Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

MAW Samenvatting alle examenstof/H1-12 (inclusief kernconcepten en paradigma's)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
38
Geüpload op
09-04-2025
Geschreven in
2023/2024

Een samenvatting van alle examenstof

Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Maatschappijwetenschappen hoofdstuk 1- 12
Hoofdstuk 1 – De samenleving en het individu
§1.1 - Identiteit

- Kernconcepten: belangrijke begrippen waarmee maatschappelijke verschijnselen verklaard
kunnen worden
- Referentiekader: het geheel van kennis, ideeën en ervaringen waaruit iemand denkt en
handelt. Het laat zien over hoe iemand over iets denkt of beleeft.

Identiteit:

- Persoonlijke identiteit: beeld dat iemand van zichzelf heeft en naar andere uitdraagt.
- Sociale identiteit: het deel van iemand zijn zelfbeeld dat past bij de groepen waarvan het
deel uitmaakt -> de groepsidentificatie. De sociale identiteit versterkt de persoonlijke
identiteit.
- Interne collectieve identiteit: het gezamenlijk zelfbeeld dat meerdere mensen samen die
zich als lid van een groep beschouwen. Dit is gebaseerd op sympathie.
- Externe collectieve identiteit: gaat om het beeld dat de samenleving heeft van een groep.
- Identiteit wordt gevormd door de opvoeding en interactie met anderen. Ook door anonieme
socialisatoren, zoals de media.
- Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, wordt bepaald door de groepen waarbij hij hoort.
- Spanningen bij identiteit: komen vooral door de beelden die er van identiteiten zijn.
Loyaliteitsconflict: bij welke groep hoort de persoon (wanneer een dokter bijvoorbeeld rookt
is er spanning tussen de persoonlijke- en sociale identiteit)? -> overlappende identiteit en
veranderende identiteit zorgen ook voor spanning.

§1.2 - Socialisatie

- Socialisatoren: mensen in je omgeving waar je cultuur overneemt
- Socialisatie bestaat uit overdracht (aan nieuwkomer) en verwerving (het eigen maken van
cultuur, overnemen van waarden en normen)
- Socialisatie gebeurt onbewust. Door alledaagse interacties passen mensen hun gedrag aan.
- Socialisatie verloopt via identificatie: mensen leren door hun positie
- Negatief gevolge: stereotypen en vooroordelen.
- Primaire socialisatie: binnen kleine groepen. Bij een emotionele band, is er een informele
sfeer en regels staan hier niet op papier (in een gezin of bij vrienden (peergroepen)).
- De tweede natuur zijn de regels van een gezin die zo belangrijk zijn dat ze iemands identiteit
vormen.
- Secundaire socialisatie: op een formele omgeving. Regels van de groep worden
overgenomen.
- Binding wordt hier versterkt door collectieve rituelen -> gemeenschapsgevoel
- Tertiaire socialisatie: door anonieme socialisatoren, de actoren, mensen met wie geen
rechtstreekse band is. Gebeurd impliciet, via de media.
- Functies socialisatie: mensen zijn afhankelijk van de groepen waarbij ze horen. Regels maken
het leven eenvoudiger en vergroot samenwerking.
- Functies: continuëring en verandering van de cultuur.
- Identificatie van het individu met andere culturen

,§1.3 - Cultuur

- Nature: aangeboren, biologische en genetische factoren (19e eeuw opvatting gedrag).
- Nurture: Het gedrag dat iemand heeft aangeleerd vanuit zijn omgeving en cultuur. Gaat ook
over omgevingsfactoren en sociale interactie (20e eeuw opvatting gedrag).
- Nature-nurture-debat: vraagt zich af of eigenschappen uit cultuur of natuur zijn
voortgekomen.
- Behavioristen denken dat al het gedrag is aangeleerd (nurture).

Cultuur

- Mensen dragen in hun hoofd mee: waarden (idealen die je belangrijk vindt), opvattingen
(hoort bij een samenhangend geheel van denkbeelden, zoals een religie) en voorstellingen
(beelden die mensen hebben, waaruit zij hun omgeving zien).
- Wat je aan de buitenkant kan zien: uitdrukkingsvormen (materiële aspecten of symbolen,
zoals een kruis).
- Hoe gedrag geregeld wordt: normen (horen bij waarden en worden naar elke omgeving
meegenomen) en instituties (geheel aan gedragsregels).
- Materiële aspecten van cultuur zijn zichtbaar (zoals een symbool), immateriële aspecten niet
(zoals waarden).
- Cultuur is relatief, omdat deze verandert en dus plaats- en tijdgebonden is.

