoedingsstijl van de ouder en een kind dat zich
hierdoor niet erkend voelt
 in al deze situaties is de opvoeding te weinig afgestemd op de noden van het kind en zal het onveiligheid
ervaren.

Categoriale onderzoeksinstrumenten
Categoriale diagnostiek: iemand is veilig ofwel onveilig gehecht.

 Strange Sitation van Mary Ainsworth: Er werd op grond van observaties van gedrag in de strange situation onderscheid
gemaakt tussen de vier typen (zie eerder). Omdat ze separatie van moeder minder stresserend wordt naarmate het
kind ouder wordt, is de procedure minder bruikbaar bij oudere kinderen. Oudste leeftijd 6 jaar, maar separatie moet
dan minimaal een uur duren. Is waarschijnlijk niet raadzaam om zulke intrusieve technieken te gebruiken bij kinderen
die het reeds zo moeilijk hebben dat ze hulpverlening zoeken.
 Adult Attachment Interview: Main, Kaplan en Cassidy stelden voor om gehechtheid te meten op het niveau van de
representaties ipv geobserveerde gedrag  adult attachment interview, welke ook een kindversie heeft. Dit interview
leidt tot een categoriaal onderscheid tussen gehechtheidstypes, maar de types kregen wel een andere naam:

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
23 juli 2020
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.15
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ig97 Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
61
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
41
Documenten
4
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.8

13 beoordelingen

5
2
4
9
3
1
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen