1.Kan de regulatie van de bloeddruk door de nieren uitleggen en de rol van het Renine
Angiotensine Aldosteron Systeem (RAAS) hierin verklaren
1. ADH, Aldosteron en ANP
Antidiuretisch hormoon ADH
- Vocht huishouding in balans te houden
- Minder diurese (vorming urine door nieren) plaats vindt
ADH wordt aangemaakt in de hypothalamus en via hypofyse-achterkwab
afgegeven aan bloed. ADH wordt afgegeven wanneer lichaam weinig
water bevat. Prikkels hiervoor zijn:
- Angiotensine II
- Lage bloeddruk
Osmoreceptoren in hypothalamus registreren stijging van osmotische
waarde. Dit komt doordat minder water in lichaam zit. Osmoreceptoren
stimuleren de neuronen in hypothalamus die ADH produceren. Doelorgaan
is nieren. Het effect is:
- Reabsorptie water
- Grotere doorlaatbaarheid van water in distala tubulus contortus
en verzamelbuis, hierdoor meer water in lichaam en minder
uitscheiden
- Dorstgevoel
Veel ADH zorgt dus voor meer vocht in lichaam en minder uitgescheiden
Aldosteron
- Vocht huishouding in balans houden
- Belangrijkste mineralocorticoïde
Produceert in bijnierschors, houdt natrium vast en voorkomt uitscheiding
in urine. Nieren is werkzame in distale tubulus en verzamelbuis.
Osmotische waarde stijgt als meer natrium wordt vastgehouden, waardoor
meer water vasthouden. Prikkel voor aldosteron is:
- Angiotensine II
- Lage bloeddruk
- Laag natriumgehalte
- Hoog kaliumgehalte
Het effect is:
- Uitwisseling kalium en natrium
1
, - Gevoeligheid zoutreceptoren op de tong verhogen
Atriale natriuretische peptide ANP
- Tegengestelde werking van ADH en Aldosteron
- Minder water vasthouden
Afgeven en door hartspiercellen van rechteratrium. Hier komen grote vene
van hart binnen. Deze hartspiercellen komen oprek door bloedinkomen
hierdoor wordt ANP afgeven bij overvulling. Prikkel is dus:
- Overvulling of hypertensie in rechteratrium
Het effect hiervan is:
- Uitscheiding van natriumionen en water
- Remmen van renine ADH en Aldosteron
- Verwijden van capillairen in glomeruli
Bloeddruk daalt door deze effecten.
2.Kan uitleggen hoe de nieren inspelen op veranderingen in de
samenstelling van het bloed (vocht, zuren,zouten en erytropoëse),
met als doel om de homeostase te bewaken en kan uitleggen
waaruit de urine is samengesteld
2. Mineralenbalans en vochtbalans
Mineralen
Mineralen zijn voedingsstoffen die het lichaam nodig
heeft om te functioneren. Voedingsstoffen die geen
energie leveren ene die je niet zelf kan aanmaken.
- Balans moet altijd gehandhaafd worden
- Alleen met voeding lichaam ingekomen
- Minderalen hebben verschillende functies
Te kort of te veel kan ernstige gevolgen hebben
Lichaam kan mineralen beperkt opslaan en
uitscheiden gaat goed.
Verstoring kan ook
betekenen dat er te veel of te
weinig vocht wordt
vastgehouden; vochtbalans.
Voornamelijk natrium en
kalium grote invloed op
vochtbalans
2
,Vochtbalans
- Inname= uitscheiding: moet overeenkomen
- Homeostase van vocht is voor belang van de cellen. Het is een
difussiemedium, waarin veel belangrijke stoffen zit
- Moet afvalstoffen afvoeren
- Balans tussen intra en extracellulaire vloeistof
- Natrium is vaak veroorzakers disbalans
Natrium en kalium belangrijke rol zenuwprikkels en samentrekken spieren
en veel invloed op osmotische waarde intra en extracellulaire vloeistof.
98% kalium intracellulair, natrium veruit extracellulair
Natriumbalans
- Opname = uitscheiding: moet overeenkomen
Voorname nieren verantwoordelijk verlies natriumionen. Door aldosteron
natrium vastgehouden. Meer uitgescheden door ANP
- Natrium trek water aan
- Bloeddruk hoger door meer zout gaat naar extracellulaire
verplaatsen
Kaliumbalans
- Opname= uitscheiding: moet overeenkomen
- Alodsteron zorgt voor kalium wordt uitgescheden, ionen pompen die
gevoelig zijn voor aldosteron neme natrium uit voorurine op en
staan kaliumionen af
Reabsorptie en excretie
Nieren zorgen voor
- Reabsorptie ionen
- Proximale tubulus
- Actieve reabsorptie natrium
- Stijgende tak lis van henie
- Uitwisseling natrium en kalium
- Distale tubulus en verzamelbuis
- Samenstelling urine
- In de glomerulus worden plasma en kleine stoffen (K+, Na+, Cl-, H2O, gluc, HCO3-, kreat
en aminozuren) gefilterd uit het bloed. Dit is de voorurine. De voorurine doorloopt een
tunnelsysteem waarin stoffen kunnen worden teruggehaald naar het lichaam
(reabsorptie/e) of juist extra stoffen kunnen worden toegevoegd aan de urine (secretie).
Zo wordt in de proximale tubulus vooral bovenstaande kleine stoffen gereabsorbeerd. In
het dalende deel van de Lis van Henle wordt alleen H2O gereabsorbeerd en in het
3
, stijgende deel zouten. Zo gaan zo min mogelijk belangrijke zouten en water verloren. In
de distale tubulus worden nog restjes Na+, H2O en Cl- gereabsorbeerd en worden er
stoffen aan de urine toegevoegd die er eventueel te veel zijn in het lichaam, zoals K+ en
H+. Urine bevat in principe geen glucose en aminozuren en maar een fractie van alle
andere stoffen.
3. Kan de gevolgen van fysiologische veroudering van het urinewegstelsel uitleggen
3. Fysiologie veroudering urinewegen
Fysiologie veroudering
Afname in:
- Aantal functionele nefronen 30 tot 40% verloren vanaf 25 jaar,
klachten na sterk achteruitgang.
- Glomerulaire filtratiesnelheid (totale volume voorurine dat gefilterd
wordt gaat achteruit)
- Verminderde renale compensatie pH (minder handhaven zuur-
base evenwicht)
- Gevoeligheid Aldosteron en ADH
- Afname reabsorptie water en natriumionen
Spieren nemen af dus ook minder water want water in spieren
Problemen met urinelozing:
- Afname tonus kringspieren
- Verlies regulatie urinelozing
- Urineretentie bij de man
- Geleidelijke afname totale watergehalte
- Verlies mineralengehalte door afname spier en botmassa
4.Kan de definitie, risicofactoren, symptomen, onderzoeken en
behandeling uitleggen bij cystitis, glomerulonefritis, pyelonefritis, en
nierstenen
4. cystitis, glomerulonefritis, pyelonefritis, en nierstenen
4