§1.4 - Acculturatie en socialisatie

- Dominante cultuur: cultuur van de groep in de samenleving met meest invloedrijke positie.
- Subculturen: levensstijlen die overlappen met de dominante cultuur, zoals jeugdculturen.
- Spanningen: 1. De subcultuur van immigranten beïnvloedt de dominante cultuur.
2. Wanneer je wil afwijken van de dominante cultuur, ontstaan er tegenculturen.
- Enculturatie: cultuur aanleren uit de cultuur waarin diegene geboren is
- Sociaal-economische verschillen tussen gezinnen worden milieu's genoemd.
Socialisatieprocessen zijn milieuafhankelijk -> leiden tot sociale ongelijkheid -> generaties.
- Wanneer kinderen slimme ouders hebben, heet dit sociale overerving.
- Sommigen hebben meer kansen door hun milieu. Dit komt door:
1. Economisch kapitaal: hoog inkomen
2. Sociaal kapitaal: connecties
3. Cultureel kapitaal: culturele competenties zoals houdingen
- Sommigen hebben één culturele achtergrond (monocultuur), anderen twee (bicultuur).

§1.5 - Vorming in een veranderende samenleving

- Veranderingsprocessen zorgen voor veranderingen in de cultuur, zoals de secularisering.
- Door welvaart en toenemende zelfstandigheid is de overstap gemaakt van een traditionele,
naar een moderne samenleving. School was hierbij een grote socialisator.
- Modern gezin: egaltair, veel gelijkheid en kinderen hebben het ook voor het zeggen.
- Geïndividualiseerde gezinnen: ouders zijn rijk en kinderen staan centraal.
- Tegenwoordig kiest men zelf welke normen ze opvolgen en worden ze niet meer
opgedragen.
- Kanttekening: 1. Bewijs voor individualisering is moeilijk te vinden. 2. De moderne
samenleving is verantwoordelijk en raakt snel bindingen kwijt -> minder solidariteit
- Individualisering leidt tot meer vrijheid en is gekoppeld aan globalisering.

,Hoofdstuk 2 – De samenleving en verschillen
§2.1 - Sociale ongelijkheid

- Verschillen tussen mensen zorgt voor onderscheid -> sociale ongelijkheid
- Er zijn aangeboren en niet-aangeboren verschillen
- Discriminatie: ongelijke behandelingen in gelijke gevallen
- Er zijn 4 verschillende soorten sociale ongelijkheden: ongelijke verdeling van economische -
(geld), sociale-(kennissen en steun), symbolische- (status en functie) en politieke (macht en
gezag) hulpbronnen.
- Opleidingsniveau verklaart soorten ongelijkheid
- Sociale stratificatie: verdeling van de maatschappij in groepen waardoor ongelijkheid
ontstaat. De groepen heten sociale lagen en vormen de maatschappelijke ladder.
- Op basis van status of beroep heet deze ladder een beroepsprestigeladder.
- Stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder heet sociale mobiliteit
- Positietoewijzing: verwijst naar maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon op een
bepaalde plek terecht komt, ze hebben hier zelf dus geen invloed op.
- Positieverwerving: mensen kunnen wel wat aan hun positie doen. In een gesloten
samenleving is er geen sprake van verandering van positie. In een open samenleving is dit
wel mogelijk.
- De wens om iets te doen aan ongelijkheid verschilt per land. In het westen zijn er
verzorgingsstaten of veel instituties met als doel de solidariteit te verhogen.
- Er is ook samenwerking om een ideaal te realiseren voor iedereen -> collectieve goederen.
Deze zijn non-exclusief, maar toch zijn er altijd free-riders (dilemma).
- Private goederen: moet men zelf voor betalen.

