Hoofdstuk 5: Energieverbruik en vermoeidheid
Het meten van energieverbruik tijdens inspanning
Directe calometrie
Het meten van de warmteproductie van het lichaam om de hoeveelheid en de snelheid van
de energieproductie in te schatten.
Indirecte calometrie
Het meten van de uitwisseling van O2 en CO2 via de ademhaling.
energieverbruik moet wel (bijna) volledig aeroob zijn. Techniek is beperkt tot steady-
state-activiteiten van minimaal enkele minuten.
Het verschil in de concentraties tussen de in- en uitgeademde lucht geeft dus de hoeveelheid
O2 die opgenomen is en de hoeveelheid CO2 die geproduceerd is.
Berekenen van zuurstofopname en kooldioxideafgifte
VO2 = (VI * FIO2) – (VE * FEO2) = zuurstofopname in liters
VCO2 = (VE * FICO2) – (VI * FECO2) = CO2 productie in liters
Volume opgenomen zuurstof VO2
Volume geproduceerde kooldioxide VCO2
Volume ingeademde lucht VI
Volume uitgeademde lucht VE
% zuurstof in de ingeademde lucht FIO2
% CO2 in de ingeademde lucht FICO2
% zuurstof in de uitgeademde lucht FEO2
% CO2 in de uitgeademde lucht FECO2
Uitgangspunt: ingeademde luchtvolume is precies even groot als het uitgeademde
luchtvolume (geen veranderingen in opslag van gassen in het lichaam).
Haldane-transformatie
Het toevoegen van de constante factor (volume ingeademde stikstof/uitgeademde stikstof)
aan de formule hierboven en het herschrijven van de formule tot uiteindelijk:
VO2 = (VE) * {[1 - (FEO2 + FECO2)] * 0,265} – (FEO2)
Respiratoire gaswisselingsverhouding (RER)
De koolstof- en zuurstofinhoud van glucose, vrije vetzuren en aminozuren verschilt enorm.
Als gevolg daarvan hangt de hoeveelheid tijdens het metabolisme gebruikte zuurstof af van
het type brandstof dat wordt geoxideerd.
Respiratoire gaswisselingsverhouding = de ratio tussen de hoeveelheid vrijkomende CO2 en
de zuurstofopname.
RER = VCO2 / VO2
1
Het meten van energieverbruik tijdens inspanning
Directe calometrie
Het meten van de warmteproductie van het lichaam om de hoeveelheid en de snelheid van
de energieproductie in te schatten.
Indirecte calometrie
Het meten van de uitwisseling van O2 en CO2 via de ademhaling.
energieverbruik moet wel (bijna) volledig aeroob zijn. Techniek is beperkt tot steady-
state-activiteiten van minimaal enkele minuten.
Het verschil in de concentraties tussen de in- en uitgeademde lucht geeft dus de hoeveelheid
O2 die opgenomen is en de hoeveelheid CO2 die geproduceerd is.
Berekenen van zuurstofopname en kooldioxideafgifte
VO2 = (VI * FIO2) – (VE * FEO2) = zuurstofopname in liters
VCO2 = (VE * FICO2) – (VI * FECO2) = CO2 productie in liters
Volume opgenomen zuurstof VO2
Volume geproduceerde kooldioxide VCO2
Volume ingeademde lucht VI
Volume uitgeademde lucht VE
% zuurstof in de ingeademde lucht FIO2
% CO2 in de ingeademde lucht FICO2
% zuurstof in de uitgeademde lucht FEO2
% CO2 in de uitgeademde lucht FECO2
Uitgangspunt: ingeademde luchtvolume is precies even groot als het uitgeademde
luchtvolume (geen veranderingen in opslag van gassen in het lichaam).
Haldane-transformatie
Het toevoegen van de constante factor (volume ingeademde stikstof/uitgeademde stikstof)
aan de formule hierboven en het herschrijven van de formule tot uiteindelijk:
VO2 = (VE) * {[1 - (FEO2 + FECO2)] * 0,265} – (FEO2)
Respiratoire gaswisselingsverhouding (RER)
De koolstof- en zuurstofinhoud van glucose, vrije vetzuren en aminozuren verschilt enorm.
Als gevolg daarvan hangt de hoeveelheid tijdens het metabolisme gebruikte zuurstof af van
het type brandstof dat wordt geoxideerd.
Respiratoire gaswisselingsverhouding = de ratio tussen de hoeveelheid vrijkomende CO2 en
de zuurstofopname.
RER = VCO2 / VO2
1