§2.2 - Macht

- Macht lost het dilemma van de collectieve actie op, omdat het hulpmiddelen kan inzetten
- Actoren zijn betrokken bij maatschappelijke vraagstukken en kunnen kiezen om deel te
nemen of te free riden -> dwang van de staat is een oplossing
- Meer collectieve goederen = meer gezag
- Meer hulpbronnen = meer macht
- De vier machtsbronnen: affectief (op gevoel iemand overhalen), cognitief (door kennis),
economie (door geld) en politiek (door politieke machtsdragers die dwingen).
- Er is pas sprake van macht wanneer de een de ander kan dwingen
- Hegemonie: wanneer een groep in de samenleving machtsoverwicht heeft. Deze groep kan
via de overheid wil opleggen aan minder machtige groepen. Er is ook hegemonie wanneer
de ene staat meer macht heeft dan de andere.
- Machtsvacuüm: wanneer de machtigste groep de macht verliest en er nog geen nieuwe is
gevonden.
- Machtsevenwicht: weinig verschillen tussen groepen of staten.
- Formele macht: vastgelegd in wetten
- Informele macht: niet officieel vastgelegd

, §2.3 - Gezag en niveau's

- Gezag: macht die gerespecteerd wordt
- Gezag op microniveau: gedrag van individuen en hoe ze hun eigen identiteit vormgeven.
Mensen krijgen gezag op basis van kwaliteiten of functie.
- Gezag op mesoniveau: hoe groepen mensen zich onderling gedragen, verbondenheid
- Gezag op macroniveau: gedrag van mensen op niveau van de samenleving en instituties
- Gezag is relatief; van de ene neem je wel iets aan, van de ander niet
- Het duurt lang om gezag op te bouwen, want vertrouwen kan makkelijk geschonden
worden. Wanneer in macht wordt omgezet in gezag, zal er geen dwang meer zijn -> positie

§2.4 - Samenwerking en conflict

- Samenwerking op lange termijn heeft vaak te maken met contracten
- Soms moet er iets worden opgegeven om samen te werken. Degene met meer macht zullen
meer eisen van degene met minder macht.
- Voor samenwerking is er compromisbereidheid nodig en acceptatie om het te laten slagen.
- Samenwerking in de politiek kan op vrijwillige basis (gedeeld waarden), omdat ze op elkaar
zijn aangewezen (gedeelde belangen) of door dwang (machtsuitoefening).
- Conflicten kunnen worden opgelost door machtsstrijd, zoals een opstand
- Wanneer actoren ten koste van anderen eigen doelwillen bereiken is er sprake van conflict.
- Conflicttheorie Marx: ongelijke verdeling materiële zaken staat centraal. In de bezitloze
klasse ontstaat er conflict die zal resulteren in het omverwerpen van de staat.
- Conflicttheorie Huntington: maatschappelijke conflicten hebben oorsprong in verschillende
culturen -> botsing verschillende ideeën.
- Manifest conflict: openbaar -> internationaal
- Latent conflict: niet zichtbaar
- Een conflict kan worden gewonnen door hulpbronnen

§2.5 - Verhouding in een veranderende samenleving

- In de 20e eeuw was er opkomst van emancipatiebewegingen -> meer inspraak vrouwen
- Bevelshuishouding verandert naar onderhandelingshuishouden (microniveau)
- Men neemt steeds meer deel aan de politiek (macroniveau)
- Klassieke vrijheidsrechten beschermen burgers tegen onderdrukking van de overheid.
- De overheid zorgt voor sociale rechten
- Democratiseringsproces begon bij het ontstaan van de rechtsstaat
- De kerk werd minder belangrijk voor de eigen identiteit
- School en media kregen grotere invloed -> belangrijke socialisator
- Kanttekeningen democratisering: 1. Besluiten duurt langer 2. Deelnemers van
burgerparticipatie vertegenwoordige maar een kleine groep
- Europese samenwerking: supranationale handelsblokken tussen landen
- Hyperglobalisten: voorstanders globalisering. Zien het als mogelijkheid om problemen aan te
pakken.
- Andersglobalisten: tegenstanders globalisering. Vinden dat overproductie en uitputting
klimaat moeten stoppen.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
6

Documentinformatie

Geüpload op
9 april 2025
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$12.92
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sophievanrietschoten

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sophievanrietschoten Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
3 weken geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen